Kwart over zes in de morgen, ik word wakker van de wekker terwijl ik midden in een niet onaangename droom zit. Ook niet spectaculair, wel duurt het even voor ik mij realiseer dat er over een paar uur gereserveerde plaatsen in de Thalys wachten, het bed uit dus. We smeren de broodjes voor onderweg en pakken de laatste spullen in de rugzakken. Ik blijk ruimte over te houden, dat is vreemd, ik houd nooit ruimte over. Er zijn nu twee mogelijkheden: ik ben iets vergeten of ik kan nog iets meenemen. Nog een flaneerjurkje? Want volgens mij heb ik echt alles gepakt. Ik doe het niet, maar ruimte over, het voelt bijna ongemakkelijk. Zo van, er klopt iets niet. We knuffelen de kinderen gedag en lopen naar het station van Hoogkarspel. We treffen het: na de herftige dag van gisteren is het nu aangenaam, het zonnetje schijnt zelfs. In de trein naar Amsterdam kom ik erachter dat ik mijn wandelsokken vergeten ben. Sokkenkun je overal kopen en heb je nooit teveel; een kleinigheidje dus. Het is nog forensentijd en dat geeft het vermaak van ‘ zij’ naar het werk en ‘wij’ op vakantie. Zeker in Amsterdam is dat contrast er als wij op perron 15 op de Thalys wachten en uitkijken op perron 13 en 14 waar een massa mensen een trein verlaat, allemaal voorzien van ‘ werk-‘ of ‘ studietassen’. Weten dat ons een mooie reis te wachten staat is dat een mooi gezicht.Ikdenk soms heel kinderachtig, ja ;0 De Thalys is populair, alle plaatsen lijken gereserveerd. het zoeken naar onze plekken en het stallen van de bagage gebeurt hectisch.iedeeen stapt tegelijk in, iedereen wil gelijktijdig dezelfde handelingen doen. Maar het komt goed, zoals allesuiteindelijk weer goed komt. Voor ons zit een veertiger, zakenman die zich uitgebreidt installeerd, maar in Rotterdam het eld moet ruimen. Hij bezet de besproken plaats van iemand anders. Het verbaast mij:hij is duidelijk bekend met de Thalys en oogt en praat als een bijdehante kerel. Dan kan het alsnog tegenvallen, blijkt. Niet iedereen die er goochem uitziet is dat ook, en andersom geldt da natuurlijk ook. De man vertrekt naar het balkon en komt in Parijs zijn baeenurinogage en jasophalen. De coupe is voorzien van rode en paarse velours stoelen en behalve witte leesvelichting zijn er rode sfeerlampen aanwezig aan weerskanten door de hele coupe. De Moulin Rouge op wielen 😉 De kleding van het correct geklede personeel spreekt dat echter tegen. Theo mekkert over de weinig beenruimte. Het voordeel daarvan is dat hij daardoor altijd aan de kant van het gangpad wil zitten, terwijl ik juist altijd heel graag bij het raam zit. Als dochter van een spoorkees heb ik uitstekende treinbenen meegekregen. Universeel, passend in elke trein. In de trein moet vrij wifi zijn, maar wij krijgen dat niet voor elkaar. Hindert nks, naar buiten kijken, lezen, schrijven, beetje kletsen, het is allemaal aangenaam tijdverdrijf. De Thalys rijdt tot 200 km per uur rijden waardoor de rit naar Parijs drie uur duurt. Van die snelheid merkte je niets. Ik herinner me nu dat we eens een traject reden naar, volgens mij, Oost-Europa, met een snelheid van rond de 300 km/u. Dat merkte je best. Aan boord van de Thalys zitten een paar, naar later blijkt, Argentijnen. Aan het eind van de rit slaan die luid hoorbaar aan het tetteren. Inhet Spaans, ik versta er niks van, maar een leuk gesprek is het niet: twee chagrijnige koppen. Een vader met een dochter of een man met een flink jongere vrouw, ze vertellen het mij niet. In Parijs raak ik even uit figuurlijk evenwicht als we het hebben over d laatste keer dat we in Parijs waren. Theo vooreen hardloopevenement. Ik met mijn vader, vijd dagen ‘ zwerven’ door Parijs. Mijn gedachten vullen zich met prachtige herinneringen en mijn ogen lekken. Gelukkig blijft Theo even later in een poortje vastzitten wat zulk heerlijk vermaakgeef, dat ik kostelijk kan lachen en vergeet een helpend pootje uit te steken. We moeten nu van Gare du Nord naar Gare du Lyon. De metrokaartjes hebben we al en het juiste perron is goed te vinden. Het stinkt op Gare du Nord, volg