Ina Hollander

Columnist

  • Categorie: Treinen door Corsica (Pagina 1 van 2)

    Dag vijftien: Marseille – Hoogkarspel

    Het verslag is af, alleen de foto’s nog.
    Een paar dagen geduld, dan laat ik je de mooiste plaatjes van Corsica zien!

    Om 6.00 uur worden we gewekt door een zanger die duidelijk al wakkerder is dan wij; het is niet de zachte kus waarmee je gewekt wil worden, meer de natte washand die in je gezicht gesmeten wordt. Goedemorgen!
    We schuiven de gordijnen een stukje opzij en zien een grauwgrijze lucht, een donkere zee en duidelijk zichtbaar de eerste tekenen van de haven van Marseille. We kleden ons aan en worden dan toch nog verrast door een zware regenbui die tegen het raam slaat en het water langs het glas laat spoelen. Gerommel klinkt en we zien bliksemschichten in de lucht. Het heeft wat, zo vanuit onze hut. Wanneer we van de boot moeten regent het nog steeds flink. Toch zijn er niet weinig mensen op slippers en in korte broek. Alle looppassagiers begeven zich naar de echt heel lange roltrap, daarmee kom je op het benedendek waar de uitgang is. Wanneer wij erop stappen en naar beneden afdalen, hoor ik benden tumult en zie dan de enge situatie waar we op afgaan. Bij de afstap van de roltrap is nauwelijks ruimte tot de uitgang, en omdat mensen door het aandoen van regenjassen of wat dan ook treuzelen stroomt het niet goed door. Mensen kunnen de roltrap niet af, maar ja, zo werkt dat niet hè…Mensen botsen en vallen tegen elkaar aan. Ik voel lichte paniek en zie stadionbeelden voor me waarbij mensen in het gedrang vertrapt worden. Ik zet mijn voeten op de zijkanten van de roltrap wat eigenlijke een domme actie is omdat ik evengoed naar voren geduwd word. Dan komt er een beveiliger die roept dat iemand op de stopknop moet drukken. Zelf kan hij er onmogelijk bij. Waar is die knop?!Iemand vindt hem, onderaan de roltrap wat ik een hele onlogische plek vind. Dan moet je eerst al gevallen zijn. Ik kan er niet bij al ben ik nu beneden, botsend tegen anderen terwijl ik Theo bij uitzondering ongewenst achter mij voel.
    De lift stopt. De opluchting is er snel, maar wat een nare ervaring.
    Even van slag verlaten we de boot en lopen door de nu lichte regen naar de tram, vervolgens naar de metro en komen zo tegen acht uur in Marseille aan. Hier hebben we tot tien uur de tijd voordat de TGV naar Parijs rijdt. We zien dat er ook één om 9.00 uur gaat en vragen ons nu af waarom het zo geboekt is. Vanwege de verplicht gereserveerde plaatsen, kunnen we die eerdere trein niet nemen. We verlaten het station en bestellen aan de overkant in een brasserie een ontbijt. Het hier lekker rustig, in tegenstelling tot de ontbijtgelegenheden op het station. We hebben de tijd dus nemen we rustig de tijd. Het begint opnieuw te plenzen en grote onweersaders scheuren de lucht met kabaal in stukken.
    Terug in het stationsgebouw zoeken we een bankje waar we de wachttijd doorbrengen. Zoals in Amsterdam en meerdere Europese steden hebben ze hier een piano waar door publiek op gespeeld mag worden. Een oudere man heeft plaatsgenomen en laat heerlijke klanken horen die iets dromerigs hebben en goed passen bij deze vroege uren. Regelmatig loopt er driekoppige bewaking met ‘scherp’ door de hal heen. Met de vinger bij de trekker kijken ze geconcentreerd rond.
    Het perron naar de TGV is afgesloten met een hek dat een kwartier voor vertrek geopend wordt. En pas na controle van de tickets worden we toegelaten. Met zwaar bewolkt weer verlaten we Marseille. Onze coupé is nauwelijks voor de helft gevuld, maar dat verandert in Avignon waar de trein helemaal volloopt. Anders dan op de heenweg heeft deze TGV geen stopcontacten. Balen, omdat ik op de boot vergeten was de telefoon aan de oplader te leggen, die is nou helemaal leeg. Ik ga fijn lezen, ondertussen vrezend dat de Thalys straks ook geen stopcontact heeft, zoals op de heenweg. Mijn tablet red het echt niet tot Amsterdam en ik heb geen papieren boeken mee.
    De route is hetzelfde als de heenweg, wat lijkt dat lang geleden. Omdat we zoveel doen en zien, is elke dag gevuld met veel ervaringen. Twaalf dagen is dus veel herinneringen terug. Ik ben nu rustiger, wilde ik op de heenweg alles zien, bang dat ik iets zou missen, nu lees ik vooral, lekker onderuitgezakt in mijn stoel. Af en toe mijn hoofd tegen Theo’s schouder voor een tukje op de prettige cadans van de trein.
    Rond kwart over één komen we in Parijs aan. Nu moeten we tot tien voor half vier wachten. Met de metro leggen we de twee haltes af naar Gare du Nord en weer zien we daar dat er ook eerder een Thalys naar Amsterdam gaat. Waarom is die niet geboekt? We drinken koffie, plegen plasjes van zeventig cent per stuk en kopen goed uitziende broodjes die precies zo smaken. Verder is het vooral kijken naar mensen en het graffiti kunstwerk dat in het kader van een groot artistiek project op een muur wordt aangebracht. Er is veel politie op de been. Voor de Thalys moeten we naar een speciaal deel van de trein waar internationale treinen vertrekken. Ook hier is veel beveiliging. Het perron is weer afgesloten en gaat evenals in Marseille een kwartier van te voren open. Bij het opgaan van het perron moeten we de politie passeren en bij elke ingang van de enorm lange trein staan twee treinmedewerkers die de kaartjes controleren. Ook later in de trein komt de conducteur langs om de tickets te checken. Bij de zitplaatsen zitten stopcontacten. Yes! Alles kan opgeladen worden en ik weet zeker dat ik de hele rit mijn spannende boek kan blijven lezen.
    Dan komen vier jonge meiden aan boord, twee gaan voor ons zitten en de andere twee schuin voor. Snel wordt duidelijk dat het Françaises en vriendinnen zijn. Zodra de trein het station verlaat haalt één van de vier een tas tevoorschijn en haalt daaruit knalroze plastic bekertjes waarvan ze een aantal vult met pinda’s, chips, tomaatjes en komkommerplakjes. Een pakje Tuc wordt er geopend bijgelegd. Een stapelbonte servetten maakt de vrolijke boel compleet. De bekertjes worden over de tafeltjes verdeeld en een fles champagne komt uit de tas tevoorschijn. Het meisje dat geslaagd lijkt te zijn, loopt naar het balkon, opent daar de fles en schenkt terug in de coupé haar vriendinnen in. Proost! Heel gezellig, ze hebben veel lol zonder dat het in het minst storend is. De conducteur komt langs, informeert naar de reden van het feestje en houdt een leuk gesprek met ze. Vervolgens wenst hij ze nog veel plezier en loopt door.
    Voorbij Brussel is het tijd voor de tweede fles champagne. Dit keer opent het feestvarken die op haar zitplaats. Wij zien het gebeuren…De kurk komt met een knal van de kurk los en schiet naar het plafond. Champagne vliegt er achteraan. Ik sla mijn handen automatisch voor mijn mond, maar moet ook lachen. Zoals ook anderen om ons heen, alleen niet de heren die er direct voor zaten. Ze zijn, heel begrijpelijk, geschrokken. De meisjes ook, waarna ze wat giechelen. Wel bieden ze dan dadelijk hun excuses aan en servetjes voor het deppen van de spatten. De mannen blijven niet blij. Later zien we één van de mannen de coupé verlaten en daarna terugkomen. Hij heeft zijn beklag bij de conducteur gedaan, die neemt het meisje apart op het balkon, waarna ze opnieuw naar de mannen gaat om excuus te maken. Eigen initiatief hoorde ik later van de conducteur. Ik vraag me af of het geaccepteerd is, want de heren stappen in Hoofddorp uit en negeren de meisjes volkomen. Sneu, er was geen kwade opzet in het spel en de meisjes reageerden heel sociaal gewenst. Voor Amsterdam komt de conducteur terug in de coupé en bedankt het meisje voor de medewerking en zorgt er met een ontspannen gesprek voor dat de meisjes toch een goede start van hun Amsterdamuitje behouden. Doet de man top. Bij het uitstappen in Amsterdam maak ik de conducteur een compliment. Ik vond dat hij goed gehandeld had, relaxt en netjes naar alle partijen toe. Ach ja, een vijftiger, dan krijg je dat ;) Hij keek verrast en waardeerde mijn waardering.
    Toen moest ik achter Theo aan rennen voor onze trein naar Hoogkarspel.
    Naar ons fijne huis met ook dit keer een hoofd vol heerlijke nieuwe ervaringen en verhalen.
    Prachtig Corsica, we hebben het superfijn gehad!

    Dag veertien: Bastia – Marseille

    Wat een nacht. Gisteravond werd duidelijk hoe gehorig het hotel is. De tv stond in de buurkamer aan en ging om 12.30 uur uit. Wij raadden: een man alleen, actiefilm. Er werd veel geschoten en we hoorden één paar voetstappen. Misschien moeten we blij zijn dat we slechts een film hoorden…Na middernacht konden we dan slapen. Dachten we. De airco stond aan en die deed het goed heel goed. ‘s Nachts werden we wakker met de ijspegels aan onze blauwe neuzen. Theo eruit om met de afstandsbediening de airco uit te zetten. Weer slapen, weer wakker. Bloedheet, zwetend aan alle kanten en snakkend naar water. Theo er weer uit (Theo is van de knoppen en aan een duidelijke taakverdeling moet je niet gaan rommelen), airco aan. Slapen. Wakker worden en klappertandend zoeken naar een winterdekbed. Het leven in een hotelkamer is soms lijden…

    Blij dat de ochtend is aangebroken lopen we door de lange smalle gangen naar de ontbijtzaaltje van het hotel met een gedateerde inrichting. Wel is alles keurig en schoon. En dat is niet onbelangrijk. De posters die aan de muren hangen zijn merendeels wel erg leuk, ze staan eigenlijk haaks op de inrichting. Ik weet niet hoe ik de stijl moet benoemen maar het zijn uit de vrije hand geschilderde afbeeldingen van Bastia. Ook hangen er nieuwe ‘oude’ nostalgische posters die toeristen moesten trekken naar Corsica. Het ontbijt is prima en voor het eerst hebben we er Nutella bij.
    We checken uit en omdat ons niet gevraagd wordt of alles naar wens was, laten we het maar zo. Het personeel is heel vriendelijk en behulpzaam, het ontbijt prima, de kamer schoon en de kostprijs van de kamer laag. De gehorigheid is voor ons echter wel een dingetje.
    Het is onze laatste dag op Corsica en die willen we nog volop benutten. We laten de rugzakken achter in het hotel om die eind van de middag op te halen, en gaan op weg naar De Notre Dame de Lourdes. Inderdaad een kerk. In een ander gedeelte van de stad, maar nog steeds niet ver weg. Alles is trouwens tot nu toe prima te belopen. Deze kerk is gewijd aan Maria en dan speciaal haar verschijning aan Bernadette. Hoog in een muur is een grote grot nagemaakt waarin een beeld van Maria met daarnaast een knielende Bernadette. Daarnaast zijn er ook hier weer veel andere heiligen te zien. Ik heb van zoveel niet gehoord. Kennen jullie St. Rita, St Cecile, St Lucie en St. Michiel? Om er een paar te noemen. Ik bedenk dat op Corsica alle dagen gekoppeld zijn aan een heilige, de naamdagen. Dus zullen er zeker 366 belangrijk zijn. Da’s niet niks. Er zijn broeders in bruine pijen aanwezig. Wanneer ze de kerk inkomen of verlaten wordt er een buiging gemaakt. Gekoppeld aan de kerk is een speciale kapel met ook hier een groot Mariabeeld. Achter het beeld hangen veel marmeren stenen met inscripties waarmee Maria openlijk wordt bedankt, ondertekend met initialen. Hier, zoals in de grote kerk ernaast, branden weer talloze kaarsjes.
    We lopen naar het Place St. Nicolas om te zien of het schaaktoernooi al van start is gegaan. Wat we verwachten is een aanblik van geconcentreerde jongeren in een bijna stille omgeving. Niks is minder waar, het lijkt wel een kippenhok. Mogelijk omdat er wisseling is, maar zeker ook door de leeftijden van basisschoolkinderen. vanaf groep drie schat ik. Nu begrijpen we beter hoe ze aan 3500 deelnemers komen. We vermoeden dat morgen, de laatste dag van het tweedaagse scholierentoernooi de middelbare scholen aan de buurt zijn. het is een prachtig gezicht, de lange tafels vol schaakborden en schaakstukken. Een klein groepje is nog bezig.
    We gaan koffie drinken op een terras waar we eerder zijn geweest en de cappuccino heerlijk is. Het oude vrouw in lange donkere kleren en incompleet gebit komt aan stiefelen en gaat van tafeltje naar tafeltje, rammelend met een blikje vraagt ze geld. Wij geven niet, anderen wel. Treurig is het natuurlijk wel, waarom moet een vrouw die zeker de gepensioneerdenleeftijd heeft bedelen om geld? Waar slaapt ze? Wie zorgt er voor haar? Is het goed om te geven? Daarvan ben ik niet altijd overtuigd.
    Soms houd je er juist een ongewenste situatie mee in stand. Het neemt niet weg dat ik me ongemakkelijk voel
    Het is 12.00 uur en 34 graden wanneer we koers zetten naar de Citadel. Vlak naast de ingang is het Museum van Bastia, dat gevestigd is in het oorspronkelijke Paleis van de Gouverneurs die hier in de 15e tot 18e eeuw woonden. Omdat wij in de veronderstelling zijn dat het museum pas om 14.00 uur open gaat zoek ik een plekje in de schaduw. Ik haak af en ga lezen, terwijl Theo nog een keer door de oude straatjes struint. Ik zit heerlijk met een geweldig uitzicht over de intens blauwe zee met daarboven het zachtere blauw van de lucht, waarin een enkel wit wolkje dat vervloeit in de lucht. Aan de zijkant van mijn blikveld zie ik de oude panden van de Citadel met op één van de daken twee hard werkende mannen met ontbloot bovenlijf en een petje op. Helden! Voor hen niet de siësta die wel is weggelegd voor winkeliers die in airco gekoelde ruimtes werken? Vreemd. Beneden op het plein zijn de terrasjes gezellig bevolkt zonder dat daarmee de rustige sfeer teniet gedaan wordt. Af en toe waait er een licht verrukkelijk windje: ik ben gemaakt voor siësta’s…
    Het museum valt ons wat tegen. Aardig, meer niet. Misschien speelt mee dat er een expositiewisseling is. We kunnen daardoor niet overal terecht. Nah ja, wekker koel was het wel 😉
    We zoeken ons laatste terrasje op Corsica op Place Nicolas, we willen hier ook warm eten zodat dat niet meer op de boot hoeft. We bestellen een lekkere vegetarische salade en friet en zoeken er een drankje bij. Eén zullen we nooit bestellen: een Foetus… 2 cl voor 3,50.Ik verzin het niet. Terwijl we eten lopen op een paar meter afstand de klassen met hun begeleiders langs. Elke groep heeft een grote beker bij zich. Het si een vrolijk geheel. Leuk zo’n toernooi!
    We halen onze rugzakken op, kopen bij de bakker broodjes voor onderweg en wandelen naar de terminal. Weer verbazen we ons over de verschillen in beveiliging die we steeds tegenkomen. Was er op de heenweg in Marseille geen enkele controle, konden we zo naar de boot lopen en werden we ook bij het opgaan daarvan niet gecontroleerd. Nu is dat 180 graden anders. We moeten na het inchecken naar een aparte paspoortcontrole en moeten wachten in een afgesloten wachten op de shuttlebus die ons naar de boot brengt. Voordat die bus bij ons is moet die eerst door een sluis van hekken met hoge scherpe punten. Wanneer we in de bus zitten moeten er bewaakte slagbomen gepasseerd worden. Na het uitstappen worden, voor het opgaan van de boot, wederom de tickets gecontroleerd.
    De boot lijkt een iets nieuwer exemplaar dan die op de heenweg. Daar zag je een enkel roestplekje, hier nergens. Onze hut ligt evenals als op de heenweg,in de roze gang. De ruime,sfeervolle hut heeft een groot raam waardoor we een prachtig uitzicht op de zee hebben. We deponeren al onze spullen en gaan aan dek om Corsica uit te zwaaien. We zien hoe we om de top van het eiland heenvaren en ontdekken in de verte Elba en Corte. Dan gaan we naar onze knusse hut en komen daar tot Marseille niet meer uit.

    Dag dertien: Erbalunga- Bastia

    De zon schijnt en brandt op de huid als we voor het ontbijt naar buiten lopen. Gelukkig zijn er voldoende tafeltjes in de schaduw. We storten ons weer op de Nespresso, verse jus d’ orange, de broodjes, pannenkoekjes, yoghurt, cake en wat niet meer, maar kijken ook om ons heen. Straks uitchecken en dan is dit passe.

    We lopen een rondje maken foto’ s en gaan nog even richting villawijk. Daar zijn we nog niet geweest, leuk om de niet-misselijke optrekjes te zien. We keren al snel terug. Het is heet, ik krijg er last van. We brengen een half uur op een koel plekje in de hoteltuin door. Dan is het tijd om naar de bus te lopen die ons in een half uur naar Bastia zal brengen. Het is het kortste traject van al onze treinreizen 🙂 De chauffeur van deze bus rijdt veel rustiger en dat zit echt prettiger.
    In Bastia is het een beetje bewolkt. Fijn! Ik juich te vroeg.. Hotel Bonaparte is vlakbij de bushalte en niet ver van de haven waar morgen onze boot naar Marseille vertrekt. We checken in bij het keurige hotel met mooie oude posters aan de wanden. Elk hotel is anders dan het vorige, wat het leuk maakt. Steeds de verrassing: wat krijgen we nu, ondanks dat we een aantal op internet hadden bekeken. We zien en doen zoveel, dan zakt de info van thuis een beetje weg of gaat door elkaar lopen.
    We trekken de stad in en wandelen naar Place St.-Nicolas waar het een gezellige drukte is met veel goed bezette terrasjes. Ze staan goed geordend aan een groot plein waar ze bezig zijn met het opzetten van grote tenten. Wat gaat er gebeuren? Later zien we dat er morgen en overmorgen het Corsicaanse schaaktoernooi voor scholieren wordt gehouden: aantal deelnemers rond de 3500. Dat wordt morgen een bijzondere happening!
    We lopen door naar de oude haven, richting de Citadel. Maar als we daar zijn word ik bevangen door de warmte. We zoeken een ‘ tentje’ waar we in de schaduw kunnen zitten en bestellen iets te drinken. Heerlijk is dat er een ventilator staat die tegelijkertijd verneveld water de ruimte in stuurt. Ik ga er met mijn armen breeduit voor staan. Als ze het raar vinden, vinden ze dat. Geen probleem. Ik knap wat op, toch besluiten we voor een paar uur terug naar het hotel te gaan. Ik moet een paar uur liggen om de opkomende hoofdpijn tegen te gaan en de heetste uren te overbruggen. Voor Theo niks nieuws, hij doet gewoon mee.
    Tegen half vijf verlaten we opgefrist en met nieuwsgierige zin voor de tweede keer het hotel. We kopen een oubliehoorn softijs zoals je ‘m hebben wilt en gaan in herkansing richting de oude haven en de Citadel. Door de Louis XVI-poort lopen we de Citadel binnen en kijken onze ogen uit. Het is prachtig. Van mooiheid, van oudheid. Het grootste deel is goed gerenoveerd, zeker het plaveisel in de straten. Toch staan we ook versteld van panden waar het stucwerk grotendeels af is, de kozijnen verrot, de luiken er half in, maar waar niettemin de was te drogen hangt. Het is beslist geen uitzondering. Het is de moeite waard om alles te zien. Evenals de uitzichen die we van hieruit op de havens en kustlijn hebben. De temperatuur is heel aangenaam nu, nog zeker 25 graden maar de wind maakt het goed te doen. Natuurlijk laat het zonnetjes alles er extra mooi uitzien.
    We lopen langs de vesting en bezoeken de grootste kerk van Corsica: St.-Jean-Baptiste. Heel indrukwekkend! Met slechts enkele andere bezoekers lopen we door het enorme gebouw. Overal is wat te zien, de beelden, de hoge glazen vitrines, de schilderingen. Je hoeft geen geloof te hebben om onder de indruk te zijn van al het vakwerk dat hier te zien is. Niet alleen in deze kerk trouwens, de kerken van Corsica zijn een bezichtiging waard. In de naaste omgeving komen we nog vier(!) rijk gevulde en versierde kerken tegen. We bezoeken ze allemaal, een aanrader. In een van de kerken oefent juist een klein tweestemmig koor. We mogen er probleemloos bij zijn. Mooi. We dwalen door het oude en nieuwe en verbazen ons steeds over andere dingen. Opvallend zijn de vele pleinen of pleintjes waar wat te doen is of waar kinderen fijn kunnen spelen. Een verademing is de autovrije binnenstad, terwijl die straten heel breed zijn. En al hebbenn we hier ook de auto’ s op zebrapaden geparkeerd zien staan, het is hier beter geregeld dan in de vorige steden met de grote parkeerplaatsen buiten het centrum en een grote parkeergarage.
    Wij zijn gecharmeerd van deze stad en zijn blij hier een overnachting geboekt te hebben. We zoeken het eettentje op dat we eerder gezien hebben en dat blijkt een gouden keus. Buiten, in een straat die is afgesloten voor het verkeer. In een sfeervolle omgeving eten we ongekend lekker voor een ongekend lekker prijsje. De bediening is gemoedelijken oprecht gericht op service en kwaliteit. Dat zie je, dat proef je. Ga langs bij ‘ Street Food Avenue’ in Rue des Terrasses en zeg dat ik ongelijk heb. We zitten er trouwens nog maar net of ik zie een beest lopen. Grote tor? Kakkerlak? Ik maak een foto. Even later loopt het beest de kant van vier meiden op. Die gillen en springen van hun stoelen. Consternatie:) De leuke jonge knul die de bediening doet grijnst, maar snapt ook dat hij iets moet doen. Het gaat tenslotte wel om vier klanten. De jongen gaat naar binnen en komt even later terug met een gasbrander. De crematie is geweest voor dat het insect door had dat het zijn uitvaart betrof. Ik klap in mijn handen en de meiden doen mee. De jongen buigt alle kanten op en ruimt later, uiterst hygienisch met handschoenen aan, de restjes op. Tja, dat kun je buiten hebben. Hoewel ik diervriendelijk ben, uitgezonderd muggen en vliegen, snap ik de actie volkomen. Je wil/moet wel als het je bedrijf is.
    Als we het verrukkelijke dessert op hebben, slenteren we nog een aantal straten door om uiteindelijk op de Place Nicolas een glaasje te drinken. We genieten van de skater die hele knappe slalomkunstjes doet met ruim twintig bekertjes die hij op een rij heeft gezet. Ik klap weer.

    Dag twaalf: Erbalunga

    Wanneer ik tussen de gordijnen door naar buiten gluur, ben ik blij verrast: het is bewolkt. Dat betekent prettiger omstandigheden om het plaatsje beter te bezichtigen. Theo gromt niet als ik hem over het wolkendek vertel.

    In alle rust begeven we ons naar het ontbijtbuffet dat van deze reis het meest uitgebreide is. Ook de setting is sprookjesachtig. in de sfeervolle serre staat het buffet uitgestald, en buiten onder een prachtige boom staan typische Franse zitjes. Fragiel ogende stoeltjes, ronde tafeltjes, een fonteintje,grote bloempotten, de steenrode muur naast het witte gebouw met groene luiken. Muren van ingemetselde keien/ stenen. De palmbomen. Het is zo idyllisch. We kiezen buiten een tafeltje en verwennen onszelf met diverse lekkernijen. Het is heerlijk en het personeel is leuk, voorkomend en er echt op gericht het de gasten naar de zin te maken. Dat geeft net dat extraatje.
    Het hotel is ooit gebouwd door een arts in dienst van Napoleon de derde. Later werd het doorverkocht en sinds 1990, en na een grondige verbouwing is het een hotel en een familiebedrijf.
    Het zonnetje schijnt dan wel niet, de temperatuur is nog steeds heel goed, een vestje is echt niet nodig. Opeens begint het flink te rommelen. Naast ons klinkt een kittig ‘ O, lala!’, terwijl wij gewoon reageren met een ‘ Wow!’ Het blijft droog en er kan probleemloos buiten ontbeten worden.
    We lopen naar boven, pakken de standaarduitrusting als rugzak, fototoestel en filmcamera en gaan op pad. We lopen een andere kant op dan gisteren en komen een paadje tegen dat naar beneden, naar het strand leidt. Er liggen daar enorme keien en er groeien veel cactussen. Niet de mooiste, maar het zijn cactussen. We gaan op een gigantisch groot rotsblok zitten en luisteren naar de geluiden van de zee. Zeker wanneer de golven van het strand terugrollen: kleine steentjes worden dan meegenomen en dat luistert heel speciaal. Het doet denken aan een ‘ regenkoker’, een simpel instrument dat regen suggereert als je het om en om draait. Heerlijk om hiet te zitten en te luisteren naar de muziek die de zee en steentjes samen maken. We nemen er de tijd voor, voor dat we verder wandelen.
    Uiteindelijk komen we uit aan de andere kant van de Citadel dan waar we gisteren waren. We kunnen er nu echt in en dat doen we. Straatje in, steegje uit. Trapje op, treetjes af. Een klein ontdekkingstochtje die we met weinig andere mensen delen. Dat is het leukst, de enigen zijn in deze eeuwenoude omgeving.
    We lopen verder het stadje in en komen de kerk van St Erasme tegen, die als patroonheilige van de vissers inmiddels een oude bekende is. Helaas is de kerk gesloten. We lopen nu bijna twee uur en zijn terug in het kleine centrum, we willen koffie drinken. Juist als we overleggen of we bij dat of bij het andere tafeltje willen zitten, begint het te regenen. Het wordt het tafeltje met de grote parasol. Een buitje, maar je wordt er net nat van. Mazzel dus. De regen is snel voorbij. Het is nog steeds bewolkt en rommelig in de lucht, maar de temperatuur uitstekend rond de 25 graden.
    We keren terug naar het hotel, trekken badkleding aan en gaan naar het zwembad. We zijn de enigen. Languit liggen we in de jaccuzzi. Voor ons zien we de bergtoppen gehuld in de wolken, de palmbomen, de bossen, het zwembad met bedjes en horen de vogeltjes die fluiten. Dit houden wij wel even vol. Het water borrelt heerlijk en de jets masseren onze voetzolen en ruggen. Mmmm, lekker. Toch, je moet er een keer uit. We gaan zwemmen in het bad dat helemaal voor ons is. Zo gaan er ook vandaag een aantal uur mee heen:zwemmen, zonnen, lezen, luieren. Rond 15.00 uur weet het zonnetje zich eindelijk tussen de wolken door de wurmen, en nog geen half uur later komen andere hotelgasten met hun badlakens. Een uurtje later houden wij het voor gezien, pakken onze spullen en gaan ons omkleden. We slenteren naar de Spar die we hebben gezien. Theo wil chips en wat zoetigheid. Het is een gemoedelijk winkeltje waar de cassiere met haar peutertje op de arm de aanslagen op de kassa doet. Kost je bij ons je baan, denk ik. Dan doe ik de ontdekking dat ze hier cafeïnevrije koffiestaafjes verkopen. Mijn moeder zoekt er al tijden naar, maar geen winkel in ons woongebied heeft het. Dit winkeltje dus wel. Ik koop gelijk vier dozen met in totaal 100 stuks die goed blijven tot februari 2016 en verkneukel me bij voorbaat om de blijdschap van mijn moeder 🙂
    Het volgende doel is het ijsterras dat Theo eerder bij de haven heeft opgemerkt. Mensen kijken, dobberende bootjes, de pittoreske omgeving, de Dame Blance en de bananensplit, dan moet je toch tevreden zijn. dat zijn we, het is weer genieten. We kuieren linksom, rechtsom en middendoor om daarna voor een uurtje naar de hotelkamer te gaan. Ons avondmaal eten we buiten bij een sfeervol restaurantje in de buurt dat verrassend veel vegetarische gerechten heeft. Voldaan gaan we terug en hier in de aangename tuin van het hotel sluiten we de dag af met een biertje en een wijntje.

    Dag elf: Calvi-Erbalunga

    We zijn vandaag vroeg uit de veren om de trein van 7.00 uur richting Erbalunga te kunnen halen. We checken dus vroeg uit wat we gisteren bij de receptie hebben gemeld. Een ontbijtpakket wordt ons overhandigd. Pas in de trein zien we dat het er bedroevend uitziet. Het zijn niet meer dan vier broodjes die in een plastic zakje geflikkerd zijn met apart verpakte kaas en vlees met een fles water. He vlees konden ze niet weten, dat gooien we in een afvalbak op het station. Sorry. We hebben voor een goed hotelontbijt betaald, dit zijn hele dure broodjes…Ingepakt door iemand die weinig passie voor zijn werk heeft. Dat is het verschil tussen iemand die zijn werk doet en iemand die zijn werk is. Liefde voor het werk, passie. Dit smaakt dus nergens naar. Afijn, dat weten we ook voor. Leerpuntje.

    Wanneer onze trein op het punt van vertrekken staat, komt de lokettiste uit haar hokje om het vertreksein ‘ veilig’ te geven. Hoe lang terug is het, dat dat nog in Nederland op die manier gebeurde? Heel lang.. Het eerste deel van ons traject vandaag is voor een groot deel hetzelfde, tot Ponte Leccia, het uitzicht is daardoor bekend. Wil je dat nog een keer lezen, dan moet je het verslag van zaterdag nog maar eens andersom lezen;) Wij vinden het niet erg, het is mooi en afwisselend waar we op de heenweg al van genoten.
    Ga ik nog wat vertellen over dingen die mij zijn opgevallen. Zoals de Corsicaanse vlag die wij overal tegenkomen, op huizen of horecagelegenheden. Het geeft wel aan hoe trots de bewoners op hun eiland zijn. O, ja ik moet nog zeggen dat de conducteur en machinist nog steeds een hoog vrijtijdskleding gehalte hebben, maar de conducteur nu herkenbaar is aan de minuscule tekst op zijn polo: ‘chemins de fer’.
    Het euroteken op het eiland doet aan stuivertje wisselen. Zo komen we het voor, achter en in het midden (inplaats van de komma) van het bedrag tegen. Zomaar een weetje 🙂
    Een verbazingwekkend verschijnsel op het eiland zijn de zwaluwen. In elke plaats hebben we ze gezien. Een grote groep die als idioten door elkaar vliegt. Niet rustig met de vleugels slaand, nee, driftig fladderend alsof ze op de hielen gezeten worden en niet weten welke kant ze op moeten. Ze blijven voortdurend op een plek hangen. Een neurotisch, gekmakend gezicht. Wij snappen er niets van. Mogelijk dat er nestjes in de buurt zitten, maar dat is dan hoog. Het zijn in onze ogen echt gestoorde vogeltjes. Zwaluwen en Corsica zijn voor mij nu met elkaar verbonden.
    We komen in Ponte Leccia aan, opletten weer, wat heeft het landschap nu te bieden. In de trein is het in ieder geval gemoedelijk. Vier jongens, vrienden reizen met elkaar en hebben gezellige muziek opstaan. Een van de jongens kent de teksten letterlijk (denk ik) uit zijn hoofd en zingt mee. Dat doet hij niet onverdienstelijk. Tussen de stoelen door heb ik even oogcontact met hem. Ik steek mijn duim op en maak een applausbeweging: zing lekker door. Hij moet lachen. Buiten is het vlakker geworden. Corsica is een groen eiland en dat het nog geen hoogzomer is zal gunstg zijn. Al de hele week zien we veel bloeiende bomen: rood,roze, wit en paars. Dat maakt het eiland uiteraard extra mooi. We zien buiten af en toe huizen en kleine bedrijfjes. We reizen door een rustig deel van het eiland.
    We zijn op weg naar Bastia wat het eindpunt van deze trein is. Vanuit Bastia moeten we een half uurtje in de bus om in Erbalunga te komen. Op het kaartje in het eerste bericht zie je de buslijn naar boven lopen. We zijn dus even buiten beeld 😉
    Na in totaal zo’n 3,5 uur in de trein gezeten te hebben komen we in Bastia aan. Theo merkt op dat dit onze laatste treinrit op Corsica was. Huh? Inderdaad! De komende trajectjes kunnen alleen per bus afgelegd worden. En in Bastia stappen we donderdagavond op de boot naar Marseille. We besluiten om eerst koffie te drinken voordat we de bus zoeken. Die rijdt om het haf uur, dus tijd genoeg. Op een terrasje met heerlijk uitzcht op langslopende mensen genieten we van goed gezette capuccino.
    Dan wordt opeens een mooi verschil in het waarnemen van Theo en mij duidelijk. Doordat Theo ca. 24 cm langer is dan ik ziet hij sowieso vanuit ander perspectef. Hij benoemt soms uitzichten die ik niet kan zien, maar ook door onze verschillende actergrond, interesses meken we soms verschillende dingen op. Maar het man/ vrouw verschil kan eveneens anders laten kijken. ‘ Kijk’ zegt Theo, en ik wend mijn hoofd de richting die hij aanwijst ‘ Mooie sportschoenen.’ Ik kijk en zie vooral de goed gevormde, bruine benen van de man. Sportschoenen? Het zal wel.
    De bus is zo gevonden en het wordt een mooi ritje dat de hoogte in voert. De chauffeur rijdt alleen als een dolle. Hij neemt bocht na bocht, die allen absoluut onoverzichtelijk zijn, met een bloedvaart. Daar moeten ongelukken van komen of geweest zijn, dat kan niet anders. Wel aardig is dat hij aangeeft waar we eruit moeten.
    Het hotel is tegenover de bushalte en het is prachtig. Het klopt helemaal met de info die we hierover gekregen hebben. Een oud, authentiek herenhuis met een sfeervolle, oude bibliotheek waar we doorheen lopen naar de receptie. Er is een zwembad, jaccuzzi,een mooie tuin en onze kamer. Bijzonder, met de wc achter een kastdeur. Het is een plezier om het gebouw en het buiten ervan te verkennen. We frissen ons op en lopen het kleine plaatsje in, naar de haven waar we wat eten en uitkijken over het water, de oude Citadel dat in slechte staat is, en de gebouwen erom heen. Het is weer heet, wat maakt dat we er voor kiezen terug naar het hotel te gaan en bij het zwembad te gaan liggen. Zwemmen, zonnen, lezen, muziek luisteren en dutten, zo zien de uren daarna er uit.
    Tegen de avond gaan we het stadje weer in, maken een mooie wandeling en drinken een glaasje op een terras. Het weer is rustig, het zonnetje schijnt en het water glinstert. We zien een jongen in duikerspak komen met een soort van harpoen in zijn hand. Op weg naar zijn bootje waarmee hij de zee opvaart. Gaat hij vis vangen op een bijzondere manier? Een speciaal soort? We weten het niet. We slenteren nog een stukje en gaan dan op een gezellig pleintje een hapje eten en klinken op ons goede leven.

    Dag tien: Calvi

    Bij het ontbijt ontdekken we een ingenieus apparaat dat er uitziet als een frituur. Maar dat niet is. Het is gevuld met kokend water en er hangen zes verschillend gekleurde mandjes in, waar per mandje een ei in gezet kan worden. Vervolgens bepaal jezelf met een knop hoe lang je het gekookt wilt hebben. Theo probeert het direct uit. Het enige probleem is dat er geen bak koud water naast staat om het ei te laten schrikken. Dus verbrande vingers en veel geduld. Na het ontbijt gaan we naar het centrum, de haven en opnieuw naar de Citadel. We hebben ons goed ingesmeerd, want buiten is het nu al heet. Zondr zonnebril en hoed waag ik me niet in de hitte. Bij de haven heerst alweer een heerlijke gezelligheid. Het uitzicht opnieuw prachtig en het water van de zee zo mooi in het zonlicht. Er liggen geweldige boten aangemeerd en natuurlijk moet ik dan steeds aan mijn zoon denken die zo dol op varen is, maar hetnog vooral moet doen met de veelal benauwde slootjes in onze woonomgeving. De sfeer heeft hier iets van de Cote d’ Azur, gelukkig wel zonder de rottige hoogbouw die je daar vaak ziet. Calvi met de Citadel er hoog naast past uitstekend bij elkaar. Het is echt een plaatje. We zien het van verschillende kanten, steeds is het genieten. We starten de klim naar de Citadel, mijn kuitspieren volbrengen hun taak ook nu uitstekend. Het is echt heet nu, waarddoor we zoveelmogelijk in de schaduw proberen te lopen. Opnieuw genieten we van het weergaloze uitzicht dat we hier van verschillende kanten hebben. Het water is ongekend blauw, en vlak langs de kust groen. Het blijft me altijd weer verbazen hoe vaak ik het ook zie. We betreden nog een keer de kerk van Jean-Baptiste, nu kan ik wel vlak voor de Maagd van de rozenkrans komen zonder mensen in hun gebed te storen. Ik kan nu beter zien dat ze inderdaad in een speciaal gewaad gekleed is. Fascinerend dat ze voor elk festival anders gekleed wordt. We bezoeken daarna de Oratoire St.- Antoine waar 15e en 16e eeuws fresco’ s te zien zijn en een groot ivoren Christusbeeld. Eigentijdse foto’slaten zien hoe het gedragen wordt in processies. Broederschappen en processies hebben een grote betekenis op Corsica. Dat wordt ons steeds duidelijker, je kan er niet omheen als je op het eiland bent en geinteresseerd in het leven hier.. We wandelen langs het Palais des Gouverneurs Genois, dat op zich niet heel opzienbarend is. Wel dat het tegenwoordig vanhet vreemdenlegioen van Corsica is. Dat het nog bestaat. Ik heb daar nog associaties bij van gewetenloze criminelen en weglopers die daar hun heil zoeken omdat ze nergens anders terecht kunnen. Welke mensen kiezen daar tegenwoordig voor? Zoeken we thuis op. Calvi wordt gezien als de stad van Columbus,diverse hotels dragen zijn naam, aleen weten we niet goed waaarom. We komen erachter als we het bordje zien dat verwijst naar de ruine van het huis waar hij geboren is. Aha! Vanuit dat huis had hij een geweldig uitzicht op de zee. Ik weet dat Columbus uit Genua kwam, maar pas nu besef ik dat in zijn tijd Calvi/ Corsica bij Italie hoorde. 1 +1=soms lastig optellen 😉 Het is bloedheet als ik opeens stromend water hoor, het blijkt het zweet te zijn dat van Theo afgutst. Ook ik plak aan alle kanten van naar buiten sijpelend warmtevocht. We dalen af naar de haven en zoeken daar een heerlijk plekje in de schaduw op riante stoelen, met magnifiek uitzicht op het water. Het uitzicht wordt meeberekend in de drankjes, dat is snel duidelijk. Vooruit, het is vakantie. We blijven hier een tijdje zitten en gaan dan terug naar hethotel om ons te verkleden voor het strand. Ik zie er een beetje tegenop omdat ik vrees dat het daar te heet voor mij is, Theo kan nu eenmaal beter tegen hoge temperaturen dan ik. En ik heb echt geen thermometer nodig om te weten dat het vandaag wederom boven de 30 graden is. Het strand is vlakbij, wel moeten we de treinrails (!) oversteken. Echt bizar is dat. We wisten het, maar nu we het zelf doen, anderen dezelfde oversteek zien maken enmensen over de lengte van de rails zien lopen…ik snap de posters met waarschuwingen nog beter. Wel zijn het vaak formele, totaal niet veilige, oversteekplaatsen dus wordt het op deze manier in stand gehouden. Op het strand vinden we gelukkig een plekje in de schaduw. Er waait een heerlijk windje, het is heel rustig, wat normaal lijkt en het uitzicht is weer fenomenaal. Toch een goede keuze het strand. Als Theo terug is van zwemverkenning, geen vissen, geen haaien, durf ik ook. Het water is helder, heeft een zandbodem en is aangenaam van temperatuur. Ik ben lekker afgekoeld wanneer ik met mijn gezouten lijf op mijn badlaken ga liggen. Tijd vooreen boek. Tijdens deze drukke wekzaamheden rijdt er af en toe een trein langs, nauwelijks vijf meter van ons af. Het zijn korte treinen, slechts een rijtuig en ze gaan niet hard. We vinden het vooral bijzonder, last hebben we er niet van. Na een uur verandert het weer, de lucht wordt donker en het rommelt in de verte. Prettige bijkomstigheid is dat het wat behaaglijker wordt, al kan Theo de zon wel achter de wolken vandaan zien kijken. We horen en zien dat het boven de bergen in de verte begint te onweren. De aanwezige mensen op het strand blijven gewoon liggen, zwemmen, zitten of een spelletje doen, terwijl we boven de bergen fantastische bliksemschichten zien. Het blijft rommelen in de lucht. Dan opeens, begint de kalme zee op te spelen. Echt bizar hoe van het een op andere moment flinke golven krachtig aan komen rollen. Met het geluid dat erbij hoort. De situatie van de zee is echt anders. Wij zien iedereen reageren op het geluid en het veranderde beeld. Niet beangstigend, wel anders, zonder dat er een duidelijke, zichtbaree verklaring voor is. In Madurodam zou dit een forse Tjsunami zijn geweest. Ik zal het Gerrit Hiemstra eens vragen. Eind van de middag gaan we terug naar het hotel om te douchen en daar van bij te komen. We vertrekken alweer naar de gezellige drukte in het centrum; hapje eten, flaneren door de straten en langs de boulevard Als we daar genoeg van hebben zoeken we een leuk barretje met passende Franse muziek en drinken een drankje. Een verademing in Calvi is dat een belangrijk deel van het centrum voor het gemotoriseerde verkeer is afgesloten. Het komt de sfeer en de uitstraling beslist te goede. Vooruit, nog een drankje dan. O, ja, het is vandaag de naamdag van St Gilbert.

    Dag zes: Wandelen omgeving Corte

    9.00 uur zitten we weer aan het ontbijt van de buren met koffie, jus d’ orange, broodjes, jam, kaas, yoghurt en muesli. We nemen hier rustig de tijd voor, we zijn tenslotte op vakantie 🙂 Het plan is om vandaag eenflinke wandeltocht te maken, dus een goed gevoed lichaam is belangrijk. Op onze kamer maken weonzewandeluitrustig compleet. In mijn geval: met de nieuwe gekochte wandelsokken in Ajaccio. Het advies luidt altijd nieuwe sokken voor het eerste gebruik te wassen. Ik ga daar luchtig mee om en de sokken weten niet beter. Het zal wel loslopen met ze. 10.00 uur gaan we van start. Gisteren hebben we bij het VVV een wandelroute gehaald die in totaal zo’n vier uur zal duren. De startplaats is duidelijk. Vrijwel direct vanaf het beginpunt merken we dat het geen tocht voor beginners is: Het is een ruig pad datwevolgen. Stenen, rotsen, keien, boomwortels, klimmen, dalen,klimmen. Het pad dat we volgenn gaat langs een rivier. Ons doel is een punt waar twee rivieren samenkomen. het moet er mooi zijn en er kan gezwommen worden. om die reden hebben we badkleding aan. Een verfrissing zal zeker aangenaam zijn. Het doel ligt op twee uur van het startpunt af, de terugweg volgt dezelfde route. Het is genieten,ditis het wandelen wat ik het leukst vind. Het avontuurlijke van grillige paden, het steeds geconcenteerd de voeten moeten neerzetten. Als Theo iets tegen me zegt, moet ik stilstaan en andersom. We praten dus niet zoveel. Na een half uur komen we een paar andere wandelaars tegen, de man is een Nedelander, de vrouw zwijgt. later komen we erachter dat waarschijnlijk Duitse is. Het stel is omgekeerd omdat het doodloopt. Huh? We lopen toch nog even door, maar we moeten ook keren. Balen datwe fout lopen, maar tegelijkertijd: het is hier wel mooi! Het ondiepesnelstromende water dat zic moet wringen tussen enorme stenen en keien. Het vele groen, de bomen langs het water. De zon die tussenhet groen door het water schitterend laat glinsteren. Dan ga je toch niet echt de pest in hebben. We lopen terug naar het beginpunt en zoeken een stukje verder langs de weg. Verdomd, en bord met daarop iets wat op wandelroutes moet lijken. Lijken ja, het is zo onduidelijk. We kijken voorbij het bord en zien oranje geschilderde stippen her en der. Omdat er niets anders is, gaan wedie volgen. In de verte kijendzien we wel een en nog een paar wandelaars. Dit moet het zijn. Het paddat we moeten volgen wijktniet af van het vorige: het is opnieuw klauteren over stenen, keien, rotsen en boomwortels. We klimmen steeds hoger de berg op, en Corte verdwijnt steeds meer in dediepte. Opeens zien we een koehalf op het pad liggen. Een koe, meer niet, en er is geen mens of onderkomen te zien. Toch vreemd. Voorzichtig passeren we het dier, ze blijft rustig liggen. Heel af en toe komen we iemand tegen, maar we zijn vooral met z’n tween. En om ons heen is het prachtig. Hoog. Dipe. Overal groen, een strakblauwe lucht en warm, steeds warmer. Regelmatig zien we salamanders wegschieten, of zijn het hagedissen. We weten het verschil niet meer. Heb ik het ooit eigenlijk wel echt geweten. We pauzeren op een zeldzaam schaduwplekje en drinken flink water uit onze flesjes. Wanneer we een half uur later een waterpunt tegenkomen en ik gulzig begin te drinken en mijn waterflesje wil vullen, merk ik dat het bij de laatste stop heb vergeten. Zo stom! Theo reageert heel mild, het lijkt hem niet te verbazen, wat mij verbaast. Ik vergeet zelden iets. Denk ik. De omgeving ismagnifiek. En omdat we toch nauwelijks kunnen praten zet ik mijn Ipod aan. De muziek tezamen met de omgeving komt binnen. Het trekt me beurtelings naar ‘binnen’ en naar ‘buiten’.Het is fijn, heerlijk en beheersbaar. Ik voel me op een speciale maar goede manier geroerd. We komen geen mens tegen. Over de route hebben we twijfels. We zittennog erg hoog en de rivier stroomt heel diep onder ons. Al een paar keer dachten we de daling in te ztten en moesten we toch weer klimmen. Wat doen we? We zijn er duidelijk nog lang niet, als weal goed zitten en detocht is zwaar. De zon heet. We besluiten terug te gaan. Jammer, maar verstandig. De zon brandt bijna voortdurend op ons hoofd, ook al heb ik een hoed op en we weten niet hoeveel waterpunten we nog tegenkomen. We lopen terug en wanneer we na drie kwartier het waterpunt weer bereiken, nemen we een langere pauze. Hier staat de enige picknicktafel langs de route. Broodje eten en veeldrinken. Ik doe mijn schoenen en sokken uit en trek mijn shirt uit en ga languit op een van de twee bankjes liggen. Even bijkomen. Geluid.Komter een Duits stel aan. Beetje grrr toch wel. Ik zie er in mijn bikinitop nog steeds fatsoenlijk uit, maar ga netjes rechtop zitten. Na ca. 20 min. Lopen we verder en komne na nog een kwartier mijn flesje water tegen 🙂 Uiteindelijk komen we na bijna vier uur weer terug in de oude stad. We hebben onze berggeitencertificaat gehaald. We trakteren onszelf op het terras aan het plein waar Gaffori hoog op zijn sokkel staat. Het leuke van dit plein is de typisce Corsicaanse muziek die ze laten horen. Daarna gaan we terug naar het hotel voor een late lange siesta. Begin van de avond eten we in de buurt eengezond maal, waarna we nog een rondje door het centrum lopen. Opvallend verschil met Ajaccio is dat daar overal en veelpalmbomen en hier vrijwel geen een.We gaan terug naar hethotel. Morgen reizen we door naar Calvi, Corte sluiten we af. We hebben er heerlijke dagen gehad en zijn blij hier een extra nacht geboekt te hebben.

    Dag vijf: Corte

    Corte is een oude vestingstad en de voormalige hoofdstad van Corsica. Wij verblijven in Hotel du Nord, het oudste hotel van de stad, gebouwd in 1833 en ooit een stopplaats voor diligences. Om het hotel te bereiken, loop je vanaf de straat door een deur een soort van steeg door. Vervolgens de trap op naar de receptie. Het hotel heeft geen eigen ontbijtruimte, dat is in het cafe van de buren. Dat doen we nu. De keuze is binnen of buiten. Wij kiezen voor het laatste.Het is een drukke, maar smalle weg. Dus als een stukje verderop een busje midden op de weg gaat laden/lossen staat een verkeer vast en ontstaat een lange rij wachtenden. Ze zijn het zichtbaar gewend, er wordt ogenschijnlijk geduld getoond. Dat de weg zo smal is heeft een vreemde oorzaak, zoals we dat ook Ajaccio zagen. Terrassen van restaurants en cafe zijn aangebouwd op straat, op parkeerplaatsen, regelmatig hebben we het woord betaald parkeren (vertaald he) er gewoon voor zien staan. Dat hoeft hier geenauto te zijn, mag heteen terras zijn…Trottoirs zijn eveneens volgestouwd met terrasstoeltjes en verkoophandel. De doorstroming wordt daardoor natuurlijk zowel op de weg als op de stoep belemmerd. Mijn hollandse mentaliteit vindt dat eigenaardig, maar als toerist vind ik alles wat afwijkend is juist ook leuk;) We ontbijten lekker buiten, pakken daarna t spulletjes en gaan het oude centrum verkennen. Ik zei het gisteren al: het is overal klimmen en dalen, veel in trapvorm, over hele oude bestrating. Het heeft absoluut een charmante uitstraling, als je tenminste goed ter been bent. Voor fysiek minder validen zal het een ramp zijn. We zien overal gebouwen straatjes, beelden en winkeltjes die ons verrassen.Er zijn veel mensen op straat en ondanks het vroege uur vullen de terrasjes zich al. Het is al warm en we hebben de korte broeken aan. We komen op het pleintje met een groot beeld van Gaffori, eengeneraal die belangrijk voor Corte is geweest. Het huis waar hij gewoond heeft staat er nog, de murenervan zitten vol met gaten waar tijdens de belegering van de stad in 1746 de Genuese kogels zijn ingeslagen. Om het beeld zijn terrasjes te vinden en ook de Eglise de l’ annonciation. Maria staat in deze prachtige, zowel vanbuiten als van binnen, een grote rol. Er staan veel beelden van haar opgesteld. De kerk is beslist de moeite waard. Bij Maria met Bernadette steek ik een kaarsje op, niet omdat ik gelovig ben, maar omdat ik weet dat het in de traditie vanmijn moeder en oma is. Die traditie overnemen voelt als een moment van fijne verbondenheid met dierbaren. En dat is altijd goed 🙂 Wat vooral in deze kerk fascinerend is, is de glazen kist met daarin St Theophile. Als Theofiel heeft dat natuurlijk mijn aandacht;) De man is griezelig echt opgebaard. Hij heeft veel goeds voor de stad gedaan en zijn sterfdag wordt elk jaar nog steeds herdacht op 19 mei. Na de kerk wandelen, of beter, klimmen we naar Belvedere waar we een geweldig uitzicht hebben op het kasteel, het oudste deel van de Citadel Van hier kun je goed de verschillende delen van de stad zien. Het oude gedeelte waar wij verblijven en het nieuwe gedeelte in de verte. Dat ziet er gestructureerder en strakker uit. We gaan nu op weg naar de Citadel waar we het huis zien waar de ouders van Napoleon twee jaar gewoond hebben en zijn oudste broer Joseph is geboren. Het ziet er oud enslecht onderhouden uit en is in privebezit. We klimmen door naar het Museum van de Corsicaanse geschiedenis. Vanuit het museum kunnen we ook door het restant van het oude kasteel lopen. Dat wordt weer klimmemn, maar zeker de moeite. Zeker door het nog veel hogere uitkijkpunt dan Belvedere. We kijken over het gebied waar we morgen een flinke wandeling willen maken. Dan bezoeken we de expositie binnen, lekker koel is hetdaar. Wat opvalt is dat de teksten hier eerst in het Italiaans en dan pas in het Frans zijn aangegeven. En tussen de diverse talen voor de audiotour zit een Corsicaanse versie. Buiten gaat het richting de 28/30 graden..Bijzonder in het museum is de uitstalling op poppen van de vele soorten broederschapskleding, compleet met maskers die doen denken aan die van de Kukluksclan (dit schrijf ik fout denk ik.., meteen q? Corrigeer ikthuis wel) ) Zonder die maskers herkennen we een aantal outfits zoals we die een paar dagen geleden bij de processie hebben gezien. Er staat inderdaad een tekst waarop staat dat de broederschappen tegenwoordig nog steeds bestaan, maar het spirituele minder centraal staat. Dat klopt met de geluiden en drank die wij tijdens het feest erna signaleerden 😉 Na het museum kopen we broodjes bij de bakker en gaan vooreen paar uurtjes terug naar het hotel: siesta houden. Het is buiten nu erg warm. Een paar uur later wagen we ons weer naar buiten, we wandelen de oude stad uit naar een brug waarsnelstromend water onderdoor gaat. Het is er diep en langs het water is veel groen. Wat ik niet zie, maar Theo wel is hoe een man een grote gevulde plastic zak over de brugrand kiepert: grofvuillozing? De man is net zo snel weg als dat ie kwam, ik heb hem niet gezien. De zak blijft ondertussen in de diepte steken tussen takken en groen. Treurig die mensen. Mijn geweten gaat al opspelen als ik een flinter plastic in de pedaalemmer gooi inplaats van de zak met plastic. Dat doe ik dus niet; ik slaap graag lekker. Over uitersten gesproken.. Vanaf de brug hebben we een mooi zicht op de oude stad hoog voor ons. Het nieuwe gedeelte ziet er keurig uit, maar het mist de charme van de oude stad. Creatief gebouwd is er ook niet. We klimmen weer omhoog over het oude plaveissel van keien in cement en kopen onderweg eindelijk ons eerste ijsje deze vakantie. Dan gaanwe op zoek naar de fontein met de vier kanonnen. Dat duurt even omdat Theo niet naar mij luistert. Bij uitzondering weet ik iets feilloos te vinden, moet hij altjdeven schakelen. De fontein blijkt weinig voor te stellen en van kannonnen is niets te zien, ook niet met een staaltje fantasie. In de buurt is is een kapel die we meepakken. Het is opnieuw een juweeltje. Rijkvoorzien van mooie beelden en prachtige (plafond) schilderingen. Theo ziet op zijn klokje dat hetterrastijd is en we zoeken een schaduwrijk plekje op Place Paola op. Van de Corsicaanse vrijheidsstrijder pascal Paola staat een groot standbeeld op het plein. Hij heeftiversiteit in Corte pgericht. Die staat tegenwoordig bekend als de kleinste universiteit vanFrankrijk. Om 20.00 uur gaan we etenij een restaurantje aan de overkant van het hotel. Buiten natuurlijk. Het is een heel aangename temperatuur. Het eten is heerlijk. De drankjes ook 😉 Dan nokken we af. Het is mooi geweest vandaag.

    Dag vier: Ajaccio-Corte

    Als ik de badkamer inloop denk ik dat we het licht vergeten zijn uit te doen. Mis. De zon schijnt alweer fel naar binnen. Nog steeds wennen dat dat kan. We maken ons toonbaar voor de buitenwereld en ik knip een pleister voor de flinke blaar op mijn rechter hallux valgus. Dan gaan we naar beneden voor het ontbijt. Het is eenvoudig, maar prima. Het is zeker uitgebreider dan de standaard ontbijtjes die overal aangeboden worden. Mag ook wel, we betalen merDe broodjes die typisch Corsicaans lijken, blijken keihard,ik waag mijn gebit er niet aan. De televisie staat aan in de ontbijtruimte, De Fifa, Blatter en de enorme corruptieschandalen staan centraal. Beschamende toestanden zijn het zeker, zachtjes uitgedrukt. Na het ontbijt ruimen we de zooi in onze kamer op en de rugzakken in. En hoewel het tegen mijn principes is om gratis spullen mee te nemen die ik toch niet gebruik zoals shampoo etc, neem ik dit keer wel at mee: de slippers voor gasten met een afdruk van het hotel erop. Het is niet slecht, eenmaal gebruikt doet het hotel er ook niets meer mee, maar het is toch een hebberige actie. We checken uit en laten de rugzakkenn achter, die halen we later op. We gaan naar de kade waar we een rondtour weten van anderhalf uur. We hebben al veel gezien, maar voorral in het centrum. Nu komen we iets verder. We krijgen er geen spijt van. We zien nog een groot standbeeld van Naplon en diverse historische gebouwen. We rijden naar een uitkijktoren, onderdeel van het verdedigingsbouwwerk de Citadel en lopen daar een kwartier rond. Schitterend mooi uitzicht hebben we daar. Het mooiste wat onderweg echter zien is de meest indrukwekkende begraafplaats die ik ooit gezien heb. Het s heel groot en oogt als een dorp met straten waarlangs huizen. De huizen hebben allemaal een kruis en boven de enige deur in het pandje staan familienamen. De knekelhuisjes kennen wij uit Griekenland, maar dit is een gigantisch dorp! En overal bakken met bloemen voor de huisjes. Het is bijna bizar, maar toch ook bijzonder. Ik had er graag doorheen gelopen, helaas dat kan niet. Logisch natuurlijk, als je zoiets unieks voor toeristen openzet… Na de rondrit pakken we een terrasje en zijn weer eensgetuige van spektakel. Met veel bombarie komen motoragenten bijna voor onze neus stilstaan en gebaren het verkeer door de rijden. Er staat iets te gebeuren. Even later komen verschillende waardetranportwagens langsrijden met tussendoor, langszij en erachter nog meer motoragenten. Moet dat zo opvallend vraag ik mij af. We wandelen nog eens de gezellige kade langs waar de kleine, gekleurde vissersbootjes een lust voor het oog en mijn fotocamera zijn. We kopen broodjes die we op het gezellige plein le Gaulle opeten en halen dan bij het hotel onze rugzakken op. Het is nu echt warm geworden, en omdat we in alle rust naar het station kunnen lopen, stoppen we onderweg bij een bankje. Dankomt r een man met zijn hondje aanlopen. De man heeft bovendien eengrote rugzak bij zich. Niets bijzonders, nietsdat opvalt. De man stopt vlak voor ons, in de schaduw van de dezelfde boom als waar wij onder zitten. Hij zet zijn tas neer, haalt er eenkleedje uit waar het hondje op mag liggen. Hij haalt een voerbaktevoorschijn en vult die met water uit eenfles. Hij pakt een stuk karton en zet dat voor zich neer waarna hij op zijn tas gaat zitten. Ik buig me voorover, nieuwsgierig naar wat er op het bordje staat. En ik lees dat hij honger heeft en de mensen vriendelijk vraagt hemiets te geven. Ikben stomverbaasd,ho is het mogelijk: zo’n ogenschijnlijk fysiek gezonde man. Nog meer vraag ik me af wat ik mij wel meer afvraag bij dergelijke situaties: wanneer verliesje de gezondetrots om je op deze manier afhankelijk vangiften, het medelijden van anderen te maken. Met mijn hoofd gevuld met dit soort gedachten loop ik veder naar het station. Achter Theo aan. Hij weet de weg en het is druk op straat, met mensen en overal auto’s en scooters. Een gewoon straatbeeld weten we nu. Ajaccio is zeker de moeite vanhet bezichtigen waard, een nacht is voldoende, we zijn blij dat we diegeboekt hebben. De eerste tien minuten van hettraject moeten we met de bus, er zijn spoorwerkzaamheden. De bus zit helemaal vol. In LesSalins stappen we over in een trein die niet langer is is dan een wagon. Verder valt op dat de plaatsnaam tweetalig wordt aangegeven, ook in het Italiaans. De treinrit naar Corte duurt ruim twee uur. Als we de kust verlaten wordt het landschap steeds ruiger enhoger. We krijgen nu echte bergen te zien, maar ook diepe ravijnen. Er zijn stukken tussen die ect mactig zijn om te zien, waarbij de mensen in de trein gaan staan om het goed te zien. Ik geniet, van het utzicht, de cadans van de trein, de sfeer en de muziek op mijn IPod, alles klopt op een bijzonderee manier met elkaar en ik voel me op een vreemde manier gelukkig. Van mij mag de rit nog el even duren, maar we zijn er. In Porte. De eerste kennismaking met de mensen is bizar. Zodra de trein stopt proberen de mensen op het perron in te stappen. Als ikergensde pest over in heb. Theo loopt een paar mensen voor mij en duwt zich naar de uitgang. Hij denkt dat ik vlak achter hem loop. Niet dus. Iksta nog in de coupe als eenhorde binnenkomt. Ik begin pardon, pardon te roepen en zet een woeste blik in mijn ogen en zet doelbewust stappennaar de uitgang. Dat helpt. Ze wijken enlaten mij doorgaan. We zijn er beidenbeduusd van, nou ja ik vooral. De route naar het hotel is goed aangegeven. Het wordt klimmen. Het hotel ligt in eengezellige straat met veel terrasjes. Het is een oud pand en de jongen bij de receptie spreekt Nederlands door zijn Nederlandse moeder. Hij is hier geboren. We frissenons op en gaan het centrum in op zoek naar een eettentje. Het oogt allemaal historisch, met straten die in traptreden omhoog lopen. Morgn meer. We eten uitstekend en gaan dan terug naar het hotel. Het was een leuke afwisselende dag.

    Dag drie: Ajaccio

    We lopen vanaf de boot naar het station van Ajaccio waar we willen ontbijten. Het si vroeg en erg rustig op straat.Het heeft de bekende sfeer van een plaats die bezig is wakker te worden. De korte route wordt goed aangegeven en al wandelend genieten wevan het uitzicht op de zee, de vele palmbomen, het weer. Eigenlijk van alles. Bij het station dat uit het zicht ligt, is een verrassend sfeevol terras. We zoeken een mooi plekje en bestellen het typische franse ontbijt. Twee doorgesneden stukken stokbrood, boter, jam, jus d’ orange en koffie. Cafe au lait had ik moeten zeggen, dus moet ik terug voo de melk. Vergeet ik niet meer. Mijn franse woordenschat durf ik prima te noemen, helaas is de spreekvaardigheid minder. Jammer, heelaas. Maar met aan elkaar ‘ geplakte’ woorden red ik mij prima. Het lezen gaat me redelijk af. Leuk om deze vakantie lekker te kunnen oefenen. We nemen voor het ontbijt alle tijd, genieten van de plek waar we zitten en de mensen om ons heen. We zien meer mensen met rugzakken, zij vertrekken over een uur met de bus die wij morgenmiddag nemen. Wegens werkzaamheden kan het eerste stukrichting porte geen trein rijden. Wij hebben een overnachting in Ajaccio geboekt omdat het ons de moeite lijkt. Na het ontbijt zetten we koers richting hotel Napoleon. Ajaccio is de geboorteplats van Napoleon, de hele stad ademt zijn nagedachtenis uit. We laten onze bagage in het hotel achter, fijn is dat we over twee uur onze kamer inkunnen. Prettig, Het is nog steeds vroeg als weweer de stad ingaan naar het centrum. We vragen de weg aan een vrouw die heel hartelijk reageert en met ons meeloopt. Langs de kade zoeken we een plekje waar de markt opgebouwd wordt en zien de enorm bedrijvigheid die bevoorrading van de winkels en terrassen met zich meebrengt. Alles met kleine karretjes of steekwagentjes, want er is andersgeen doorkomen aan. Het verkeer is een crime. Het ziet er slecht georganiseerd uit. Voor ons. Zij weten niet beter. We komen langs het Fesch museum dat gesloten blijkt. Niet erg, met dit weer willen we vooral veel buiten zien, al lijkt het erg de moeite waard te zijn. We lopen verder en komen bij Place de Gaulle, een schitterend plein met een groot beeld van Napoleon op zijn paard. Een herdenkingsbeeld. Het plein is groot en erg aantrekkelijk door steenkeuze en de ligging.Vanaf het plein heb je namelijk ook een schitterend uitzicht over het water en een deel van de kustlijn. Bijzonder bovendien is dat onder het enorme plein, met vandaag een rommelmarkt (of antiek) het casino is. heel knap gemaakt. We lopen terug naar het hotel en nemen een kleine siesta waarna we wederom de stad induiken. Om precies te zijn: in het geboortehuis van Napoleon. Van de buitenkant gezien hadden wij nooit gedacht dat het binnen zo groot zou zijn. De familie napoleon blijkt later delen van naastgelegne panden bij het huis berokken te hebben. Er is veel te zien. Fascinerend vind ik de vele soorten behang dat in werkelijkheid geen behang is. Het is op de muren geschilderd. Indrukwekkend om te zien. We lopen ons rondje door het grote huis en vinden dat geen verspilde euro’ s. Na het verlaten daarvan wandelel we nog even door het tuintje van de familie Napoleon waar ooit alleen een boom stond. Nu staan er ook bananenplanten, sinaasappel-, citroen- en olijfbomen. Ik raak nog even de boom aan waar Napoleon misschien ooit in geklommen heeft. Ikzei al: ik denk soms kinderachtig;) Dan is het weer terrasjestijd. We hebbn uitzicht op het verkeer en verbazen ons opnieuw over de idioterie ervan. Midden op straat parkeren en vervolgens een kwartier wegblijven? Geen probleem. Je auto langs de stoep op een zebrapad parkeren? Wat is het probleem. Theo en barsten van degespreksstof 😉 Wanneer we voldoende hersteld zijn wandelen we naar de Citadel en volgen die een heel stuk langs de kust. Het water is prachtig, het uitzicht geweldig. We passeren een schoolplein, vanachter het hek roepen een paar kindren mij. Of ik iets wilpakken waar zij niet bij kunnen. Al s ik vlakbij ze ben zieik dat het om rijpe moerbeitjes gaat, de kinderen smullen van de vruchtjes. Even later gooit Theo eenschoen terug over het hek: de kinderen proberen met hun schoenen de vruchtjes uit de boom te gooien. We komen bij een sandwichkraam en bestellen een broodje. De verkoper vraagt waar we vandaan komen en begint dan enthousiast over het Nederlandse voetbal. Tja, als je mij de mond wil snoeren. .. We eten ons broodje zittend op een kademuur, de zee verveelt nooit. Dan zoeken we de Katredaal op. Van buiten ziet het gebouw er prima uit, van binnen is sprake van achterstallig onderhoud,muurschilderingen bladderen los.En op een van de muren is een vreemdsoortig decor geschilderd, helemaal niet passend bij de rest, wat betreft afbeelding en kleuren. Verder is de kerk somber, ook doordat het zo donker is. In deze kerk is Napoleon gedoopt. Buiten zie ik een vast informatiebord met daarop een verhaal over de beschermheilige van de vissers, St Erasme, een belangrijke heilige voor deze al eeuwenlange vissersplaats. Jaarlijks wordt de St. Geeerd met een processie door de stad waarbijgeestelijken en vissersbroederschappen aanwezig zijn. Een beeld van de sint wordt dan met een boot opgehaald. Op 2 juni. dat is vandaag! Huh! Goed gelezen? We hebben er vandaag nergens iets over gezien. We vragen het ons af, maar laten het snel weer los. Als we ‘s avonds rond 20.00 uur naar de kade gaan om daar een hapje te eten, komt er een lange optocht aan: de processie! Het is prachtig om te zien. Een lange stoet mensen, onderverdeeld in groepen, te zien aanhun speciale kleding. Vooraan lopen drie geestelijken met drie grote kruisen, waarop een lijdende Christus. Boven het hoofd en naast zijn handen zijn grote bossen bloemen vastgemaakt. Ze lopen een kademuur op en ik kan het niet goed meer zien, irritant, dus ik wil de kademuur van 1.50 m opklimmen, dan kanik daar op een bankje staan en alles goed zien. Alleen lukt het niet, Theo geeft me een ‘ kontje’ en dan, met een beetje krachtinspanning van mijzelf, lukt het. En heb ik een mooi uitzicht over versierde bootjes op het water en de grote boot die met veel genodigden uitvaart om het beeld van St Erasme op te halen. Dat kunnen we helaas niet zien, wel als het beeld op een grotedraagbaar het land opwordt gedragen. Dat gaat er veel minder plechtig aan toe. In de grote feesttent waar St Erasme met champagne en andere drank gevierd wordt is het dan al flink luidruchtig. Na het eten nog een stukje over de kadelopen waar we nog niet geweest zijn endan nokken we af. Voor vandaag zijn onze voeten versleten.

    Pagina 1 of 2

    Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén