Ina Hollander

Columnist

  • Categorie: Vamos a Peru (Pagina 1 van 2)

    Dag 14: van Chivay naar Cabanaconda

    Uitslapen tot half acht, ongekend, en vervolgens ontbijten op het inpandige dakterras dat aan drie kanten geheel van glas is. De zon maakt de ruimte snel warm, en dringt de nachtvorst snel naar de achtergrond. We zijn de enige gasten, lijkt het, en in de primitieve keukenhoek staan twee minderjarige meisjes die verantwoordelijk zijn voor het ontbijt. Ongevraagd krijgen we vier omelettes met ham, en een paar keer moeten we aangeven dat twee eetlepels jam en twee klontjes boter echt te weinig is voor vier personen. Ze handelen direct, doen hun best, de twee kinderen. Beetje vreemd is het natuurlijk wel.

    Om 9.30 worden we door een taxi opgehaald voor de rit van ruim een uur naar Cabanaconda. Ik mag naast de chauffeur omdat ik een paar woorden Spaans spreek. Een paar, dus een beetje ongemakkelijk voelt het wel. Dat is snel over als de chauffeur een heel aardige man blijkt te zijn. Hij vindt het prachtig als ik in het Spaans dingen vraag en antwoord geeft. Zo wijst hij naar een ezel en zegt ‘burrito’. Als ik zeg dat we in Nederland burrito chips hebben en dus ezels eten, moet hij vreselijk lachen. Een gezellige kerel. 

    Ik vergeet daardoor niet naar het terrasvormige landschap te kijken, dat is echt waanzinnig mooi. De chauffeur wijst ons op de uitstoot van een vulkaan in de verte. Het wordt niet als een probleem gezien omdat de wolken stoom recht naar boven gaan.

    Het is een stralende dag, waardoor alles er als een plaatje uitziet. Het diepe ravijn ziet er spectaculair uit en de passerende vrouwen in hun authentieke kleding prachtig. Dan steken er opeens twee jongetjes over. De alerte chauffeur staat direct op zijn rem, waardoor een horrorscenario voorkomen is. Hard rijden kan hier trouwens niet. Smalle wegen, met veel op- en neergaande scherpe en iets minder scherpe bochten. Je moet het niet eens willen. 

    We naderen een controlepost. Voor toeristen, we zijn verbaasd, bij boeking van de taxi heeft niemand ons daarover verteld. Maar waarschijnlijk daarom moesten we eerder bij het instappen een blaadje met persoonlijke gegevens invullen. Een nors uitziende man in uniform meldt zich bij mijn raampje, vraagt naar het blaadje en verzoekt 280 sol, is zo’n 76 euro te betalen. Omdat hij en zijn collega’s er niet uitzien dat ze een grap maken, betalen we. Gelukkig hebben we het contant bij ons. Na betaling overhandigen zij tickets en een plattegrond van het gebied en mogen we doorrijden. 

    Even hebben we de pest in, maar de schoonheid van het landschap laat chagrijn niet toe, het genieten van het moois wint. Bij ‘Cruz el condor’ stopt de chauffeur even. In dit gebied worden de machtige vogels van de Andes veel gespot. 2.80 tot 3.20 spanwijdte kunnen ze worden. We lopen naar het uitzichtspunt, en juist op dat moment vliegt er een reusachtig exemplaar op korte afstand over. We zijn erdoor verrast. Geen tijd om te schrikken of de camera te pakken. We stappen de taxi weer in, we komen hier morgen of overmorgen nog terug. 

    Het gebied waar we nu doorheen rijden maakt geeft mij een western indruk. Veel cactussen langs de weg, waar volgens de gids fruit van wordt gemaakt. Als we Cabanaconda inrijden, weten we niet goed wat te zeggen: het stadje oogt stoffig met weinig mensen op straat. De levendigheid van Chicay ontbreekt hier volkomen.

    Hostel Pachamama heeft een vrolijke, kleurrijke Mexicaanse uitstraling. We moeten wachten met inchecken omdat een kamer nog niet klaar is. Geen probleem, die tijd brengen we door met een kopje thee. We zien hoe alle, aan de buitenkant kleurrijk grschilderd,kamers uitkomen op een klein binnenplaatsje. 

    Na geïnstalleerd te zijn op de prima kamer gaan we het plaatsje in om wat te eten, al snel hebben we iets gevonden. Het vele uit eten gaan van ons is trouwens te verklaren door de prijzen, het is echt goedkoop, en de vrijwel goede kwaliteit van eten. Voor 50 euro kunnen we met z’n vieren heerlijk eten én een drankje drinken.

    Wat opvalt is dat de vrouwen hier een heel andere kledingdracht hebben en vrijwel allemaal hetzelfde hoedje dragen. Erg leuk om te zien. Het plaatsje lijkt op een filmisch decor en de vrouwen figuranten uit ‘ Het kleine huis op de prairie’. We beginnen het dorpje steeds meer te waarderen.

    We kopen flessen water bij een winkeltje en starten een wandeltocht van drie uur, richting een uitzichtspunt. Goed ingesmeerd tegen de felle zon met petten op. De wind die waait maakt het op deze hoogte extra fris, maar eenmaal de eerste kilometers in de benen, kunnen de vesten uit. Ook hier is het prachtig. Ik ben echt een grote fan van de Andes geworden, zo mooi als het hier is. We klimmen geleidelijk hoger en komen uiteindelijk bij het uitzichtspunt dat een geweldig uitzicht op de omgeving biedt. Adembenemend. Weer, weer, weer. Hier zitten en gewoon kijken. Niets meer, niets minder. Kijken, indrukken opdoen en vasthouden. Kijken en genieten. We doen het allevier, ieder op z’n eigen manier. We maken ook foto’s en beginnen aan een lichte afdaling om verderop de stappen wederom opwaarts te richten. Een hond voegt zich bij ons. Eerst denken wij nog dat hij bij een stel hoort dat niet ver van ons wandelt. Niet dus. Het dier volgt ons en blijft ons volgen. Langs het voetbalstadion in vergane glorie, naar een ander uitzichtspunt, waar we op een bankje opnieuw de geweldige natuur op ons laten inwerken. 

    Gelet op de tijd moeten we nu terug, dat doen we over een snellere, maar minder boeiende weg. De hond, door Jos en Gerda Moos genoemd, loopt nog steeds mee. Een jongen loopt ons tegemoet, een jonge stier aan een touw met zich meetrekkend. Het dier is opstandig en probeert los te rukken, de knul heeft het touw echter stevig vast. Voor onze veiligheid zoeken wij het echter hogerop, niet zo raar als we de stier hoog tegen een hek zien opspringen. De jongen bindt de stier aan een paal en schreeuwt bozig dat we weg moeten wezen. En weg zijn we.

    Iets verderop zien we een begraafplaats die totaal anders blijkt dan die we in Puno hebben gezien. Hier staan rijen dik, hoge zwarte kruizen, lukraak door elkaar. We zien veel graven boven de grond, maar ook hopen aarde in de vorm van een mens. Alles oogt heel sober. Begraafplaats voor de mensen met weinig geld? Het is bijzonder om te zien. 

    Moos loopt mee, naar het hostel, en loopt mee als wij dat even later verlaten voor een drankje. Is Moos een zwerfhond? Daar ziet hij te goed voor uit. Het barst hier trouwens van de loslopende honden. 

    We komen terug bij Pachamama waar het heel gezellig is geworden. De grote oven voor de pizza’s brandt en overal zijn groepjes mensen geanimeerd met elkaar in gesprek. Het eten, de kaart bevat veel meer gerechten dan pizza, is heerlijk en de wijn ook. Meer als één neem ik er nooit, we zitten immers nog steeds hoog, boven de 3000 m, ik ben voorzichtig met eten en drinken. 

    We gaan op tijd naar bed, morgenochtend om 5.45 uur gaat de wekker. We willen condors spotten en de grootste kans daarop is ‘s morgenvroeg.  Bovendien voelen mijn wangen nu heerlijk rozig…

     

    Dag 12: Puno

    We ontbijten in alle rust met z’n vijven, Sophie ook. En Theo. Na een fiks aantal slaapuren is die vrijwel hersteld. Het plan is om vandaag Puno beter te leren kennen. Na de regen van gisteravond is het opnieuw zonnig, wel fris, maar dat is in de prille lente op bijna 4000 m. natuurlijk niet zo gek. We slaan linksaf als we het hotel verlaten en wandelen niet veel later over de stoep langs een rustige weg. De huizen links en rechts zijn boeiend genoeg om te blijven kijken. Weer veel onaf, half ingestortte gebouwen en golfplaten daken die met stenen op hun plek worden gehouden. Misschien daardoor zijn we des te meer verrast dat we niet veel later hele behoorlijke huizen tegenkomen. Duidelijk een project waar over nagedacht is. Huizen, bestrating en beplanting zijn op elkaar afgestemd. Het oogt vrij nieuw, en geeft zo’n ander beeld af. Toch denk ik dat dit soort huizen met name voor de rijkere Peruaan mogelijk is. Er is zoveel armoede en sociale woningbouw kent het land niet.

    Als we in de verte muziek horen lopen we erop af, graag willen we weten wat er aan de hand is. We lopen een stukje verder en komen dan uit bij een kerkje waarvan de deur wagenwijd openstaat. Jonge knullen dragen een draagbaar met onduidelijke heilige  op de schouders naar buiten. Een zichtbare zware last, als ze even mogen stoppen, puffen ze het uit met de tong uit de mond. Dan gaat de stoet verder en er komt een complete school kinderen naar buiten. In leeftijdsgroepjes ingedeeld met vele verschillende uniformpjes. Van kleuters tot groep achters. Het is een bijzondere gebeurtenis, zeker als sommige kinderen naar ons zwaaien. Met veel muziek en ceremonieel vertoon lopen ze verder. Wij ook.

    Naar de kathedraal van Puno. De deuren staan open waardoor we ons uitgenodigd voelen om naar binnen te gaan. Daar worden we geraakt door de eenvoudige schoonheid van de kerk en de mooie muziek die te horen is. Het zorgt ervoor dat ik een kaarsje opsteek bij het mooie Mariabeeld. Niet dat ik gelovig ben, verre van dat, maar mijn oma, mijn moeder deden/ doen het. Voor de geliefden die er wel en niet meer zijn. Die traditie vind ik lief, vandaar. We lopen naar voren en luisteren een tijdje naar de muziek van Paco de Lucía Concierto Aranjuez. Stil daar bijeen zitten en zo samen kunnen genieten is mooi en voelt verbindend. Dan horen we achter ons het kabaal van slaande deuren. We staan op en begeven ons naar de zij uitgang. Het blijkt dat de kerk sluit. Blijkbaar kan dat niet zachtjes.

    Sophie wil ons graag trakteren, dus zoeken we met plezier een koffietent, die we vinden op het Limaplein. Dat is rondom helemaal afgezet met hekken vanwege de fikse herinrichting waarmee ze bezig zijn. Vanaf de eerste verdieping van het restaurant hebben we een prachtig zicht op die werkzaamheden. Er wordt echt hard gewerkt en het gaat echt heel mooi worden. Daar zijn we van overtuigd. We genieten van de koffie, taart en het uitzicht, tot het tijd is om verder te gaan.

    We wandelen door de winkelstraten, zien etalages en reclameborden. Het dringt tot me door dat ik hier, maar ook in de eerdere steden die we bezocht hebben, alleen paspoppen en modellen met westerse trekken zie. Ik vind dat op z’n zachtst gezegd vreemd en raar. Toch eens navragen bij de familie van Alonso hoe zij daar over denken. 

    We lopen nu buiten het centrum en horen de geluiden van panfluiten en trommels steeds sterker worden. We luisteren en zoeken: waar komt het vandaan? Dan zien we een deur openstaan van een gebouw dat doet denken aan een sporthal. Het is een sporthal en we kunnen naar binnen. Een grote groep kinderen, jongens en meisjes spelen op panfluiten, doen dansjes en slaan op trommels. Wij gaan op de tribune zitten en vermaken ons met het schouwspel. Het is een repetitie voor een optreden die nog verre van perfect is, maar de meesten hebben lol in hun aandeel. Een paar volwassen mannen begeleiden het geheel, waarvan één een riem in zijn hand heeft. Wanneer een jongen het te bont maakt krijgt hij er een klap mee. Ik schrik, bij ‘ons’ valt dat toch echt onder kindermishandeling. En terecht. Hier is het een geaccepteerde disciplinaire maatregel. Gelukkig blijft het hierbij. Meegenomen in het enthousiasme en de speelsheid van de kinderen, verlaten we wat later de sporthal. Lachend, omdat we dit onverwachtse genoegen toch maar mooi meegenomen hebben.

    We lopen niet echt volgens een vast plan, slaan af waar het aantrekkelijk is, zo komen we aan bij een heel bijzondere begraafplaats, ingedeeld in straten waar muren vol glazen ‘kistje’ staan, volgestopt met herinneringen aan de overleden geliefde en droogbloemen. Er is van alles te zien. Ook huisjes, die als familiegraf dienen. Door een raampje kijkend, zien we dat er ruimte voor acht kisten is. Een lijkt er al ingemetseld. Ook is er een persoonlijk mausoleum. Een zeer bijzondere begraafplaats.

    Het is weer eens tijd voor een kop koffie, en dit keer treffen we het enorm. De cappuccino die we bestellen is dit keer eens een echte en de sandwich die we erbij nemen is verrukkelijk. De vrouw die serveert straalt als we haar complimenten geven. Als ze voor ons weggaat omdat haar dienst erop zit ( of omdat ze naar de tandarts moet, wie zal het zeggen) komt ze ons gedag zeggen.

    Wanneer we richting hotel lopen, komen we een hele grote overdekte markthal tegen, met vaste kraampjes die niet groter dan 2,5×2,5 zijn, met aan de voorkant een soort van vensterbank. Daaraan zitten vrouwen achter naaimachines, worden etenswaren verkocht, lappen, gereedschap, bedenk het maar en het is er. Zelfs kapperszaakjes waar en public geknipt wordt. Heel leuk om rond te lopen in deze bonte bazar. Vandaar gaat het over in een grote groente- en fruitmarkt. Enorme zakken met allerlei soorten graan staan er ook. Als Sophie aan een paar vrouwe iets in het Spaans vraagt, moeten die enorm lachen. Ze verstaan er geen klap van. Ze spreken alleen de streektaal. Daardoor moeten wij ook lachen, wat de situatie grappig maakt.

    We komen aan het einde van de markt en begeven ons richting hotel, waar we de dag op ons laten inwerken. Nog één keer verlaten we dan het hotel om te gaan eten. Theo niet, die wil zijn maag nog niet belasten. Sophie gaat wel mee, en met z’n viertjes hebben we een paar gezellige uurtjes.

    Terug in het hotel zeggen we Sophie alvast gedag. Wij vertrekken morgenvroeg al naar Chivay en Sophie een paar uur later naar Lima. Alonso is daar al en gelukkig aardig opgeknapt. 

     

    Dag 11: Titicacameer

    Helaas, Alonso is ziekerdeziek en kan niet met ons mee naar het Titicacameer, het hoogst bevaarbare meer ter wereld. Een domper. Voor hem, maar zeker ook voor Sophie, ze hadden zo naar dit weekend uitgekeken. Besloten wordt dat Sophie toch meegaat, wanneer krijgt ze die kans weer? Alonso is er als kind al eens geweest, maar toch…, het is niet anders.

    Om 6.15 uur zitten we aan het ontbijt, zodat we om 6.45 uur klaar staan als de taxi ons komt ophalen. Die brengt ons naar de steiger waar het ondanks het vroege uur al aardig bevolkt is met toeristen. Het is fris buiten, maar de lucht ziet er goed uit. De weersvoorspelling houdt namelijk rekening met regen, en dat is voor een bezoek aan de drijvende eilanden natuurlijk niet gewenst. 

    We worden met onze tickets naar een boot verwezen, dat later een snelle boot blijkt te zijn, terwijl wij een ‘gewone’ geboekt hadden. Zodra we op onze plaatsen zitten begint een panfluiter een vlotte deun te spelen. Wakker als ik ben stel ik een heel ‘Holland in beweging’ voor, de stemming zit er bij ons al goed in. 

    De gids op de boot vertelt dat 60% van het meer van Peru is, en 40% van het aangrenzende Bolivia. Het meer ligt op 4 km hoogte en staat bekend om het bijzondere licht dat typerend is voor de grote open hoogtes in dit gebied. Met een aardige vaart zetten we koers naar de unieke eilanden, die mijn, en van vele anderen, de interesse hebben gewekt. Of nieuwsgierigheid. De bewoners voelen zich nog steeds cultureel en politiek onafhankelijk. Ze leven nog op dezelfde manier als hun voorouders. De eilanden zijn zelfvoorzienend, met basisscholen en winkels voor de eerste levensbehoeften, maar voor het overige moeten ze naar het vasteland. Een aantal eilanden is opengesteld voor toeristen. Daarnaast leven ze van de visserij.

    We naderen de eilanden, waar bij een eetste hut entree betaald moet worden om door te mogen. De gids regelt dat en ik zie dat het niet bepaald een handjeklap is. Er lijkt discussie. Het duurt lang, maar we mogen door.  Het is een vreemd gezicht, de rieten eilanden overal, de rieten hutjes en de kleurrijke, traditioneel gekleedde mannen, vrouwen en kinderen. Er is veel te zien, ook meer toeristenboten dan mij eigenlijk lief is. We klimmen van boord op een eiland van de Uros, en worden hartelijk welkom geheten. In het Quechua, voor veel Peruanen in het zuidelijke deel de eerste taal. We worden uitgenodigd om te gaan zitten en krijgen een uitleg en demonstratie hoe de eilanden gemaakt en onderhouden worden. Omdat het riet aan de onderkant wegrot, wordt er elke maand aan de bovenkant een nieuwe dikke laag op gelegd. De uitleg wordt gegeven door de president van het eiland, en vertaald door onze gids. Ik zie de president ondanks de frusheid van de morgen op blote voeten, het water licht soppend tussen zijn tenen als hij loopt. Een vrouw gaat er zwijgend bijzitten, werkend aan een kleed. Na de uitleg worden we door verschillende vrouwen, in groepjes meegenomen om hun huis te bekijken. De vrouw die met ons meeloopt stelt zich voor als Maria. We klimmen via een trapje haar hut in en zien een groot bed op de rieten ondergrond. Ze vertelt dat ze er met haar drie kinderen, die bij haar zijn, slaapt. We mogen een foto maken. Weer naar buiten leidt ze ons naar de verkoopartikelen. Ik koop niks, maar Sophie koopt een soort van huwelijksbootje voor Alonso…

    Opeens is Theo weg, naar de boot, naar de wc. Er was haast bij.., gelukkig heb ik de ‘reisapotheek’ steeds bij me en kan er direct gehandeld worden, maar hij blijft zich enigszins onwel voelen. Van de mogelijkheid om met een rieten boot te varen maken we dan ook geen gebruik. Sophie, Jos en Gerda ook niet. We stappen de boot weer op om iets verder bij een ander eiland weer van boord te gaan. Hier kan drinken gekocht worden. We kopen cocathee en gaan op plastic stoeltjes in deze onwerkelijke wereld zitten. Er hangt een vreemde geur hier, rottend riet. 

    De lucht wordt blauwer en de zon sterker als we weer op de boot zitten, op weg naar het grootste Peruaanse eiland in het Titicacameer, Taquile, 300 bewoners, ruim een uur varen verderop. Theo zit buiten in de frisse lucht en ik breng hem zijn pet en zonnebrand. We zijn gewaarschuwd dat verbranden op dit hoge meer drie keer zo snel gaat. Ik blijf niet lang buiten, waar niet veel plek is, en zoek mijn plek binnen op. Soezend kijk ik naar buiten naar het water dat door de boeg omhoog gesmeten wordt, daar uiteenvalt, en opnieuw samenkomt in het water. De schittering van de zon die erop valt, geeft het een magisch karakter, ik kan daar intens van genieten.

    Wanneer we Taquile naderen geeft de gids ons een keuze: op het eiland kan een wandeling met flinke klimmetjes gedaan worden, met als eindpunt een groot plein, óf nog een stukje met de boot meevaren en dan slechts een kwartiertje wandelen. Het is duidelijk dat Theo, de zwaardere variant nu niet redt, Sophie wil graag bij haar vader blijven. Daardoor kan ik onbezwaard met Jos en Gerda meelopen.

    Ik kus lief en dochter gedag en start samen met de vrienden de tocht. Direct moeten we flink klimmen, maar het is hier zo prachtig. We komen bijna geen mens tegen en laten ons steeds verrassen door de pracht van het eiland en de schitterende uitzichten over het eiland. We zien een oude vrouw, zittend op de grond tegen een hutje geleund, ze maakt het universele gebaar voor fotomaken. Ze wil geld. We schudden het hoofd en lopen door. Niet veel verder zien we een paar oudere lammetjes, die wat ongemakkelijk lopen. Als we goed kijken zien we dat van elk diertje een voor- en achterpootje met een touwtje aan elkaar gebonden zijn. We volgen de bocht in de weg en zien daar een andere oude vrouw met een hele kudde jonge schaapjes, allemaal met touwtjes om twee pootjes, hoogstwaarschijnlijk zodat ze niet ver kunnen afdwalen. We kunnen niet anders dan doorlopen.

    Afgezien hier van is het een heerlijke wandeling over dit verrassende eiland. We komen aan op een sfeervol plein waar meer toeristen te vinden zijn, we zoeken een plek in de schaduw op, want de zon brandt op onze huid. De locale bevolking is mooi om te bekijken, zowel de vrouwen als de mannen lopen er prachtig gekleedt bij. De mannen met een breiwerk in hun handen: dit is het eiland van de breiende mannen. Lopende, praten, de handen werken gestaag door. Een pand aan het plein is gevuld met hun producten, die natuurlijk ook te koop zijn. Wat we de afgelopen dagen al hebben gezien aan handnijverheid heeft ons al getoond dat er er onder de bevolking ontzettend veel kennis, ervaring en, creativiteit en kunstzinnigheid leeft. Er worden prachtige dingen gemaakt.

    De gids verschijnt op het plein en wijst ons de weg naar de plek waar de lunch geserveerd wordt. Een eilandbewoner loopt met ons mee. De afstand stelt niks voor, maar steil is het wel. Waar de local soepel zijn weg naar beneden gaat, moeten wij op onze hoede zijn om niet te vallen. We komen aan bij een paar kleine huisjes, waar op een binnenplaatsje twee lange tafels onder een dakje van kleden zijn gedekt. Het ziet er heel idyllisch uit, en vanwege de te overziene groep toeristen blijft de sfeer van gemoedelijkheid en ongereptheid aardig in stand. Theo en Sophie zijn er al, gelukkig hebben zij het samen ook fijn gehad. Het menu wordt geserveerd door jonge knullen die er duidelijk lol in hebben, ook onderling. Mooie knullen in hun locale kleding, later wordt uitgelegd dat de manier waarop zij hun hoofddeksel dragen, aangeeft dat het nog ‘vrije’ jongens zijn. Het eten is prima, Theo slaat de maaltijd over, hij durft het nog niet aan. Met vertaling van de gids wordt verteld over de kleding van de mannen en vrouwen, die veel zeggen over hun ‘burgerlijke status’. Een klein jongetje van het eiland heeft ondertussen op de achtergrond de lachers op zijn hand, spelend met de verkoopwaar. Het wordt ontspannen glimlachend toegelaten. 

    Dan is het tijd om het eiland te verlaten. We dalen af naar de boot voor de terugtocht van zo’n anderhalf uur. Al snel zie ik overal mensen indommelen. Ook ik, al zie ik nog wel dat de lucht dichttrekt en het halverwege begint te regenen. Ik zie tussen de rieteilandjes kleine bootjes met mensen kromgebogen het riet in de bootjes stapelen. Dan zijn we terug, stappen in een taxi terug naar het hotel. Alonso is nog steeds ziek en gaat terug naar Lima. Sophie blijft bij ons om nog wat meer van Puno te zien. Zij vliegt over een paar dagen terug.

    •  Het was een bijzondere dag, bij terugkomst in het hotel is Theo direct naar bed gegaan, wij halen wat broodjes en eten dat in de eetzaal op. 

     

     

    Dag tien: van Cuzco naar Puno

    Ik ben er weer helemaal. Na een flinke slaapsessie verschijn ik uitgerust en met gezonde eetlust om 5.45 uur aan het ontbijt. Om 6.15 uur worden we door een gids opgehaald voor de rit naar Puno, vandaar. De gids is keurig op tijd, heeft een taxi geregeld en rijdt met ons mee naar het busstation waar onze touringcar klaarstaat. En terwijl zij de tickets regelt wordt de bagage in de buik van de bus geschoven. Daarmee zit de taak van deze gids erop, ze wenst ons een goede reis en vertrekt. De bus waarmee we de rest van de dag reizen is zeer luxe, van alle gemakken voorzien, er is zelfs wifi aan boord. Het wordt duidelijk zo aantrekkelijk mogelijk voor de toerist gemaakt. De toeristensector is groeiende in Peru. De schoonheid van het land verdient dat zeker. En als de gewone bevolking daarvan profiteert, en de levensomstandigheden daardoor verbeteren, zou dat prachtig zijn. Behalve de gids in de bus en de chauffeur maakt ook Veronica deel uit van de crew. Zij verzorgt voor ons na elke stop de drankjes. Ook voert zij bij ieder die het wil de wificode op de telefoon in en deelt keycords uit. Daaraan hangen de kaartjes die ons de rest van de dag ‘gratis’ toegang verlenen tot de bezienswaardigheden onderweg. 

    De bus rijdt Cuzco uit, langs huizen die door goedwillende doe-het-zelvers lijken te zijn gebouwd, van verzameld materiaal. Huizen die ogen of ze in aanbouw zijn, maar waar ik gordijnen voor zie hangen, of een kind uit vandaan zie komen. Opvallend is ook dat er geen kozijnen in zitten, ramen worden direct in het gat geplaatst. Het schijnt, en dat vind ik zeer aannemelijk, dat voor de bouw van een huis geen enkele vergunning of tekening nodig is. De enige voorwaarde is dat de grond van jou is. 

    We komen aan bij de eerste stop onderweg, iglesia de San Pedro in Andahuaylillas, een klein stadje op 45 km afstand van Cuzco. We arriveren op het kleine sfeervolle pleintje, waar ondanks het vroege uur al verkopers met hun waar staan opgesteld. Het kerkje prominent aan een kant van het plein, iets hoger door de trap die genomen moet worden om erin te kunnen. Direct wanneer we binnen komen krijgt elk persoon een boekje aangereikt, een kalender. We worden gewezen op de QR code op de achterkant waarmee we via internet de foto’s van het kerkje naderhand nog eens kunnen bekijken. Binnen mogen namelijk geen foto’s gemaakt worden. Een leuk gebaar, maar denken wij zuinige Nederlanders, wat een geld gaat er in die glossy boekjes zitten…Het kerkje heeft nog muren uit de Incatijd en is zeker de moeite om te bekijken. De bijzonder beschilderde plafonds behoorlijk. Het kerkje is veel kleiner en soberder dan de grote kathedraal van gisteren in Cuzco, maar mij spreekt het meer aan. 

    We worden de bus weer ingedreven en rijden voort. Het plezierige landschap trekt voorbij en we zien veel cactussen langs de weg. We komen aan in een dorpje dat bekend staat om zijn speciale brood. Hier wonen en werken bakkers huis na huis naast elkaar. De bus stopt en de gids stapt uit om een enorm groot brood te halen. Ondertussen zien wij vanachter het raam het toch wel merkwaardige fenomeen van een lange straat met alleen maar bakkers. De gids komt binnen en laat ons allemaal een stukje brood proeven. Inderdaad best lekker. Wat ons trouwens is opgevallen dat je overal wit brood krijgt, in diverse soorten, dat wel, maar bruin brood hebben wij nog niet gezien.

    De volgende stop is het archeologisch park in Raqchi, gelegen op de hellingen van de vulkaan ‘Quimsachata’. De eerste gebouwen in dit gebied dateren van 200 voor Christus, in de stijl van de oude ‘qaluyu-Marcavalle cultuur. Er zijn hier veel Inca en pre-Inca voorwerpen gevonden van verschillende beschavingen. We komen binnen op een soort binnenplaats, waar de ruimte wordt ingenomen door vele tafels met handelswaar en Peruaanse vrouwen in de de zo langzamerhand vertrouwde veelkleurige kleding, wat mooi blijft om te zien. We lopen het plaatsje over, een poort door en betreden het verrassend grote complex. We wandelen in het zonovergoten gebied door en langs de eeuwenoude restanten. De bouwstijlen zijn het bekijken waard. Indruk maakt dat de bouwers van weleer al wisten hoe ze moesten bouwen om een aardbeving te doorstaan. Een paar keer passeren we een oude Peruaanse, sjofel gekleedde vrouw, tussen de struiken verstopt of tegen een muur aangeleund. Ze mompelt tegen ons, kijkt ons aan. Als we wat later de bus naderen, staat ze daar, haar hand uitgestrekt voor wat geld. Toch wat ongemakkelijk stappen we de bus is.             Het is nu rond de middag en tijd voor de lunch en dat doen we in een naast de weg gelegen restaurant. Het eten, ook het vegetarische is er prima, zeker de rijstenpap met kersensaus. 😊

    Nu zijn we op weg naar La Raya, hoog gelegen op 4335 m en ik besluit toch maar een pilletje tegen hoogteziekte te nemen. Geen risico nemen op hondsberoerd in de bus zitten.                                                             La Raya markeert de grens tussen de regio’s Cuzco en Puno, vanwaar ook een prachtig uitzicht over de Andes. Als we uitstappen is de koude wind merkbaar, niet dat wij er last van hebben, onze laagjes kledingkeuze is een goede geweest. Een tiental vrouwen staan er weer met hun handel. En echt, er zitten soms prachtige dingen tussen, maar wij zijn hier niet om te kopen, dat gaan we pas aan het einde van de reis doen, kan het ‘zo’ het vliegtuig in. Gelukkig voor de vrouwen zijn er passagiers die er anders over denken, en worden er zaken gedaan. Toch een merkwaardig gezicht, zo hoog in de bergen. Verder is er om ons heen niets te zien. Hoewel, ik kwets de imposante Andes door het ‘niets’ te noemen. Sorry. Theo schiet wat filmbeelden en ziet daarbij een paar slapende kinderen, dik ingepakt, onder een tafel.

    Wanneer we naar de laatste stop rijden zien we de lucht veranderen. Wolken geven de dreiging van regen en verderop zien we het zelfs regenen. Als de zon daarbij op een paar bergen schijnt onstaat er een magnifiek beeld. Het is alsof die hel verlicht tussen de rest van de omgeving liggen. Het is een fascinerend, gezicht, zo mooi. Gelukkig kan ik er lang van genieten. 

    Dan begint het te regenen, de zon is nu helemaal weg, en in die nattigheid bereiken we Pucara, waar we het Museo Litico bezoeken. Hier zijn veel kleine en enorm grote archelogische vondsten te zien. Het is leuk om even te zien, maar we moeten naar de wc en…we hebben gehoord dat er een hele goede koffietent naast het museum staat. En lekkere koffie hebben we nog nauwelijks gehad, dus kom maar door met een goede smakelijke bak. Het is heerlijk en we genieten er intens van in het kleine, gezellige koffiebarretje.

    Het laatste stukje rijden we in de stromende regen naar het busstation in Puno, daar staat de taxichauffeur gelukkig al klaar om ons naar het hotel te brengen. Daar zullen we Sophie en Alonso ontmoeten die met het vliegtuig van Lima naar Puno zijn gereisd. We krijgen een app binnen: zij zijn er al, maar Alonso voelt zich beroerd. 

    We zijn net in het hotel, als het stel terugkomt van de apotheek met pilletjes tegen hoogteziekte. Het was bij de apotheek een komen en gaan van mensen met dezelfde verschijnselen, vertellen ze. 

    Wij halen wat broodjes bij een bakker, en wat lekkers omdat we daar zin in hebben. Zo sluiten we de dag af. Veel gezien, gezellig gehad en daardoor voldaan. Nu hopen dat Alonso morgen beter is…

     

     

    Dag dertien: van Puno naar Chivay

    Het is wederom een vroegertje vandaag, 5.00 uur opstaan, 5.30 ontbijten en 6.00 uur worden opgehaald voor de busrit naar Chivay. Het douchen heb ik overgeslagen, want dan had ik er nog vroeger uit gemoeten. Bovendien wordt het water elektrisch verwarmd, met snoertjes boven de douchekop en is het een miserig straaltje uit de douchekop. Een dag niet douchen heeft hier zeker overlevingswaarde. Verder niets dan goeds over het leuk hotel met zeer vriendelijk personeel.

    We worden zoals de hele vakantie al, keurig op tijd opgehaald door de taxi die ons naar de bus voor vandaag brengt. We blijken de laatste passagiers te zien en zitten helemaal voorin. De gids begint zijn praatje dat veel en vooral Spaanstalig is, zijn versie in het Engels duurt in ieder geval aanzienlijk korter.                                  Het is heerlijk zonnig weer, wel fris, maar goed wat wil je op dit tijstip. 

    Als we in Jullaca arriveren, begint het getoeter van het verkeer weer. De plaatselijke bevolking zie je her en der in groepjes samen eten. Ze verzamel bij een verkoopkaŕretje, nemen plaats op een krukje en ontbijten maar.                                 We stoppen op een rotonde (!), waar de gids iedereen de gelegenheid geeft om bij een straatkarretje eten te kopen. Daar wordt goed gebruik van gemaakt. Wij behorn tot de weinigen die blijven zitten. Er zijn medereizigers die een zelf meegenomen flesje laten vullen. Wij hebben al ontbeten, peruanen eten veel later, eten slechts twee keer per dag. Niet ontbijten, voor een stevige ontbijter als ik, ondenkbaar.

    De bus rijdt de stad uit, de lucht overwegend blauw met hier en daar een bescheiden wolk. Het gebergte is rotsachtig. Bomen zie je hier niet alleen grassoorten, waarvan sommige doen denken aan helmgras. We zitten nu op 4100 m en we passeren joekels van rotsen en, onverwachts, een kleine nederzetting. Een rond ommuurd geheel waar ik slechts een handjevol mensen waarneem. 

    Op 4300 m zien we een werkelijk prachtig gelegen meer, laguna haguillas (juiste naam nog even zoeken), tussen zandkleurige bergen. Nog weer verder wijst de gids ons op flamingo’s in een ander meer. Zo mooi rose als die in Artis zijn ze echter niet. Ik zie er een met een felrose staart, maar anderen lijken eerder zwartwit. En daar, midden in die geweldige natuur spotten we een groepje alcapa’s.

    Op 4410 m stoppen we in the middle of nowhere bij een groot, splinternieuw gebouw waar ze van alles verkopen. Ook koffie, een soort nescafé. Helaas is de koffiemelk op. Het zou de eerste tent met koffiemelk geweest zijn. Bij de standaard koffie hoort absoluut geen melk. De cappuccino is vaker meer een latte. Lekkere koffie, althans wat ik lekker vind, is lang niet vanzelfsprekend. Na eerst ook hier weer van het weergaloze uitzicht genoten te hebben, gaan de bus verder.    Naar buiten kijkend valt steeds het bermafval weer op. Zo mooi hier, geen mens te zien en dan toch steeds die troep.

    Op 4500 m zien we een auto op z’n kop in de berm liggen. De inzittenden staan er naast. Hoe is het mogelijk, zeggen wij, in de steden rijden ze kamikaze en hebben we niets zien gebeuren, en hier op een weg met voldoende ruimte…                                    De bus rijdt een dorpje voorbij en weer vallen de daken van de huisjes op: golfplaten, met daarop grote stenen om te voorkomen dat het dak wegwaait.                 Het rotsgebergte wisselt gedurende sterk van ķleur, zo is het roodbruin, dan weer wit, grijs of gelig.  Het landschap verveelt absoluut niet, steeds is is er weer iets moois of verrrassend te zien. De ‘wauw’ momenten dienen zich regelmatig aan. Als zich weer een stop aandient, adviseert de gids ons cocathee te nemen, we zullen straks namelijk gaan stijgen tot 5000 m. Als we even later het gebouwtje binnenlopen, voel ik wat licht in mijn hoofd. Gerda heeft hetzelfde. We besluiten dat het tijd is voor een pil tegen hoogteziekte. En we drinken alle vier braaf de cocathee. Die drinken we sinds Cuzco elke dag wel een keer. Vanwege het risico op hoogteziekte hebben Gerda en ik sinds Lima nog geen druppel wijn gedronken. We blijven voorzichtig.  Niet veel later nadat we vertrokken zijn stoppen we bij een kudde lama’s en alcapa’s waarvan het merendeel de bekende, gekleurde strikjes in de oren dragen. Van dichtbij zie ik dat ze door de oren gaan, ik vraag aan de gids hoe dat gedaan wordt. Met een naald, zegt hij. Dat lijkt mij niet prettig, dus ik vraag of dat pijnloos gaat. Die indruk krijg ik niet als hij zijn gezicht vertrekt en zegt: ‘ It’s tradition.’

    Er zijn overigens in Peru veel meer witte, dan andersķleurige alcapa’s te zien. Dit komt omdat witte wol het meeste geld oplevert. Voor de inname van Peru waren er alleen maar lama’s en alcapa’s. Door de Spanjaarden werden katten, honden en paarden en ezels het land ingebracht.

    En de bus, hij rijdt weer door over het lange pad door de Andes, op weg naar Chivay. Voor we daar aankomen stoppen we eerst nog op het uitzichtspunt op 4910 m hoogte. Van hieruit hebben we een grandioos uitzicht op enorme bergen en vulkanen. Het vulkanische landschap om ons heen is volgebouwd met torentjes van gestapelde stenen, gemaakt door de talloze bezoekers van dit punt. Wil je zelf een torentje bouwen, dan is het eerst flink zoeken naar nog niet gebruikte stenen. In de verte zien we ook de Misti, de vulkaan die typerend is voor de stad Arequipa. Ook de Mismi staat tussen het rijtje imposante bergen. De rivier de Amazone vindt in deze berg zijn oorsprong, aldus de gids.

    Rond 13.00 zien we diep in een dal Chivay liggen. Langs  de kronkelende bus rijdt de bus naar beneden, waar bij binnenkomst van het stadje entreegeld betaald moeten worden. Voor buitenlanders 70 sol per persoon. De hele busrit kostte ook 70 sol per persoon. Inclusief entreegeld. 🙃             De benzine kost hier, omgerekend, 3,65 euro. 

    Nadat we de bagage uit de laadruimte op onze rug gesjord hebben, wijst de gids ons de weg naar het hotel, daar checken we in en vertrekken al snel weer om iets te gaan eten. We zijn blij verrast door het kleine sfeervolle stadje. De wegen en de huizen zien er naar Peruaanse maatstaven zeer behoorlijk uit, en ook aan een verder ingevuld aantrekkelijk straatbeeld is aandacht gegeven. Zo staan er talloze manshoge beelden van mannen en vrouwen, uitgedost in vaak kleurige kleding van de meest uiteenlopende dansen. Ook zien we her en der diverse soorten grote hoeden, uitgevoerd in mozaïek van steentjes. Gezellige winkeltjes, kraampjes en befaamde eetkarretje verlevendigen het straatbeeld. Voor de jeugd zien we een groot, creatief uitgevoerd speelcomplex. Het is een plezier hier rond te lopen. Ondertussen hebben we een hapje gegeten op de eerste verdieping van een restaurant, wat ons een onverwacht uitzicht geeft op een uitvaart. De auto met de kist is aan beide kanten uitbundig versierd met bloemen, waarna de rouwenden achterblijvers lopen. Een uitbundig spelende fanfare daarachter. Niet stijf in het gelid, maar met passie en beweging.

    We lopen nog wat rond en gaan terug naar het hotel, waar we ons een paar uur in alle rust in de zithoek vermaken. Dan nog even de deur uit voor een laatste hapje. Het is koud buiten. Om 21.00 sluiten we de dag af. Morgen uitslapen tot half acht. Ongekend 😉

     

     

    Dag negen: Cuzco

    De hele nacht ziek geweest. Het ergste gehad, maar nog heel moe. Ik sleep me eruit om bij de anderen aan tafel een kopje thee te drinken en duik dan mijn bed weer in. Na het ontbijt gaan die de stad in en bezoeken een kerkje.
    Rond 13.00 zijn ze weer terug met broodjes. Ik heb nog geen enkele trek, ben nog steeds erg moe, maar wil wel.’s middags een paar uurtjes mee op stap.

    We lopen naar het grote, altijd goed bezochte grote plein van Cuzco. Daar staat de kathedraal die zo vaak op foto’s te zien is. Het is de grootste kathedraal van heel Noord- en Zuid-Amerika en is opgetrokken uit de stenen van de Incapaleizen van Viracocha en Sacsayhuamán. Het interieur is opvallend te noemen. Ontzettend veel gouden ornamenten. Een overdaad zou ik het willen noemen. Ik houd er niet van. Het is zeker de moeite de kathedraal te bekijken, maar het is, zoals met alles, een kwestie van smaak. Op mij maakt het een protserige, kitscherige indruk. Dan mag het nog zo oud zijn.

    Hierna gaan we naar het Incamuseum, waar veel, alledaagse, gebruiksvoorwerpen, gereedschappen, maquettes en textiel uit de Incatijd. En over hun rituelen. Boeiend om te zien, maar ik ben duidelijk nog niet fit, mijn ogen vallen af en toe even dicht.

    Als we het hotel verlaten, geef ik aan terug naar het hotel te willen, naar bed. Gerda ook. We gaan dus allemaal. Eenmaal op de kamer duik ik zo snel mogelijk het bed in.

    Een paar uur later gaan Theo en Jos samen uit eten. Gerda en ik zijn  nog steeds onder zeil. Tot morgen.

    Dag zeven Macchu Picchu

    Om half zes gaat de wekker, zodat we om kwart over zes kunnen ontbijten. Voor geen van ons is het vroeg opstaan een punt, we zijn steeds op tijd wakker. Dat is thuis weleens anders 😉 Vlak voor we de hotelkamer verlaten, valt de stroom uit en we vrezen de dag te moeten starten zonder cafeïne. Gelukkig blijkt de koffie al gezet. We nuttigen het prima ontbijt terwijl het personeel vooral loopt te lanterfanten. Door de stroomuitval kunnen ze weinig tot niks doen en wij zijn op dit uur de enige gasten in de ontbijtzaal.
    Klokslag zeven uur verlaten we het niets-op-af-te-dingen hotel en lopen de korte afstand naar het station van Ollantaytambo. Daar moeten we om kwart over zeven zijn, om kwart voor acht te kunnen vertrekken. Het is er al een aardige drukte van mensen die net zoals wij de grootste schat van Peru gaan bekijken, en sportievelingen die de Inca trail gaan lopen. Door het grote aantal mensen is het voor de straatverkopers een aantrekkelijke plek om hun spullen te slijten, ze zijn er dus weer, bepakt en bezakt met petjes, hoedjes, kleedjes en wat niet meer.
    We kopen broodjes voor later op de dage en zien de trein binnenkomen, de speciale Incarail. Voor het instappen moeten paspoort en tickets getoond worden, alles klopt dus we kunnen instappen. Het rijtuig is voorzien van riante stoelen en panoramaramen. Niet zo groot zoals we die van de Glacierexpress in Zwitsterland kennen, maar voldoende uitzicht biedend.
    Energiek settelen we ons, we hebben weer zoveel zin in deze dag die een hoogtepunt van deze vakantie gaat bieden: Macchu Picchu, bekend staand als een van de zeven wereldwonderen, die begin vorige eeuw werd ontdekt, nadat het eeuwen in de jungle verstopt heeft gelegen.
    De trein zet zich in beweging en van dat allereerste moment is het genieten. Het uitzicht is formidabel. Waarbij wel gezegd moet worden dat ik denk dat Theo en ik aan de mooiste kant zitten, namelijk die waar de rivier loopt. Gedurende de hele rit volgt de trein de Urubamba river, een snel stromend water, omgeven door groen en wederom de machtige bergen. De rivier kronkelt, de trein ook. De enorme rotsen die we veelvuldig zijn, vormen in en rond het water een waanzinnig geheel met de omgeving. Bovendien, de zon schijnt opnieuw kunnen we het niet beter treffen.
    Het is zo genieten.Aan het raam gekleefd blijf ik de voorbijsnellende beelden in mij opnemen. Ik houd hier zo van. En niet alleen ik, ook de anderen vergapen zich aan het mooie traject. De anderhalf uur durende rit vliegt voorbij. Voordat we het eindpunt naderen maken we één stop om de wandelaars van de Incatrail eruit te laten. Tegelijkertijd gaat ook de Peruaanse muziek in de trein aan. Sfeertje weer 🙂

    In Aqua Calientes, het eindstation, is het een drukte van belang. We stappen uit, speuren rond, en jawel daar is het bordje met Catharina Hollander weer. Vastgehouden door een hele kleine Peruaanse. Theo en Jos moeten heel diep bukken om zich voor te stellen. De dame moet er hartelijk om lachen.
    De vrouw blijkt als enige taak te hebben ons op de bus naar Macchu Picchu te zetten. Allereerst loodst ze ons van het station naar ons hotel. Dat kan alleen via een grote overdekte markt waarvan alles op het gebied van Peruaanse kleding en prullaria te koop is. Gezellig en leuk, maar wij lopen met gesloten portemonnnee voorbij. In het hotel laten we onze spullen achter, daarna neemt ze ons mee richting de bus. Het is druk op straat en er zijn werkzaamheden waardoor we voor een afgezet gebied komen. Zij praat met de aanwezige agenten en krijgt toestemming onder het lint door te gaan. Bij de standplaats van de bussen staat een hele rij, wij sluiten aan en de gids maakt van ons foto. Die stuurt ze door naar de gids die ons bij Macchu Picchu opwacht. Vervolgens gaat ze even weg, om iets later weer terug te komen. Ze gebaart ons mee te komen, we stappen uit de rij achter haar aan, helemaal naar voren, en krijgen toestemming een bus in te stappen. Mevrouw heeft blijkbaar een goed netwerk. Ze neemt afscheid en wenst ons een mooie dag.
    We zitten achterin de bus die begint aan de ca. twintig minuten beklimming van de berg. De route is vol haarspeldbochten en we schudden en rammelen alle kanten heen. Een keer vlieg ik zo omhoog dat ik een gedenkteken op mijn been verwacht. Gordels ontbreken. De vraag is of die zin hebben langs het ravijn waarnaast we rijden. De weg van Aquas Calientes naar Macchu Picchu is verboden voor gewoon vervoer, alleen bussen hebben toestemming om er te rijden. Wij snappen wel waarom. Regelmatig passeren de bussen elkaar, en dat is centimeter werk. De route, diep de bergen in, is wederom indrukwekkend. De hoogtes en de dieptes zijn immens. Dan zien we opeens de bekende contouren in de verte. Onze opwinding neemt toe, we zijn er bijna: wau, we gaan Machupicchu zien! De oude Inca stad die in de 15e eeuw is gebouwd door de Inca vorst Pachacuti. De stad was moeilijk bereikbaar, ook de oude inca’s deden er dagen over om er te komen. De Inca’s waren een indianenvolk in Zuid-Amerika waarvan het hoogtepunt van de beschaving slecht 92 jaar duurde ( 1438-1530). Hun leefgebied strekte zich uit van Peru, Argentinie tot in Brazilie. Uit angst voor de Spanjaarden ontvluchtten de Inca’s voortijdig Macchu Picchu, helaas heeft ze dat niet het leven gered. De Spanjaarden maakten een eind aan het Incarijk. Het Incarijk hebben ze echtre nooit gevonden en is eeuwenlang onvindbaar geweest. Tot het begin van de vorige eeuw, volledig overwoekerd in de jungle ontdekt werd. De Inca’s die Macchu Picchu bevolkten waren hoogontwikkeld en spiritueel.De restanten verwijzen daarnaar.
    Later, bij de foto’s, zal ik er wat meer over vertellen.

    Boven aangekomen is het een drukte van belang, en dan te weten dat het laagseizoen is. We lopen naar het punt waar met de nieuwe gids is afgesproken en vinden haar snel: Norma is haar naam. Zij vertelt dat op zondagen Macchu Picchu gratis door de Peruanen te bezoeken is. Het is vandaag zondag. Vandaar. Veel Peruanen kennen Macchu Picchu niet, zegt zij. Ik begrijp dat wel, we hebben de laatste dagen al zoveel armoede gezien, water- en energievoorziening is in dit land niet vanzelfsprekend. Hoeveel procent van de inwoners zijn op de hoogte van de gebeurtenissen in hun land en wat het te bieden heeft?
    Bij de ingang moeten we zowel de tickets als de paspoorten laten zien, probleemloos lopen we door. Tot even later Jos wordt tegengehouden; zijn rugzak is te hoog. Een speciaal daarvoor bestemd kratje geeft dat aan, zijn rugtas past daar niet in. Als we de vier broodjes eruit halen en in de onze stoppen, is het probleem verholpen…
    Norma neemt ons mee voor een drie uur durende rondleiding door het zonovergoten Machu Picchu.
    We wandelen, klimmen en kijken onze ogen uit. Het is prachtig, fenomenaal! Het is zo fantastisch mooi! Ze leidt ons langs plekken waar de Inca’s hun vernuftige agricultuur toepasten, hun tempel stond en sterrenwacht zich bevond. De inca’s waren in staat aan de hand van de zon, de sterren en de maan een agricultuur kalender op te stellen, afgestemd op de seizoenen.
    Het is volop genieten, en ons af en toe in de arm knijpen dat we hier werkelijk zijn, hier rondlopen.

    In dit gebied regent het veel, die voorspelling was er ook voor vandaag, maar zolang wij er zijn blijft het droog, warm en zeer zonnig. Insmeren is noodzakelijk en ben blij met het hoedje op mijn koppie.
    Als de rondleiding is afgelopen, zorgt de gids er nog voor dat we een speciaal stempel in ons paspoort krijgen en neemt dan afscheid. Wij zoeken een plekje in de schaduw om een broodje te eten. Daarna zoeken we de bussen op voor de terugweg. Die zijn snel gevonden, maar we schrikken ons rot als we de gigantische lange wachtrij zien. Helaas, er zit niets anders op dan achter aan te sluiten. Uiteindelijk duurt het een half uur tot we kunnen instappen en dat valt ons alles mee. De bussen rijden af en aan.
    Terug in het bergdorp Aquas Calientes, dat alleen per trein bereikbaar is, zoeken we een horecagelegenheid om wat te eten en te drinken. We vinden een leuke plek, waar we op een soort van balkon zitten en mooi alle gezelligheid op straat kunnen zien. Een groepje muzikanten begint buiten te spelen. En jawel, hoor, ‘El condor pasa’ op de panfluit. Ik heb al eerder gezegd, een favoriet nummer.
    Na een lichte maaltijd gaan we naar het hotel en rusten wat uit.
    Begin van de avond maken we een wandeling door het bruisende stadje, waar voorbereidingen voor de festiviteiten van morgen plaatsvinden, dan wordt de 78e verjaardag van Macchu Picchu gevierd. Dat snappen we niet helemaal, omdat het in 1911 is ontdekt. Het zal de maken hebben, vermoed ik, met de belangrijke die Aquas Calientes in de toeristensector is gaan spelen. Opvallend is trouwend dat er in dit stadje geen auto te bekennen is,heerlijk. We eten nog wat en lopen terug naar het hotel. Morgenochtend nog een keer naar Macchu Picchu, in de middag gaan we met de trein terug naar Cuzco.

    Dag 6 Door de sacred Valley naar Ollantaytambo

    Het is vandaag weer vroeg opstaan, want om 8.00 uur worden we opgehaald. Opnieuw gebeurt dat helemaal volgens afspraak met de Andina Travel Club. Heel prettig.
    Gerda is weer helemaal opgeknapt en dat is uiteraard ook heel prettig. Per stel hebben we onze bagage in één rugzak gestopt. De andere twee rugzakken blijven hier, in het hotel in Cuzco. We komen namelijk over twee nachten weer terug. Dus weer de keuze: wat neem ik mee, wat laat ik achter.
    Het weer valt ons steeds erg mee, ‘s morgens kan het erg fris zijn, maar in de middag behoorlijk warm.
    Het blijft trouwens wel grappig dat veel mensen, ook personeel in het Cuzco hotel, binnen met hun winterjas aan werken.
    In het busje gevuld met zo’n tien man aan toeristen gaan we op pad. We hebben een leuke gids, die steevast contact met zijn gasten zoekt. Ik word weer steevast Catharina genoemd.
    Eenmaal het drukke Cuzco uit, rijden we we door prachtige natuur, die is echt de moeite waard in Peru, tenminste in de delen die we ntot nu toe gezien hebben.
    De gids laat ons naar de bomen kijken, om zelf te ontdekken dat er veel dezelfde bomen staan: eucalyptusbomen. zeventig procent van de flora in de Andes bestaat daaruit. De boom komt oorspronkelijk uit Australië, maar is naar de Andes gebracht vanwege de grote wateropname. Een heel belangrijke eigenschap in het natte seizoen, november tot maart. De rest van het jaar wordt het droge seizoen genoemd.
    Peru is het land van de aardappels, in de Sacred Valley worden er 500 soorten verbouwd. In heel Peru 3000.
    Een ander leuk weetje is dat 80% van de Cuzcobewoners twee stiertjes op zijn dak heeft staan. Het duidt erop dat de bewoners katholiek zijn. Twee stiertjes zijn tegelijkertijd het het symbool van ‘good luck’. Vooral in Cuzco, Arequipa en Puno is dit een traditie.
    The Sacred Valley wordt zo genoemd omdat het een groot, ongekend vlak land betreft. Heel bijzonder in het ruige Andesgebergte. Het is echt een prachtig gebied, maar dat had ik geloof ik al gezegd.

    We stoppen bij een alpacaboerderij, waar ook de andere drie soorten verblijven, zoals de lama, vicuna’s en guanaco’s verblijven. Allen behoren tot het kamelensoort. Toch zien wij tot nu toe vooral de alpaca’s en lama’s. Het is leuk opgezet en zelfs Theo durft het aan een alpaca eten te geven. Er is weer een grens verlegd;)
    In een hoek zien we weer een kooi met cavia’s staan en weten dat het niet voor de fun is.
    We gaan verder met de bus. De sacred Valley is een vruchtbaar gebied dat zich uitstrekt van Pisac tot Oolantaytambo. De Inca’s bouwden de Inca’s belangrijke en ceremoniële en rituele plaatsen en strategisch gebouwde rustplaatsen (tambos) en forten. Ook legden ze hier terrassen aan voor de landbouw.
    Op weg naar Pisac komen we veel toeristenbusje tegen, en dat is niet zo gek, ook Pisac bevat namelijk een schat aan Inca historie. De grote Inca vindplaats bevindt zich zo’n 300 meter boven het dorp.
    Het is er prachtig. De Inca’s maakten al hun terrassen in de vorm van een dier, die van Pisac heeft de vorm van een patrijs. De gids laat het zien, en dan zie je het ook, enigszins. De zon schijnt weer volop en de natuur schittert in al zijn glorie. Waar je ook staat, waar je ook kijkt, je wordt omgeven door moois. En ja, er zijn toeristen, maar niet zo talrijk dat ze het intense genieten kunnen verstoren. Als we iets voorbij de terrassen lopen wijst de gids ons op een enorme rotswand vol gaten. Die gaten zijn het enige wat over is van de oude Incagraven. Lang geleden zijn die door grafrovers geplunderd, de Spanjaarden namen al het goud en zilver dat bij de overledenen was neergelegd, mee. Het enige wat er nog zou liggen zijn botten. Toeristen mogen er niet meer komen.

    Het hoogste punt van de terrassen bestaat uit verdedigingswerken van de Inca’s. Theo, Jos en ik klimmen naar boven, wat best een inspanning is, maar zeer de moeite. Het uitzicht is magnifiek.
    Jaja, de foto’s volgen later.
    Teruglopend naar de bus koop ik een pet, ik kan echt niet langer zonder. Ik kan het me niet veroorloven kritisch te zijn, er moet iets op mijn koppie. Altijd afdingen gaf de familie van Alonso nog mee, maar als ik hoor dat het 15 sol is ( €4,05) durf ik niet.
    Terug in de bus stoppen we even later in het plaatsje Pisac, een dorpje dat vooral leeft van landbouw, zo verbouwen ze zestig soorten mais. Ook stat het bekend om zijn zilver. Er zijn verscheidene zilversmeden te vinden. Wij bezoeken er één. Kort wordt verteld, en wordt getoond hoe zilver er in zijn oorspronkelijke vorm uitziet, hoe het het vijf procent koper vermengd moet worden om bewerkte te kunnen worden. We zien een aantal jongen intensief bezig bezig het bewerken van zilver en het van kleurige vlakjes voorzien. De gezicht, de huid, alles onbeschermd, in een houding die verre van arbo verantwoord zijn.
    Uiteraard worden we daarna in de gelegenheid gesteld iets te kopen, en het moet gezegd ze hebben prachtige sieraden, daar komt bij, ik houd van zilver. Maar zodra ik naar iets wijs, mijn ogen te lang op iets richt, begint de man die me op de voet volgt op mij in te praten. De manier om helemaal niets aan mij te verkopen. Dus ik groet en ga naar buiten.
    De bus gaat weer verder.
    Het is rond 13.00 als we gaan lunchen in een prachtig, sfeervol restaurant dat het werkelijk top voor elkaar heeft. Maf hoor, een stukje ervoor en erna staan de meest armoedige huisjes,maar hier is overvloed. De lunch bestaat uit een lopend buffet dat ook heel goed op vegetariërs is ingesteld.
    Wij zitten buiten op het terras met wederom prachtig uitzicht op de natuur en een (pan)fluitduo. Ze spelen heerlijk. Ik kan het niet laten, ik koop een CD.
    Na het heerlijke eten rijden we weer verder. Gelukkig is het eten goed gezakt als de gids ons op een speciaal dorpje wijst,waarvan ik de naam kwijt ben. Overal staan buiten kraampjes waar Cavia’s aan het spit draaien. Die worden hier als een delicatesse gezien. Bij de bewoners worden ze vooral op bruiloften en verjaardagen gegeten. Het is een ongemakkelijk gezicht, ‘ons’ huisdiertje aan het spit. Terwijl ik tegelijkertijd weet dat het nauwelijks anders is , dan een konijn aan het spit is. ook een huisdier.

    We komen aan in Ollantaytambo, delen van dit stadje zijn bijna onveranderd sinds de Incatijd en staan daarom op de Unesco werelderfgoedlijst. Het is een leuk levendig stadje, we lopen hier wat gezellig rond en bezoeken dan de Inca vindplaats van Ollantaytambo. Het is veel groter dan gedacht, Theo en ik nemen de klim over de trap die dwars door de landbouwtrappen gaat. Een paar keer moeten we stoppen om uit te hijgen en voor wat extra lucht, maar het lukt ons. Daar staan we dan, kijkend om ons heen en kijkend naar beneden, waar alles in miniatuurformaat is veranderd. Als we voldoende genoten hebben beginnen we voorzichtig aan de afdaling en bekijken we ook ‘gelijkvloers’ de vele Inca overblijfselen.

    Bijzonder hoeveel moois we van de Inca historie we al hebben gezien, terwijl het altijd vooral over Machu Picchu gat, wanneer het over de Inca’s gaat.
    We lopen terug naar de bus, die ons naar het hotel rijdt waar we ons, uiteraard met onze bagage, inchecken. Dat ziet er mooi uit, met een groot atrium. We nemen onze intrek en onze rust.
    Een paar uur later gaan we zoek naar een eettent, en dat is hier opvallen, de cuy (cavia) staat op vrijwel elke kaart. We proberen het te ontwijken maar belanden uiteindelijk in het Cuy Museo.
    Wat daar wel grappig is dat het helemaal vol hangt met beroemdheden die hun hoofd hebben afgestaan aan een cavia, en ook de wand is versierd met cavia’s. Wij bestellen, nee geen cavia, en worden dan nog getrakteerd op live muziek. Een jongen op een gitaar en panfluit. Jos en Gerda zijn ook verkocht en kopen een CD. Vol blijdschap signeert de jongen deze met mooie woorden.
    We sluiten de dag af in een zithoek van het hotel, uitkijkend op het atrium, met een kopje thee.

    Dag vijf: Cuzco- tour Maras, Moray en Salineras

    Ik hoorde vannacht geluiden vanuit een kamer in de buurt van de onze die ik liever niet hoor, en dacht het zal toch niet…het zou wel. Wanneer we voor het ontbijt Jos en Gerda ophalen, blijkt Gerda ziek. De hele nacht heeft ze vooral in de badkamer rondgehangen. Waarschijnlijk last van de hoogteziekte. Beroerde ia alleen dat de pillen ertegen dat ze preventief hebben meegenomen er niet inbllijven.
    Ze gaat mee naar het ontbijt, maar voelt zich niet in staat iets te eten. In het hotel blijven wil ze niet, ze wil mee. Wie weet gaat het straks beter..
    Keurig op tijd worden we door een gids van het reisbureau opgepikt, na ons volegn er nog wat adresjes tot de bus vol zit.
    We zetten koers naar Maras, wat omschreven wordt als een pittoresk stadje, Onderweg is werkelijk van alles te zien. Het landschap is prachtig en wisselt voldoende om steeds geboeid naar buiten te blijven kijken. Het prachtige weer werkt goed mee. Behalve het indrukwekkende landschap valt nog iets anders op, de intense armoede die nergens lijkt op te houden. Vertelde ik gisteren over de sloppenwijken aan de buitenkant van lima, hier zijn het de treurig uitziende onderkomens van de ambachtslieden, landbewerkers en veehouders. De muren zijn opgetrokken van ‘stenen’ gemaakt van een soort klei, vermengd met, ik denk, stro. Deuren hangen scheef, daken zijn van allerlei soorten materiaal en ramen ontbreken soms. Als ik al eens denk dat er in het krot dat ik zie, echt geen mensen kunnen wonen, zie ik er toch weer was hangen, een kindje spelen of mensen voor aan een tafeltje zitten. De prachtig gekleurde, traditioneel kleurige kleding van met name de vrouwen, staat ermee in schril contrast. De ouderen tonen verweerd en in zichzelf gekeerd. Het leven is daar hard voor ze, dat kan niet anders. In omstandigheden die een zelfvoorzienend karakter hebben. De aanwezigheid van elektra en stromend water kan veelal rustig betwijfeld worden.
    In Maras heerst een textielcultuur, veel families werken hier samen aan de meest prachtige kledingstukken, tafelkleden en meer van alcapa- en lamawol. We krijgen een demonstratie op een prachtige authentieke locatie. Boeiend om te zien hoe allerlei natuurproducten als planten en zout gebruikt worden om de wol in allerlei kleuren de verven. De mogelijkheden lijken eindelijk, zonder enige toevoeging van chemicaliën.
    In de hoek van de ruimte staat een hok met cavia’s, die tussen door door een andere vrouw gevoerd worden. We zeggen niks, maar weten dat ze vroeg of laat op een bord belanden, het is een delicatesse in Peru.
    Na de demonstratie bestaat de mogelijkheid tot kopen. Helaas, aan ons slijten ze niets, al hangen en liggen er werkelijk prachtige, met soms ingenieus ingeweefde motieven, artikelen.

    De bus rijdt verder, op weg naar Moray, met Gerda gaat het weer ietsje minder, het aangeboden glaasje colcathee breekt haar op. Gelukkig is er een wc in de buurt.  Moray is niet ver van Maras. Wat we daar zien is een unieke archeologisch overblijfsel van de inca’s. Grote ronde gaten waar rondom terrassen zijn gebouwd, waarop agricultuur werd toegepast. De watervoorziening kwam tot stand door slim gegraven smalle kanalen. Het is een geweldig gezicht. Ongelooflijk knap hoe een volk zo lang geleden in staat was om dusdanige landbouw toe te passen dat verschillende gewassen tot optimale ontwikkeling konden komen. Door de terrasvorming kon de ge middelde temperatuur tussen het hoogste en laagste terras wel oplopen tot wel vijftien graden. De inca’s waren door hun unieke bouwwerk in staat daar grote voordelen uit te halen. Doordat er geen goud of zilver te halen viel, is het door de Spanjaarden met rust gelaten.

    Terwijl Gerda in de schaduw zit, wandelen en klimmen wij langs en boven het bouwwerk. Het is prachtig, ook door de geweldige bergen erom heen. Steeds stoppen we we weer even om in alle stilte van het schouwspel te genieten. Ik maak foto’s, sla het in mijn hoofd op en neem het mee als intense ervaring en herinnering.

    We gaan weer verder, passeren opnieuw talloze droefgeestige onderkomens, authentieke, mooi geklede vrouwen, met hun typerende hoofdbedekking en soms met scahttige kindjes in draagzakken. Eenmaal zien we een vrouw haar baby te drinken geven, het kindje ligt in een bedje, gemaakt van een bananendoos. Toch zien we ook gezelligheid, van bewoners die in groepjes buiten rondom een tafel samen eten. En dat tegen de achtergrond van de massieve Andes. De temperatuur is inmiddels flink gestegen, mijn jas en vest heb ik allang in het busje achtergelaten. Aan de lange broek is niks te doen. Ik klaag niet, de zon schijnt, de lucht is blauw, alles ziet er daardoor op zijn mooist uit.

    De laatste bezienswaardigheid van deze dag zijn de zoutmijnen in Salineras. Ze worden gevormd door zo’n 2000 kleine waterbronnen, ontstaan in de achter de zoutvlaktes gelegen berg. Al duizend jaar geleden werd door de bevolking ontdekt dat zich in het binnenste van de berg zoutmijnen bevonden. Door de ondergrondse bronnen wordt het zout mee naar buiten vervoerd waar het in de verschillende terrassen opgevangen wordt. Aan de kleur van het water is te zien, hoe lang het zout er al ligt. Het begint met heel donker en eindigt in wit, zodat het geschept kan worden in vijftig kilo zakken. Wezien hoe werknemers daarmee bezig zijn.

    Wederom is het genieten van een bijzonder natuurlijk proces in de Andes.  We proeven het water uit de bron dat zouter dan zout is en lopen daar waar we mogen lopen om zoveel mogelijk te zien en natuurlijk mooie plaatjes te schieten.Toen we de zoutmijnen met de bus naderden zagen we de zoutvlakte diep onder ons liggen, over smalle paden naar beneden kregen we er steeds van hun andere hoek zicht op. Er eenmaal aangekomen, rijzen de bergen erom heen reusachtig op.  Vanaf een bijbehorend plateau klinkt de muziek van een panfluit. Als ik daar sta, kijkend over de immense zoutterrassen met die bergen, het fantastische weer en dan ‘El condor Pasa’  hoor,  al sinds mijn jeugd een favoriet nummer, voel ik me intens gelukkig. Genieten.

    Dan staat alleen de rit terug naar Cuzco nog op het programma. Langs de smalle wegen met diepe afgronden klimt de bus weer omhoog. Onderweg gaat het met Gerda weer minder, gelukkig is er een plastic zakje in de buurt.

    In het hotel gaat ze direct naar bed, het wordt er niet beter op. Jos en Theo gaan naar de drogist om iets te halen Als Gerda dat heeft ingenomen, gaan wij met z’n drieën uit eten. Naar deelde plek als gisteren dat was goed. De wandeltocht er naartoe, dat mag gezegd, is een crime. De smalle straten waar het verkeer onafgebroken doorheen scheurt, met aan weerskanten een stoep van nauwelijks dertig centimeter breed. Het is alsof je langs een ravijn je weg moet afleggen.

    Hopelijk is Gerda morgen beter..

    Dag vier: van Lima naar Cuzco

    Gisteravond hebben we de familie gedag gezegd, Jhony heeft ons nog een telefoon meegegeven die we de komende weken bij ons moeten houden. Hiermee kunnen kosteloos bellen. Ons wordt op het hart gedrukt vooral contact op te nemen als er iets is. Ook willen ze graag regelmatig van ons horen dat het goed met ons gaat. De familie voelt zich erg verantwoordelijk voor ons. Ze zijn bekend met de veiligheidsrisico’s in hun land.
    Alonso en Sophie zullen ons om 9.00 naar het vliegveld ‘Jorge Chavez’ brengen, waar we om 11.55 uur zullen vertrekken naar Cuzco. Een binnenlandse vlucht van ongeveer drie kwartier.
    Zodra we beneden buiten komen, verschijnt ook de portier om het hek open te doen en onze bagage in de kofferbak van de auto te leggen. Hij zorgt er ook voor dat het hek na ons vertrek gesloten wordt. DE rit naar het vliegveld zal ongeveer vijftig minuten duren. De route over de snelweg laat aan weerskanten van de weg voornamelijk sloppenwijken zien. Links en rechts, we zien de meest erbarmelijke onderkomens, krotten met daar tussendoor waslijnen, mensen en spelende kinderen. Tussen de weg en de ‘woonwijken’ ligt een watertje. Daarin en op de oever zien we afval liggen met her en der mensen ertussen. Het is een treurige aanblik.
    Alonso blijft bij het inchecken, en dat is handig want hij weet precies hoe alle apparaten werken, waar wij eerst staan te klungelen. Ze brengen ons weg tot de poortjes waar zij niet verder mogen en zwaaien ons uit. Zij gaan de komende drie nachten in het gehuurde airbnb van Jos en Gerda overnachten.
    ‘lekker een paar dagen privacy.’ En wie snapt dat niet.
    We lopen op tijd naar het vliegtuig en stappen op tijd in, ook de motoren starten op tijd, we taxieën weg, maar dan…de motoren stoppen en het vliegtuig komt in stilstand.
    Al snel wordt duidelijk dat er een technische storing is, ze hopen dat het snel verholpen zal zijn.
    Ik zit bij het raam en zie dat de trap weer tegen de deur wordt gezet, en even later komt er een busje met handige mannen. Het duurt en het duurt. Wij accepteren wel, maar echt lekker is het natuurlijk niet, zitten in een vliegtuig met een mankement dat straks, is de bedoeling, toch gaat vliegen.
    Het euvel blijkt echter toch lastiger te repareren dan gedacht. Ons wordt gemeld dat we het vliegtuig moeten verlaten en in de opvangruimte van het vliegtuig moeten wachten op nadere instructies.
    Wij stappen uit, in de gereedstaande bussen die ons terug naar het vliegveld gebouw brengt.
    We installeren ons, halen wat te drinken en besluiten het reisbureau te bellen waar we het programma voor de komende dagen geboekt hebben. We zouden namelijk van het vliegveld in Cuzco opgehaald worden om naar ons hotel gebracht te worden. Ik bel, en krijg een bandje met een hele riedel Spaans, dat schiet niet op. de telefoon van Jhony biedt uitkomst en we bellen Alonso, die heeft ook deze vluchten eerder dit jaar geboekt. Boeken vanuit het eigen land bleek namelijk stukken voordeliger dan boeken vanuit Nederland. Alonso zal het reisbureau bellen en doorgeven dat we vertraagd zijn en nog geen idee hebben hoe laat het gaat worden. Hij snapt de Spaanse riedel wel, en het bericht komt over. Nog weer later weet Alonso ons te melden dat we om 15.50 zullen vertrekken. Wij weten nog van niks, een half uur later horen wij het ook. En gelukkig dat klopt, wel met een ander vliegtuig. Dat voelt prettig. Bij het instappen krijgt ieder passagier een pakje met drinken en wat reepjes en een soort tucjes om te eten.
    Het reisbureau is op de hoogte gesteld, dus we kunnen gerust op pad, eindelijk.

    Het is helder weer en het uitzicht over de Andes is werkelijk geweldig. Het is drie kwartier volop genieten van de bergketen, de toppen met de sneeuw, de wolken, het blauw van de lucht. Het is een machtig, imposant gezicht. Het wachten op het vliegveld zijn we alweer vergeten.
    Op het vliegveld van Cuzco is het beduidend kouder, het is later op de dag, maar Cuzco ligt ook aanzienlijk hoger dan Lima, namelijk boven de 3500 meter. De jassen die we steeds bij de hand hadden, gaan aan.
    Zodra we bij de bagageband komen meldt zich een kleine, tengere Peruaan, op zoek naar Catharina Hollander. Hij stelt zich voor en haast zich voor Theo en Jos uit om de bagage op een karretje te laden. De grote mannen vinden het zichtbaar wat ongemakkelijk dat een man, zeker de helft van hun postuur de bagage sjouwt en even later het karretje voor ons uit naar buiten duwt. De man zelf is heel hartelijk. Buiten staat er een grote rij wachtende waaronder een aantal met bordjes. Ik heb het niet eens direct door dat een niet onaantrekkelijke man op mij staat te wachten. Ik was stteds de contactpersoon voor dit stukje van onze reis, vandaar. Natuurlijk wil ik de man even later op de foto 😉
    Hij stelt zich voor als de tussenpersoon van het reisbureau. Hij is ons aanspreekpunt voor vragen of problemen die zich gedurende ons programma van de komende dagen kunnen voordoen. Hij brengt ons naar het gereedstaande busje met chauffeur en brengt ons naar het hotel. Onderweg neemt hij de komende dagen door en adviseert ons de rest van de avond rustig te houden. Het lichaam moet aan de hoogte wennen. Veel water drinken, goed eten, maar niet te veel. Bij aankomst cocathee in het hotel drinken is aan te raden. Coca is goed tegen hoogteziekte.
    Na het inchecken doen we dat ook, Gerda en ik voelen ons op dat moment wat licht in het hoofd. De mannen minder. Aan tafel met ieder een kopje heet water, vol met cocabladeren, besef ik dat het in Nederland de nieuwe dag al begonnen is. Onze zoon is jarig. Via WhatsApp zingen we hem toe.
    Eten gaan we bij Pachapapa, door onze reisbureau man aangeraden, het blijkt een hele goede tip. heerlijk eten dat in het zicht van de gasten wordt klaargemaakt, sfeervol, Peruaanse live muziek en prettig geprijsd. Een goede afsluiting van een wat rommelige, maar toch weer gezellige dag.

    Pagina 1 of 2

    Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén