We ontbijten in alle rust met z’n vijven, Sophie ook. En Theo. Na een fiks aantal slaapuren is die vrijwel hersteld. Het plan is om vandaag Puno beter te leren kennen. Na de regen van gisteravond is het opnieuw zonnig, wel fris, maar dat is in de prille lente op bijna 4000 m. natuurlijk niet zo gek. We slaan linksaf als we het hotel verlaten en wandelen niet veel later over de stoep langs een rustige weg. De huizen links en rechts zijn boeiend genoeg om te blijven kijken. Weer veel onaf, half ingestortte gebouwen en golfplaten daken die met stenen op hun plek worden gehouden. Misschien daardoor zijn we des te meer verrast dat we niet veel later hele behoorlijke huizen tegenkomen. Duidelijk een project waar over nagedacht is. Huizen, bestrating en beplanting zijn op elkaar afgestemd. Het oogt vrij nieuw, en geeft zo’n ander beeld af. Toch denk ik dat dit soort huizen met name voor de rijkere Peruaan mogelijk is. Er is zoveel armoede en sociale woningbouw kent het land niet.

Als we in de verte muziek horen lopen we erop af, graag willen we weten wat er aan de hand is. We lopen een stukje verder en komen dan uit bij een kerkje waarvan de deur wagenwijd openstaat. Jonge knullen dragen een draagbaar met onduidelijke heilige  op de schouders naar buiten. Een zichtbare zware last, als ze even mogen stoppen, puffen ze het uit met de tong uit de mond. Dan gaat de stoet verder en er komt een complete school kinderen naar buiten. In leeftijdsgroepjes ingedeeld met vele verschillende uniformpjes. Van kleuters tot groep achters. Het is een bijzondere gebeurtenis, zeker als sommige kinderen naar ons zwaaien. Met veel muziek en ceremonieel vertoon lopen ze verder. Wij ook.

Naar de kathedraal van Puno. De deuren staan open waardoor we ons uitgenodigd voelen om naar binnen te gaan. Daar worden we geraakt door de eenvoudige schoonheid van de kerk en de mooie muziek die te horen is. Het zorgt ervoor dat ik een kaarsje opsteek bij het mooie Mariabeeld. Niet dat ik gelovig ben, verre van dat, maar mijn oma, mijn moeder deden/ doen het. Voor de geliefden die er wel en niet meer zijn. Die traditie vind ik lief, vandaar. We lopen naar voren en luisteren een tijdje naar de muziek van Paco de Lucía Concierto Aranjuez. Stil daar bijeen zitten en zo samen kunnen genieten is mooi en voelt verbindend. Dan horen we achter ons het kabaal van slaande deuren. We staan op en begeven ons naar de zij uitgang. Het blijkt dat de kerk sluit. Blijkbaar kan dat niet zachtjes.

Sophie wil ons graag trakteren, dus zoeken we met plezier een koffietent, die we vinden op het Limaplein. Dat is rondom helemaal afgezet met hekken vanwege de fikse herinrichting waarmee ze bezig zijn. Vanaf de eerste verdieping van het restaurant hebben we een prachtig zicht op die werkzaamheden. Er wordt echt hard gewerkt en het gaat echt heel mooi worden. Daar zijn we van overtuigd. We genieten van de koffie, taart en het uitzicht, tot het tijd is om verder te gaan.

We wandelen door de winkelstraten, zien etalages en reclameborden. Het dringt tot me door dat ik hier, maar ook in de eerdere steden die we bezocht hebben, alleen paspoppen en modellen met westerse trekken zie. Ik vind dat op z’n zachtst gezegd vreemd en raar. Toch eens navragen bij de familie van Alonso hoe zij daar over denken. 

We lopen nu buiten het centrum en horen de geluiden van panfluiten en trommels steeds sterker worden. We luisteren en zoeken: waar komt het vandaan? Dan zien we een deur openstaan van een gebouw dat doet denken aan een sporthal. Het is een sporthal en we kunnen naar binnen. Een grote groep kinderen, jongens en meisjes spelen op panfluiten, doen dansjes en slaan op trommels. Wij gaan op de tribune zitten en vermaken ons met het schouwspel. Het is een repetitie voor een optreden die nog verre van perfect is, maar de meesten hebben lol in hun aandeel. Een paar volwassen mannen begeleiden het geheel, waarvan één een riem in zijn hand heeft. Wanneer een jongen het te bont maakt krijgt hij er een klap mee. Ik schrik, bij ‘ons’ valt dat toch echt onder kindermishandeling. En terecht. Hier is het een geaccepteerde disciplinaire maatregel. Gelukkig blijft het hierbij. Meegenomen in het enthousiasme en de speelsheid van de kinderen, verlaten we wat later de sporthal. Lachend, omdat we dit onverwachtse genoegen toch maar mooi meegenomen hebben.

We lopen niet echt volgens een vast plan, slaan af waar het aantrekkelijk is, zo komen we aan bij een heel bijzondere begraafplaats, ingedeeld in straten waar muren vol glazen ‘kistje’ staan, volgestopt met herinneringen aan de overleden geliefde en droogbloemen. Er is van alles te zien. Ook huisjes, die als familiegraf dienen. Door een raampje kijkend, zien we dat er ruimte voor acht kisten is. Een lijkt er al ingemetseld. Ook is er een persoonlijk mausoleum. Een zeer bijzondere begraafplaats.

Het is weer eens tijd voor een kop koffie, en dit keer treffen we het enorm. De cappuccino die we bestellen is dit keer eens een echte en de sandwich die we erbij nemen is verrukkelijk. De vrouw die serveert straalt als we haar complimenten geven. Als ze voor ons weggaat omdat haar dienst erop zit ( of omdat ze naar de tandarts moet, wie zal het zeggen) komt ze ons gedag zeggen.

Wanneer we richting hotel lopen, komen we een hele grote overdekte markthal tegen, met vaste kraampjes die niet groter dan 2,5×2,5 zijn, met aan de voorkant een soort van vensterbank. Daaraan zitten vrouwen achter naaimachines, worden etenswaren verkocht, lappen, gereedschap, bedenk het maar en het is er. Zelfs kapperszaakjes waar en public geknipt wordt. Heel leuk om rond te lopen in deze bonte bazar. Vandaar gaat het over in een grote groente- en fruitmarkt. Enorme zakken met allerlei soorten graan staan er ook. Als Sophie aan een paar vrouwe iets in het Spaans vraagt, moeten die enorm lachen. Ze verstaan er geen klap van. Ze spreken alleen de streektaal. Daardoor moeten wij ook lachen, wat de situatie grappig maakt.

We komen aan het einde van de markt en begeven ons richting hotel, waar we de dag op ons laten inwerken. Nog één keer verlaten we dan het hotel om te gaan eten. Theo niet, die wil zijn maag nog niet belasten. Sophie gaat wel mee, en met z’n viertjes hebben we een paar gezellige uurtjes.

Terug in het hotel zeggen we Sophie alvast gedag. Wij vertrekken morgenvroeg al naar Chivay en Sophie een paar uur later naar Lima. Alonso is daar al en gelukkig aardig opgeknapt.