De zon schijnt en brandt op de huid als we voor het ontbijt naar buiten lopen. Gelukkig zijn er voldoende tafeltjes in de schaduw. We storten ons weer op de Nespresso, verse jus d’ orange, de broodjes, pannenkoekjes, yoghurt, cake en wat niet meer, maar kijken ook om ons heen. Straks uitchecken en dan is dit passe.

We lopen een rondje maken foto’ s en gaan nog even richting villawijk. Daar zijn we nog niet geweest, leuk om de niet-misselijke optrekjes te zien. We keren al snel terug. Het is heet, ik krijg er last van. We brengen een half uur op een koel plekje in de hoteltuin door. Dan is het tijd om naar de bus te lopen die ons in een half uur naar Bastia zal brengen. Het is het kortste traject van al onze treinreizen 🙂 De chauffeur van deze bus rijdt veel rustiger en dat zit echt prettiger.
In Bastia is het een beetje bewolkt. Fijn! Ik juich te vroeg.. Hotel Bonaparte is vlakbij de bushalte en niet ver van de haven waar morgen onze boot naar Marseille vertrekt. We checken in bij het keurige hotel met mooie oude posters aan de wanden. Elk hotel is anders dan het vorige, wat het leuk maakt. Steeds de verrassing: wat krijgen we nu, ondanks dat we een aantal op internet hadden bekeken. We zien en doen zoveel, dan zakt de info van thuis een beetje weg of gaat door elkaar lopen.
We trekken de stad in en wandelen naar Place St.-Nicolas waar het een gezellige drukte is met veel goed bezette terrasjes. Ze staan goed geordend aan een groot plein waar ze bezig zijn met het opzetten van grote tenten. Wat gaat er gebeuren? Later zien we dat er morgen en overmorgen het Corsicaanse schaaktoernooi voor scholieren wordt gehouden: aantal deelnemers rond de 3500. Dat wordt morgen een bijzondere happening!
We lopen door naar de oude haven, richting de Citadel. Maar als we daar zijn word ik bevangen door de warmte. We zoeken een ‘ tentje’ waar we in de schaduw kunnen zitten en bestellen iets te drinken. Heerlijk is dat er een ventilator staat die tegelijkertijd verneveld water de ruimte in stuurt. Ik ga er met mijn armen breeduit voor staan. Als ze het raar vinden, vinden ze dat. Geen probleem. Ik knap wat op, toch besluiten we voor een paar uur terug naar het hotel te gaan. Ik moet een paar uur liggen om de opkomende hoofdpijn tegen te gaan en de heetste uren te overbruggen. Voor Theo niks nieuws, hij doet gewoon mee.
Tegen half vijf verlaten we opgefrist en met nieuwsgierige zin voor de tweede keer het hotel. We kopen een oubliehoorn softijs zoals je ‘m hebben wilt en gaan in herkansing richting de oude haven en de Citadel. Door de Louis XVI-poort lopen we de Citadel binnen en kijken onze ogen uit. Het is prachtig. Van mooiheid, van oudheid. Het grootste deel is goed gerenoveerd, zeker het plaveisel in de straten. Toch staan we ook versteld van panden waar het stucwerk grotendeels af is, de kozijnen verrot, de luiken er half in, maar waar niettemin de was te drogen hangt. Het is beslist geen uitzondering. Het is de moeite waard om alles te zien. Evenals de uitzichen die we van hieruit op de havens en kustlijn hebben. De temperatuur is heel aangenaam nu, nog zeker 25 graden maar de wind maakt het goed te doen. Natuurlijk laat het zonnetjes alles er extra mooi uitzien.
We lopen langs de vesting en bezoeken de grootste kerk van Corsica: St.-Jean-Baptiste. Heel indrukwekkend! Met slechts enkele andere bezoekers lopen we door het enorme gebouw. Overal is wat te zien, de beelden, de hoge glazen vitrines, de schilderingen. Je hoeft geen geloof te hebben om onder de indruk te zijn van al het vakwerk dat hier te zien is. Niet alleen in deze kerk trouwens, de kerken van Corsica zijn een bezichtiging waard. In de naaste omgeving komen we nog vier(!) rijk gevulde en versierde kerken tegen. We bezoeken ze allemaal, een aanrader. In een van de kerken oefent juist een klein tweestemmig koor. We mogen er probleemloos bij zijn. Mooi. We dwalen door het oude en nieuwe en verbazen ons steeds over andere dingen. Opvallend zijn de vele pleinen of pleintjes waar wat te doen is of waar kinderen fijn kunnen spelen. Een verademing is de autovrije binnenstad, terwijl die straten heel breed zijn. En al hebbenn we hier ook de auto’ s op zebrapaden geparkeerd zien staan, het is hier beter geregeld dan in de vorige steden met de grote parkeerplaatsen buiten het centrum en een grote parkeergarage.
Wij zijn gecharmeerd van deze stad en zijn blij hier een overnachting geboekt te hebben. We zoeken het eettentje op dat we eerder gezien hebben en dat blijkt een gouden keus. Buiten, in een straat die is afgesloten voor het verkeer. In een sfeervolle omgeving eten we ongekend lekker voor een ongekend lekker prijsje. De bediening is gemoedelijken oprecht gericht op service en kwaliteit. Dat zie je, dat proef je. Ga langs bij ‘ Street Food Avenue’ in Rue des Terrasses en zeg dat ik ongelijk heb. We zitten er trouwens nog maar net of ik zie een beest lopen. Grote tor? Kakkerlak? Ik maak een foto. Even later loopt het beest de kant van vier meiden op. Die gillen en springen van hun stoelen. Consternatie:) De leuke jonge knul die de bediening doet grijnst, maar snapt ook dat hij iets moet doen. Het gaat tenslotte wel om vier klanten. De jongen gaat naar binnen en komt even later terug met een gasbrander. De crematie is geweest voor dat het insect door had dat het zijn uitvaart betrof. Ik klap in mijn handen en de meiden doen mee. De jongen buigt alle kanten op en ruimt later, uiterst hygienisch met handschoenen aan, de restjes op. Tja, dat kun je buiten hebben. Hoewel ik diervriendelijk ben, uitgezonderd muggen en vliegen, snap ik de actie volkomen. Je wil/moet wel als het je bedrijf is.
Als we het verrukkelijke dessert op hebben, slenteren we nog een aantal straten door om uiteindelijk op de Place Nicolas een glaasje te drinken. We genieten van de skater die hele knappe slalomkunstjes doet met ruim twintig bekertjes die hij op een rij heeft gezet. Ik klap weer.