Als ik de badkamer inloop denk ik dat we het licht vergeten zijn uit te doen. Mis. De zon schijnt alweer fel naar binnen. Nog steeds wennen dat dat kan. We maken ons toonbaar voor de buitenwereld en ik knip een pleister voor de flinke blaar op mijn rechter hallux valgus. Dan gaan we naar beneden voor het ontbijt. Het is eenvoudig, maar prima. Het is zeker uitgebreider dan de standaard ontbijtjes die overal aangeboden worden. Mag ook wel, we betalen merDe broodjes die typisch Corsicaans lijken, blijken keihard,ik waag mijn gebit er niet aan. De televisie staat aan in de ontbijtruimte, De Fifa, Blatter en de enorme corruptieschandalen staan centraal. Beschamende toestanden zijn het zeker, zachtjes uitgedrukt. Na het ontbijt ruimen we de zooi in onze kamer op en de rugzakken in. En hoewel het tegen mijn principes is om gratis spullen mee te nemen die ik toch niet gebruik zoals shampoo etc, neem ik dit keer wel at mee: de slippers voor gasten met een afdruk van het hotel erop. Het is niet slecht, eenmaal gebruikt doet het hotel er ook niets meer mee, maar het is toch een hebberige actie. We checken uit en laten de rugzakkenn achter, die halen we later op. We gaan naar de kade waar we een rondtour weten van anderhalf uur. We hebben al veel gezien, maar voorral in het centrum. Nu komen we iets verder. We krijgen er geen spijt van. We zien nog een groot standbeeld van Naplon en diverse historische gebouwen. We rijden naar een uitkijktoren, onderdeel van het verdedigingsbouwwerk de Citadel en lopen daar een kwartier rond. Schitterend mooi uitzicht hebben we daar. Het mooiste wat onderweg echter zien is de meest indrukwekkende begraafplaats die ik ooit gezien heb. Het s heel groot en oogt als een dorp met straten waarlangs huizen. De huizen hebben allemaal een kruis en boven de enige deur in het pandje staan familienamen. De knekelhuisjes kennen wij uit Griekenland, maar dit is een gigantisch dorp! En overal bakken met bloemen voor de huisjes. Het is bijna bizar, maar toch ook bijzonder. Ik had er graag doorheen gelopen, helaas dat kan niet. Logisch natuurlijk, als je zoiets unieks voor toeristen openzet… Na de rondrit pakken we een terrasje en zijn weer eensgetuige van spektakel. Met veel bombarie komen motoragenten bijna voor onze neus stilstaan en gebaren het verkeer door de rijden. Er staat iets te gebeuren. Even later komen verschillende waardetranportwagens langsrijden met tussendoor, langszij en erachter nog meer motoragenten. Moet dat zo opvallend vraag ik mij af. We wandelen nog eens de gezellige kade langs waar de kleine, gekleurde vissersbootjes een lust voor het oog en mijn fotocamera zijn. We kopen broodjes die we op het gezellige plein le Gaulle opeten en halen dan bij het hotel onze rugzakken op. Het is nu echt warm geworden, en omdat we in alle rust naar het station kunnen lopen, stoppen we onderweg bij een bankje. Dankomt r een man met zijn hondje aanlopen. De man heeft bovendien eengrote rugzak bij zich. Niets bijzonders, nietsdat opvalt. De man stopt vlak voor ons, in de schaduw van de dezelfde boom als waar wij onder zitten. Hij zet zijn tas neer, haalt er eenkleedje uit waar het hondje op mag liggen. Hij haalt een voerbaktevoorschijn en vult die met water uit eenfles. Hij pakt een stuk karton en zet dat voor zich neer waarna hij op zijn tas gaat zitten. Ik buig me voorover, nieuwsgierig naar wat er op het bordje staat. En ik lees dat hij honger heeft en de mensen vriendelijk vraagt hemiets te geven. Ikben stomverbaasd,ho is het mogelijk: zo’n ogenschijnlijk fysiek gezonde man. Nog meer vraag ik me af wat ik mij wel meer afvraag bij dergelijke situaties: wanneer verliesje de gezondetrots om je op deze manier afhankelijk vangiften, het medelijden van anderen te maken. Met mijn hoofd gevuld met dit soort gedachten loop ik veder naar het station. Achter Theo aan. Hij weet de weg en het is druk op straat, met mensen en overal auto’s en scooters. Een gewoon straatbeeld weten we nu. Ajaccio is zeker de moeite vanhet bezichtigen waard, een nacht is voldoende, we zijn blij dat we diegeboekt hebben. De eerste tien minuten van hettraject moeten we met de bus, er zijn spoorwerkzaamheden. De bus zit helemaal vol. In LesSalins stappen we over in een trein die niet langer is is dan een wagon. Verder valt op dat de plaatsnaam tweetalig wordt aangegeven, ook in het Italiaans. De treinrit naar Corte duurt ruim twee uur. Als we de kust verlaten wordt het landschap steeds ruiger enhoger. We krijgen nu echte bergen te zien, maar ook diepe ravijnen. Er zijn stukken tussen die ect mactig zijn om te zien, waarbij de mensen in de trein gaan staan om het goed te zien. Ik geniet, van het utzicht, de cadans van de trein, de sfeer en de muziek op mijn IPod, alles klopt op een bijzonderee manier met elkaar en ik voel me op een vreemde manier gelukkig. Van mij mag de rit nog el even duren, maar we zijn er. In Porte. De eerste kennismaking met de mensen is bizar. Zodra de trein stopt proberen de mensen op het perron in te stappen. Als ikergensde pest over in heb. Theo loopt een paar mensen voor mij en duwt zich naar de uitgang. Hij denkt dat ik vlak achter hem loop. Niet dus. Iksta nog in de coupe als eenhorde binnenkomt. Ik begin pardon, pardon te roepen en zet een woeste blik in mijn ogen en zet doelbewust stappennaar de uitgang. Dat helpt. Ze wijken enlaten mij doorgaan. We zijn er beidenbeduusd van, nou ja ik vooral. De route naar het hotel is goed aangegeven. Het wordt klimmen. Het hotel ligt in eengezellige straat met veel terrasjes. Het is een oud pand en de jongen bij de receptie spreekt Nederlands door zijn Nederlandse moeder. Hij is hier geboren. We frissenons op en gaan het centrum in op zoek naar een eettentje. Het oogt allemaal historisch, met straten die in traptreden omhoog lopen. Morgn meer. We eten uitstekend en gaan dan terug naar het hotel. Het was een leuke afwisselende dag.