Ina Hollander

Columnist

  • Hoi pap

    Genieten. Hoe zou ik dat ooit nog kunnen na jouw dood. Het leek me onmogelijk, ik hield zoveel van je en van ons fijne contact. Mijn leven zou niet meer volledig zijn.
    Anderen die een ouder verloren en vervolgens de draad weer goed oppakten bekeek ik sceptisch, ik begreep het niet goed.

    Vroeger kreeg ik al buikpijn bij de gedachte jou of mam ooit te verliezen. Jij had dat niet. ‘Dat is nu eenmaal de natuurlijke loop van het leven,’ zei je. Eerst de ouders, dan de kinderen. Zelf moeder kon ik je onmogelijk ongelijk geven. Het is een logische, maar ook verwarrende gedachte. Geliefden wil je gewoon niet kwijt.

    Regelmatig gaan je woorden door mijn hoofd. Hoe je er op rekende dat we niet bij de pakken zouden neerzitten, maar verder zouden gaan met ons leven. Hoe verschrikkelijk je het zou vinden als we dat niet zouden doen. Zelf was je een levensgenieter, ondanks veel tegenslagen op jonge leeftijd.

    Ik ben zo blij dat jij je gedachten over levensinvulling, dood, verlies en schuldgevoel wilde delen. Het maakte accepteren en verwerken draaglijker.

    Lieve papa, ik kan gelukkig allang weer echt blij zijn en plezier hebben. Onze gesprekken waren zo waardevol, besef ik. Knap, bijna zes jaar bij ons vandaan en mij nog zo helpen. Hoe dood ben je eigenlijk?

    Schoonmaakdrift

    Met tegenzin wurm ik mij onder het heerlijk warme dekbed uit. Brr, koud. Automatisch trekken mijn blote schouders zich terug in het warme hol. Eventjes maar, langer kan deze morgen niet. Een korte douche en geen tijd voor de krant bij het ontbijt. Ik kijk op de klok, nog anderhalf uur te gaan.

    Eerst de gewone rotzooi op het aanrecht: vieze vaat, afval en een aangekoekt tosti-ijzer. Gatver, niet nu. Zelf gebruik ik dat apparaat nooit. Hup, uit het zicht een keukenkastje in. Doekje over het aanrecht en schoon is het weer. Voor hoe lang? Zinloze gedachte. Opgedroogde waterspatten haal ik met Glassex van de ramen. Dat moet ik vaker doen, stukken makkelijker dan alles lappen.
    Rondzwervende tijdschriften leg ik op een stapel en boeken zet ik in de kast. Dat toont al heel anders.

    Ik probeer door andermans ogen te kijken en zie de stoflaag op de televisie, de kruimels op de grond, vingerafdrukken op de deuren en een spinnenweb in een hoek. Zuchtend pak ik een doekje, dweiltje en stofzuiger.
    Nu alleen de wc nog, ook zo’n gebed zonder end in dit huishouden.

    Voldaan kijk ik rond, het huis kreunt zachtjes mee van genot, eindelijk heeft het weer een goede beurt gehad.
    De bel. ‘Wat een gezellig, ruim huis! En zo schoon.’
    Visite, de motor achter mijn huishouden.

    Koud

    ‘Hoe moet dat nou?’ vraag ik, terwijl ik huiverend een kingsize trui van manlief aantrek en de mouwen over mijn handen schuif.
    ‘Stel je je niet een beetje aan?’ reageert hij.
    ‘Kun je alsjeblieft kijken of er meer is?’ hoor ik mijzelf bijna smeken.
    ‘En doe de deur achter je dicht!’ roep ik als hij de kleine ruimte verlaat.

    Rillend kruip ik dichter naar de afgekoelde warmtebron toe. Het ziet er vast idioot, treurig en meelijwekkend uit. Onwillekeurig haal ik mijn schouders op. Een kleumend mens moet wat in de strijd tegen dooie vingers en kippenvel. Het hout voor de open haard was te nat en bood geen soelaas.

    Waar blijft hij nou? Ongeduldig kijk ik naar mijn metalen redder die wacht op brandstof.

    De deur zwaait open en lief stapt naar binnen met drie manden op elkaar in zijn armen. ‘Het duurde even, maar dan heb je ook wat,’ hijgt hij, en met een klap zet hij de stapel op de grond neer. ‘Zeiknat,’ roept hij triomfantelijk, ‘de buren wilden graag helpen!’
    Opgelucht spring ik overeind, ruk het deurtje van de droger open, gooi de natte was erin en druk op de startknop.

    Terwijl ik het apparaat omarm, voel ik de eerste weldadige warmte naar mijn verkilde botten gaan. Nog één dag te gaan. Morgen wordt de kachel gemaakt.

    Sportrisico

    ‘Ik merkte het aan mijn overhemden, die begonnen te spannen bij mijn schouders’. Hij probeert op nonchalante toon zijn trots te verbergen. De schouders van zijn toch al imposante lijf trekt hij nog breder.
    ‘Indrukwekkend’ lach ik hem toe.

    Een mannelijke monumentale schouderpartij straalt rotsvast vertrouwen en kracht uit. Daar tegenaan wegkruipen lijkt garant te staan voor geborgenheid en veiligheid. Uiteraard zeg ik dat allemaal niet. Ik kijk wel uit.
    Het zou mij kunnen karakteriseren als een afhankelijke, niet geëmancipeerde vrouw. Onwenselijk.

    De onverwachte ontboezeming heeft me wel aan het denken gezet.
    Zijn uitdijende torso heeft mijn zwemmaatje namelijk in het zwembad opgelopen. Welk risico om een vrouwelijke klerenkast te worden loop ik? Ik zwem niet zo vaak als hij, dus lijkt de kans daarop minimaal. Maar ik ben gewaarschuwd. Sportbeoefening moet echt met mate!
    Zo heb ik borsten en billen zien verdwijnen bij atletes. Of zie ik juist sportsters met ballonkuiten, bouwvakarmen en betonnen dijen. Hoe geweldig de prestaties ook, dat vind ik jammer. Dus houd ik me in om het vrouwenvlees zacht op de botten te bewaren.

    Laatst belde de waterrat mij op, of ik meeging extra banen trekken. Maar de schrik zat er nog in. Ik weerstond de verleiding en koos voor een middag bankhangen met een boek. Een vrouwenlijf vraagt offers.

    Navelpluis

    ‘Als ik niks brandbaars kan vinden, gebruik ik navelpluis’.
    De survivaller op tv lacht terwijl hij bezig is met het maken van een kampvuur. Nu ben ik afgeleid. Wat is in godsnaam navelpluis? Manlief zegt het ook niet te weten.

    Gewoon een flauwe grap? Of heeft het te maken met navelstaarders? Zo gericht op eigen denkbeelden dat ze vergeten verder te kijken? Navelpluis zou dan het symbolische stof verbeelden dat weggeveegd moet worden om nieuwe ideeën toe te laten. Of toch nog iets anders? Nu wil ik het weten ook.
    Google toont me een behaarde mannennavel waarin een wollig bolletje zit. Gefascineerd lees ik mijn man voor dat er een soort van lichaamshaar is ontdekt dat stukjes pluis opvangt en in de navel trekt. Pluis uit ondergoed, ontstaan door wrijving met lichaamsbeharing. Het treft voornamelijk oudere mannen.

    Het blijft stil. Als ik opkijk staart mijn man me verbouwereerd aan.
    ‘Dat heb ik sinds kort ook’ stamelt hij.
    Ik kijk hem meelevend aan. Deze week moest hij ook al verwerken dat hij bij sportevenementen een leeftijdscategorie is opgeschoven. Het is teveel ineens.
    ‘Dat kan kloppen, oudere mannen hebben ruwere beharing.’ De laatste woorden spreek ik zo zwoel mogelijk uit. Dat helpt.
    ‘Een sexy probleem dus?’ Zijn handen strelen de plek waar zijn navel zit.
    Ik voel een vuurtje ontbranden.

    De broer van Jezus

    Na een afspraak in Den Bosch wandel ik het station daar binnen, naar het perron voor de trein naar Culemborg waar mijn jongste dochter woont.
    Terwijl ik sta te wachten wil ik haar een berichtje sturen over mijn aankomsttijd. Ik zoek in mijn telefoon naar een netwerk en staar dan verbouwereerd naar het scherm: ‘debroervanjezus’. Met een slotje erachter.
    Ben ik getuige van de terugkeer van een broer van Jezus? Nieuwsgierig bekijk ik de mensen om mij heen. Hij kan niet ver zijn.

    De man van middelbare leeftijd misschien in zijn rommelig zittend donker pak? Nee, met zijn kort geknipte grijze haar oogt hij meer als een kantoorman. Ik twijfel, Jezus zou in deze tijd zijn hippielook ook hebben ingeruild voor iets eigentijdsers.
    De knul met sneakers, grote koptelefoon en een nonchalant omgehangen rugzak lijkt me te jong. Grijnzend om mijn bizarre gedachten word ik me opeens bewust van een geluid achter mij en draai me om.
    Het is mijn trein die zonder dat ik het gemerkt heb binnengekomen is en nu vertrekt. Zachtjes vervloek ik Jezus’ broer.

    Thuis suggereert mijn man dat ‘De broer van Jezus’ vast een café in de stationsbuurt is.
    Ik google, maar kan niets vinden.
    De broer van Jezus: hij is onder ons en reist per trein. Ongelofelijk.

    Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén