Na een afspraak in Den Bosch wandel ik het station daar binnen, naar het perron voor de trein naar Culemborg waar mijn jongste dochter woont.
Terwijl ik sta te wachten wil ik haar een berichtje sturen over mijn aankomsttijd. Ik zoek in mijn telefoon naar een netwerk en staar dan verbouwereerd naar het scherm: ‘debroervanjezus’. Met een slotje erachter.
Ben ik getuige van de terugkeer van een broer van Jezus? Nieuwsgierig bekijk ik de mensen om mij heen. Hij kan niet ver zijn.

De man van middelbare leeftijd misschien in zijn rommelig zittend donker pak? Nee, met zijn kort geknipte grijze haar oogt hij meer als een kantoorman. Ik twijfel, Jezus zou in deze tijd zijn hippielook ook hebben ingeruild voor iets eigentijdsers.
De knul met sneakers, grote koptelefoon en een nonchalant omgehangen rugzak lijkt me te jong. Grijnzend om mijn bizarre gedachten word ik me opeens bewust van een geluid achter mij en draai me om.
Het is mijn trein die zonder dat ik het gemerkt heb binnengekomen is en nu vertrekt. Zachtjes vervloek ik Jezus’ broer.

Thuis suggereert mijn man dat ‘De broer van Jezus’ vast een café in de stationsbuurt is.
Ik google, maar kan niets vinden.
De broer van Jezus: hij is onder ons en reist per trein. Ongelofelijk.