Ina Hollander

Columnist

  • Auteur: Ina Hollander (Pagina 2 van 21)

    Dag 2 Wenen

    Om 6.30 uur arriveren we op station Linz in Oostenrijk. Vanuit mijn bed zie ik een kleine groep forenzen op één van de perrons, verder is het vrijwel uitgestorven op het grote station. Echt geslapen heb ik niet. Ik vind het leuk om ‘s nachts iets van de treinreis mee te krijgen, dus loerde ik op stations af en en toe onder het verduisteringsscherm door om het weinige treinpersoneel hun werk te zien doen.
    Bovendien geniet ik van het, ik zei het al eerder, liggen op een bed waarin je de ene keer de zwaartekracht bij het hoofdeinde voelt en de andere keer bij het voeteneinde.
    Theo heeft redelijk geslapen, met zijn 1.93 m. past hij net aan op het bed, maar net aan scoort gelukkig een voldoende.

    De aankomst in Wenen staat om 8.15 uur gepland, we hebben dus nog even. Om de beurt maken we ons toilet bij het wastafeltje. De douche op de gang zien we niet zo zitten in een schommelende trein. Het kan te gek.
    Theo begint met het inklappen van de bedden, wat best ingewikkeld is. De conducteur/gastheer heeft het als taak weet ik. Het maakt niet uit, Theo moet en zal het zelf doen, me er niet mee bemoeien is dan de verstandigste optie. Hoewel ik vrees dat hij de boel sloopt. Als ik de baas van de beddenopklapdienst zou zijn, zag ik liever dat niet bevoegden er met hun tengels vanaf bleven. Ik houd echter mijn mond, en warempel, het lukt hem. Dat is heel knap en dat vindt de conducteur ook als die een kwartier later komt en ons gewoon op de bank ziet zitten. Zijn verbaasde blik zegt genoeg, dit is een uitzondering. Opgetogen is hij natuurlijk ook, het scheelt werk.
    Hij installeert nog wel het tafeltje op de juiste manier, gaat Theo de volgende keer vast zelf doen, en haalt ons ontbijt op. De avond ervoor hebben we op een kaartje aangevinkt wat we graag ‘s morgens wilden eten. het ziet er allemaal goed uit.

    Zo komen we met volle maag op tijd in Wenen aan. De zon schijnt volop, de wind is echter behoorlijk fris. De jassen gaan aan. Hotel Azimut is vanaf de stationsuitgang zichtbaar zodat we er in een ommezien zijn. Uiteraard weten we dat we om 8.30 uur nog niet kunnen inchecken, de rugzakken afgeven kan wel.
    De jonge receptioniste straalt geen werkzin uit, is stug, kort aangebonden en kijkt ons nauwelijks aan.
    Geen fraai visitekaartje. We vragen een jonge man die rondloopt of we koffie kunnen bestellen. Het plan is daarvan de stad in te gaan. De man reageert heel vriendelijk, haalt koffie, zegt dat het gratis is en helpt ons met de wificode. Hij zou het goed doen achter de receptie.

    We verlaten het hotel en zetten koers naar Belvedere, een barok paleizencomplex dat door Johann Lukas von Hildebrandt werd onttworpen voor Eugenius van Savoye (1663-1745) en bestaat uit het Untere Belvedere, wat oorspronkelijk als zomerpaleis fungeerde, en het Obere Belvedere. Dit laatste was bestemd als bibliotheek en als onderkomen voor de kunstcollectie van Eugenius. Ook werd het gebruikt voor vorstelijke ontvangsten en hofceremonies.


    We kiezen voor een bezoek aan het Obere Belvedere. Dat wordt een feestje. Het gebouw: prachtig!De schilderijen: veelal geweldig!
    Zo mooi. Het ontroert me enigszins. Het is Genieten. Met een grote G dus. Ik kan het niet laten om het tegen een suppoost te zeggen. Hij reageert met een grote glimlach en een ‘Danke’.
    De foto’s volgen, maar als je in Wenen bent, je houdt van kunst en schoonheid dan is het Belvedere absoluut een must.
    We zijn amper een halve dag Wenen en hebben al een voldaan gevoel.

    <a


    Door de enorme tuin, waar nodig gesnoeid moet worden, met diverse fonteinen lopen we neerwaarts naar het Untere Belvedere. Het gebouw is groot, maar aanzienlijk kleiner dan het Obere Belvedere. We gaan niet naar binnen, maar verlaten het terrein.
    We lopen richting de oude stad. Dit gebied staat op de Unesco Wereldgoederflijst, een must om te doen zegt de Treinreiswinkel. Evenals een bezoek aan de Stephansdom. Onderweg drinken we nog een kop koffie. Die kost hier gauw € 4,50 een kop als je niet oplet, dan doen we wel en dat scheelt euro’s.

    Wenen is ruim opgezet, met brede wegen en veel stoplichten. Een toeristen trekpleister van formaat, goed voor de stadseconomie. Er is veel moois te zien, zeker als we de oude stad binnengaan. Prachtige gebouwen met rijke gevels en unieke versieringen. De staatsopera bijvoorbeeld is indrukwekkend om te zien. We geven onze ogen goed de kost en natuurlijk maken we foto’s, maar wat mij stoort, meer dan dat het Theo doet, is de veelvoud aan reclamemateriaal en winkeluithangborden. Een straat vol historische panden boet daardoor aan schoonheid in. Vind ik. Er lijkt geen enkele afspraak te zijn over het aanbrengen van winkelborden/reclamemateriaal. Mij stelt het teleur. Het doet zo’n afbreuk. Nogmaals; vind ik.
    Ook zie ik op die eeuwenoude architectonische terrasjes met plastic stoelen. Mag ik zeggen dat het mooier kan? Dat die fantastische oude omgeving beter, mooier verdient?


    Geld zal wel een rol spelen. Dat is volgens Theo ook de reden dat er vanaf de Stephansdom foeilelijke banners hangen om de aandacht op een concert te vestigen. Voor hetzelfde geld kan het veel en veel stijlvoller, daar ben ik van overtuigd.
    Negeren maar, en onze blik vestigen op de bijzondere bouw, de meerdere torens en het prachtige, gekleurde mozaïekdak.

    De Stephanskerk is overweldigend, wat een rijkdom, wat een overvloed aan beelden. Honderden zijn het.
    Wat een duizelingwekkend aantal schilderingen, versieringen en altaartjes in de enorme Kathedraal.
    We lopen met ogen op steeltjes om niets te missen.
    Theo is hier eerder geweest, als jongen tijdens een schoolreisje. Hij herinnert zich dat hij toen een rondleiding kreeg door de catacomben. Het maakte indruk, alleen weet hij niet goed meer waarom. We zoeken, vinden het en sluiten ons aan bij het groepje wachtenden.



    Met een gids lopen we een trap af en komen onder de kathedraal uit. Hij vertelt dat er hier twintig ruimtes zijn en een niveau lager nog tien. De eerste catacombe waar we halt houden is de grafkamer van aartsbisschoppen en kardinalen die verbonden waren met Wenen. Links en rechts staan driehoog grafkisten, elk in hun eigen nis. Sommigen liggen er al eeuwen. De laatste begrafenis was viertien jaar geleden. Bij die kist staat een foto in een lijstje met een kaarsje ervoor. Onwillekeurig moet ik denken aan de grafkelder van het koninklijk huis in Delft, het zal er soortgelijk uitzien.
    We lopen verder en komen op de plek waar de Habsburgers, een belangrijk Europees vorstenhuis dat eeuwenlang regeerde over o.a. Oostenrijk, hun laatste rustplaats hebben gevonden. Of deels: de gewoonte was om ze over drie kerken te verdelen. In de ene kerk het gebalsemde lichaam, in de ander het hart en in de derde de overige organen. Waar we nu zijn, staan verdeeld over talrijke nissen, grote en kleine blikken. Ondergedompeld in alcohol zitten daarin de organen van hoogstaande leden van de koninklijke Habsburgers. Helemaal voorin de crypte staan in een halve cirkel grafkisten. Wie daar precies in liggen weet ik niet, de totale aanblik met de opgedane kennis maakt indruk.
    We lopen verder en zien door een raam stapels botten en schedels liggen. Vervolgens zien we een compleet gebouwde muur van botten met schedels her en der. Het lijkt volgens patroon gemaakt. De gids legt uit dat in de tijd dat de pest heerste er zoveel doden waren dat ze niet wisten wat er mee aan te moeten. In de gewelven van de Stephanskerk werd toen een massagraf gemaakt. Het ziet er wat luguber uit, al die botten, al die mensen.
    Theo en ik moeten denken aan Auschwitz, hoewel wat we daar zagen had geen natuurramp als oorzaak had. Het maakt de beleving verschillend.
    In een paar andere cryptes bevinden zich wanden met marmeren stenen waarachter belangrijke mensen binnen de kerk, maar geen kardinalen of bisschoppen hun laatste rustplaats vinden. Er staan diverse foto’s en kaarsjes. We zien dat er voldoende plek is voor zij die nog komen gaan.
    De rondleiding is meer dan de moeite waard.

    Verder lopend door de oude stad komen we bij de St. Peter’s kerk. Ook deze barokke Rooms-Katholieke kerk is van een imposante rijkdom en schoonheid. De immense plafondschilderingen laten me wederom het hoofd ver in de nek leggen om het te aanschouwen. Weer is het een plek waar zoveel te zien is, dat het onmogelijk is om alles te bevatten. We lopen een rondje, zien de vele altaartjes en proberen alles zo goed mogelijk in ons op te nemen. We weten nu al dat het niet lukt. Foto’s maken mag vrijwel overal, wel zonder flits. Daar houden we ons uiteraard aan. Ik kijk er naar uit de foto’s terug te zien en me weer te verwonderen over zoveel talent wat van alles afspat. Grote kunstenaars hebben hun stempel gedrukt en schoonheid aan kerken en paleizen gegeven. Wij genieten er met graagte van.


    We verlaten de kerk en besluiten het hotel op te zoeken. Het is mooi geweest voor vandaag, de hoofden zitten vol, de ogen hebben genoeg gesmuld.
    Terug in het hotel, checken we in en komen in een keurige moderne hotelkamer terecht. We rusten wat uit, gaan in het stationsgebied wat eten en dan is het klaar.
    Morgen weer een dag. ‘s Morgens willen we naar Schloss Schönbrunn, ergens in de middag verlaten we Wenen en treinen dan verder naar Bratislava in Slowakije.
    Een overnachting in Wenen zit niet standaard in de rondreis Slowakije. Wij zijn blij het gedaan te hebben. We hadden het moois van vandaag niet graag willen missen.

    Dag 1 Met de nachttrein naar Wenen

    Eindelijk, we gaan! Hoewel het eerste traject van Hoogkarspel naar Amsterdam niet bepaald spannend te noemen is. Voor Theo is die rit veelal gewoon woon-werkverkeer, daarnaast gaan we graag een gezellig dagje naar die stad. Altijd leuk en altijd met de trein. Relaxt en geen gedoe met, duur, parkeren.

    Afwijkend met die gewone ritten zijn vandaag de rugzakken. (Nog) geen rolkoffers voor ons. Backpacker zijn voelt zoveel lekkerder avontuurlijk dan rolkoffer toerist.
    In vergelijking met de vorige keren lijkt de mijne trouwens veel lichter, is waarschijnlijk ook zo. Ik ben kritisch met kledingkeuzes geweest.

    We zijn ruim op tijd in Amsterdam, vanwege de je-weet-maar- nooit factor. Daardoor is er voldoende ruimte voor een eerste vakantiedrankje in het Grand Café ‘1e Klas’ op perron 2, en handig, daar komt ook de trein naar Frankfurt die wij moeten hebben. Theo drinkt zijn ‘slow tea’ en ik mijn cappuccino, vervolgens kuieren we rustig de drinkgelegenheid uit, het perron op. De trein zal bijna wel komen. We kijken op het bord, en dan…schrik! De ICE richting Frankfurt is gecanceld! Rijdt niet!

    Er zal vast iets omgeroepen zijn, maar die berichten hebben ons niet bereikt. Theo spiedt als een razende op borden voor meer informatie, ik stort me op de conductrice die aan komt lopen. Doodgemoedereerd vertelt ze dat de ICE zoveel vertraging had opgelopen dat besloten was het keerpunt Utrecht te laten zijn, in plaats van Amsterdam. Dat scheelt een hoop tijd. Klinkt goochem, maar toch…
    Ze wijst ons naar een trein een paar perrons verder, die gaat naar Utrecht. Daar kunnen we op de ICE stappen.
    We sjezen de paar trappen af en op, wat met rugzakken om echt sneller gaat dan met rolkoffers, en ploffen neer in de trein. Zo, het eerste avontuurtje hebben we al gehad 🙂

    In Utrecht staat inderdaad de ICE die we moeten hebben, maar wat is dat toch met die trein?
    Met ons stappen nog drommen mensen in, allemaal voorzien van koffers op wieltjes in allerlei maten, en in de minderheid, passagiers met rugzakken. Dat in combinatie met het o, zo smalle gangpad en mensen die geen idee hebben waar hun (gereserveerde) plaatsen zijn. Het is chaos, en niet een beetje ook. Heerlijke chaos, en dat zeg ik ook tegen een paar tegenliggers. Ik moet grijnzen, zij niet. Een jongen die het hoort, kan er om lachen.
    Ondertussen volg ik Theo in zijn kielzog die gestaag onze besproken plaatsen nadert. Helaas, die zijn bezet. Niet voor lang. Onder het uiten van excuses verlaten ze de stoelen als ze er door Theo, heel vriendelijk, zeker, op gewezen worden. De verontschuldigingen waren niet nodig want op het bordje waar ‘gereserviert’ had moeten staan, staat niks. Zoals op geen enkel bordje in de coupé. Als de trein vertrekt staat het gangpad dan ook nog bomvol.
    Blijkbaar wordt nu voor iedereen duidelijk waar de ‘echte’ lege stoelen zijn, want in een mum van tijd zit iedereen en kan er weer normaal door de wagon gelopen worden.

    Ik vermaak me met puzzels in meegenomen kranten en volg een gratis hoorcollege door twee mannen over het succesvol organiseren van een presentatie: Weet wat je wilt en bedenk dan wie er absoluut bij moeten zijn om een waardevolle bijdrage te leveren. Ga vervolgens met die mensen in gesprek over hoe dat eruit moet zien. In overleg prik je dan een datum.
    Het blijkt verbazend veel andersom te gebeuren; wordt eerst de datum geprikt en kenbaar gemaakt en blijken vervolgens ‘succes-gegarandeerde’ sprekers niet te kunnen. Ik geef het gratis door.

    Voor we het weten zijn we in Düsseldorf, waar onze nachttrein naar Wenen vertrekt. De anderhalf uur die we moeten wachten, zijn zo om. Ergens wat drinken, een bezoek aan een supergrote boekhandel op het station en de tijd is op. We lopen naar het juiste perron en kopen onderweg nog twee pretzels, dat hoort in Duitsland.

    ‘The Nightjet’ staat al klaar. Eerder vertrokken de nachttreinen vanuit Amsterdam. Helaas, rijden die niet meer. Gelukkig is het vanuit Düsseldorf wel mogelijk.
    De couchette, maatje ‘small’ is vertrouwd. Klein, maar alles is er voorhanden. Behalve de wc en douche dan, die bevinden zich op de gang. Prachtig weer om te zien hoe efficiënt het is ingericht: de wastafel met spiegel, de trap naar het bovenbed, het bagagerek, de hangertjes aan de kapstok. En het tafeltje om aan te eten niet te vergeten. Ook is het mogelijk een tussendeur te openen naar de couchette ernaast. Handig als je met meerderen bent. De kontjes moeten met beleid gekeerd worden, maar het weegt niet op tegen de leukigheid van ons verblijf.
    De bedden zijn uitgeklapt en opgemaakt, waardoor het weinig tijd kost ons te installeren. De schoenen gaan uit
    en de knusheidsfactor vliegt omhoog.

    De trein vertrekt en ik lig languit op bed, genietend van het voorbij trekkend landschap. Het is weliswaar donker, maar de volle maan, de verlichte steden, de stations en de huizen laten voldoende zien.
    Hobbelend, botsend en schuddend rijdt de trein verder. Dat wordt heerlijk slapen. Echt, ik houd ervan.

    Voor vertrek

    De dag voor vertrek is zoals altijd een rommelige dag. Buiten druilig weer met een zwaar bewolkte grijze lucht. Uitstekend weer om de spullen te pakken en me te richten op de reis die komen gaat. De zevende treinreis, wederom geboekt bij de Treinreiswinkel. We zijn eraan verslaafd geraakt.
    Zes jaar geleden maakte ik met mijn jongste dochter de eerste treinrondreis door Scandinavië. Die ervaring was zo overweldigend mooi. Sindsdien wil ik bijna niet meer anders. En Theo, mijn man, gelukkig ook niet. Geen reis heeft ons teleurgesteld.

    Morgen starten we met de tiendaagse rondreis door Slowakije met een extra overnachting in Wenen. Ik ben daar nog nooit geweest, dus daar alleen maar overstappen was…nee, dat kan niet.
    Slowakije, al jaren niet meer in de echt gebonden met Tsjechië, ik weet er nauwelijks of niets noemenswaardig van. Misschien maakt dat de reis nog aantrekkelijker, dat er valt zoveel te ontdekken valt. En te genieten. Dat weet ik zeker.

    Het is een gevarieerde reis. Steden als Wenen en Bratislava wisselen af met dorpen in bergachtig gebieden als de Hoge Tartra en de Lage Tartra. Afbeeldingen daarvan die Google me laat zien ogen fantastisch. De wandelschoenen gaan absoluut mee.

    Slowakije wordt aangemerkt als een land met een gematigd continentaal klimaat. De komende twee weken laten temperaturen van max. 10 tot 15 graden zien, waarbij tussen Bratislava en Stary Smokey (hoge Tartra) een verschil van zes graden kan zitten. Lange broeken en ‘laagjes’ kleding lijkt ons daarom raadzaam.

    Ik kijk ernaar uit: de mooie ritten in de trein, lekker lezen, of het heerlijk domweg naar buiten kijken en alleen te zien wat daar te zien is en daar mijn hoofd mee vullen. Me verwonderen over andere gebruiken, de taal, het landschap, de mensen, de hotels. Divers en vaak aangenaam verrassend is onze ervaring door de eerder gemaakte treinreizen.

    Treinrondreizen zijn steeds een intense ervaring. Het bloggen helpt bij het uiting geven daarvan. En het te delen met anderen, ze mee te nemen op een bijzondere reis die mij/ons zoveel geeft.

    Opmerking voor de mensen die het tijdens de reis volgen:
    De blogs lees ik na het schrijven niet nog een keer door, ook plaats ik waarschijnlijk geen foto’s.
    Kromme zinnen en spellingsfouten, ze zullen er ongetwijfeld inzitten. Schrijven en denken gaan dan tegelijk en ik denk soms warrig 😉
    De zorgvuldigheid komt als ik weer thuis ben, evenals de foto’s.
    Zonde van kostbare vakantietijd om aandacht te geven aan de ‘technische’ kant van het bloggen.

    Weermaker

    Al maanden wijs ik mijn lief af als hij toenadering zoekt: ik heb het al heet genoeg.
    Ik zeur over koppijn, zweet en lamlendigheid en hunker naar een overzomering op IJsland. Mijn dagen breng ik door op de bank, in de schaduw en voor de ventilator.

    Tegen beter weten in kijk en luister ik alle dagen naar Peter, Piet, Gerrit, Willemijn, Marjon en Amara.
    ‘Zeg dat het gaat hozen en we de vestjes uit de kast kunnen pakken!’ spreek ik ze bezwerend toe. In hun reactie zie ik de geheime afspraak om de kijker volledig te negeren. Treiterend beloven de weergoden me nog meer verlammende hitte.
    Natuurlijk, de echte slachtoffers zijn de natuur en zij die het land bewerken. Verdorde inkomsten en kosten die groeien als ware het woestijngras. Maar kan ík daar wat aan doen?

    Als het de Belgen lukt om tijdens een WK-overwinning een lichte aardbeving te veroorzaken, moeten ‘wij’ toch in staat zijn een regenbui op gang te brengen?
    Ons watermanagement oogst immers wereldwijde faam. De aandacht verleggen van de dijken en het tegenhouden van water naar het oproepen ervan; klimaatverandering schreeuwt erom.
    Een massale regendans zou zo leuk zijn! Dampend zweet hoog de lucht in zien stijgen, waar het zich samenpakt tot een flinke stortbui.

    Mijn lief staat te trappelen om mee te doen. Voor de boeren uiteraard.

    Stankvastig

    ‘Stop er maar twee in elk neusgat,’ antwoord ik mijn oudste dochter als ze vraagt of ik een pepermuntje wil.
    We trekken een gekke bek. Een uur geleden waren we euforisch over deze plek bij de finish van de Nijmeegse Vierdaagse. Een stoepje om op te zitten, een hek om tegenaan te hangen, media-activiteiten in het zicht, opzwepende muziek achter ons en natuurlijk de duizenden passerende stoere wandelaars. Kortom, toplocatie.

    Totdat een moeder en twee dochters een plek naast ons innemen. Tassen en stoelen worden neergezet alsof het privéterrein is, waarna ze enthousiast zwaaien naar de eerste wandelaar die juist binnenkomt. De verdelgende geur van weken niet gewassen lijven en kleding met opgedroogd zweet komt ons tegemoet.

    Onwillekeurig schuiven we een stukje opzij.
    ‘Strategie,’ fluister ik mijn dochter toe ‘daar trappen we niet in,’ en ik verplaats me weer terug. Slim om een gore, maagomdraaiende, zuurstofdodende walm om je heen te creëren.
    ‘Moed houden,’ spreek ik mijn dochter toe.
    In hun comfortzone gaan de drie dames nu uitgebreid picknicken met broodjes Ze krijgen van de omstanders alle ruimte. Inmiddels doet onze deodorant wat de reclame belooft: door de dynamische werking staan wij in no-time klem tussen het opdringende publiek.

    ‘s Avonds laat ik mijn shirtje zorgvuldig drogen. De eerste zweetlaag zit erin. De komende Vierdaagse ben ik beter voorbereid.

    Manisch

    De steeds groener wordende bomen en struiken met openspringende knoppen zie ik nauwelijks. Mijn blik heeft zich haast obsessief vernauwd.
    Het begon in onze tuin die vorig jaar onze tuin nog niet was. Terwijl alle aandacht naar het huis ging, vertoonde het groen buiten gedrag dat alle perken te buiten ging. In alle vrijheid vonden en omhelsden jonge scheuten elkaar dat het een lieve lust was.

    Het was één grote vruchtbare orgie van voortplantingsdriften. En wij, sukkels, lieten het toe. Hadden het te druk met slopen en weer opbouwen.
    Opeens zag ik niet een beetje, maar kilometers klimop. Ik trok aan een stengel en rukte er meters verder de wortel van uit. De oorlog werd verklaard.

    Sindsdien loop ik trekkend en knippend met de snoeischaar rond. Ondertussen is mijn lief wreed een opkomende generatie groentjes, richting groene container aan het schoffelen. Partners in crime.

    Ter ontspanning gaan we een rondje wandelen. Nauwelijks zijn we op weg als ik een met klimop begroeid huis zie.
    Als iets slecht is voor de voegen! Ik voel een nauwelijks te bedwingen reddingsdrang. Mijn vingers maken onwillekeurig de bewegingen van een hardwerkend snoeimes. Snel loop ik door, maar zie de ene na de andere door klimop geannexeerde tuin, muur, boom of hek. De aandrang om te snoeien wordt ondraaglijk. Naar huis! Voor mijn green killer shot.

    Schrijverschap (1)

    Hoi Ina,

    Soms wordt mij gevraagd: waarom schrijf je geen boek? Dan antwoord ik dat ik daar nog niet aan toe ben. De waarheid is dat ik te onrustig ben om mij elke dag in een studeerkamer op te sluiten om aan een boek te werken. Ik wil afwisseling in mijn werk, de hort op.
    De afgelopen drie jaar heb ik een verhaal voor drie verhalenbundels geschreven. Voor de bundel 25 Obsessies verdiepte ik mij in het levensverhaal van mijn moeder, voor 23 x Zwart Licht maakte ik kennis met het schrijven van een spannend verhaal en voor 19 x Soms Niet ervaarde ik hoe leuk het is om samen met mijn zus Femke aan een verhaal te werken. Tijdens elk verhaal ontdekte ik nieuwe aspecten van het schrijverschap. Een leerzaam proces, waarin ik mij als schrijver op een andere manier leerde kennen.

    Ik leerde vooral dat ik het lastig vind om fictie te schrijven. Als journalist haal ik mijn informatie uit interviews, bijeenkomsten, gesprekken, vergaderingen, websites, (nieuws)brieven, persberichten en noem maar op. Ik noteer of bestudeer wat een ander zegt of schrijft en maak aan de hand van die informatie artikelen en verhalen. Bij het schrijven van een verhaal voor een boek ben ik op mijn fantasie aangewezen. Op mijn dikke duim. Nou, dat valt niet mee. Dertig jaar journalistiek zit zo diep in mij verankerd, dat ik het moeilijk vind uit mijn comfortzone te stappen.
    Toch heeft het schrijven van verhalen mij veel gebracht. Het was interessant om samen met een uitgever, Godijn Publishing, te werken. De verhalen werden door drie redacteuren beoordeeld, van elke redactieronde leer je hoe je een verhaal nog sterker, beter kan maken. Die tips nam ik mee in mijn journalistieke werk. Ik ben ‘strakker’ gaan schrijven, probeer bijwoorden te vermijden als ze niet functioneel zijn, al moet een bijwoordje op z’n tijd kunnen. Ik let erop actief te schrijven en ben allergisch voor ‘wollige’ teksten.

    Het schrijven van korte verhalen was een leuke en leerzame ervaring. Maar een heel boek? Poeh, dat is andere koek. Zoals ik al schreef, ligt mijn hart niet bij fictie. Non-fictie ligt dan meer voor de hand of het schrijven van een biografie. Het schijnt goed te zijn voor je naamsbekendheid om als journalist of tekstprofessional een boek op je cv te hebben, maar je moet wel tijd maken om dat boek te schrijven. Dat betekent dat je keuzes moet maken. Ik wil in deze fase van mijn leven niet al mijn schrijftijd in een boek te steken. Laat mij maar lekker teksten en journalistieke verhalen schrijven. Ik houd van reuring om mij heen.

    Bovendien: er moet brood op de plank komen. Volgens Frank Noë, hoofdredacteur van Schrijven Magazine en Schrijven Online, droomt één miljoen mensen ervan ooit een boek te schrijven, maar een enkeling kan ervan leven. Als je niet Astrid Holleeder, Jet van Nieuwkerk of om mijn part Gordon heet, kom dan maar eens bovendrijven met je boek. Uit cijfers van de KVB Boekwerk Monitor blijkt dat de helft van de boekenomzet in 2017 afkomstig is uit de verkoop van 2 procent van alle beschikbare titels. Zie dan maar eens een bestseller te schrijven.

    Ina, wat is jouw grote schrijversdroom?

    Annemarie Gerbrandy, 1967, is journalist, tekstschrijver en blogger bij Klare Taal. Zij heeft veel ervaring in de agribusiness, maar draait haar hand ook niet om voor onderwerpen over duurzame energie, samenleving en leescultuur. Ze is getrouwd met Ton en heeft twee zoons in de puberleeftijd. Verschenen: ’25 Obsessies’ – Het geheim van mijn moeder
    www.annemariegerbrandy.nl

    Annemarie en Ina bloggen in ‘Gerbrandy & Hollander’ over menige kwestie die hun intrigeert, emotioneert, frustreert, choqueert of charmeert.

    Opgepast

    Ze zijn al weken vrolijk opgewonden. Iedereen die hen in die tijd gesproken heeft, weet het. Saar komt logeren. Met flesjes, luiers, rompertjes en alles wat nog meer past in de eerste rolkoffer van het zes maanden oude dochtertje van een nicht. De kinderwagen mocht beslist niet vergeten worden.

    ‘Ze’ gaan vierentwintig uur opa en oma spelen. Met het grootste plezier hebben ze er verlof voor opgenomen.
    Op verzoek brengen de ouders een hongerig kind, zodat het eerste flesje na aankomst direct gegeven kan worden. Vader en moeder kunnen niet snel genoeg ophoepelen: ‘Ga nu maar, wij gaan het uitstekend redden.’

    Saar moet nog een boertje geven. ‘Maak even een foto,’ zegt nepopa.
    Over de strontluier zijn ze vol bewondering: wat een productie! Hij laat het meisje het beertje op de boekenplank zien: ‘ Kijk, die is nog van mij geweest’.

    Trots lopen ze later om de beurt achter de kinderwagen door het dorp. Opa en oma met kleinkind, voor wie niet beter weet.
    ‘s Avonds kijken ze met een vertederde blik en de handen ineen naar het slapende kleine wurm. ‘ Goh, stel je eens voor…’
    Direct nadat Saar de volgende dag is opgehaald, bellen ze hun kinderen: die schattige baby was zo leuk!

    Een vogelpaar vliegt met takjes in de snavel voorbij het raam. De aspirant-grootouders nestelen zich tegen elkaar.

    Gewichtig (2)

    Hoi Ina,

    Maak je niet dik? Je moet het maar kunnen!

    Onlangs liep ik de City Run, een 10-km wedstrijd dwars door Alkmaar en in het donker. Ik ben geen snelle loper en doe vooral voor mijn plezier mee. Ik hoef mijzelf niet meer te bewijzen, die tijd heb ik immers gehad? Maar een hardloper wil een doel hebben. Dus had ik een streeftijd in mijn hoofd.
    Tot mijn vreugde en verbazing liep ik zelfs sneller dan mijn streeftijd. Dat gaf een euforisch gevoel. Tot ik de statistieken erbij pakte en zag dat ik op de laatste 5 kilometer een verval van 1,5 minuut had ten opzichte van de eerste 5 km. Een lichte teleurstelling overviel mij. Had ik sneller gekund?

    Misschien wel. Maar waar maakte ik mij eigenlijk druk om? Wat is 1,5 minuut op dat dikke uur dat ik door Alkmaar rende? Wat is 90 seconden op een heel mensenleven? Ik moet eerlijk toegeven dat ik de tweede helft van de City Run veel lekkerder heb gelopen dan de eerste helft. Relaxter. Ik kon meer genieten van wat erom mij heen gebeurde en mijn tempo paste beter bij mijn fysiek.
    Ik dacht dat ik redelijk had geaccepteerd dat ik geen snelle loper ben. Ik train nu bijna anderhalf jaar bij een hardloopgroep en doe dat met veel plezier. Ik ben in die tijd niet veel sneller geworden, ondanks dat de trainingen vrij pittig zijn. Wel is mijn conditie een stuk verbeterd en kan ik zonder veel problemen een 10 km achter elkaar hardlopen. Mijn uitdaging ligt eerder in een langere duurloop dan in het sneller worden. Je mag best een doel hebben, maar die moet wel realistisch zijn.

    Iets anders waar ik mij momenteel behoorlijk dik om maak, is de examens van onze jongens. Ze doen allebei havo-examen en dat legt een behoorlijke druk op ons huishouden. Ik ben ze voortdurend aan het pushen om hun examens te leren – ik word soms doodmoe van mijzelf – maar ze moeten het zelf doen.

    In mijn ogen kunnen ze iets harder studeren, maar of dat realistisch is, weet ik niet. De oudste staat er goed voor en kan bijna niet meer zakken, voor de jongste wordt het nog erg spannend. Ik was zelf een strebertje, hoewel de middelbare school mij niet kwam aanwaaien. Ook in mijn werk ben ik niet snel tevreden. Ik moet er dus voor oppassen dat ik niet doordraaf: zowel privé als in mijn job.
    Soms vraag ik mij af: waar maak je je zo dik om? Je moest eens weten hoe vaak ik mij dik maak om niets. Of ik maak mij druk om zaken waar ik geen invloed op heb. Het zit in mijn karakter en zolang ik mij daarvan bewust ben, kan ik ermee leven. Vermoeiend is het wel. Er wordt gezegd dat het minder wordt als je ouder wordt. Helaas, ik merk er nog niets van.

    Annemarie Gerbrandy, 1967, is journalist, tekstschrijver en blogger bij Klare Taal. Zij heeft veel ervaring in de agribusiness, maar draait haar hand ook niet om voor onderwerpen over duurzame energie, samenleving en leescultuur. Ze is getrouwd met Ton en heeft twee zoons in de puberleeftijd. Verschenen: ’25 Obsessies’ – Het geheim van mijn moeder
    www.annemariegerbrandy.nl

    Annemarie en Ina bloggen in ‘Gerbrandy & Hollander’ over menige kwestie die hun intrigeert, emotioneert, frustreert, choqueert of charmeert.

    Gewichtig (1)

    Hoi Annemarie,

    Nog iets meegekregen van Koningsdag? En dan bedoel ik vooral de beelden van de koninklijke familie.
    Zelf dook ik na een rondje vrijmarkt lekker op de bank met een oranjesoes. Rechtstreeks uitgezonden beelden bekijken heeft iets extra’s, vind ik. En ik kreeg wat ik wilde; vrolijkheid, gezelligheid en taferelen van uitbundige mensen in een zonnig, prachtig Groningen. Ongedwongen en ongecompliceerd. Nederland zoals Nederland zich graag presenteert aan de wereld.

    Totdat je op Twitter kijkt, wat ik niet deed, maar waar ik later via de media alles van meekreeg. Al waren het vooral trollentweets, zoals de Volkskrant stelde. Het zieke commentaar op het uiterlijk van Amalia, een tiener van veertien. Het meisje, of liever gezegd haar jonge, volop in ontwikkeling zijnde lijf, was het gesprek van de dag. Walgelijk, mensen die vinden dat overal en altijd de eigen mening geventileerd mag worden. Gefundeerd of niet: vrijheid van meningsuiting mag over grenzen van fatsoen heengaan. Kwetsend of niet. Het recht van spreken geeft soms domheid het woord.

    In de loop van de lagere school was ik een stevig meisje geworden. En niet omdat ik teveel at of snoepte. Thuis was altijd fruit voor handen en een grote koek en chips kregen we alleen op zaterdagavond.
    Mijn moeder was erg van de drie R’s en regelmatig verantwoord eten viel daar beslist onder.
    Mijn broers en zusje waren slanke kinderen, ik week daarvan af. Het maakte mij erg onzeker, stil en verlegen. En hoewel ik niet gepest werd, voelde ik me lelijker en dommer dan mijn klasgenoten.

    Die combinatie lelijk en dom is trouwens nergens op gebaseerd, maar wat ik zag was dat, in mijn ogen, goeduitziende meiden meer aandacht kregen en hun
    mening meer gewicht. Wat slimmer lijkt.
    Dit heb ik achteraf zo geïnterpreteerd.
    Mij zag je echt nooit op de voorgrond treden.

    In de laatste klas van de lagere school gingen we met de klas op schoolreisje naar het oorlogsmuseum in Overloon.
    Daar werd ook de klassenfoto gemaakt.
    Terwijl we bezig waren met het zoeken naar de juiste opstelling voor de fotograaf, zei de meester tegen mij: ‘Ik ga wel achter jou staan, dikkerdje.’
    Met alle klasgenoten om mij heen, Annemarie! Ik wilde wel door de grond zakken en vooral naar huis.

    Ik had de leeftijd van Amalia toen ik door een leerkracht op de middelbare school uit de klas werd gehaald. Op de gang vroeg ze mij of ik misschien een ziekte had. Gelukkig kon ik daar met een nee op antwoorden. Had ik dan misschien last van wormen?
    Last van wormen kwam volgens mij in die tijd regelmatig voor door het eten van (te) rauw vlees. Ik was toen al vegetariër, dus dat was uitgesloten.

    De zorg van de leerkracht kwam door mijn verschijning die in korte tijd een stuk dunner was geworden.
    De oorzaak was simpel: puberteit met bijbehorende hormonen. Ik had daar totaal geen grip op.

    Daar moest ik allemaal aan denken toen ik die shit over het veertienjarige meisje zag.

    Amalia, fuck het domme klootjesvolk!

    Annemarie, waar maak jij je dik om?

    Annemarie en Ina bloggen in ‘Gerbrandy & Hollander’ over menige kwestie die hun intrigeert, emotioneert, frustreert, choqueert of charmeert.

    Pagina 2 of 21

    Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén