Ina Hollander

Columnist

  • Categorie: Gerbrandy & Hollander (Pagina 1 van 7)

    Schrijverschap (1)

    Hoi Ina,

    Soms wordt mij gevraagd: waarom schrijf je geen boek? Dan antwoord ik dat ik daar nog niet aan toe ben. De waarheid is dat ik te onrustig ben om mij elke dag in een studeerkamer op te sluiten om aan een boek te werken. Ik wil afwisseling in mijn werk, de hort op.
    De afgelopen drie jaar heb ik een verhaal voor drie verhalenbundels geschreven. Voor de bundel 25 Obsessies verdiepte ik mij in het levensverhaal van mijn moeder, voor 23 x Zwart Licht maakte ik kennis met het schrijven van een spannend verhaal en voor 19 x Soms Niet ervaarde ik hoe leuk het is om samen met mijn zus Femke aan een verhaal te werken. Tijdens elk verhaal ontdekte ik nieuwe aspecten van het schrijverschap. Een leerzaam proces, waarin ik mij als schrijver op een andere manier leerde kennen.

    Ik leerde vooral dat ik het lastig vind om fictie te schrijven. Als journalist haal ik mijn informatie uit interviews, bijeenkomsten, gesprekken, vergaderingen, websites, (nieuws)brieven, persberichten en noem maar op. Ik noteer of bestudeer wat een ander zegt of schrijft en maak aan de hand van die informatie artikelen en verhalen. Bij het schrijven van een verhaal voor een boek ben ik op mijn fantasie aangewezen. Op mijn dikke duim. Nou, dat valt niet mee. Dertig jaar journalistiek zit zo diep in mij verankerd, dat ik het moeilijk vind uit mijn comfortzone te stappen.
    Toch heeft het schrijven van verhalen mij veel gebracht. Het was interessant om samen met een uitgever, Godijn Publishing, te werken. De verhalen werden door drie redacteuren beoordeeld, van elke redactieronde leer je hoe je een verhaal nog sterker, beter kan maken. Die tips nam ik mee in mijn journalistieke werk. Ik ben ‘strakker’ gaan schrijven, probeer bijwoorden te vermijden als ze niet functioneel zijn, al moet een bijwoordje op z’n tijd kunnen. Ik let erop actief te schrijven en ben allergisch voor ‘wollige’ teksten.

    Het schrijven van korte verhalen was een leuke en leerzame ervaring. Maar een heel boek? Poeh, dat is andere koek. Zoals ik al schreef, ligt mijn hart niet bij fictie. Non-fictie ligt dan meer voor de hand of het schrijven van een biografie. Het schijnt goed te zijn voor je naamsbekendheid om als journalist of tekstprofessional een boek op je cv te hebben, maar je moet wel tijd maken om dat boek te schrijven. Dat betekent dat je keuzes moet maken. Ik wil in deze fase van mijn leven niet al mijn schrijftijd in een boek te steken. Laat mij maar lekker teksten en journalistieke verhalen schrijven. Ik houd van reuring om mij heen.

    Bovendien: er moet brood op de plank komen. Volgens Frank Noë, hoofdredacteur van Schrijven Magazine en Schrijven Online, droomt één miljoen mensen ervan ooit een boek te schrijven, maar een enkeling kan ervan leven. Als je niet Astrid Holleeder, Jet van Nieuwkerk of om mijn part Gordon heet, kom dan maar eens bovendrijven met je boek. Uit cijfers van de KVB Boekwerk Monitor blijkt dat de helft van de boekenomzet in 2017 afkomstig is uit de verkoop van 2 procent van alle beschikbare titels. Zie dan maar eens een bestseller te schrijven.

    Ina, wat is jouw grote schrijversdroom?

    Annemarie Gerbrandy, 1967, is journalist, tekstschrijver en blogger bij Klare Taal. Zij heeft veel ervaring in de agribusiness, maar draait haar hand ook niet om voor onderwerpen over duurzame energie, samenleving en leescultuur. Ze is getrouwd met Ton en heeft twee zoons in de puberleeftijd. Verschenen: ’25 Obsessies’ – Het geheim van mijn moeder
    www.annemariegerbrandy.nl

    Annemarie en Ina bloggen in ‘Gerbrandy & Hollander’ over menige kwestie die hun intrigeert, emotioneert, frustreert, choqueert of charmeert.

    Gewichtig (2)

    Hoi Ina,

    Maak je niet dik? Je moet het maar kunnen!

    Onlangs liep ik de City Run, een 10-km wedstrijd dwars door Alkmaar en in het donker. Ik ben geen snelle loper en doe vooral voor mijn plezier mee. Ik hoef mijzelf niet meer te bewijzen, die tijd heb ik immers gehad? Maar een hardloper wil een doel hebben. Dus had ik een streeftijd in mijn hoofd.
    Tot mijn vreugde en verbazing liep ik zelfs sneller dan mijn streeftijd. Dat gaf een euforisch gevoel. Tot ik de statistieken erbij pakte en zag dat ik op de laatste 5 kilometer een verval van 1,5 minuut had ten opzichte van de eerste 5 km. Een lichte teleurstelling overviel mij. Had ik sneller gekund?

    Misschien wel. Maar waar maakte ik mij eigenlijk druk om? Wat is 1,5 minuut op dat dikke uur dat ik door Alkmaar rende? Wat is 90 seconden op een heel mensenleven? Ik moet eerlijk toegeven dat ik de tweede helft van de City Run veel lekkerder heb gelopen dan de eerste helft. Relaxter. Ik kon meer genieten van wat erom mij heen gebeurde en mijn tempo paste beter bij mijn fysiek.
    Ik dacht dat ik redelijk had geaccepteerd dat ik geen snelle loper ben. Ik train nu bijna anderhalf jaar bij een hardloopgroep en doe dat met veel plezier. Ik ben in die tijd niet veel sneller geworden, ondanks dat de trainingen vrij pittig zijn. Wel is mijn conditie een stuk verbeterd en kan ik zonder veel problemen een 10 km achter elkaar hardlopen. Mijn uitdaging ligt eerder in een langere duurloop dan in het sneller worden. Je mag best een doel hebben, maar die moet wel realistisch zijn.

    Iets anders waar ik mij momenteel behoorlijk dik om maak, is de examens van onze jongens. Ze doen allebei havo-examen en dat legt een behoorlijke druk op ons huishouden. Ik ben ze voortdurend aan het pushen om hun examens te leren – ik word soms doodmoe van mijzelf – maar ze moeten het zelf doen.

    In mijn ogen kunnen ze iets harder studeren, maar of dat realistisch is, weet ik niet. De oudste staat er goed voor en kan bijna niet meer zakken, voor de jongste wordt het nog erg spannend. Ik was zelf een strebertje, hoewel de middelbare school mij niet kwam aanwaaien. Ook in mijn werk ben ik niet snel tevreden. Ik moet er dus voor oppassen dat ik niet doordraaf: zowel privé als in mijn job.
    Soms vraag ik mij af: waar maak je je zo dik om? Je moest eens weten hoe vaak ik mij dik maak om niets. Of ik maak mij druk om zaken waar ik geen invloed op heb. Het zit in mijn karakter en zolang ik mij daarvan bewust ben, kan ik ermee leven. Vermoeiend is het wel. Er wordt gezegd dat het minder wordt als je ouder wordt. Helaas, ik merk er nog niets van.

    Annemarie Gerbrandy, 1967, is journalist, tekstschrijver en blogger bij Klare Taal. Zij heeft veel ervaring in de agribusiness, maar draait haar hand ook niet om voor onderwerpen over duurzame energie, samenleving en leescultuur. Ze is getrouwd met Ton en heeft twee zoons in de puberleeftijd. Verschenen: ’25 Obsessies’ – Het geheim van mijn moeder
    www.annemariegerbrandy.nl

    Annemarie en Ina bloggen in ‘Gerbrandy & Hollander’ over menige kwestie die hun intrigeert, emotioneert, frustreert, choqueert of charmeert.

    Gewichtig (1)

    Hoi Annemarie,

    Nog iets meegekregen van Koningsdag? En dan bedoel ik vooral de beelden van de koninklijke familie.
    Zelf dook ik na een rondje vrijmarkt lekker op de bank met een oranjesoes. Rechtstreeks uitgezonden beelden bekijken heeft iets extra’s, vind ik. En ik kreeg wat ik wilde; vrolijkheid, gezelligheid en taferelen van uitbundige mensen in een zonnig, prachtig Groningen. Ongedwongen en ongecompliceerd. Nederland zoals Nederland zich graag presenteert aan de wereld.

    Totdat je op Twitter kijkt, wat ik niet deed, maar waar ik later via de media alles van meekreeg. Al waren het vooral trollentweets, zoals de Volkskrant stelde. Het zieke commentaar op het uiterlijk van Amalia, een tiener van veertien. Het meisje, of liever gezegd haar jonge, volop in ontwikkeling zijnde lijf, was het gesprek van de dag. Walgelijk, mensen die vinden dat overal en altijd de eigen mening geventileerd mag worden. Gefundeerd of niet: vrijheid van meningsuiting mag over grenzen van fatsoen heengaan. Kwetsend of niet. Het recht van spreken geeft soms domheid het woord.

    In de loop van de lagere school was ik een stevig meisje geworden. En niet omdat ik teveel at of snoepte. Thuis was altijd fruit voor handen en een grote koek en chips kregen we alleen op zaterdagavond.
    Mijn moeder was erg van de drie R’s en regelmatig verantwoord eten viel daar beslist onder.
    Mijn broers en zusje waren slanke kinderen, ik week daarvan af. Het maakte mij erg onzeker, stil en verlegen. En hoewel ik niet gepest werd, voelde ik me lelijker en dommer dan mijn klasgenoten.

    Die combinatie lelijk en dom is trouwens nergens op gebaseerd, maar wat ik zag was dat, in mijn ogen, goeduitziende meiden meer aandacht kregen en hun
    mening meer gewicht. Wat slimmer lijkt.
    Dit heb ik achteraf zo geïnterpreteerd.
    Mij zag je echt nooit op de voorgrond treden.

    In de laatste klas van de lagere school gingen we met de klas op schoolreisje naar het oorlogsmuseum in Overloon.
    Daar werd ook de klassenfoto gemaakt.
    Terwijl we bezig waren met het zoeken naar de juiste opstelling voor de fotograaf, zei de meester tegen mij: ‘Ik ga wel achter jou staan, dikkerdje.’
    Met alle klasgenoten om mij heen, Annemarie! Ik wilde wel door de grond zakken en vooral naar huis.

    Ik had de leeftijd van Amalia toen ik door een leerkracht op de middelbare school uit de klas werd gehaald. Op de gang vroeg ze mij of ik misschien een ziekte had. Gelukkig kon ik daar met een nee op antwoorden. Had ik dan misschien last van wormen?
    Last van wormen kwam volgens mij in die tijd regelmatig voor door het eten van (te) rauw vlees. Ik was toen al vegetariër, dus dat was uitgesloten.

    De zorg van de leerkracht kwam door mijn verschijning die in korte tijd een stuk dunner was geworden.
    De oorzaak was simpel: puberteit met bijbehorende hormonen. Ik had daar totaal geen grip op.

    Daar moest ik allemaal aan denken toen ik die shit over het veertienjarige meisje zag.

    Amalia, fuck het domme klootjesvolk!

    Annemarie, waar maak jij je dik om?

    Annemarie en Ina bloggen in ‘Gerbrandy & Hollander’ over menige kwestie die hun intrigeert, emotioneert, frustreert, choqueert of charmeert.

    Facebookmoe (2)

    Facebook de deur uit; het is zelfs Arjen Lubach niet gelukt met zijn oproep om iedereen z’n account te laten verwijderen.

    Ik vond de actie van Lubach mooi, hoopte half dat iedereen zou meedoen zodat het voor mij een eitje was om mijn account te verwijderen. Blijkbaar dacht het gros van de Facebookgebruikers net zo. Daar was ik ook wel opgelucht over.
    Iets massaal doen omdat één man dat zegt vind ik eng klinken. Keuzes maken omdat je er zelf goed over na hebt gedacht, veel beter.

    Facebook wordt aangepakt wat het privacybeleid betreft en dat is natuurlijk uitstekend.
    Ik las deze week dat ook de Kamer van Koophandel gegevens doorspeelt voor commerciële doeleinden. En wist jij al dat de anonieme misdaad tiptelefoon informatie doorverkoopt?
    Natuurlijk is dat het topje van de ijsberg. Wil je geen risico lopen dan moet je van het hele internet af. Maar daar zijn we al te afhankelijk voor.

    De opruiming van nepprofielen door Dotan tikte trouwens wel lekker aan, zeg!
    Was hij nou slim of uiteindelijk toch een sukkel?
    Dit raakt bij mij hetgeen waar ik doodmoe van word: de constante schreeuw om aandacht op allerlei sociale platformen. Gezien worden, daar gaat het om. Verkoopcijfers hebben vaker te maken met juiste marketing, dan dat ze iets zeggen over de kwaliteit.
    Ik geloof dat direct.

    Een soort van ratrace waar je aan mee moet doen, anders besta je niet.
    Met onze blogs op Facebook doen wij eraan mee, maar eigenlijk een beetje klungelig. We vergeten weleens wat. Om ons te profileren zouden we er dagelijks mee bezig moeten zijn. Geldt voor mij persoonlijk ook voor mijn boek ‘Vijftig’. Dat is fout, dan red je het niet.
    Een prachtig boek verkoopt zichzelf allang niet meer, want het aanbod van boeken is overweldigend.
    We moet harder om aandacht blèren, Annemarie!

    Gemakzucht of juist ongemak?

    Ik zit op Twitter, Instagram, LinkedIn en Facebook. De eerste drie doe ik nauwelijks iets mee. Af en toe in een bevlieging, en dan neem ik me voor regelmatig iets te posten. Dat mislukt altijd. Ik geloof het eigenlijk wel.

    Vele anderen zie ik het wel doen op Facebook. Ze reageren overal op en posten van alles en nog wat. Hartstikke goed, maar ik word er moe van en voel dan steeds iets van falen.

    Dan heb ik het nog niet eens over het maken van selfies, daar ben ik ook een mislukkeling in.
    Misschien ben ik meer van de, dik, vorige eeuw dan ik wil toegeven.

    Annemarie en Ina bloggen in ‘Gerbrandy & Hollander’ over menige kwestie die hun intrigeert, emotioneert, frustreert, choqueert of charmeert.

    Facebookmoe (1)

    Hoi Ina,

    Ik ben moe. Doodmoe. Ik ben Facebookmoe. Ik kan mij er niet meer toe zetten om dagelijks door mijn timeline te scrollen om hier en daar een like uit te delen of een comment te plaatsen. Het lijkt of de Facebookmagie is uitgewerkt. Ben ik op zoek naar wat anders? Ik weet het niet.
    Mijn Facebookmoeheid dateert al van voor het privacy-schandaal. Begin dit jaar haalde ik de Facebookapp van mijn telefoon en ook Messenger ging eraf. Ik kan mij niet vinden in de algoritmes van Facebook: het platform laat mij te veel zogenaamde topverslagen zien, terwijl ik juist ben geïnteresseerd in recente posts van mensen die ik ken. Mijn timeline wordt steeds chaotischer met veel rommel en reclame. Soms zie ik door de bomen het bos niet meer en klik ik na een paar seconden alweer weg.

    Het is allang geen nieuws meer dat je privacy niet veilig is op Facebook. Ik vind het hondsbrutaal om persoonlijke informatie van miljoenen gebruikers, zonder hun medeweten en toestemming, te verzamelen en die data in te zetten om gericht politieke advertenties te tonen, maar het verbaast mij niet. Facebook belooft uit monde van CEO Mark Zuckerberg om aanpassingen in het privacybeleid te maken, maar ik zou mij niet al te veilig wanen. Facebook lééft van advertenties, het platform blijft je onlinegedrag echt wel volgen. Ik krijg de laatste tijd ook steeds vaker vriendschapsverzoeken van nepprofielen. Nog een reden om zeer voorzichtig met Facebook te zijn.

    Ik heb overwogen mijn Facebookaccount te verwijderen, maar dat vind ik een te grote stap, dat durf ik nog niet. Zo nu en dan zie ik best leuke posts voorbijkomen, ik blijf via Facebook – zij het nu een stuk minder – op de hoogte van het wel en wee van Facebookvrienden. Soms vind ik het leuk om zelf een post op het platform te plaatsen. Dat moet dan wel een foto zijn, alleen tekst of een leuke blog wordt bijna niet meer gelezen. Dat brengt mij gelijk op een volgende persoonlijke ergernis van veel sociale media: het is allemaal zo oppervlakkig. Maar goed, ook dat is een open deur.

    Ik ben niet alleen Facebookmoe. Twitteren doe ik ook nog weinig, een paar Tweets per maand. Ik gebruik Twitter vooral als zoekmachine voor mijn werk, daar vind ik het een handig medium voor. Instagram is niet mijn ding, ik ben geen beelddenker. Ik heb ooit een account op Instagram gehad, maar dat werd al snel gehackt, waardoor ik foto’s van vrouwen in bikini’s ging versturen. Daar baalde ik zo van, dat ik het account acuut heb verwijderd. LinkedIn vind ik wel een interessant platform, maar daar doe ik actief te weinig mee. Deels uit tijdgebrek, deels uit (valse) bescheidenheid. Ik kom er geregeld een leuke blog of tip tegen, waar ik mijn voordeel mee kan doen. Ik denk dat LinkedIn op dit moment voor mij het meest interessante sociale medium is.

    Is het nu schijnheilig om dit blog op Facebook te delen? Ik denk het wel, maar ik doe het toch. Mocht je mij niet meer zo vaak op Facebook zien, dan weet je wat daar de reden van is.

    Ina, waar word jij doodmoe van?

    Annemarie Gerbrandy, 1967, is journalist, tekstschrijver en blogger bij Klare Taal. Zij heeft veel ervaring in de agribusiness, maar draait haar hand ook niet om voor onderwerpen over duurzame energie, samenleving en leescultuur. Ze is getrouwd met Ton en heeft twee zoons in de puberleeftijd. Verschenen: ’25 Obsessies’ – Het geheim van mijn moeder
    www.annemariegerbrandy.nl

    Annemarie en Ina bloggen in ‘Gerbrandy & Hollander’ over menige kwestie die hun intrigeert, emotioneert, frustreert, choqueert of charmeert.

    Donor (2)

    Hoi Ina,

    Ooit had ik een donorcodicil op zak. Een verfomfaaid papiertje, op een prominente plek in mijn portemonnee. Op een dag is het papiertje verdwenen. Ik weet niet meer wanneer en waarom, maar opeens was ik geen donor meer.

    Met de invoering van de huidige donorwet (dus niet de nieuwe) ‘vergat’ ik vast te leggen om na mijn overlijden mijn organen beschikbaar te stellen. Waarom? Ik weet het niet. Ik denk dat het net als bij jou dat onzichtbare drempeltje was waar ik overheen moest stappen. Ik denk ook dat op de achtergrond het gesprek meespeelde dat ik tijdens mijn studententijd met een huisgenootje had. Zij biechtte op een avond op dat zij haar donorcodicil had weggegooid, omdat ze bang was dat ze met het papiertje op zak snel dood zou gaan. Met twee hele kleine kinderen wilde ik mij best als donor registreren; maar die organen, die hield ik liever nog een tijdje in mijn eigen lijf!

    Ik denk dat ik best het een en ander te bieden heb. Ik mag dan een hoge bloeddruk hebben, mijn hart is nog goed, zo liet een cardioloog mij een paar jaar geleden weten. Ik rook niet en drink met mate, ik ga ervanuit dat mijn longen en lever oké zijn. Ook mijn nieren functioneren prima, weet ik uit onderzoek. Ik doe mijn best zo goed mogelijk op mijn lichaam te passen, ik zou een goede donor kunnen zijn. Daarom ben ik – net als jij – blij met de nieuwe donorwet. Deze wet was zelfs een reden voor mij om tijdens de verkiezingen van vorig jaar op initiatiefneemster Pia Dijkstra te stemmen.

    De discussie rondom donorregistratie is de laatste tijd hot. Zo leverde een oproep van de familie van de 23-jarige Oscar Westbroek, een leukemiepatiënt die al een paar jaar op zoek was naar een geschikte stamceldonor, duizenden nieuwe stamceldonoren op. Deels door zijn Indische achtergrond was het voor hem heel moeilijk een goede donor te vinden. Helaas is Oscar onlangs overleden. De 26-jarige Duitse voetballer Lennart Thy van VVV onderging vorige week een stamceltransplantatie en kan daarmee het leven redden van een leukemiepatiënt. Zonder de wedstrijd te spelen, werd hij tot ‘man of the match’ uitgeroepen tijdens de voetbalwedstrijd PSV-VVV. Hij vervult daarmee een voorbeeldfunctie voor vele (jonge) mensen.

    Ina, het wordt tijd dat ik mijn verantwoordelijkheid neem en mij laat registreren. Ik kan wachten op de nieuwe wet, maar die wordt pas in de zomer van 2020 van kracht. De donorwet betekent in principe dat wanneer ik de komende jaren niets doe, ik vanzelf een keer als ‘geen bezwaar’ wordt geregistreerd. Liever maak ik die beslissing zelf en aangezien ik toch wel weet dat ik mijn organen na mijn dood beschikbaar wil stellen, kan ik dat natuurlijk ook zelf aangeven. Ik denk dat ik de komende tijd hierover een stevige discussie met mijzelf ga voeren. Je mag mij er over een paar maanden op aanspreken!

    Annemarie Gerbrandy, 1967, is journalist, tekstschrijver en blogger bij Klare Taal. Zij heeft veel ervaring in de agribusiness, maar draait haar hand ook niet om voor onderwerpen over duurzame energie, samenleving en leescultuur. Ze is getrouwd met Ton en heeft twee zoons in de puberleeftijd. Verschenen: ’25 Obsessies’ – Het geheim van mijn moeder
    www.annemariegerbrandy.nl

    Annemarie en Ina bloggen in ‘Gerbrandy & Hollander’ over menige kwestie die hun intrigeert, emotioneert, frustreert, choqueert of charmeert.

    Donor (1)

    Hoi Annemarie,

    Vorige week heb ik bloed gedoneerd aan de bloedbank. De voorlaatste keer was alweer jaren geleden en dat knaagde aan mijn geweten. Dus tegelijkertijd met het wegvloeiende bloed stroomde tevredenheid mijn lijf binnen. Ik voelde me een goed mens.
    Mijn bloedgroep is namelijk een hit onder de bloedsoorten. Ik behoor tot de zes procent van de bevolking met bloedgroep O-negatief. Dat op zich maakt het niet bijzonder, wel dat ieder mens mijn bloed kan ontvangen, ongeacht de eigen bloedgroep. Dat is uniek.
    Verdomde handig dus als er acuut bloed gegeven moet worden en het bloedtype van de ontvanger niet bekend is.
    Het is mijn brave burgerplicht naar de samenleving toe, zeg maar.

    Toch is mijn bloed alleen niet genoeg, mijn organen zijn ook zeer gewild. Bij leven mag ik er vrijelijk over beschikken, daarna inleveren. Anderen kunnen dan dankzij mijn warm kloppend hart een nieuw leven starten.
    Of met mijn lever dat geen drankprobleem kent. Roken heb ik nooit gedaan dus mijn longen zullen ook vast iemand kunnen helpen. De conditie van mijn nieren is goed, alleen mijn huid is blank met sproeten, die past niet iedereen. Mijn bril geef ik als bonus bij mijn ogen.
    Ik heb dus best wat te bieden.

    Vanaf mijn achttiende had ik een donorcodicil in mijn portemonnee. Met plakband had ik het geplastificeerd zodat het papiertje met mijn toestemming voor orgaantransplantatie goed zichtbaar en intact bleef. Jaren en jaren heeft het daar in gezeten, totdat ik het op een dag kwijtraakte.

    Ik verving het niet, terwijl ik wel steeds bedacht dat ik dat eigenlijk nog een keer moest doen.
    De onbevangenheid waarmee ik het op mijn achttiende deed was weg. Een onzichtbaar drempeltje stelde de aanvraag van een nieuw codicil uit. Steeds als het ter sprake kwam voelde ik me ongemakkelijk, maar tot actie kwam ik niet.

    Met geloof heeft het niets te maken. Ik heb niets met goden, een hemel of hel. Als er al iets van mij overgaat naar een ander oord dan zal het onstoffelijk zijn. Ik weet natuurlijk niet of het zo is, maar ik vind het een leuke gedachte.

    Dus waarom niet dat papiertje ingevuld??

    Later kreeg iedereen formulieren toegestuurd waarop je alleen maar een ‘Ja’ of een ‘Nee’ hoefde aan te vinken. Om het nog makkelijker te maken kon het zonder postzegel verstuurd worden. Theo deed het direct en later ook mijn oudste dochter toen ze achttien werd.
    Super vond ik dat. En zo hoorde het, vond ik ook nog. Desondanks bleef die van mij liggen op de stapel nog te behandelen post. Ik vond mezelf slap en hypocriet maar deed niks.
    Terwijl ik het wel belangrijk vind!
    Echt, Annemarie!

    Een patiënt, geregistreerd als donor, mag van mij ook voorrang krijgen bij een eventuele transplantatie.

    Eigenlijk ben ik dus opgelucht dat de donorwet is aangenomen. Ik hoef niks te doen, behalve als ik het niet wil. Dan kan ik dat simpel melden.

    Dat doe ik niet. Ik doe niks. Het is goed.
    Ik ben nu orgaandonor. De wijze waarop verdient echter geen schoonheidsprijs.

    Annemarie, geef jij iets van je lijf weg?

    Annemarie en Ina bloggen in ‘Gerbrandy & Hollander’ over menige kwestie die hun intrigeert, emotioneert, frustreert, choqueert of charmeert.

    .

    Luizenmoeder (2)

    Hoi Annemarie,

    Mijn guilty pleasure is echt beschamend!
    Ik vertel het je straks, even geduld.

    Het laat je misschien van je stoel vallen, maar het was Theo die zei dat we naar de luizenmoeder moesten kijken. Hij had enthousiaste verhalen van zijn collega’s gehoord over de eerste afleveringen.

    Juf Ank stal direct mijn hart. Wat zou ik graag voor haar invallen! Heerlijke rol.
    Ouders die de ‘buitenklas’ vormen waar je dezelfde groepsdynamica ziet als bij de kinderen in de klas. Vermakelijke tv met karikaturen die je een speelse spiegel voorhouden. Wat kunnen we allemaal toch sneue types zijn als we niet uitkijken. Het wordt heerlijk neergezet.
    Maar het is nou ook weer niet zo dat ik er zondagavond klaar voor zit. Dan gaat ‘Door het hart van China’ voor.

    Jouw vraag deed me met een schok beseffen welk programma mij stiekem genot verschaft. Voor het kijken naar De Luizenmoeder hoef je geen gêne te voelen, maar voor wat ik nu ga noemen…

    Ik kijk met steeds weer groeiende opwinding naar Shownieuws op SBS-6. Ik sluit er doordeweeks meestal de dag mee af voordat ik naar bed ga. Het is een vreselijk programma waarvan ik vind dat het zonde van je tijd is om naar te kijken. En toch doe ik het: keer op keer.

    Nooit zal ik een Story, Weekend of Privé inkijken. Ook niet stiekem bij de kapper of in de supermarkt, maar van Shownieuws smul ik heerlijk walgend zolang het duurt.

    Ik raak verrukt van de manier waarop de presentatoren met de grootste empathie kunnen uitweiden over ‘heftige’ gebeurtenissen. Over de artiest die niet aan zijn nachtrust toekomt omdat zijn baby tandjes krijgt en daardoor veel huilt. Recht in de camera wensen ze de jonge vader veel sterkte toe in deze moeilijke tijd. En als ik in de aankondigingen van het programma zie dat Dreetje zijn Monique alleen laat, dan wil ik het weten. Natuurlijk gaat het dan niet om een scheiding, maar moet hij gewoon voor zijn werk een paar dagen weg.
    Theatraal hou ik dan geschokt een hand voor mijn mond en kruip snotterend tegen Theo aan. ‘Wat afschuwelijk voor Monique’.
    En de blijdschap waarmee verteld wordt dat de ‘Rensjes’ weer op een roze wolk zitten.
    Schiet mij maar lek. ‘Heb je het gehoord?’ roep ik naar mijn zoon die zich rot ergert aan dat “domme programma”. Soms moet ik “normaal” doen, een andere keer kan hij erom lachen. Hij weet dat ik het erom doe.

    Het is lekkere interactieve en ontspannen tv vlak voor het slapen gaan.

    Annemarie, ik voel oprecht medeleven met de presentatoren. Het verkondigen van roddel en onbenulligheden als serieus werk zien. Ik kan er met ongeloof naar kijken. Vinden ze in alle ernst dat ze belangrijk nieuws brengen, denk ik dan. En erachteraan: ga een echte baan zoeken.

    Maar eerlijk is eerlijk: als ze me een baan aan zouden bieden, zou ik het in overweging nemen. Een oprechte presentator spelen! Een dramatischer rol bestaat niet.

    Annemarie en Ina bloggen in ‘Gerbrandy & Hollander’ over menige kwestie die hun intrigeert, emotioneert, frustreert, choqueert of charmeert.

    Luizenmoeder (1)

    Hoi Ina,

    Ik geef het toe: ik kijk naar De Luizenmoeder. En ik vind het nog leuk ook! Hoewel de basisschoolperiode alweer een tijdje achter mij ligt, is het nog heel herkenbaar. Houd je als moeder maar eens staande in de arena die het schoolplein heet!

    Ik ben niet de enige die naar De Luizenmoeder kijkt. De uitzending van vorige week zondag werd door 3,5 miljoen mensen bekeken, de terugkijkers niet meegeteld. Blijkbaar is er veel behoefte aan een serie over de schoolbelevenissen van Juf Ank en consorten, mogelijk omdat het zo lekker politiek incorrect is. Hoewel ik soms met kromme tenen en dichtgeknepen billen op de bank zit, kan ik er ook heerlijk om lachen. Een half uurtje Luizenmoeder doet de mens goed.

    Ik ben overigens geen Luizenmoeder-kijker van het eerste uur. Ik zag de trailers op tv voorbijkomen en ik vond het ook wel grappig, maar ik heb zondagavond tussen half 9 en 9 uur betere dingen te doen, vond ik. Toen bleek dat ‘iedereen‘ naar deze comedyserie keek, besloot ik ook een poging te wagen. Na mijn eerste (de derde op NPO3) aflevering was ik nog niet geheel overtuigd – hoewel ik wel kon meepraten – maar na aflevering 4 was ik om.

    Ina, ik moet toegeven, ik vond het schoolplein soms een arena. Ik kom niet uit de Egmonden en dan heb je hier een ‘achterstandje’. Gelukkig waren er genoeg andere importmoeders met wie je wel een praatje kon aanknopen. Ik ben een paar jaar leesmoeder geweest, heb vier jaar als secretaris in de ouderraad gezeten en ik hielp regelmatig mee met activiteiten in de klas. Ik merkte wel dat naarmate de jongens ouder werden, mijn betrokkenheid bij school verminderde. Luizenmoeder ben ik nooit geweest. Die kriebelbeestjes op mijn hoofd: ik moest er niet aan denken.
    Hoewel ik WhatsApp de beste uitvinding van de 21ste eeuw vind, ben ik blij dat er in die tijd nog geen groepsapps waren. Ik moet er echt niet-aan-den-ken! Onze kinderen mochten jarig zijn op de dag dat ze écht jarig waren. En de vriendjes die ze op hun partijtje wilden uitnodigen, waren in het dagelijks leven ook hun vriendjes. De traktaties hoefden niet suikervrij en caloriearm te zijn, al werd een gezonde traktatie wel op prijs gesteld. 10-minutengesprekken waren 10-minutengesprekken, ik hoefde niet te glanzen en de juf om mijn part ook niet. Ik weet niet of het tegenwoordig echt zo op die basisscholen toegaat, maar zo ja, dan heb ik medelijden met de ouders.

    En met de leerkrachten? Misschien ook wel. Hoewel de openheid op onze school destijds te wensen overliet. Onbegrijpelijke klassenindelingen, kinderen die plotseling bleven zitten, leerkrachten die zomaar van het toneel verdwenen en een wat oudere juf met opeens een andere achternaam: er gebeurde veel zaken waarvan de ouders niet op de hoogte werden gesteld. Dat wekte wrevel en dat kon ik mij wel voorstellen. Ik herinner mij zelfs een handtekeningactie tijdens de avondvierdaagse. Over de klassenindeling, geloof ik.

    De enige keer dat ik mij echt heb geërgerd, was tijdens het kerstdiner van onze jongste in groep 8. Ik was vergeten bord en bestek voor het diner mee te geven en kreeg een enorme uitbrander van de juf. Alsof ik een klein kind was! Tien jaar lang had ik elke keer tijdens het diner van alles meegesleept naar school, de allerlaatste keer vergat ik het en was ik stout. Toen wist ik zeker dat ik de basisschool als moeder was ontgroeid.
    Zondagavond zit ik weer op de bank. Lekker ongegeneerd De Luizenmoeder kijken. En stiekem heel blij zijn dat ik maandag niet op het schoolplein hoef te staan.

    Ina, welke tv-serie is jouw guilty pleasure?

    Annemarie Gerbrandy, 1967, is journalist, tekstschrijver en blogger bij Klare Taal. Zij heeft veel ervaring in de agribusiness, maar draait haar hand ook niet om voor onderwerpen over duurzame energie, samenleving en leescultuur. Ze is getrouwd met Ton en heeft twee zoons in de puberleeftijd. Verschenen: ’25 Obsessies’ – Het geheim van mijn moeder
    www.annemariegerbrandy.nl

    Annemarie en Ina bloggen in ‘Gerbrandy & Hollander’ over menige kwestie die hun intrigeert, emotioneert, frustreert, choqueert of charmeert.

    Campinglife (2)

    Hoi Ina,

    Houd jij van kamperen, vroeg je in je vorige blog. Ja en nee. Ik zou er nu niet meer aan moeten denken, maar in mijn ‘roaring twenties’ heb ik met veel plezier gekampeerd.

    Mijn ouders hielden absoluut niet van kamperen. In mijn jeugd gingen we meestal op vakantie naar een huisje, eerst van particuliere verhuurders, later op een van de vakantieparken, die in die tijd als paddenstoelen uit de grond schoten. Ik herinner mij geweldige vakanties aan het Veerse meer in Zeeland, vol kinderen en activiteiten. Zo’n park was net een camping, alleen ons onderkomen was wat luxer.

    Na mijn vwo-examen, ik was toen 18 jaar, ging ik met een vriendin voor het eerst kamperen, in Drenthe. We leenden een tent, onze ouders brachten de spullen en wij gingen er op de fiets achteraan. Het was nog geen zomervakantie, de camping werd vooral bevolkt door pensionado met vaste staplaatsen. Maar we hadden het er geweldig naar ons zin. Ondanks de ongewenste indringer, die al in de eerste nacht een piepklein gaatje in onze tent knaagde en zich vervolgens te goed deed aan brood, koek en macaroni. En ondanks de enge man, die een nacht in een tentje tegenover ons sliep en achteraf toch niet zo eng bleek te zijn…

    In mijn studententijd heb ik heel wat afgekampeerd. Deels door gebrek aan geld voor duurdere vakanties en deels omdat ik het gewoon leuk vond. Ik had vrienden met een auto, we gingen naar Duitsland en Frankrijk en later met de bus naar Tsjechië. Of op fietsvakantie met vriendin Connie naar Engeland en Zwitserland. Die fietsvakanties waren één grote uitdaging. De route was niet altijd even vlak en in Engeland fietsten we bij gebrek aan fietspaden over de snelweg en dwars door Londen. Onze bagage bestond uit wat sportkleding, een warme trui en één onderbroek. Meer hadden we niet nodig. In fietsbroeken draag je immers geen ondergoed.

    Sinds ik boerin ben, wordt er niet meer gekampeerd. Die ene week per jaar die we met ons gezin op vakantie gaan, wil ik lekker luxe in een chalet, huisje, appartement of hotel zitten. Ik hoor van man en kinderen ook niet dat ze liever in een tent bivakkeren. Soms, heel soms, kriebelt het wel eens. Vooral als ik bij mooi weer een sportieve toerist bepakt en bezakt op fietsvakantie zie gaan. Maar alleen bij mooi weer, hoor. Als het de volgende dag weer regent, ben ik blij dat ik niet in een tent hoef te zitten. Geef mij maar een vakantieonderkomen met een waterdicht dak erboven.

    Ina, ik vind het dapper dat jij in je eigen huis tussen de bouwlampen en stellages kampeert. Wij hebben dat tijdens de verbouwing van onze keuken en woonkamer ook gedaan. Ik vond het vooral overleven en was blij dat ik na de puinhopen mijn eigen huis weer terug had. Ik houd van een bepaalde comfort, of dat nu thuis of op vakantie is. Ik denk niet dat ik ooit nog in een tent kruip!

    Annemarie Gerbrandy, 1967, is journalist, tekstschrijver en blogger bij Klare Taal. Zij heeft veel ervaring in de agribusiness, maar draait haar hand ook niet om voor onderwerpen over duurzame energie, samenleving en leescultuur. Ze is getrouwd met Ton en heeft twee zoons in de puberleeftijd. Verschenen: ’25 Obsessies’ – Het geheim van mijn moeder
    www.annemariegerbrandy.nl

    Annemarie en Ina bloggen in ‘Gerbrandy & Hollander’ over menige kwestie die hun intrigeert, emotioneert, frustreert, choqueert of charmeert.

    Pagina 1 of 7

    Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén