Ina Hollander

Columnist

  • Categorie: Treinen door Zwitserland (Pagina 1 van 2)

    Dag elf: van Zermatt naar Hoogkarspel

    We zijn nu een paar dagen thuis en kijken terug op een fantastische treinreis, zoveel gezien en zoveel gedaan in elf dagen! We zijn ervan overtuigd een heel goed beeld te hebben gekregen van Zwitserland. Een land dat te lijkt opgebouwd uit prachtige ansichtkaarten. We hebben genoten in het kwadraat. Voor mij was het derde keer dat ik een treinrondreis maakte, voor Theo de tweede keer en een volgende keer komt er vast en zeker. De relaxte manier van reizen bevalt ons, waardoor grote afstanden zonder al te veel inspanningen te overbruggen zijn. Waardering dan ook wederom voor de Treinreiswinkel in Amsterdam die alles perfect voor en in samenspraak met ons geregeld heeft. Het grote pakket met kaartjes, vouchers, reisschema’s met tips, suggesties, aandachtspunten etc. klopte van de eerste tot en met de laatste dag. Lekkerder vakantievieren is er niet 🙂

    Dan nu nog de laatste dag..

    Zodra ik wakker ben, gluur ik vanachter het gordijn naar de Matterhorn, is ie vandaag wel goed zichtbaar? Helaas, evenals gisteren is de top die de Matterhorn tot de Matterhorn maakt,in nevelen gehuld. Af en toe is er slechts een kleine glimp van te zien. Jammer dan, maar ach, nuchter gezien is het gewoon een berg zoals we er nu inmiddels zo veel hebben gezien.
    We hijsen ons in toonbare kledij en gaan, zoals geboekt, naar het ontbijtbuffet dat in het belendende hotel, Metropol, is.

    Metropol en Alfa horen bij elkaar, alleen is Metropol viersterren en Alfa twee omdat het wat oubolliger is, geen zwembad heeft en het uitstekende ontbijtbuffet bij de buren gelopen moet worden. Maar dat kan ons niks schelen, alles was wel schoon. Het personeel zelfs van een klasse zoals we dat niet eerder hadden meegemaakt. Gewoon is om bij binnenkomst direct tot inchecken over te gaan, hier wordt eerst handen geschud en de vraag gesteld hoe de reis was en alles naar wens is gegaan. Alles op een manier en toon die aan oprechtheid doet denken en niet aan professionele vriendelijkheid, waar op zich ook niets mis mee is. Bij het uitchecken exact zo. Er worden weer handen geschud, vragen gesteld als waar we nu naar toe gaan en met welk vervoersmiddel. Gewoon gezellig.

    We hebben vandaag de keuze tussen een langer en korter traject, voor het langere moeten we twee uur eerder vertrekken, voor de eindtijd thuis maakt het niets uit. Het langere traject gaat door minder tunnels en meer natuurgebied dus kiezen we hiervoor.
    Onze laatste dag blijkt er echter één van regen en mist te gaan worden. Nog niet bij vertrek, wel wanneer we het gebied doortreinen waarvoor we het langere traject hadden gekozen. De dalen zijn diep in nevelen gehuld en de bergen zijn gesluierd. Het hangen voor de raampjes laten we dan ook al snel voor wat het is, we zakken wat dieper in onze stoelen en doen tukjes of pakken de digitale boeken op schoot.

    En zo denderen we door tot we in Bern moeten overstappen.
    Beslist de moeite van het vertellen waard is onze binnenkomst op station Bern via spoor 4. Wij staan dan al bepakt en bezakt op het balkon en zien onze trein rakelings langs een aantal huizenblokken gaan. En met rakelings bedoel ik nog geen 30 cm. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik de bloempotten van de voorbij flitsende raamkozijnen had kunnen smijten. Ik ben er verbouwereerd en even later opgewonden over. Toch levensgevaarlijk? Niet normaal en belachelijk? Theo geeft me in alles gelijk zodat hij me snel stil en rustig heeft en we kunnen racen naar onze ICE richting Amsterdam.
    Terwijl ik stevig doorstamp naar het goede perron kijk ik goed om me heen en zie een grauw, donker en vies stations gedeelte. Misschien treffen we het niet. Wie weet, maar hier missen we niets aan.
    De ICE naar Keulen/ Amsterdam is druk bezet en dat blijft de hele rit zo. Plaatsen reserveren is echt belangrijk, de ene reservering gaat naadloos over in de volgende. Voor ons zit een Stel, waarvan de man zijn klep niet kan houden, hij kletst met diverse mensen in zijn omgeving. Hij beheerst de gesprekken bepaalt de onderwerpen en doet dat met een gevoel van humor wat mij wel aanspreekt. Ik zie diverse mensen om mij heen die er ook wel plezier in hebben. Mondhoeken krullen omhoog en steels wordt er zijn kant op gekeken, zonder dat expliciet duidelijk wordt gemaakt dat we gezellig meeluisteren. Ik doe namelijk net zo.
    De man beheerst zijn talen goed, maar heeft de tekst waarop in vier talen staat dat het een stilte coupé is blijkbaar niet begrepen;) Al snel haalt hij een fles wijn boven tafel en een paar glazen, want van plastic moet hij niks weten. De schaaltjes met kaas en andere hapjes volgen.De man oogt en praat als een geboren Bourgondiër. Ergens in Duitsland stapt ie samen met zijn vrouw, vriendin, zus of buurvrouw uit. Wie zal het zeggen.
    We bestellen koffie, eten broodjes en chocola en lezen en kijken filmpjes op onze tablets. De tijd vliegt op die manier snel voorbij.
    tegen tien uur ‘s avonds zijn we terug in Amsterdam en nemen daar de trein naar Hoogkarspel. Gek om dan ‘ineens’ weer tussen streekgenoten te zitten, de bekende klanken te horen en de bekende stations voorbij te zien gaan. We berichten onze zoon die bij aankomst in het dorp klaarstaat met de auto en een warm welkom. Wat mij betreft is dat en blij en voldaan thuiskomen een laatste vakantie hoogtepunt. Daarmee is het echt ‘af’! 🙂

    Dag tien: van Preda naar Zermatt

    Omdat ik vannacht de slaap niet goed vat, kijk ik een paar keer door het raam naar buiten waar de maaan goed zichtbaar is. Ik geniet van de bijzondere aanblik, in de wetenschap dat er nauwelijks andere mensen in het gebied zijn.

    Eerste Paasdag, wij zijn de enige gasten aan het ontbijt waar behalve gekleurde eieren niets aan Pasen doet denken. De gekleurde eieren komen we de hele week al op de ontbijttafels tegen, en in alle kleuren zijn ze ook kant en klaar te koop in de supermarkt
    Als we na het uitchecken naar het station lopen is het wederom uitgestorven, in de wijde omgeving is geen mens te zien. Ik vind het achteraf jammer dat we niet een extra nacht in Preda blijven, gisteren hebben we zo fijn gewandeld door en langs de sneeuw, dat wilde ik nog een keer.
    Natuurlijk, het was wel prachtig weer, met regen is er echt niets te doen. Vandaag is dat niet aan de orde, we verlaten de bijzondere plek met prachtig mooi weer.
    De treinrit is een speciale, we gaan met de Glacier Expresss, de trein stopt op het station van Preda en als we zijn ingestapt is het perron uitgestorven. De gereserveerde stoelen bij het raam bieden een riante zitplek. De ramen zijn van het panorama type en glashelder. Het personeel heet ons uiterst vriendelijk welkom en wij hopen dat de trein zo rustig blijft als die nu is. Het lijkt ons een aannemelijke gedachte: wie gaat er nu op Eerste Paasdag…., veel mensen dus. Na anderhalf uur stroomt de trein vol en worden de zitplaatsen naast ons bezet door twee jongens, mannen moet ik zeggen.
    Ze groeten niet, gaan zitten en laten gedurende de zeven uur durende rit niet eenmaal blijken dat ze ons, of de andere mensen om zich heen, gezien hebben. De taal die ze spreken kan ik niet thuisbrengen en ze hebben duidelijk een niet westerse cultuurachtergrond. Ze kijken veelal verveeld of liggen achterover of met het hoofd op tafel te slapen. En ze hebben geen fototoestel bij zich, heel vreemd! Door het totaalplaatje voel ik me wat ongemakkelijk, ik heb moeite met mensen die niet goed te peilen zijn.
    Het weer vandaag is opnieuw schitterend, de lucht is nog net niet strakblauw, kortom het landschap toont zich van zijn zonnigste kant. En dat is mooi, heel mooi. Heel veel bruggen, haastig stromende beken, diepe ravijnen, groene valleien, witte bergen, groene bergen, lente met bloeiende bomen, winter met overal sneeuw, hoge rotswanden en we gaan door heel veel tunnels. In totaal 291 bruggen en 91 tunnels.

    Het nadeel van het schitterende weer is wel dat de weerkaatsing in de ramen groot is, foto’s maken lukt niet zo makkelijk, filmen idem dito. Jammer dan, we hangen lekker tegen het raam aan en laten onze ogen het werk doen, waarna de hersenen het in het geheugen beitelen. Het oude ambachtswerk zoals onze voorouders het gewoon waren:-)
    Inmiddels is het lunchtijd en wordt ons deel van de tafel gedekt, deze rit met de Glacier Express hadden we inclusief maaltijd besteld. De treinstewardessen vliegen heen en weer met kleedjes, servetten, bestek en borden. Wij krijgen een vegetarisch maal, en dat smaakt uitstekend. Ondertussen genieten we van het uitzicht dat zich buiten het raam steeds van een andere kant laat zien.
    De mannen hebben geen maal besteld, maar kijken warempel nu af en toe naar buiten, tonen belangstelling voor het boekje met plattegrond en informatie of luisteren door de koptelefoon met info in zes talen, gericht op de omgeving waar we langskomen. De interesse is steeds kort, daarna dommelen ze weer in. Merkwaardig, veel geld voor een speciale rit neerleggen en dan gaan tukken. Wanneer ze al zeker vier uur in de trein zitten komen ineens mobieltjes tevoorschijn, maken ze een paar foto’s en worden uit de rugtas drinken, appels en chips gepakt. Hèhè, eindelijk gedragen ze zich een beetje als toeristen. Later, als we bijna in Zermatt zijn, beginnen ze echt met elkaar te praten en lachen, ik wist niet dat ze het konden. Zullen ze gewoon een vette kater gehad hebben…ik ben gerustgesteld, hoewel ook blijkt hoe paranoïde ik blijkbaar kan zijn, ben geworden. Tja, het is een gekke wereld.
    Het laatste uur voor Zermatt bepalen hoge en diepe rotsmassieven het landschap, ook vallen de armoedige bouwsels erg op waar wel of geen mensen in wonen.


    Dan arriveren we in Zermatt. Hoewel we vaag weten dat het een wintersportgebied is, zijn we stomverbaasd. Het is zo druk! Overal wintersporters om ons heen. En ja, sneeuw ligt er ook, hoewel de dooi het tempo van een goed lopende kraan heeft. De skiërs komen van een hoger gelegen gebied met een kabelbaan en keren nu terug voor hotel, eten, borrel of alle drie. Zermatt blijkt een groot toeristenoord te zijn met overal winkeltjes, restaurantjes, kroegjes en hotels.

    We weten even niet waar we kijken moeten, overal is wat te zien. Een groter contrast met Preda is nauwelijks denkbaar. We lopen naar het hotel als ik bijna dood gereden word, of minstens zwaargewond. Dat het niet gebeurt komt door groot geluk. Het giert van de kleine taxibusjes, elk hotel heeft er wel één en ze karren overal dwars doorheen.

    Bloedlink die lui. Nadat we ons in het eenvoudige hotel hebben geïnstalleerd, met uitzicht vanaf onze kamer op de Matterhorn, maken we een wandeling door de stad. En dat is de moeite. Naast de grote aanwezigheid van het toerisme zijn vooral de huisjes van de bevolking de moeite waard. Tenminste we gaan er vanuit dat de in ellendige staat, maar duidelijk bewoonde huisjes van de eigen bevolking zijn. Prachtig om te fotograferen maar diep triest als je er moet wonen. Zo struinen we een tijdje door het stadje, bekijken nog het kerkje voordat met veel klokkengeluid de Paasviering begint en hebben dan een goed beeld van Zermatt. Absoluut de moeite om er een dag te verblijven, maar voor ons veel te toeristisch en te druk om er onze wintersportvakantie te gaan houden. Want die wintersport komt er misschien nog wel….een keer.

    Dag negen: van Lugano naar Preda

    Gisteravond begon het, opeens hoorden we de wind om het hotel gieren. we deden het gordijn opzij en zagen de boomkruinen alle kanten op gaan: weersverandering. Wat een geluk hadden wij met ons dagje Lugano! En een hotelkamer wordt alleen maar knusser met bar weer, dus niks aan de hand.

    Vandaag worden we met regen wakker, krijgen een zonnig humeur van het opnieuw tot in de puntjes verzorgde ontbijt en trekken voor het eerst deze vakantie onze regenjassen aan, op weg naar de bus die ons naar Tirano brengt, waar we in de Bernina Express overstappen.
    De bus staat bij het station en we stappen stevig door, geen probleem met de rugzakken.Ook de regen draagt ook bij aan een goed tempo. Ik zie te laat dat de bus op een vreemde plek staat, namelijk op een niet meer door treinen gebruikt stuk beton met rails. Ik maak een bocht naar de deur, stap scheef in een rails, kan mij zelf niet meer overeind houden en maak een aardige smak op het wegdek. Waarschijnlijk vangt de rugzak de eerste klap op want ik kom redelijk terecht, wel schrik ik me natuurlijk te pletter, tijdens de flitsende val zag en voorvoelde ik de pijnlijke gevolgen. Gelukkig, het valt alles mee, mijn linkerkant is goed nat en de pols gevoelig maar na een paar uur is ook dat leed geleden.
    De bus is nauwelijks voor de helft gevuld als we vertrekken en meer komt er ook niet bij in de drie uur die we nodig hebben om in Tirano te komen. Het regent, de lucht is grauw en wolkenslierten hangen voor de bergen. Dat is best een mooi gezicht, met al het mooie weer van de afgelopen week geeft dit een nieuw zicht op de bergen.

    Bovendien, er is vannacht sneeuw gevallen in de bergen. De bergtoppen zien er wit bepoeierd uit. Als je het wilt zien is het een fascinerend gezicht hoe bergen verdwijnen in de wolken, hoe slierten wolk er in een kring omheen liggen en verstoppertje spelen met de omgeving. Een noemenswaardig moment is wanneer er opeens een soort van gordijn opzij getrokken wordt en er een prachtige besneeuwde top tevoorschijn komt, terwijl de rest van de berg nog in dikke dampen gehuld blijft. Helaas, een knappe foto daarvan maken lukt niet.
    Een kwartier na vertrek passeren we de Italiaanse grens waarna het verdere traject tot Tirano over Italiaans grondgebied gaat. De regen is inmiddels gestopt, beter nog, het zonnetje wordt al sterker. Net zoals in Lugano is de Lente hier allang aangekomen, de bomen zijn groen en de druivenranken hebben hun eerste decimeters groei er al op zitten. We rijden langs een meer, klimmen omhoog en hebben weer mooie vergezichten, toch, het meeste is wat eentonig, het is goed om in Tirano aan te komen. We kijken uit naar de rit met de Berina Express. Tirano heeft een sfeervol pleintje achter het station.

    Dat komt goed uit, want we hebben hier een uur overstaptijd en trek in koffie. We bestellen cappuccino en vallen bijna van onze stoel van geluk als we de prijzen zien, 1.30 euro ( we zitten in Italiaans eurogebied). In Zwitserland heb je daar niet eens een lepeltje voor, betaal je rond vier euro per gevuld kopje. Euforisch bestellen we nog een pot en stuiteren iets later energiek van de extra cafeïnestoot de Bernina Express in. De panorama trein heeft extra grote ramen voor het beste zicht. De lucht is nu zo opgeklaard dat het duidelijk is wie er gewonnen heeft, de wolken ruimen steeds meer het veld of nemen een bijrolletje aan.

    De trein is goed gevuld, maar onze gereserveerde plaatsen zorgen ervoor dat we uitstekende plekken hebben. Naast ons in het zitje aan de overgang van het gangpad neemt een gezin plaats. Ze zijn duidelijk aanwezig, hebben allevier een fototoestel, maken contant foto’s van elkaar en zichzelf en hebben ook nog een cameraatje op een stok dat ze af en toe een rondje boven zichzelf laten ronddraaien. Gezellig, de familie Narcist is ook mee. Ze hebben de brochure over de treintrip bij zich, dus ze zullen later nog wel lezen en aan de plaatjes zien dat we door een prachtig winterwondergebied sporen. Het is weer zo geweldig wat we zien!

    Natuurlijk maken we foto’s, maar je moet het eigenlijk gewoon zelf zien en beleven. We rijden nu op ruim 2000 meter hoogte en overal waar we kijken liggen pakken dikke sneeuw. Hartje winter maken wij thuis er nog geen vlokje van mee, helaas. Dus, ja we genieten opnieuw volop. In het plaatsje Alp Grüm stopt de trein en kunnen we er een kwartiertje uit. Het sneeuwt en het uitzicht is schitterend wit, terwijl het zonnetje heerlijk schijnt. Hoe zal het nu in Lugano zijn? Nog steeds stromende regen, grijs en grauw? En in Tirano, zitten ze daar nog in lente omstandigheden op het terras? We vervolgen de tocht naar Pontresina waar we moeten overstappen en een wachttijd van drie kwartier hebben. We smeren een paar broodjes in de wachtkamer en luisteren ondertussen naar de steeds wanhopig wordende loketbeambte die aan drie Aziatische jongens probeert uit te leggen wat ze nodig hebben om een kaartje te kunnen kopen. Er is veel ruis, maar beide partijen blijven heel beleefd tegen elkaar. Daarna maken Theo en ik nog een ommetje rond het station en krijg ik de zenuwen als ik drie knullen met een geweer op hun rug zie rondlopen. Van Theo weet ik al dat Zwitserse militairen hun wapens mee naar huis mogen nemen, we zijn er deze week al meerdere tegengekomen, vond ik ook al niet prettig. Deze jongens hebben echter geen enkele militair herkenningsteken, hoe moet ik dan zeker weten dat ze geen snode plannen hebben? Ik trek Theo een andere kant op en vertel hem ondertussen welke strategieën ze mogelijk uitgedacht hebben en ik weiger slachtoffer te worden. Ik ben nog jong, heb thuis bloedjes die me niet kunnen missen. Bovendien heb ik nog een tientje schuld bij vrienden. Volgens Theo sla ik op hol en stel ik me aan, maar als we later in de trein stappen en de jongens achterblijven heb ik het opgeluchte gevoel aan een ramp te zijn ontsnapt.

    Een kwartier later zijn we in Preda, na het grootste deel van die tijd door een tunnel te hebben gereden.
    En Preda is een plaatje, geweldig! Mooi! WAUW!WAUW!WAUW! Een stationnetje, bergen en heel sneeuw. In het hotel aan de overkant horen we dat er vanmorgen 20 cm. neeuw is gevallen. We gooien onze spullen op de kamer met geweldig uitzicht. We voelen ons weer helemaal in Zwitserland en gaan een stuk wandelen. Alles natuur, af en toe een huis, terwijl er van menselijke aanwezigheid geen sprake lijkt. We lopen een uur, genieten volop en vinden het speciaal om met zn tweeën hier te lopen, in dit ogenschijnlijk onbevolkt gebied. We hopen dat de foto’s kunnen weergeven van wat wij hier ervaren. Het is een prachtig wandelgebied dat ook in de zomer geweldig moet zijn. Maar nu staan de sleetjes en de snweeuwschuiver nog op het terras. Pas terug in het hotel zien we weer mensen, de drie personeelsleden en de zes andere gasten. We eten in het aanwezige restaurant een meer dan uitstekende en goed uitziende vegetarische maaltijd en laten het tot ons doordringen: we zitten in een vallei, hoog in de bergen op 1750 meter hoogte, met slechts een handjevol andere mensen, ver weg van de dikker bevolkte steden en dat bevalt nu goed. Heel goed.

    Dag acht: Lugano

    Wakker worden in Italiaans Zwitserland waar niets meer doet denken aan de plaatsen waar we eerder waren. De hotelkamer heeft evenals de rest van het hotel heel veel marmer en straalt door alle versieringen Italiaanse allure uit. Het ontbijtbuffet is in paassfeer en groots. Er ligt en staat echt heel veel, wat het kiezen erg lastig maakt. Theo komt lekker los en heeft al snel een ingesleten paadje rond de tafels gemaakt;) Tegen tienen sleep ik hem de ontbijtzaal uit met de belofte dat we er morgenochtend terugkomen.
    We lopen naar het station waar we Sophie ontmoeten. Zij is gisteravond van St. Gallen naar een plaatsje op een half uur afstand van Lugano gereisd. De ouders van een studiegenootje hebben daar een huisje waar de meisjes de paasdagen kunnen verblijven. De meesten komen pas morgen waardoor Sophie de gelegenheid pakte om ons nog een dag op te zoeken.
    Vanaf het station lopen we naar het meer van Lugano en laten Sophie onderweg al wat leuke plekjes zien. We bezoeken een kerkje

    dat binnen grotendeels wordt gerenoveerd en zien dat de lege marktkramen van gisteren nu in gebruik zijn. Er heerst gezelligheid en gemoedelijke drukte waar we met plezier doorheen wandelen. Het is zo niet Zwitserland door de mensen, het Italiaans en de palmbomen die we overal zien staan. We hebben meer het gevoel in Zuid-Europa te zijn.
    Toch is het Zwitserland, de vlaggen die we zien hangen zijn duidelijk genoeg.

    Bij het meer staat een typisch toeristentreintje waarmee we tegen betaling een snelle blik op Lugano krijgen, leuk om te zien. Een paar stations voor het einde stappen we uit. Met twee kabeltreintjes gaan we de Monte Bré op en dat is een hele goede keus. Vanaf de berg hebben we vanaf verschillende punten een machtig mooi uitzicht over Lugano. Ook al is het iets heiig, doet het zonnetje z’n best maar komt het niet door; Lugano vanaf grote hoogte met z’n bergen en water is meer dan de moeite. Bovenop de berg is genoeg gelegenheid om te wandelen en iets te drinken, beide doen we.

    Na een paar uur gaan we weer met de kabelbaantjes naar beneden en kopen bij de supermarkt broodjes en drinken om in het park te gaan nuttigen. We slenteren langs de volop bloeiende planten en bomen en gaan op de houten vlonder bij het water zitten. We kijken uit over het water met zwanen en veel zeilers en zien om ons heen meer mensen die het ervan nemen. Later lopen we terug naar de binnenstad waar we zwerven door de knoertgezellige straatjes en over pleinen.

    Er zijn straatartiesten, speciale paasactiviteiten voor kinderen en de terrasjes zitten overvol. Dit is een stadsbeeld zoals je het wilt tegenkomen. Bruisend van gezelligheid in een verrassend decor van pittoreske straatjes. De mensen zijn vriendelijk, maar lijken behalve het Italiaans geen enkel woord in een andere taal te kennen. En wij komen niet verder dan Bon Giorno ( waarom denk ik dan steeds aan ondergoed), gracias, ciao, en arriverderci. Maakt niet uit, het heeft z’n charme. Dat heeft ook de man op leeftijd die bij een straatbandje helemaal loskomt. Sierlijk dansend krijgt hij het publiek en de muzikanten op zijn hand. Ik kan het laten hem mijn waardering te laten blijken en geef hem een complimento en krijg een hartelijk gracias van hem en zijn vrouw terug. Aan het eind van de middag zoeken we een goedkope eettent, wat in Zwitserland al duur genoeg is en gaan dan naar ons hotel terug. Daar neem ik na een uurtje afscheid van Sophie die door Theo naar haar hotel gebracht wordt, het onze zat vol. Morgen gaat ze terug naar haar studiegenootjes in het vakantiehuisje. Afscheid nemen, wat ben ik daar toch verrekte slecht in…
    Lugano, een mooie stad met een eigen flair was de moeite waard, maar twee nachten is genoeg, morgen verder. Op avontuur naar een nieuw stukje Zwitserland. We gaan deels door Italië met de Bernina Express, op weg naar Preda, een eenzaam hotel tussen de Zwitserse bergen

    Dag zeven: van Lauterbrunnen naar Lugano

    We staan in alle vroegte op omdat we de trein van 7.30 uur naar Interlaken Ost moeten nemen.
    Voor het verlaten van de hotelkamer kijken we nog even door het raam naar de Jungfrau, hebben wij daar echt gisteren hoog op die top een paar uur gewandeld?

    Het lijkt onvoorstelbaar, een grapje of flauwekul van de bovenste plank, maar wij waren er! Ook zien we al een treintje de berg opklimmen, misschien om personeel naar boven te brengen, misschien bevoorrading, misschien beide. Het is een mooie gezicht, dat kleine miniatuurtreintje tegen de wand van een imposante berg waarop verder her en der wat houten huizen.
    Beneden bij de receptie is een ontbijttafel voor Theo en mij gedekt, zodat er rustig voor vertrek gegeten kan worden. Voor het ontbijtbuffet is het nog te vroeg.
    We verlaten het uitstekende hotel Zimmerhorn en lopen de paar minuten naar het station, onderweg begeleid door koeiebellen. In Lauterbrunnen hadden we nog wel een dag willen blijven, er is genoeg wat de moeite van het bekijken waard is.

    Met de BOB ( Berner Ober Bahn) verlaten we het stationnetje waar je nog gewoon over de rails mag lopen als dat je beter uitkomt. Het is een ritje van een half uur, maar wel de spannendste vandaag door de vertraging onderweg. Gelukkig is de aansluitende trein naar Luzern op onze trein blijven wachten. Opluchting. We rijden inmiddels, vanaf Zweilütschinen, weer op de gewone, bredere treinrails zonder tandrad.
    Het is opnieuw een prachtige, heldere, vrijwel wolkeloze dag. Vanaf Interlaken liggen de rails langs de Breinzelsee, de Lungenersee en Sannensee. We klimmen met de trein hoog boven het water, rijden er dan vlak langs om er vervolgens een stukje afstand van te nemen. De afwisseling is er ook daardoor ook deze dag volop. Het water is prachtig blauwgroen van kleur en glinstert in het zonnetje. De bergen, met sneeuw, met groene weiden, bomen, her en der een huisje, dorpen, grazende koeien, we zien het allemaal.
    Brunig-Hastiberg heeft een heel bijzonder station, het lijkt wel een uitdragerij. Het staat er stampvol houten, meubels, boeken en weet ik veel wat nog meer. Opvallend, en het maakt me nieuwsgierig. Jammer dat uitstappen niet zo’n goed idee is.
    Natuurlijk wisten wij wel dat Zwitserland een prachtig land is, maar plaatjes in een brochure kijken is toch andere kaas hè.
    Er is vrijwel altijd wel iets te zien dat nieuw, anders of opvallend is. In de trein en buiten de trein, want mensen kijken is een nooit te vervelen bezigheid. Het blijft een mirakel dat je met twee ogen, een neus en een mond zoveel verschillende gezichten kan knutselen, om maar iets te noemen. En al die mensen zijn onderweg naar iets, naar iemand, naar ergens. Alle dagen weer. Met koffers, tassen, zakken, en natuurlijk de mobiel. Zoveel mensen die het ding in hun handen hebben, er in praten, er foto’s mee maken, of op typen. Het blijft een intrigerend gezicht.
    Maar goed, we zitten dus in de trein en komen na een aantal uur in Luzern aan, daar stappen we over op de Wilhelm Tell, een boot die ons over het Vierwoudstedenmeer naar Flüelen brengt. De boottocht duurt ruim 2,5 uur, doet verschillende plaatsjes aan en laat de afwisseling voortduren. Hoewel de wind op het water fris is, is het in het zonnetje prima te doen. Binnen zitten is een tweede optie, we doen beide. Vanachter de grote ramen is het plezier niet minder, de wind om de oren wel.

    Hoewel de besneeuwde bergen nog steeds regelmatig zijn te zien, zien we nu ook vaker dichtbegroeide, groene bergen. Opvallend is het heldere water van het meer. De groene bodembeplanting is goed zichtbaar, het wiersoort waaiert in het water met de beweging daarvan mee. Een ontspannen gezicht, ik vind het leuk om naar te kijken.
    In Flüelen moeten we een kwartier op de trein wachten en dat is beslist geen straf, in het zonnetje op het seervolle stationnetje.

    Met de trein die komt reizen we naar Bellinzona, inderdaad, een Italiaanse naam. Want ergens onderweg, valt het Duits weer weg en is het alles Italiaans wat de klok slaat. Opeens hebben we alleen maar Italianen om ons heen en nergens is meer een Duits woord te zien of te horen. We rijden nu in het Zwitserse kanton Ticino dat Italiaans sprekend is. In Bellinzona stappen we voor het laatste stukje over naar Lugano. De huizen zijn nu allemaal van steen, geen Zwitserse houten chalets meer, de sfeer is anders, zuidelijker.

    Het hotel, Continental Park, is heel groot en heeft verschillende gebouwen en staat op nog geen vijf minuten van het station. We installeren ons en vertrekken naar het centrum voor een eerste indruk. Al heel snel komen we in het typische centrum van Lugano met smalle op- en aflopende straatjes. Heel sfeervol en precies wat wij wilden tegenkomen in een Italiaans deel. Op ons gemak wandelen we door de steegjes en over pleintjes en komen uit op het Piazza Riforma, het belangrijkste plein van Lugano. We lopen verder naar het water, het meer van Lugano en door een park waar de vele tulpen (!) bijna zijn uitgebloeid. We gaan een tijdje bij het meer zitten om keren dan terug naar het Piazza Riforma om daar wat te gaan eten. Daarna houden we het voor gezien en kuieren naar het hotel. Morgen weer een dag. Sophie komt dan een dagje en gaat met ons Lugano verkennen. Ze logeert hier in de buurt in een vakantiehuis van een Zwitsers studiegenootje. De meeste meisjes komen pas zaterdag, vandaar. En ze heeft een lang paasweekend wat ze lekker wil uitbuiten met het verder verkennen van Zwitserland.

    Dag zes: Lauterbrunnen, Jungfraujoch

    we slapen vandaag uit tot acht uur en dat red ik met moeite. Ook hier zijn ze namelijk dol op de boxsprings waar mijn rug zo’n hekel aan heeft. Opstaan wordt daardoor wel een makkie en dat is ook wel eens anders. Ieder nadeel heeft z’n voordeel zei een Hollander die overigens geen familie is.
    We ontbijten in het gezellige hotel waar overal te zien is dat het bijna Pasen is en maken ons plan voor vandaag definitief.
    Het is wederom schitterend weer, vanuit onze kamer zagen we de bergtoppen al helder en goed zichtbaar in het zonnetje liggen, dus we gaan het doen: we smijten er vandaag veel geld tegenaan om op de Jungfraujoch te komen, het hoogste treinstation van Europa op 3454 meter hoogte. Het moet schitterend zijn hebben we al gehoord.
    De totale rit duurt zeven kwartier, te doen in twee etappes. Eerst vanaf Lauterbrunnen naar Klein Scheidegge en daar stappen we over op het treintje dat ons naar de top brengt. Het zijn van die heerlijke sfeervolle bergtreinen, voorzien van tandradraderen, anders komen ze echt niet omhoog.

    Natuurlijk zijn we niet de enigen die instappen, de Aziaten zijn weer sterk vertegenwoordigd, maar ook horen we nu Italiaans. Nederlanders hebben we gedurende onze trip nog niet gezien en gehoord. Grappig om te merken hoe verschillend de kledij is, van bijna zomers tot bar winters. Van gympen tot bergschoenen en dat laatste lijkt ons het verstandigst. Omdat je overal de uitzondering treft zien we nu ook de jonge griet op hoge hakken, leuk vermaak is het in ieder geval.
    Lauterbrunnen ligt in een dal waar de lente z’n intrede heeft gedaan, het blijft dan ook wat gek om mensen in skikleding te zien, zij gaan naar boven waar nog volop geskied kan worden. Trouwens, ik heb het nog niet genoemd maar de Zwitsers zijn dol op tulpen. In alle plaatsen waar we tot nu toe geweest zijn, waren de tulpen goed aanwezig: in tuintjes, bloembakken en vazen. Vandaag zag ik in een winkel een bosje staan voor bijna acht Zwitserse franken. Een frank is 80 eurocent. Da’s een hele andere prijs dan €1.50 langs de Streekweg:-)
    Direct na vertrek klimt het treintje omhoog en passeren we diverse van de 77 watervallen die Lauterbrunnen rijk is.

    Opnieuw is het onderweg genieten door de afwisseling, de huizen die schuin gebouwd lijken, de prachtige natuur, de alpenweiden, de bergen en de dikke plakken sneeuw die toenemen naarmate we hoger komen. Op het tussenstation Wengen stappen heel veel skiërs in. Opeens lijken we een wintersporttrein en is de lente achtergebleven.
    In Klein Scheidegge stappen we over op een ander treintje.

    Klein Scheidegge is een bijzonder sfeervol station, veel skiërs blijven hier achter en het is duidelijk waarom, er ligt meer dan genoeg sneeuw om serieus te kunnen sporten. Het is een mooi gezicht, de sportbeoefenaars in de oogverblindende witte sneeuw met overal de prachtige bergen. Een zonnebril is echt noodzaak. Maar wij gaan verder. Het tweede gedeelde van de tocht gaat voornamelijk door tunnels, we gaan dwars door de bergen heen. In het treintje verschijnt een filmpje op de diverse flatscreens, over eerste hulp, de vluchtwegen en de geruststelling dat we bij de Jungfraubahnen in goede handen zijn. Zeker, hier wordt een mens rustig van.
    We stoppen op de twee tussenstationnetjes, Eiger en Eismeer, waar vijf minuten uitgestapt kan worden om van het uitzicht te genieten.
    Het station van de Junfraujoch is ook in de tunnel en even is het druk als de Aziaten zich in groepen gaan formeren en iedereen dezelfde kant op loopt naar het startpunt, waar vandaan een route uitgezet is die gevolgd kan worden. Heel snel lost zich gelukkig alles op. Theo en ik hebben grotendeels ruim baan door de gangen waar verder niemand is. We lopen naar het eerste uitzichtpunt buiten. Geweldig, wauw! Overal sneeuw, de kolossale bergen en een strakblauwe lucht. Het is zo mooi! Ook koud, we missen de handschoenen, gelukkig hebben we jas- en broekzakken waar we de koude handen zo warm als mogelijk in opbergen. Op een bord staat aangegeven dat het min 8 graden is en de ijskoude wind een snelheid van 20km per uur heeft.


    We maken foto’s en gaan via een andere uitgang naar buiten. We staan nu in het overweldigende sneeuwlandschap en maken een lange wandeling over de gletsjer. Het is zo mooi, mooi, mooi! De Jungfrautop lijkt bijna aangeraakt te kunnen worden en overal is sneeuw, sneeuw, sneeuw. Theo en ik hebben alle ruimte, het overgrote deel van de mensen blijft om het gebouw hangen waardoor de wandelaars zich in alle vrijheid verspreiden, wel over de aangewezen gebieden. De borden zijn duidelijk over de gevaren wanneer je van het wandelpad afwijkt. Machtig om te zien is hoe de wolken lager dan wij hangen, en van de uitzichten krijgen we nauwelijks genoeg. Ik hoop van harte dat de foto’s iets laten zien van de intens mooie beleving die we hier hebben.

    Als we terug gewandeld zijn zoeken we het restaurant op voor warme koffie. Wanneer we daarna op weg gaan naar een ander uitzichtspunt buiten word ik op een trap even helemaal niet lekker. Ik waarschuw Theo en hoor mijn stem trillen, ik moet zitten, hoewel ik niet iets van een flauwte voel opkomen. Ik laat mij op een bankje zakken en dan blijkt dat ook Theo iets soortgelijks heeft, toch de ijle lucht? Na een tijdje gaat het weer en vervolgen we onze weg naar buiten. Het is overal prachtig, we blijven kijken. Moeilijk om te bepalen wanneer je weer naar binnen gaat en afscheid van dit geweldige uitzicht moet nemen, wetende dat je er waarschijnlijk nooit meer terugkomt.

    De ijskoude wind helpt. Tenslotte bezoeken we nog de ijssculpturen in de permanente ijsgrot en de tentoonstelling over de bouw van het Jungfraujochstation dat in 2012 honderd jaar bestond.
    Aan het eind van de middag stappen we in het treintje voor de terugtocht naar beneden. In Klein Scheidegge onderbreken we de rit voor een drankje op een terrasje, volop in de zon en genieten daar nog van skiërs, sneeuwbalgevechten en sleetjesrijders, van de nostalgisch ogende treintjes en gebouwen. En de lucht zo diepblauw, de zon op haar best. En met elkaar zo fijn. Het leven is verrukkelijk.

    Dag vijf: Lausanne – Lauterbrunnen

    Op tijd uit bed om acht uur te kunnen ontbijten. De eetruimte is een aparte verrassing, helemaal ingericht in de sfeer van een trein.:-)De zitjes zijn de houten banken zoals we die uit oude treinen kennen en op de muren zijn treinramen geschilderd met sfeervolle uitzichten. De vloer is een bijzonderheid op zich.

    In de ruimte tussen de tafeltjes in het midden is een verdiepte maquette gemaakt, met stationnetjes, rails, een rijdend treintje en alles wat je in een omgeving van een station kan bedenken. Over dat alles heen zijn glasplaten aangebracht zodat het geheel een gewoon onderdeel van de vloer is geworden. Het moet gezegd: hotel A la Gare heeft er werk van gemaakt.
    We rapen de laatste zooi op onze kamer bij elkaar, hijsen de rugzakken op onze ruggen en lopen de te verwaarlozen meters naar het station, waar we de trein naar Montreux nemen. Daar stappen we over op de Golden Pass Panoramatrain, het eerste speciale traject dat bekend staat om de prachtige uitzichten en dus geliefd bij toeristen.

    Onze coupé wordt vooral gevuld met Japanners, goed voorzien van film- en fototoestellen. We voelen ons helemaal op ons gemak;) En het is waar, zodra de trein start en begint te klimmen worden we steeds weer blij gemaakt met schitterende plaatjes.

    De tijd vliegt en het uitzicht verveelt geen moment. Wat ook mijn aandacht al snel trekt is het jonge stelletje in het zitje naast ons, aan de overkant van het gangpad. De leeftijd is moeilijk te schatten, ik gok eind twintig. Ze hebben een knuffelbeertje bij zich. De vrouw zet ‘m naast zich neer en trekt z’n kleertjes recht. Al snel blijkt dat ze bijna geen moment zonder dat ding kunnen. De vrouw zet het op schoot, laat het nepbeest naar buiten kijken en ook mag de man het geval regelmatig knuffelen of even vasthouden. Soms dollen ze er samen mee. Toevallig gaat mijn volgende column over knuffels en volwassenen..het bestaan wordt hier nog eens bewezen, de mafkezen.

    Als de vrouw naar de wc gaat verwacht ik dat de man het beest z’n strot om probeert te draaien of er op z’n minst een paar keer mee tegen het raam slaat, maar niks van dat alles. Hij houdt het lieflijk op schoot, mijn god, kan zo’n vent ooit nog een echte kerel worden. Ja, ik mis niks van wat zich buiten en binnen voordoet.
    Bijzonder op dit traject is ook weer de plotselinge ‘vingerknip’. Zo heeft het ene station nog een Franse naam en het volgende, whoppa, een Duitse. In Zweisimmen moeten we overstappen op de aansluitende trein naar Interlaken Ost, langs de rivier de Lutschine, met prachtig blauw water en op de achtergrond natuurgroen, huisjes en bergen die het plaatje weer ‘af’ maken. Vanaf Interlaken Ost rijden we met een regionale trein naar Lauterbrunnen. Na Zweilutschinen gebruikt de trein tandrad om te klimmen naar Lauterbrunnen. De trein stijgt zichtbaar en voelbaar.
    Het uitstappen Lauterbrunnen is een feestje, de grote besneeuwde bergen om ons heen, de enigszins pittoreske uitstraling en het knusse stationnetje met de speciale bergtreinen. Het geheel maakt dat we gelijk heel blij zijn hier een extra nacht te hebben geboekt. We boffen trouwens opnieuw met het weer, het is zo helder, de lucht zo blauw, niets wat door wolken of mist aan het oog onttrokken wordt. We lopen de paar minuten naar het hotel en worden ook daar aangenaam verrast. Heel sfeervol, en vanuit onze kamer hebben we zicht op de Jungfrau en de Staubbachfälle. Dat is natuurlijk geen reden om er vanuit een stoel, achter glas naar te gaan kijken. We zetten onze spullen in de kamer, verwisselen kleding en schoenen en gaan naar het kabelbaanstation dat vlak bij het hotel staat. Met onze Swiss Card kunnen we zonder bijbetaling naar Mürren en dat doen we. Eerst met een kabelbaan vrij steil naar boven en vanaf het eindstation met een treintje nog hoger, naar Mürren. Een prachtige rit van zo’n 25 minuten en een echte aanrader, al is het soms wel erg diep onder en naast ons, ook zien we steeds meer sneeuw.

    Mürren is een complete verrassing. Geweldige, indrukwekkende uitzichten op de Jungfrau, de Schilthorn en de Breithorn. En overal restanten sneeuw! Geweldig natuurlijk. We zien hier van alles, mensen in zomerkleding, met dikke jassen en wanten en compleet in ski uitrusting. Want vanaf hier is het mogelijk om het hele jaar te skiën op de Schilthorn.

    We bezoeken de hal even van waaruit naar de piste vertrokken kan worden. In de hal hangen veel foto’s die herinneren aan de film ‘On Her Majesty’s Secret Service’met James Bond die in 1969 op de Schilthorn en in Lauterbronnen is opgenomen. We wandelen met veel plezier en genietend verder door het bijzondere plaatsje, zo hoog in de bergen.

    En wanneer we een terrasje volop in de zon zien liggen besluiten we daar wat te gaan eten, we hebben op de kaart dan al gezien dat ze diverse vegetarische maaltijden serveren.De rösti met groenten smaakt heel goed en het zonnetje schijnt nog steeds heel aangenaam zodat de bovenste laag kleding uit kan.
    We blijven een aantal uren ‘boven’ en pas als het kouder begint te worden pakken we het treintje en de kabelbaan naar beneden. Terug in Lauterbrunnen lopen we nog een stukje het dorp door, dan keren we terug naar het hotel. Het is koud, ik krijg serieus last van koude handen.
    Buiten is het donker, maar kijken we naar buiten dan zien we nog steeds de Staubbachfälle, nu mooi verlicht.
    Morgen opnieuw Lauterbrunnen, super 🙂

    Dag vier: Lausanne

    We kunnen rustig ontbijten en de spullen pakken om de trein van 10.50 uur vanaf het St. Gallen centraal station te pakken. Het wordt een treinreis van ca. 3.5 uur.

    Het eerste deel van het traject is naar Zurich dat we ook op de heenreis gereden hebben. Het is prachtig weer wat het uitzicht uiteraard ten goede komt. Veel groene weiden en regelmatig grote koolzaadvelden. Soms zien we de besneeuwde bergen, soms is het landschap niet meer dan heuvelachtig te noemen. Het is prettig om lekker tegen het raampje te hangen en naar buiten te kijken. Na twee uur komen we in Biel/Bienne, waar we moeten overstappen. En opeens is alles anders. Opeens wordt er nergens meer Duits gesproken en zijn alle borden in het Frans. De overgang is bijna bizar te noemen. Ook het landschap is anders. We treinen nu grote stukken langs het glinsterende water van Neuchâtel en ook komen we langs vele wijnvelden. Het landschap krijgt daarmee iets mediterranees, met haventjes waarin plezierjachten en gezellige paviljoens aan het water. De trein neemt nu regelmatig bochten waardoor die enigszins schuin in de rails hangt. Het doet me vaag aan het soort kermisattracties denken waar ik vroeger wel graag in ging.
    De trein waar we in Biel/Bienne instapten heeft trouwens ook overal citaten genoteerd. Dit keer dus in het Frans. Een paar: C’ est dans la pauvreté totale que Dieu est né. Il n’ y avait donc plus d’autre espoir. Een andere: la première verte d’ une pensée active sera donc de s’ attacher aux problèmes qui se posent et non pas à ceux que l’on suppose. Je mag het overslaan, hoor, ik houd nou eenmaal van filosofisch doordrenkte teksten 🙂
    We arriveren om 14.15 uur in Lausanne, nog steeds met schitterend weer. Het hotel is vlak om te hoek, we checken in, gooien onze spullen in de kamer met Franse invloeden en vertrekken net zo snel weer om onze tijd in Lausanne optimaal te kunnen benutten. Morgen sporen we immers weer verder.
    We kiezen voor de weg omhoog achter het station, dat ons leidt naar de oude stad dat nog Middeleeuwse kenmerken moet hebben. We wandelen over diverse pleintjes en door allerlei straten.

    Het is druk, bedrijvig en overal zijn wel terrasjes. Toch, het valt ons tegen, het is niet zo mooi als we hadden gehoopt, we vinden het geheel ‘rommelig’ hoewel dat niet helemaal het goede woord is. Sfeervol kunnen we het niet noemen, sommige stukjes ja, maar te weinig om het aantrekkelijk te noemen. We bezoeken de Kathedraal die de grootste van Zwitserland moet zijn, de Notre Dame. We zijn verbaasd en durven ons af te vragen of ze zich misschien hebben vergist..De mooiste is het zeker niet en binnen is er weinig bijzonders te zien.

    Aardig is wel dat er een repetitie plaatsvindt van een zanger met een goede stem.
    Het is mogelijk om de toren te beklimmen en dat doen we dan ook. Van bovenaf hebben we een riant uitzicht over de stad, maar helaas het laat mijn hart nog steeds niet sneller kloppen, dat doen de klokken wel die opeens beginnen te luiden, terwijl wij slechts op een paar meter afstand staan. Een Amerikaans meisje krijgt bijna een rolberoerte en is vervolgens dolenthousiast dat ze dit heeft meegemaakt en vindt het na twee zinnen al great om ons te leren kennen,een kleine tik van de molen noemen wij dat 🙂
    We gebruiken wat op een terrasje in de ‘hoge’ oude stad en besluiten dan naar de ‘lage’ stad te gaan en dat blijkt een hele goede beslissing!

    We lopen in een zo recht mogelijke lijn naar beneden en komen dan uit op de boulevard aan het meer van Genève, en daar is het gezellig en sfeervol. Een grote speeltuin voor kinderen, grote schaakborden en een ander ‘bord’spel, overal bankjes, wandelaars, watertjes, bootjes, waterfietsen en terrasjes. Tegen de achtergrond van het mooie grote, gladde meer en besneeuwde bergen. Er hangt zo’n relaxte sfeer. Jong, oud en alles wat er tussenin hangt vermaakt zich hier. We wandelen langs het water, door de parkjes en vlijen ons op een knus plekje neer en genieten. Lausanne heeft het goed gemaakt. En daar nemen we op een terrasje met uitzicht op de boulevard een drankje op.

    Dag drie: St. Gallen en omgeving

    Een mooie dag, de 22e verjaardag van onze jongste dochter. We ontmoeten haar om 9.30 uur op de afgesproken ontmoetingsplek waar natuurlijk de felicitaties en beste wensen gegeven worden. De stevige wandelschoenen zijn aan, we gaan van Gais naar Gabris wandelen. De tocht is getipt door de gastvrouw van Sophie. Zij garandeert ons daarmee een hele afwisselende wandeling met prachtige uitzichten. Ze krijgt gelijk.
    Maar eerst moeten we het treintje nemen dat gedurende de 35 minuten durende rit steeds hoger klimt. In Gais arriveren we op het niet kleine maar wel heel rustige station.

    Door de uitgeprinte tocht vinden we zonder problemen het startpunt. Het begint lekker door een pittige klim, dat blijft zo, wat niet anders kan omdat we op weg zijn naar de top waar zich een schitterend uitzicht en restaurantje moeten bevinden. Het is af en toe stevig buffelen, maar gelukkig zijn we niet ongetraind. Hoewel, een tocht in Zandvoort lopen natuurlijk wel heel iets anders is dan een berg opklauteren. Vesten en jassen zijn allang uit en onderweg genieten we van de bijna totale rust en het geweldige uitzicht. We komen slechts een paar wandelaars tegen.

    Het weer is prima, bewolkt met een zon die steeds beter tussen de wolken weet door te dringen. De omringende bergen met eeuwige sneeuw laten zich daardoor steeds beter zien, en dat is een machtig gezicht. Prettig zijn de bankjes die we langs de route tegenkomen, want ja, we zijn geen 18 meer;). Het bergenplaatje wordt nog completer als we koeien met bellen om hun nek tegenkomen. Dan zien we het restaurantje in de verte, we geven de kuiten en alle andere spieren nog even flink op hun lazer en komen er dan achter dat de tent gesloten is, vakantie..Verdorie! Gelukkig weet Sophie te melden dat er volgens de kaart nog één in de buurt moet zitten en verdomd, hoe is het mogelijk. Het is een gemoedelijk cafeetje met een kleine kaart. Een kant van de entree is deels van glas waardoor de koeien van de eigenaar in de stal te zien zijn. Zo leuk. We drinken weer eens wat, met het nodige lekkers erbij, want we hebben nog steeds een jarige in ons midden:-) Daarna gaan we via een andere route naar beneden. De zon begint nu echt goed door te komen en maakt alles zo mooi. Opeens zien we een grote plak sneeuw langs de route! En al kost het een beetje moeite, Sophie en ik gaan erin en op de foto. En weer verder. Het dalen gaat goed en snel, maar vraagt ook concentratie, voor je het weet loop je je eigen voeten voorbij en dat is nog nooit iemand goed bekomen. Het is wederom een prachtige tocht met grote groene weiden, besneeuwde bergen in de verte, de dalen beneden, de blauwe lucht en een heerlijk zonnetje. Na een tijdje komen we op een prachtig idyllisch plekje en besluiten daar te picknicken, hoewel dat een wat groot woord is voor de broodjes die we meehebben.


    We eten, praten en ik ga languit in de zon liggen. Ik realiseer me dat ik me midden in een herinnering voor het leven bevind. Even later spreekt Sophie dat uit, het maakt alles nog specialer dan het al was.
    Genietend maken we de wandeling af en komen terug in het dorpjes Gais waar we naar het station lopen. Opeens horen we een aantal koeienbellen, het blijken ontsnapte koeien te zijn, hoewel wij eerder denken dat de knul zijn werk niet goed heeft gedaan, samen met het meisje dat er later bijkomt. Ze schreeuwen, zijn agressief en slaan de dieren hardhandig met stokken.

    We staan op afstand, maar toch kunnen we het goed zien. Er komen Zwitsers bij, ze kijken, niemand doet iets en ik ben woest, het is pure dierenmishandeling. Theo houdt me in toom en drijft mij samen met Sophie naar de trein. De frustratie zakt, maar lekker zitten doet het me niet.
    De treinrit leidt af, we komen terug in St. Gallen en gaan naar het hostel. Sophie is mee, we geven haar daar de meegenomen cadeautjes en kaartjes van de familie. Sophie is zichtbaar ontroerd, heel lief. We frissen ons op en maken ons klaar om naar het huis van Sophie te gaan waar we door haar gastvrouw zijn uitgenodigd voor het eten. De busrit er naar toe laat zien hoe hoog Sophie in de stad woont. Het voertuig moet aardig klimmen. Onderweg laat Sophie de voor haar bekende plekjes langs de route zien. Ze heeft een fiets die ze soms gebruikt, maar op een aantal stukken is dat nauwelijks te doen. Tijdens het fietsen draagt ze een helm, dat is verplicht in Zwitserland, en terecht. De bus stopt vlak bij haar woning en het doet me wat om opeens in de buurt te zijn waar ons kind als wildvreemde is komen wonen en gelukkig haar plekje heeft gevonden, met de ups en downs.

    Dan zijn we bij de brievenbus met haar naam erop en opent Sophie de deur om naar binnen te gaan. We nemen de trap naar de tweede verdieping waar de deur direct open wordt gedaan door Ursula, de gastvrouw. Een hartelijk welkom volgt. Volgens Zwitsers gebruik doet Sophie haar schoenen binnen uit. Hoewel wij dat geen enkel probleem vinden, geeft Ursula aan dat wij ons schoeisel gewoon mogen aanhouden. We nemen plaats op het balkon met uitzicht op groen en een kabbelend beekje. Wat volgt zijn hele gezellige uren met een zeer vriendelijke en betrokken vrouw. Ze heeft nog cadeautjes voor Sophie en wij voor haar. Ze waardeert het zichtbaar. Na een paar glaasjes wijn gaan we binnen aan tafel voor een meer dan lekkere maaltijd. Wij boffen, haar hobby is koken. Ze vindt het wel jammer dat ze voor ons niet de unieke St Gallen vleessaus heeft kunnen maken, maar van de vegetarische versie bleek ze ook goed kaas te hebben gegeten. Later laat Sophie haar kamer nog zien, haar o zo belangrijke plekje in het verre Zwitserland. Bijzonder voor haar en ons om daar nu met z’n drieën te zijn.
    Rond kwart voor tien nemen wij afscheid en brengt Sophie ons naar de bus. Daar zeggen we gedag voor een paar dagen. Sophie zal zich aan het eind van de week nog een dag bij ons voegen in Lugano. Voor nu was het een meer dan heerlijk weekend. Sophie gaat de komende dagen naar school en wij gaan op weg naar Lausanne.

    Dag twee: Rorschach en Sankt Gallen

    Om 8.00 uur gaan we ontbijten na een goed doorslapen nacht in het stapelbed. Het ontbijt is volgens hostelconcept: eenvoudig, maar voldoende en na het eten je eigen troep opruimen en een dweiltje over je tafeldeel halen. De inrichting is die van een kantine, lange tafels. We krijgen nu een goed beeld van de andere gasten, een paar kinderen en voor de rest allemaal volwassenen. Wij zijn beslist niet de oudsten.
    We vertrekken vanaf het station dat op kruipafstand staat en ontmoeten Sophie in het centrum. Het plan is om eerst Rorschach te bezoeken waar de Pedagogische Höheschule is waar Sophie haar minor doet. We gaan met de trein, een rit van ca 10 min. Bijzonder om het traject af te leggen wat voor Sophie na twee maanden inmiddels gewoon is. Zij vindt het bijzonder om nu haar ouders bij zich te hebben op weg naar school. We passeren diepe dalen en prachtig bloeiende vergezichten. Echt lente, ook hier. Het weer wordt al mooier, het zonnetje breekt door. In Rorschach moeten we een aardige klim doen om bij Mariaberg, de locatie van de Hogeschool, te komen. Het blijkt een plaatje van een gebouw, zoals Sophie al had verteld. Het vroegere barokke klooster is fantastisch onderhouden en ligt op een plek waar het tot zijn recht komt. Het is zaterdag dus gesloten, toch proberen we alle deuren, helaas. Maakt niet uit, we lopen op ons gemak om het gebouw heen en dochter wijst ons de plekken die voor haar betekenis hebben gekregen. En natuurlijk maken we weer foto’ s 🙂

    Vanaf de hogeschool kunnen we vrijwel in een rechte lijn naar de Bodensee lopen. De huizenblokken die we passeren zijn niet echt fraai, eerder saai. Sophie weet te vertellen dat Rorschach een echte immigrantenstad is. Bij de Bodensee wordt het beeld heel anders. Mooie panden langs de kant. Een leuk station en een parkachtig wandelpad langs het water. Ook staan er bomen die ik prachtig vind door hun sterk kronkelende takken en mooi gevlekte stam. Ik hou van grillige vormen, niet te verwarren met karakters;) De grilligheid laat een mate van natuurlijke speelsheid zien waar ik een zwak voor heb. Het is heel rustig weer, het water is bijna glad, meeuwen dobberen op het water en grote groepen zwanen geven een fraai plaatje. Er hangt bijna een serene sfeer. We wandelen een stuk langs het water en nemen dan plaats op een terras dat vrijwel met al zijn ‘poten’ in de Bodensee staat. Koffie, warme chocomel en taart worden besteld en we genieten volop. Van de drankjes, het lekkers, het uitzicht over het rustige water en niet in het minst van het contact met elkaar. Na het terrasbezoek lopen we nog een ander mooi stuk langs de Bodensee en gaan terug naar het station, terug naar St. Gallen. We komen in een keurige en kleurige trein te zitten. Heel mooi!

    Opvallend is wederom de vlekvrije stoffen bekleding. Het spijt me te moeten zeggen, maar de stoffen bekleding in de Nederlandse treinen ziet er meestal niet uit, vol vlekken. Op het station in St. Gallen worden we verrast door een spontane ontmoeting met twee leerkrachten van Sophie. Zo hartelijk, heel leuk! Zij raden ons aan de Stift bibliotheek en de kathedraal te bezoeken. Nou, dat waren we juist van plan.
    We lopen naar het centrum dat echt de moeite waard blijkt, prachtige gebouwen en pittoreske pleintjes. Veel is autovrij, een omgeving krijgt dan automatisch veel meer rust vind ik. Sophie leidt ons over Der Rote Platz, een groot gebied waarvan het betonnen wegdek rood is geschilderd.

    Her en der staan rode betonnen bankstellen. Het geheel is als kunst neergezet, bedoeld om een soort van openbare zitkamer te creëren. Het heeft een leuk effect, ik vind het grappig bedacht. We lopen naar de kathedraal, gaan naar binnen en..wauw, wat een pracht, praal en veel en veel barokke versieringen. Waar je ook kijkt in de lichte kerk, overal is iets te zien wat imposant, bijzonder of overweldigend is. Alleen het plafond al!

    Ook voor niet gelovigen zoals wij is het beslist de moeite van het bekijken waard, ware kunstwerken her en der. Opvallend vinden wij de vele biechthokjes, zeker twintig. Ik kan me niet heugen dat ik er ooit zoveel in een kerk heb gezien. Wat zegt dit over de kerkleden..? Na de kathedraal gaan we op een bankje buiten een broodje eten, met uitzicht op de kerk en andere fraaie gebouwen. Daarna bezoeken we de Stiftsbibliotheek. Sophie blijft buiten, zij heeft het al gezien en om dan nog eens entree te betalen. De tassen en het fototoestel moeten in een kluisje en onze schoenen moeten in grote grijze ‘opa’ pantoffels gestoken worden. Theo heeft een stuk slof te weinig en ik houd een stuk over waardoor ik mijn voeten niet goed kan optillen, dus, inderdaad, begin te sloffen. Eenmaal in de bieb klapt mijn mond letterlijk open, zo mooi! Ik raak niet uitgekeken, het is echt zo prachtig. Als biblio- en boekofiel ben ik geraakt. Zo mooi, zo bijzonder. Foto’s maken mag niet, een kaart kopen uiteraard wel. Plaats ik hier later.
    Na het bezoek aan een van de oudste en meest unieke bibliotheken ter wereld dwalen we verder door de stad. We zien steeds opnieuw leuke pandjes en gezellige pleintjes.

    Opvallend zijn de vele openbare drinkwaterkraantjes. Dat begon al op het station van Zurich, waar een leuk fonteintje op het perron staat. Sophie wil ons nog laten zien waar ze regelmatig hardloopt. Ze brengt ons naar een verborgen plek waar een soort van kabelbaantje blijkt te zijn. We gaan ermee naar boven, moeten dan nog een stukje lopen en krijgen dan een prachtig overzicht op de stad te zien. Vlakbij is een gezellig uitziend parkje waar Sophie altijd hardloopt of gezellig met anderen zit.

    We blijken nu redelijk in de buurt van haar woning te komen, maar te ver om zomaar nog even naar toe te lopen. We hebben gemerkt dat St. Gallen echt een grote plaats is en Sophie in een buitenwijk woont, maar ook dat de verbindingen heel goed zijn. Precies volgens de weersverwachting verdwijnt de zon aan het eind van de middag en begint het zachtjes te regenen. We pakken de bus terug naar het centrum om ergens nog wat drinken en gaan dan naar het fondue restaurant dat Sophie heeft besproken om raclette te eten: gesmolten kaas, geserveerd met brood, zilveruitjes, augurk en gekookte krielaardappelen in de schil, die in een soort van theemuts warm gehouden worden. Het valt me alles mee, het is prima te eten:-)

    Uiteraard moet er een toetje komen. Het is heel gezellig, er valt genoeg te bepraten. Na het etentje vertrekken we naar het station waar Theo en ik naar het hostel vertrekken. Sophie zwaait ons gedag en gaat met de bus naar haar woning. Best gek is dat, haar alleen te zien vertrekken in die grote en voor ons toch nog vreemde stad. Morgen gaan we wandelen en haar verjaardag vieren:-)

    Pagina 1 of 2

    Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén