Het is wederom een vroegertje vandaag, 5.00 uur opstaan, 5.30 ontbijten en 6.00 uur worden opgehaald voor de busrit naar Chivay. Het douchen heb ik overgeslagen, want dan had ik er nog vroeger uit gemoeten. Bovendien wordt het water elektrisch verwarmd, met snoertjes boven de douchekop en is het een miserig straaltje uit de douchekop. Een dag niet douchen heeft hier zeker overlevingswaarde. Verder niets dan goeds over het leuk hotel met zeer vriendelijk personeel.

We worden zoals de hele vakantie al, keurig op tijd opgehaald door de taxi die ons naar de bus voor vandaag brengt. We blijken de laatste passagiers te zien en zitten helemaal voorin. De gids begint zijn praatje dat veel en vooral Spaanstalig is, zijn versie in het Engels duurt in ieder geval aanzienlijk korter.                                  Het is heerlijk zonnig weer, wel fris, maar goed wat wil je op dit tijstip. 

Als we in Jullaca arriveren, begint het getoeter van het verkeer weer. De plaatselijke bevolking zie je her en der in groepjes samen eten. Ze verzamel bij een verkoopkaŕretje, nemen plaats op een krukje en ontbijten maar.                                 We stoppen op een rotonde (!), waar de gids iedereen de gelegenheid geeft om bij een straatkarretje eten te kopen. Daar wordt goed gebruik van gemaakt. Wij behorn tot de weinigen die blijven zitten. Er zijn medereizigers die een zelf meegenomen flesje laten vullen. Wij hebben al ontbeten, peruanen eten veel later, eten slechts twee keer per dag. Niet ontbijten, voor een stevige ontbijter als ik, ondenkbaar.

De bus rijdt de stad uit, de lucht overwegend blauw met hier en daar een bescheiden wolk. Het gebergte is rotsachtig. Bomen zie je hier niet alleen grassoorten, waarvan sommige doen denken aan helmgras. We zitten nu op 4100 m en we passeren joekels van rotsen en, onverwachts, een kleine nederzetting. Een rond ommuurd geheel waar ik slechts een handjevol mensen waarneem. 

Op 4300 m zien we een werkelijk prachtig gelegen meer, laguna haguillas (juiste naam nog even zoeken), tussen zandkleurige bergen. Nog weer verder wijst de gids ons op flamingo’s in een ander meer. Zo mooi rose als die in Artis zijn ze echter niet. Ik zie er een met een felrose staart, maar anderen lijken eerder zwartwit. En daar, midden in die geweldige natuur spotten we een groepje alcapa’s.

Op 4410 m stoppen we in the middle of nowhere bij een groot, splinternieuw gebouw waar ze van alles verkopen. Ook koffie, een soort nescafé. Helaas is de koffiemelk op. Het zou de eerste tent met koffiemelk geweest zijn. Bij de standaard koffie hoort absoluut geen melk. De cappuccino is vaker meer een latte. Lekkere koffie, althans wat ik lekker vind, is lang niet vanzelfsprekend. Na eerst ook hier weer van het weergaloze uitzicht genoten te hebben, gaan de bus verder.    Naar buiten kijkend valt steeds het bermafval weer op. Zo mooi hier, geen mens te zien en dan toch steeds die troep.

Op 4500 m zien we een auto op z’n kop in de berm liggen. De inzittenden staan er naast. Hoe is het mogelijk, zeggen wij, in de steden rijden ze kamikaze en hebben we niets zien gebeuren, en hier op een weg met voldoende ruimte…                                    De bus rijdt een dorpje voorbij en weer vallen de daken van de huisjes op: golfplaten, met daarop grote stenen om te voorkomen dat het dak wegwaait.                 Het rotsgebergte wisselt gedurende sterk van ķleur, zo is het roodbruin, dan weer wit, grijs of gelig.  Het landschap verveelt absoluut niet, steeds is is er weer iets moois of verrrassend te zien. De ‘wauw’ momenten dienen zich regelmatig aan. Als zich weer een stop aandient, adviseert de gids ons cocathee te nemen, we zullen straks namelijk gaan stijgen tot 5000 m. Als we even later het gebouwtje binnenlopen, voel ik wat licht in mijn hoofd. Gerda heeft hetzelfde. We besluiten dat het tijd is voor een pil tegen hoogteziekte. En we drinken alle vier braaf de cocathee. Die drinken we sinds Cuzco elke dag wel een keer. Vanwege het risico op hoogteziekte hebben Gerda en ik sinds Lima nog geen druppel wijn gedronken. We blijven voorzichtig.  Niet veel later nadat we vertrokken zijn stoppen we bij een kudde lama’s en alcapa’s waarvan het merendeel de bekende, gekleurde strikjes in de oren dragen. Van dichtbij zie ik dat ze door de oren gaan, ik vraag aan de gids hoe dat gedaan wordt. Met een naald, zegt hij. Dat lijkt mij niet prettig, dus ik vraag of dat pijnloos gaat. Die indruk krijg ik niet als hij zijn gezicht vertrekt en zegt: ‘ It’s tradition.’

Er zijn overigens in Peru veel meer witte, dan andersķleurige alcapa’s te zien. Dit komt omdat witte wol het meeste geld oplevert. Voor de inname van Peru waren er alleen maar lama’s en alcapa’s. Door de Spanjaarden werden katten, honden en paarden en ezels het land ingebracht.

En de bus, hij rijdt weer door over het lange pad door de Andes, op weg naar Chivay. Voor we daar aankomen stoppen we eerst nog op het uitzichtspunt op 4910 m hoogte. Van hieruit hebben we een grandioos uitzicht op enorme bergen en vulkanen. Het vulkanische landschap om ons heen is volgebouwd met torentjes van gestapelde stenen, gemaakt door de talloze bezoekers van dit punt. Wil je zelf een torentje bouwen, dan is het eerst flink zoeken naar nog niet gebruikte stenen. In de verte zien we ook de Misti, de vulkaan die typerend is voor de stad Arequipa. Ook de Mismi staat tussen het rijtje imposante bergen. De rivier de Amazone vindt in deze berg zijn oorsprong, aldus de gids.

Rond 13.00 zien we diep in een dal Chivay liggen. Langs  de kronkelende bus rijdt de bus naar beneden, waar bij binnenkomst van het stadje entreegeld betaald moeten worden. Voor buitenlanders 70 sol per persoon. De hele busrit kostte ook 70 sol per persoon. Inclusief entreegeld. 🙃             De benzine kost hier, omgerekend, 3,65 euro. 

Nadat we de bagage uit de laadruimte op onze rug gesjord hebben, wijst de gids ons de weg naar het hotel, daar checken we in en vertrekken al snel weer om iets te gaan eten. We zijn blij verrast door het kleine sfeervolle stadje. De wegen en de huizen zien er naar Peruaanse maatstaven zeer behoorlijk uit, en ook aan een verder ingevuld aantrekkelijk straatbeeld is aandacht gegeven. Zo staan er talloze manshoge beelden van mannen en vrouwen, uitgedost in vaak kleurige kleding van de meest uiteenlopende dansen. Ook zien we her en der diverse soorten grote hoeden, uitgevoerd in mozaïek van steentjes. Gezellige winkeltjes, kraampjes en befaamde eetkarretje verlevendigen het straatbeeld. Voor de jeugd zien we een groot, creatief uitgevoerd speelcomplex. Het is een plezier hier rond te lopen. Ondertussen hebben we een hapje gegeten op de eerste verdieping van een restaurant, wat ons een onverwacht uitzicht geeft op een uitvaart. De auto met de kist is aan beide kanten uitbundig versierd met bloemen, waarna de rouwenden achterblijvers lopen. Een uitbundig spelende fanfare daarachter. Niet stijf in het gelid, maar met passie en beweging.

We lopen nog wat rond en gaan terug naar het hotel, waar we ons een paar uur in alle rust in de zithoek vermaken. Dan nog even de deur uit voor een laatste hapje. Het is koud buiten. Om 21.00 sluiten we de dag af. Morgen uitslapen tot half acht. Ongekend 😉