Wanneer ik tussen de gordijnen door naar buiten gluur, ben ik blij verrast: het is bewolkt. Dat betekent prettiger omstandigheden om het plaatsje beter te bezichtigen. Theo gromt niet als ik hem over het wolkendek vertel.

In alle rust begeven we ons naar het ontbijtbuffet dat van deze reis het meest uitgebreide is. Ook de setting is sprookjesachtig. in de sfeervolle serre staat het buffet uitgestald, en buiten onder een prachtige boom staan typische Franse zitjes. Fragiel ogende stoeltjes, ronde tafeltjes, een fonteintje,grote bloempotten, de steenrode muur naast het witte gebouw met groene luiken. Muren van ingemetselde keien/ stenen. De palmbomen. Het is zo idyllisch. We kiezen buiten een tafeltje en verwennen onszelf met diverse lekkernijen. Het is heerlijk en het personeel is leuk, voorkomend en er echt op gericht het de gasten naar de zin te maken. Dat geeft net dat extraatje.
Het hotel is ooit gebouwd door een arts in dienst van Napoleon de derde. Later werd het doorverkocht en sinds 1990, en na een grondige verbouwing is het een hotel en een familiebedrijf.
Het zonnetje schijnt dan wel niet, de temperatuur is nog steeds heel goed, een vestje is echt niet nodig. Opeens begint het flink te rommelen. Naast ons klinkt een kittig ‘ O, lala!’, terwijl wij gewoon reageren met een ‘ Wow!’ Het blijft droog en er kan probleemloos buiten ontbeten worden.
We lopen naar boven, pakken de standaarduitrusting als rugzak, fototoestel en filmcamera en gaan op pad. We lopen een andere kant op dan gisteren en komen een paadje tegen dat naar beneden, naar het strand leidt. Er liggen daar enorme keien en er groeien veel cactussen. Niet de mooiste, maar het zijn cactussen. We gaan op een gigantisch groot rotsblok zitten en luisteren naar de geluiden van de zee. Zeker wanneer de golven van het strand terugrollen: kleine steentjes worden dan meegenomen en dat luistert heel speciaal. Het doet denken aan een ‘ regenkoker’, een simpel instrument dat regen suggereert als je het om en om draait. Heerlijk om hiet te zitten en te luisteren naar de muziek die de zee en steentjes samen maken. We nemen er de tijd voor, voor dat we verder wandelen.
Uiteindelijk komen we uit aan de andere kant van de Citadel dan waar we gisteren waren. We kunnen er nu echt in en dat doen we. Straatje in, steegje uit. Trapje op, treetjes af. Een klein ontdekkingstochtje die we met weinig andere mensen delen. Dat is het leukst, de enigen zijn in deze eeuwenoude omgeving.
We lopen verder het stadje in en komen de kerk van St Erasme tegen, die als patroonheilige van de vissers inmiddels een oude bekende is. Helaas is de kerk gesloten. We lopen nu bijna twee uur en zijn terug in het kleine centrum, we willen koffie drinken. Juist als we overleggen of we bij dat of bij het andere tafeltje willen zitten, begint het te regenen. Het wordt het tafeltje met de grote parasol. Een buitje, maar je wordt er net nat van. Mazzel dus. De regen is snel voorbij. Het is nog steeds bewolkt en rommelig in de lucht, maar de temperatuur uitstekend rond de 25 graden.
We keren terug naar het hotel, trekken badkleding aan en gaan naar het zwembad. We zijn de enigen. Languit liggen we in de jaccuzzi. Voor ons zien we de bergtoppen gehuld in de wolken, de palmbomen, de bossen, het zwembad met bedjes en horen de vogeltjes die fluiten. Dit houden wij wel even vol. Het water borrelt heerlijk en de jets masseren onze voetzolen en ruggen. Mmmm, lekker. Toch, je moet er een keer uit. We gaan zwemmen in het bad dat helemaal voor ons is. Zo gaan er ook vandaag een aantal uur mee heen:zwemmen, zonnen, lezen, luieren. Rond 15.00 uur weet het zonnetje zich eindelijk tussen de wolken door de wurmen, en nog geen half uur later komen andere hotelgasten met hun badlakens. Een uurtje later houden wij het voor gezien, pakken onze spullen en gaan ons omkleden. We slenteren naar de Spar die we hebben gezien. Theo wil chips en wat zoetigheid. Het is een gemoedelijk winkeltje waar de cassiere met haar peutertje op de arm de aanslagen op de kassa doet. Kost je bij ons je baan, denk ik. Dan doe ik de ontdekking dat ze hier cafeïnevrije koffiestaafjes verkopen. Mijn moeder zoekt er al tijden naar, maar geen winkel in ons woongebied heeft het. Dit winkeltje dus wel. Ik koop gelijk vier dozen met in totaal 100 stuks die goed blijven tot februari 2016 en verkneukel me bij voorbaat om de blijdschap van mijn moeder 🙂
Het volgende doel is het ijsterras dat Theo eerder bij de haven heeft opgemerkt. Mensen kijken, dobberende bootjes, de pittoreske omgeving, de Dame Blance en de bananensplit, dan moet je toch tevreden zijn. dat zijn we, het is weer genieten. We kuieren linksom, rechtsom en middendoor om daarna voor een uurtje naar de hotelkamer te gaan. Ons avondmaal eten we buiten bij een sfeervol restaurantje in de buurt dat verrassend veel vegetarische gerechten heeft. Voldaan gaan we terug en hier in de aangename tuin van het hotel sluiten we de dag af met een biertje en een wijntje.