De hele nacht ziek geweest. Het ergste gehad, maar nog heel moe. Ik sleep me eruit om bij de anderen aan tafel een kopje thee te drinken en duik dan mijn bed weer in. Na het ontbijt gaan die de stad in en bezoeken een kerkje.
Rond 13.00 zijn ze weer terug met broodjes. Ik heb nog geen enkele trek, ben nog steeds erg moe, maar wil wel.’s middags een paar uurtjes mee op stap.

We lopen naar het grote, altijd goed bezochte grote plein van Cuzco. Daar staat de kathedraal die zo vaak op foto’s te zien is. Het is de grootste kathedraal van heel Noord- en Zuid-Amerika en is opgetrokken uit de stenen van de Incapaleizen van Viracocha en Sacsayhuamán. Het interieur is opvallend te noemen. Ontzettend veel gouden ornamenten. Een overdaad zou ik het willen noemen. Ik houd er niet van. Het is zeker de moeite de kathedraal te bekijken, maar het is, zoals met alles, een kwestie van smaak. Op mij maakt het een protserige, kitscherige indruk. Dan mag het nog zo oud zijn.

Hierna gaan we naar het Incamuseum, waar veel, alledaagse, gebruiksvoorwerpen, gereedschappen, maquettes en textiel uit de Incatijd. En over hun rituelen. Boeiend om te zien, maar ik ben duidelijk nog niet fit, mijn ogen vallen af en toe even dicht.

Als we het hotel verlaten, geef ik aan terug naar het hotel te willen, naar bed. Gerda ook. We gaan dus allemaal. Eenmaal op de kamer duik ik zo snel mogelijk het bed in.

Een paar uur later gaan Theo en Jos samen uit eten. Gerda en ik zijn  nog steeds onder zeil. Tot morgen.