Ina Hollander

Columnist

  • Auteur: Ina Hollander (Pagina 2 van 16)

    Kamperen outdoor of indoor? Liever niet!

    Hoi Annemarie,

    Hoogste tijd dat ik je schrijf! Een verhuizing heeft iets van een kleine aardverschuiving. Letterlijk alles komt van z’n plek. Ik kampeer, anders kan ik niet noemen. Middenin de bebouwde kom. In ons nieuwe huis, welteverstaan. Kamperen heeft niets met wonen te maken, maar vooral met omslachtigheid en moeilijk doen. Gemak zoeken is geen kamperen.

    Derde kerstdag zijn we verhuisd naar de nieuwe stek die nog lang niet klaar is. Dus dozen staan opgestapeld en de grote spullen zijn opgeslagen bij oude en nieuwe buren.  We zijn één postcode-letter verder verhuisd en dat heeft zo zijn voordelen. De nieuwe keuken laat nog een maand op zich wachten en de oude ligt al in de container. Behalve het vijfpits gasstel en de gootsteen met kraan. Met de Franse slag stabiel getimmerd hebben zij uitstel van executie gekregen. Evenals een door de vorige bewoners achtergelaten dressoir. Dat bewijst uitstekende diensten bij het lopend ontbijt- en lunchbuffet.

    Ook staat er het koffiezetapparaat op dat gerust het kloppend hart van de verbouwing genoemd mag worden. ’s Morgens vroeg verzamelen zich daar de timmerlieden, elektriciens, loodgieters en stukadoors voor een cafeïne startshot. Tussen de rotzooi zitten wij op tuinstoelen aan de tuintafel. Die staan op stucloper. Het grondzeil van de thuiskampeerder. Eten koken is gedoe. Gesleep met pannen, borden en bestek. Zo ook de afwas. Ik ben wel een uur bezig met een teiltje en een campingtafeltje als veel te laag aanrechtblad. Dat doe ik niet voor mijn lol. De woonkamer lijkt momenteel een ideale locatie voor een spelletje apenkooien. Vol ladders, trappen en stellages; noodzakelijk voor stukadoors en schilders. Vertier en uitdagingen voor hen die houden van avontuur en gemedder.

    Annemarie, verplaats dit naar een grasveld en mensen betalen er geld voor en noemen het dan vakantie.Rennend door de regen naar de douches over modderige paadjes noemen ze avontuur. Schiet mij maar lek. Gehannes in tentjes of caravans. Ik hou van ruimte om me heen. Ik heb een paar keer gekampeerd, ik vond het niks. Verlangend keek ik naar mensen die vertrokken en telde de dagen dat ik nog ‘moest’. Dromend van het comfort thuis. Zelfs van gewoon werken. Aan de verspilde vakantiedagen probeerde ik vooral niet te denken.

    Thuis kamperen gaat me toch verbazingwekkend goed af. Of speel ik vals en is het eigenlijk glamping? Tenslotte is de badkamer goed bruikbaar, slapen we in onze eigen bedden en kunnen we wasmachine en droger gebruiken. Voor de liefhebbers: we zijn nog voor vier weken te boeken. In ruil voor een huis zonder bouwlampen als sfeerverlichting.

    Annemarie, wat vind jij van kamperen?

    Verhuizen en het gat in het geheugen

    Hoi Annemarie,

    Mij vragen naar de staat van mijn geheugen: doe je het erom?! Ik zit midden in een verhuizing! Ik weet van voren nauwelijks dat ik van achteren leef. Of andersom.

    Gisteren sloopte ik een deel van de oude keuken en eergisteren ook. De dagen daarvoor sloopte ik vele vierkante meters plafond, ramde ik er een muur uit en veegde puin. En vorige week… schroefde ik ongewenste wasbakken en lampen van de muren. En ik weet nog goed wat ik de afgelopen weken aanhad; stevige wandelschoenen, afgeschreven broeken, truien en vesten. Honderd procent geschikt om in te klussen omdat ze de tijd dat er geen vlek of scheur op of in mocht komen, ruimschoots gepasseerd zijn. Verder gaat mijn geheugen nu niet, en dat bevalt me eigenlijk prima.

    Theo en ik zijn al twee weken alleen maar aan het slopen zodat de mensen met echt verstand van zaken er iets moois van kunnen maken. We rammen iets uit z’n voegen, drinken koffie, meppen er nog wat uit, gaan lunchen, smijten puin in de container, gaan douchen, eten, hangen voor de tv en gaan naar bed. Alle dagen zijn een soortgelijke herhaling van zetten. Eigenlijk best lekker en op een bepaalde manier heel ontspannend.

    Nu het huis echt van ons is en we er daadwerkelijk mee aan de gang zijn, komt er meer rust in me. Het loslaten van het huidige huis komt in een versneld proces. En dat is goed. Juist omdat ik me zoveel fijne momenten in dit huis herinner, viel het me zwaar Theo te volgen in zijn wens te verhuizen. Lastig om los te laten wat goed voelt. Bekend, vertrouwd, misschien houdt mijn geheugen daar extra van. Ik heb die ervaringen eerder gehad met vorige verhuizingen. Het was altijd Theo die wilde verhuizen. Ik herinner me dat de finaleronde door de laatste huizen altijd met weemoed en een traan gepaard ging.

    En toch, eenmaal op de nieuwe stek, was het oude honk waar ik vrijwillig bijna vastgeroest zat, snel vergeten. Het lijkt wel vooral mijn basis, mijn thuis te betreffen. Daarbuiten mag het vooral ‘anders’ zijn. Als daar veel hetzelfde blijft, registreren mijn hersens het snel als ‘saai’. Geheugen kan zo’n adder zijn! Zo kan ik mij nauwelijks meer voorstellen dat ik op vorige adressen heb gewoond, laat staan dat ik me er van los moest wrikken. Zal dat met dit huis ook zo zijn? Ik denk het wel.

    Maar Annemarie, kun jij je nog herinneren hoe het was zonder je kinderen? Waarschijnlijk alleen in de wetenschap dat je nu wél kinderen hebt. Hoe zuiver is het geheugen dan nog?

    Wanneer mijn geheugen mij voor het laatst in de steek liet, vroeg je. Geen idee. Terwijl het zeker soms gebeurt. Ik denk dat het verhuisvacuüm waarin ik verkeer het geheugen ertoe heeft aangezet om flaters en niet dringende zaken in een achterafkamertje te parkeren. Best lekker die ruimte.

    Annemarie, pakjesavond vier ik groots met verhuisdozen en kerst zonder bruikbare keuken. Ik spreek je in het nieuwe jaar weer!

    De lege tank en het gat in het geheugen

    Hoi Ina,

    Sinds drie personen binnen ons huishouden een rijbewijs hebben, is het oude autootje zeer gewild. Iedereen gebruikt het op zijn eigen manier: als veredeld regenpak, om koeien mee op te halen of als boodschappenauto. Benzine tanken is tot mijn taak verheven. Als ik dat ten minste niet vergeet…

    Oudste zoon mocht vorige week maandag met de auto naar school, omdat dat rooster technisch beter uitkwam in zijn SE-week. Toen hij thuiskwam, wapperde hij vrolijk met een bonnetje. Ik dacht dat hij een bekeuring had gekregen, maar het bleek een tankbon te zijn. Zoon had benzine getankt, omdat een oranje lichtje in de auto aangaf dat de brandstof op was. De heenreis had hij nog wel aangedurfd, op de terugweg was hij toch maar langs een tankstation gereden.

    Dat kan niet! riep ik uit. ‘Ik heb zaterdag nog getankt.’ Mijn zoon hield vol dat de tank toch echt leeg was en ook het bedrag op het bonnetje gaf dat aan. Er ontstond een verhitte discussie over de staat van het groene brikje, het is toch een auto van rond de eeuwwisseling. Ton concludeerde dat de tank lek moest zijn en dat deze kon worden gerepareerd. Maar geen haar op mijn hoofd die erover prakkiseerde nog één stap in die rijdende brandbom te zetten.

    Opeens sloeg ik de hand voor mijn mond. Hàd ik wel getankt? Toen ik die zaterdag naar mijn hardloopgroep reed, zag ik dat de benzine op was. Ik had geen bankpas bij mij en reed weer naar huis, ik moest toch nog boodschappen doen. Op weg naar de supermarkt rij ik altijd langs een tankstation in het dorp, ik combineer beide zaken wel vaker. En ik weet inmiddels dat je met een brandend lampje nog een hele tijd kunt doorrijden.

    Bij het tankstation aangekomen, zag ik dat een deel was afgesloten en bij het andere deel stonden al auto’s. Ik had geen zin te wachten en besloot door te rijden. Het tanken kwam later die dag wel, ik wilde ’s middags toch nog de deur uit voor een lamp boven de bank. Die middag had ik het echter druk met andere dingen, lekker shoppen zat er niet in. De auto werd dat weekeinde niet meer aangeraakt, de tank bleef leeg.

    Na dit ‘incident’ was ik ontstemd over hoe je geheugen je in de steek kan laten. Ik wist voor de volle 100 procent zeker dat ik bij het tankstation was geweest. Dat was technisch ook zo, ik had alleen niet getankt. Dat stukje van de film was ik kwijt. Nu weet ik dat bij het ouder worden veranderingen in de hersenen optreden, die nadelige gevolgen hebben voor het geheugen. Ook tijdens de overgang schijnt vergeetachtigheid erbij te horen, veroorzaakt door hormonale schommelingen.

    Ik ga er maar vanuit dat mijn hormonen die dag flink aan het schommelen waren, mijn geheugen doet het doorgaans nog goed. Maar ik realiseer mij wel dat dit soort voorvallen de komende jaren kunnen toenemen. Schommelende hormonen of niet.

    Ina, wanneer liet jouw geheugen je voor het laatst in de steek?

    Foute kleding: zwarte jurk op wit feestje

    Hoi Ina,

    Afgelopen zomer had in op een zondagochtend een verjaardag bij een vriendin. Het was prachtig weer, dus ik besloot een jurk aan te trekken. Een zwart King Louis-jurkje, met gekleurde bloemen, mijn favoriet. Toen ik in de tuin van de vriendin aankwam, bleek dat bijna het hele vrouwelijke gezelschap volledig in het wit was gekleed. Had ik een nieuwe modetrend gemist?

    Wit. Het is niet een kleur die ik veel in mijn kast heb hangen. Ik moet wel heel bruin zijn, wil een witte top mij leuk staan. Een witte broek is al vies voordat ik ‘m aan heb. Natuurlijk heb ik wel een paar witte kledingstukken voor de zomer, maar ik zou ze nooit combineren. Ik draag liever wat meer kleur. Gelukkig was er ook een dame op de verjaardag die een geheel zwarte jurk aan had. Ik viel niet helemaal uit de toon.

    Nu ben ik niet zo gevoelig voor modegrillen. Ik vind het leuk om er goed uit te zien, maar ik loop het liefst in gemakkelijk zittende kleding. In mijn late tienerjaren en vroege adolescentie droeg ik altijd een tuinbroek, later steevast gecombineerd met een houthakkersoverhemd. Heerlijk! De tuinbroek ging (tijdelijk) uit toen ik Ton tegenkwam: hij haatte tuinbroeken. Tijdens de zwangerschap van onze oudste had ik een goed excuus er weer een te kopen: zo’n meegroeibroek, die je 9 maanden aankan. Na de zwangerschap van de jongste nam ik definitief afscheid van de tuinbroek, maar ik vind ‘m nog steeds leuk.

    Tijdens mijn werk draag ik het liefst casual, maar robuuste kleding: nette kleren die tegen een stootje kunnen. In de winter is dat vaak een spijkerbroek, vest of jasje, een sjaal en stoere boots of laarzen. Ik weet bij een interview van tevoren niet of ik in een chique woonkeuken of stoffige kantine terechtkom. In de zomermaanden wil ik nog wel eens van mijn geloof afvallen, maar dat blijft niet altijd ongestraft. Zo ging ik vorig jaar op de warmste dag van het jaar een reportage maken in een zuurkoolfabriek, gekleed in een bermuda en topje. Gelukkig kreeg ik bedrijfskleding aan, want het was ijskoud in de fabriekshallen.

    Een paar jaar geleden ging ik op een eveneens bloedhete dag bij een akkerbouwer op bezoek om een verhaal over de gerstteelt te maken. Ik had een jurk en sandalen aan, lekker luchtig. Na een gesprek op de picknickbank kwam de fotograaf langs, die een foto middenin de gerst wilde maken. De boer en de fotograaf hadden weliswaar een korte broek aan, maar ook werkschoenen en stevige sokken. Ik tippelde op mijn sandaaltjes achter hen aan het graan in. Nou Ina, een graanstengel is net een scheermes: toen we uit het gewas kwamen, had ik allemaal kleine venijnige sneetjes in mijn benen. Voortaan trek ik op dergelijk klussen een broek aan.

    Over broeken gesproken: misschien koop ik deze zomer wel een witte tuinbroek. Met een hengsel naar beneden. Uber hip, geloof ik. Maar of ik daarin op een verjaardag kan verschijnen?

    Foute kleding: een streep door het tv-optreden

    Hoi Annemarie,

    Met drie vriendinnen naar de opnamen van ‘De Wereld Draait Door’. Leuk, leuk, leuk! Op tijd naar Amsterdam, daar een hapje eten, wat drinken en daarna een plaatsje in de studio zoeken. Het zou vast en zeker weer een gezellige dag worden. Er was wel een niet onbelangrijk aandachtspunt, namelijk onze kleding. De kans dat we op televisie zouden komen schatten we namelijk heel hoog in.

    Onze slecht ter been zijnde vriendin zou daarvoor zorgen. Natuurlijk is het heel vervelend dat ze de kievitsloop achter zich gelaten heeft. En natuurlijk is het niet meer dan normaal dat wij ons medeleven tonen. Dat wij ons wandeltempo aanpassen, roltrappen en liften nemen en voetensteuntjes aanslepen. Vriendinnen door dik en dun.

    Maar een vriendin met een handicap biedt ook zo zijn voordelen, dus gebruiken we voor een uitje liever haar auto. Parkeerplaatsen voor gehandicapten zijn vrijwel altijd voor handen en bevinden zich altijd zo dicht mogelijk bij de bestemming. Eerlijk is eerlijk, ik voel leedvermaak als ik dan anderen rondjes zie rijden op zoek naar een gaatje tussen al dat blik. Een gehandicaptenparkeerkaart is goud waard. De vriendin met haar beperking wordt dan ook gekoesterd.

    Bij DWDD levert dat betere zitplaatsen op, vermoedden wij. Door een eerder bezoek aan de studio wisten twee van ons dat de hooggelegen plaatsen, alleen per trap bereikbaar, af zouden vallen. Ook de barkrukken waren ongeschikt. Vooraan was echt het beste. Dus, dus, dus: we zouden op televisie komen! Dat kon niet anders. Het zorgde voor een opgewonden toestand.

    De groepsapp dampte van de opgewonden heen en weertjes. ‘Wat trek jij aan?’ ‘Nog geen idee!’ En omdat het zo gemakkelijk gaat, schoten foto’s in flitsend tempo voorbij. Van casual tot ‘Ik ga het je heel moeilijk maken, Matthijs…’ De smiley’s waarbij de tranen over de wangen lopen, hadden de overhand. Ja Annemarie, we zijn een lekker stel.

    Gelukkig had onze vriendin haar stok mee. Bij de aanmeldbalie schoven we haar naar voren en zonder aarzeling kreeg ze een VIP- kaartje. Goed voor een comfortabele zitplaats. Uiteraard ook geldig voor haar onafscheidelijke vriendinnen. Kijk, als liefde en vriendschap konden genezen, had ze allang weer rondgedarteld. Als dat niet het geval is, kun je er maar beter de voordelen van omarmen.

    Voordat we de studio ingingen, moest er geplast, lippen gestift en kragen recht getrokken worden. Een gastvrouw nam het speciale kaartje van vriendin aan en leidde ons naar gemakkelijke stoelen. Vooraan. Wanneer ik als laatste wil gaan zitten, houdt de vriendelijke dame mij tegen. ‘Het spijt me, maar uw gestreepte shirtje zorgt voor onrust op het scherm. U mag wisselen met die mevrouw daar.’ Ze wijst naar een plek aan het eind van de rij.

    Na afloop blijven de telefoons van de vriendinnen piepen. Allemaal berichtjes van familie, vrienden en bekenden door wie ze gezien zijn. Ik krijg er een van Theo: ‘Was je er wel…?’

    Annemarie, wanneer had jij foute kleding aan?

    #metoo. Waar ligt de grens van het ontoelaatbare (2)

    Hoi Annemarie,

    Allereerst, geweldig dat er zoveel vrouwen zijn die de drempel durven te nemen en vertellen wat ze ooit overkomen is. De impact kan enorm zijn. Wat te denken van een vraag als ‘Waarom heb je het niet eerder verteld?’ Goedbedoeld kan die gemakkelijk een verwijtende klank hebben. Iemand in de verdediging duwen. Angst weerhoudt. Ik ken vrouwen die daarom hun mond zullen houden.

    Ik heb helaas ook #metoo ervaringen. Verwarrende ervaringen. En eigenlijk mag ik niet ‘zeuren.’ Het kan veel en veel erger. Treurig eigenlijk dat ik het woord ‘zeuren’ gebruik. Als 9-jarig meisje werd ik in het ziekenhuis opgenomen. Onderzocht werd of er een lichamelijke oorzaak te vinden was voor het ’s nachts bedplassen.

    Half bloot lag ik op een onderzoekstafel, een verpleegkundige duwde een slangetje vaginaal naar binnen.In mijn gezichtsveld stond een jonge man, leunend tegen een muur, met zijn armen over elkaar toe te kijken. Niemand die iets vertelde, uitlegde of toestemming voor die pottenkijker vroeg. De schaamte en gêne die ik toen voelde… #metoo? Ik vind van wel.

    De roodharige jonge zuster die daarna in de röntgenkamer een foto moest maken, voelde het haarfijn aan.Ze legde iets over me heen en sloot de toegangsdeur. ‘Er kan nu niemand zomaar binnenkomen, het is voor jou al vervelend genoeg.’ Ik was haar zo dankbaar, Annemarie.

    Likkend aan een ijsje liep ik naar het station. Opeens reed er een man met zijn fiets de stoep op en remde af voor mij. ‘Wat zou ik graag willen dat mijn lul jouw ijsje was.’ Toen fietste hij snel de stoep weer af en reed verder. Even was ik totaal verbouwereerd, zag toen het beeld van wat hij had gezegd voor me en gooide vol walging mijn ijsje de bosjes in. Ik weet nog precies wat ik die dag aanhad. Een strakke lichtblauwe broek met een fris veelkleurig bloesje. Het stond me goed, weet ik ook. Ik voelde me er mooi en aantrekkelijk in. Maar dat mag toch geen reden zijn om…

    Die keer in de trein, alleen in een zespersoons coupé, zittend bij het raam. Een Amerikaan kwam binnen, ging zitten bij de deur en begon een gesprek. Leuk, mijn Engels ophalen dacht ik. Maar al snel maakte hij seksueel getinte opmerkingen, kwam overeind, boog zich over mij heen en probeerde me te zoenen. Onder zijn arm door duikend vloog ik de coupé uit, naar het balkon waar ik tussen andere mensen kon staan. Ik verweet het mijzelf dat ik zo onbevangen het gesprek aanging. Slaat natuurlijk nergens op.

    Op mijn werk ben ik twee keer seksueel geïntimideerd door dezelfde man. Werkzaam in een functie die hem de mogelijkheid bood me te maken en breken. Ik was behoorlijk ontdaan. En natuurlijk flikte hij het alleen als er niemand anders in de buurt was. Collega’s die ik het vertelde troffen met mij maatregelen waardoor ik niet meer alleen met hem was. Een aanklacht is er nooit ingediend. Wie zou mij geloven? De betreffende man werkt al heel lang niet meer in de organisatie. Ik zou je nog meer kunnen vertellen.

    Annemarie, jaren geleden hoorde ik een moeder van zonen zeggen dat zij het lekker makkelijk had. ‘Op jongens hoef je niet zo te letten, die gaan hun gang wel’. Ik reageerde fel. Moeders van zonen hebben juist de belangrijke taak hen te leren wat wel en niet acceptabel gedrag is in de omgang met meisjes. Zodat meisjes niet langer seksueel gekwetst, bedreigd of geïntimideerd worden.

    Zo, en nu ga ik Theo gezellig in zijn billen knijpen. Als het mag natuurlijk…

    #metoo. Waar ligt de grens van het ontoelaatbare?

    Hoi Ina,

    Een paar jaar geleden fietste ik op een zomerse zondagochtend over een fietspad van het dorp naar huis. Ik was gekleed in een korte broek en een hemdje en reed op een oude omafiets. Opeens werd ik bij mijn billen gegrepen door twee grappenmakers op een brommertje. Een typisch geval van #metoo?

    #metoo. De sociale media stonden er de afgelopen week bol van. Maar blijkbaar zat ik onder een steen, want ik kreeg er aanvankelijk weinig van mee. Misschien omdat de laatste resten verjaardagsrook nog uit mijn hoofd moesten optrekken, misschien omdat ik tot over mijn oren in een ingewikkeld financieel-economisch verhaal voor een opdrachtgever zat. Het kwartje viel pas aan het einde van de week, toen ik met een aantal dames naar een etentje reed en de Harvey Weinstein-affaire ter sprake kwam. De kettingreactie die deze zaak in Nederland had veroorzaakt, was mij ontgaan.

    Is #metoo een stimulans om seksuele intimidatie op de kaart te zetten? Ik denk het wel. Met de hashtag maken steeds meer vrouwen duidelijk dat ze (in het verleden) op seksueel gebied zijn lastiggevallen. De ervaringen van de vrouwen lopen sterk uiteen: de een spreekt van verkrachting, de ander van aanraking op de billen. Weer anderen voelen zich geïntimideerd als ze worden nagefloten (straatintimidatie) of als ze een seksueel getinte foto krijgen te zien. Waar ligt de grens van het ontoelaatbare?

    Er wordt relatief weinig aangifte van seksuele intimidatie gedaan, lees ik op Nu.nl. De grens tussen strafbaar en niet-strafbaar gedrag is dun, zegt een zedenadvocaat in dit artikel. Billen knijpen is bijvoorbeeld strafbaar als het door een onbekende vanuit het niets gebeurt. Maar vindt het plaats in een situatie waarin je elkaar kent en aanraakt, dan is dat veel moeilijker te bepalen.

    Gelukkig heb ik weinig ervaring met seksuele intimidatie. Ik voel mij niet snel geïntimideerd, misschien scheelt dat. De enige keer dat ik mij echt seksueel bedreigd voelde, was rond mijn twintigste. Ik fietste ’s nachts terug van een feestje, toen ik werd achtervolgd door een jongeman in een goudkleurige Ford Taunus. De man kwam naast mij rijden en maakte obscene gebaren. Hij wist niet van wijken, ondanks mijn wegwerpgebaren en boze blikken. Op een gegeven moment probeerde hij mij klem te rijden, maar ik ben op een of andere manier ontkomen.

    Ik ben uiteindelijk een klein pad in gefietst, waar geen auto’s konden komen en waar ik normaal ’s nachts ook niet durfde te fietsen. Maar ik was hem wel kwijt! De volgende dag heb ik het incident aan mijn moeder verteld. We hebben wel de politie gebeld, maar ik heb er nooit meer iets van gehoord, ondanks dat ik een vrij duidelijke omschrijving van de man en zijn opvallende auto kon geven. Ik besloot mij niet bang te laten en een paar dagen later fietste ik weer naar een ander feestje.

    En de billenknijpers op het fietspad? Natuurlijk schrok ik, maar zij schrokken nog veel erger. Toen ze doorkregen dat het vermeende ‘lekkere ding’ een ruime veertigplusser was, gingen ze er als een haas vandoor. Gierend van het lachen ben ik naar huis gefietst en Ton lachte vrolijk met mij mee. De billenknijpers zijn niet over mijn grens gegaan. Maar hoe anders was het als ik een jonge vrouw van twintig was geweest?

    Ina, heb jij je – op welke manier dan ook – wel eens bedreigd gevoeld?

    Hoe bewust ben jij van je imago? (2)

    Hoi Ina,

    Vorige week werd ik vijftig. Een leeftijd waarop je je doorgaans bewust bent van je imago. Toch word ik nog wel eens verrast door hoe anderen tegen mij aankijken. Want imago is vooral hoe anderen je zien, heb ik ervaren.

    Onlangs gaf ik een workshop Personal Branding voor een groep vrouwelijke ondernemers van Vrouw in Bedrijf Alkmaar. Personal Branding gaat over imago en dus liet ik de dames een aantal oefeningen doen om hierover na te denken. Tijdens een van die oefeningen moesten de deelnemers in een of twee woorden op een geeltje schrijven welk imago zij de anderen toedichtten en dat op de rug plakken. Het viel mij op hoe leuk iedereen het vond om dit te doen én te ontvangen.

    De geeltjes die ik op mijn rug had, gingen vooral enthousiasme, doorzettingsvermogen, gedrevenheid en sportiviteit. En hoe gek het ook mag klinken: dat waren echte eyeopeners voor mij. Ik weet heus wel dat ik vrolijk en ambitieus ben, maar dat is blijkbaar ook hoe anderen mij ervaren. Dat had ik in mijn vrouwelijke bescheidenheid voor het gemak over het hoofd gezien. Die paar woorden gaven mij ter plekke een enorme boost. De rest van de presentatie was een feestje.

    Ik ben er nu trots op dat ik dit imago heb. Maar het komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Als jong meisje was ik al een fanatiek mensje, op de basisschool wilde ik altijd hele hoge cijfers halen. Mijn klasgenoten konden dat niet waarderen. Ik snapte toen niet waarom niet, nu kan ik mij er iets bij voorstellen. Het leidde er wel toe dat ik er op de middelbare school voor zorgde dat ik niet te veel opviel. Ik huppelde daar vrij onopvallend met de goegemeente mee. Over imago gesproken…

    In die vijftig jaar heb ik mijzelf aangeleerd om mijn gedrevenheid niet weg te stoppen, maar daar wel gedoseerd mee om te gaan. In situaties waarin je beter niet je kop boven het maaiveld kan uitsteken, blijf ik op mijn knieën zitten. Daar waar het wel wordt gewaardeerd je ware ik te laten zien, durf ik dat ook steeds vaker. Ik ben – zeker in de laatste tien jaar – ambitieuzer geworden, ik denk dat het kleine meisje van de basisschool zich weer meer durft te ontplooien. Dat heeft natuurlijk ook met leeftijd te maken en met het zelfvertrouwen dat je door de jaren heen opbouwt.

    Nog even terug naar Personal Branding: ook daarin kunnen nog wel wat stappen worden gemaakt. Bij Personal Branding gaat het erom jezelf als Merk neer te zetten. Tijdens het maken van de presentatie heb ik natuurlijk ook over mijn eigen brand nagedacht en voor mijzelf bedacht waar ik hiermee naartoe wil. Conclusie: er is voor de komende tien jaar nog voldoende werk aan de winkel!

    Hoe bewust ben jij van je imago? (1)

    Hoi Annemarie,

    Deze week las ik het boek ‘Het einde der eenzaamheid‘, geschreven door Benedict Wells. Een absolute aanrader vond mijn leesclub. Unaniem, wat redelijk uniek is.

    Er stond een passage in die herinneringen opriep aan bewuste pogingen van mij om me weerbaarder te maken. De tekst is: ‘Veel interne scholieren probeerden zich in de zomervakantie een nieuw imago aan te meten, ze kwamen terug met een vers zelfbewustzijn, maar de meesten waren al na een paar dagen weer de oude. Je was en bleef degene die anderen in je zagen’.

    Als kind was ik erg onzeker en verlegen. Knap lastig, want mijn broers en zus waren dat beslist niet. Ze waren gebekt en voor de duvel niet bang. Vaak grappig, soms ook bot. De sfeer was, zeker tijdens het eten, luidruchtig maar ook gezellig. Ik lachte vooral om de anderen, zij niet om mij. In mijn herinnering zei ik nooit zoveel. Dat werd later door een opmerking van mijn moeder bevestigd: ‘Ik dacht weleens, wat moet ervan jou terechtkomen, je was zo gesloten. Ik kreeg geen hoogte van je.’

    Op verjaardagen hielp ik mee in de keuken, zodat ik de vele visite – hoe aardig ook – kon ontlopen. Ik voelde me tussen hen ongemakkelijk, wist niet goed hoe me te gedragen. In tegenstelling tot mijn broers en zus, die vrolijk hun gang gingen. Ik vond het moeilijk en had last van mijzelf. Bang om op te vallen en te falen. Ik wilde zo niet zijn, Annemarie, en diep van binnen voelde ik dat ik eigenlijk ook niet zo was. Maar hoe verander je dat? Iedereen kende me als dat onopvallende, stille meisje.

    De kansen kwamen toen ik naar de middelbare school ging. Hoewel ik me daar nog niet bewust opnieuw neerzette, drong het wel tot me door dat een vreemde omgeving nieuwe kansen bood. Ik ben dat doelgericht gaan inzetten. Stelde me bij binnenkomst bijvoorbeeld direct voor bij de aanwezigen, in plaats van af te wachten tot ze naar mij toe kwamen. Of bood spontaan aan koffie en thee in te schenken wanneer ik kannen zag staan. Soms moest ik me zelf er echt toe dwingen, zo eng vond ik het!

    Het hielp wel. De eerste indruk van vriendelijk en assertief die ik daarmee aan anderen gaf, maakte dat zij me gezien hadden. Het maken van contacten werd gemakkelijker en ik leerde steeds minder verlegen te zijn en meer te durven. In die fase van mijn leven droomde ik veel over de dood. Pas veel later las ik in een dromenboek de betekenis. Het legde uit dat een stukje in mij niet tot ontwikkeling kon komen. Het lag als het ware ‘dood’ in mijzelf besloten. Dat klopte zo!

    Het geforceerd werken aan mijn imago was nodig om te worden wie ik diep van binnen al was. Die steeds terugkerende droom over de dood verdween en mijn broers en zus lust ik rauw. Annemarie, hoe bewust ben jij je van jouw imago?

    Werken in loondienst? Een grote mate van zelfbescherming

    Hoi Annemarie,

    De chaoot is vaak erg creatief, dus er zit een goede kant aan. En als je lijstjes afkomen is er niks aan de hand. Bovendien: twee keer per jaar factureren is ook structuur. Bij het NHD geen probleem, anders blijf ik aan de gang, want een maand is niks.

    Hoewel ik mijzelf graag neerzet als een fantastische planner die alle touwtjes strak in handen heeft, weet ik dat het iets genuanceerder ligt. Het is een grote mate van zelfbescherming die biedt dat ik geen ZZP’er ben. Binnen vastgestelde uren verleen ik mijn diensten aan een instelling voor mensen met een beperking. Dat bevalt me uitstekend. Geen dag is hetzelfde, steeds weer de uitdaging om er met de vele verschillende karakters, humeuren en wensen er een goede dag van te maken. Dat lukt vrijwel altijd. Al is het soms zoeken naar een juist begrip van een persoon of situatie. En wat is de beste aanpak binnen de wettelijke en voor de instelling geldende regels?

    Daarover gesproken: vol ongeloof zag ik deze week hoe tijdens een uitvaart in het dorp een vrouw met een beperking alle gedragsregels aan haar schoenen lapte. Tijdens de communie drong ze zich naar voren, wrikte zich tussen de verdrietige familie en ontving de hostie. Begrafenissen bezoeken is haar hobby en het gedrag wordt gepikt. Dat is raar. Fatsoensregels gelden hier ook, vind ik. Het is kwetsend om te denken dat mensen met een beperking per definitie niets snappen en ‘dus’ alles maar toegestaan moet worden. Ik heb er ‘werk’ van gemaakt.

    Op het werk zijn er jaarlijks (bij)scholingsmomenten waarvan de inhoud vast ligt. We schrijven ons in of krijgen een uitnodiging. Daarnaast zijn er studie-uren die naar eigen inzicht ingevuld mogen worden. Voor oktober staat teamreflectie op de agenda. Verder kan alles aan bod komen: van autisme tot computerprogramma’s. Binnen de instelling worden veel artikelen en/of leessuggesties digitaal gedeeld. Relevant of gewoon interessant. Daarnaast zijn er vakbladen beschikbaar. Ik lees echt niet alles hoor, dat is niet te doen.

    Mijn informatiebehoefte ligt nu vooral op het gebied van toneel voor en door mensen met een beperking.Ik zoek een goed boek daarover, maar heb dat helaas nog niet gevonden. Alleen wat losse artikelen op internet. Ik ben namelijk al een paar maanden met een groep cliënten met toneel bezig. Eerst gezamenlijk het script geschreven en nu oefenen voor een kleine voorstelling waarin plezier centraal staat. Zo leuk! Door mijn drama achtergrond kom ik ver, maar verse kennis en input zou een welkome aanvulling zijn.

    Privé lees ik op dit moment eerlijk gezegd vooral ‘Alles wat u moet weten om zonder stress te verhuizen’. Ik voel aan mijn theewater dat ik mij die kennis nog niet voldoende eigen heb gemaakt.

    Pagina 2 of 16

    Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén