Ina Hollander

Columnist

  • Auteur: Ina Hollander (Pagina 2 van 10)

    Plitvice

    Regenachtig zegt het weerbericht over Plitvice vandaag. Ze zitten er naast denk ik tevreden als ik na het wakker worden de gordijnen opzij schuif en naar buiten kijk: prachtig zonnig weer. Zo snel als we relaxed kunen gaan we ontbijten. Het ontbijtbuffet inheel wat kariger dan in de vorige hotels, wat de keuze voor wat- op -het bord aanzienlijk makkelijker maakt. Het is een leuk hotel, niet zozeer door onze kamer die heel eenvoudig is, maar door de open ruimtes. De stijl zou ik als art deco betitelen. WE hadden al gelezen dat het hotel uit 1958 een opknapbeurt achter de rug heeft. Nu de kamers nog. Vanuit onze kamer kijken e uit op het Nationaal Park Plitvice, waarvan de dichtstbijzijnde ingang nauwelijks tien minuten lopen is. Het hotel staat midden in de bossen.
    Na het ontbijt pakken we onze spullen en vertrekken naar het park. We kiezen voor route H, die een na langste die tussen devier en zes uur duurt. We starten met een busrit die ons naar eenhoog punt brengt, vandaarwandelenwenaar een ot voor een vartocht over water. Daarna is het opnieuw lopen naar een busopstaplaats.
    We zijn nog maar nauwelijks begonnen met de wandeltocht of we zien al waarom dit park zo prachtig is: schitterend gekleurd water waarin de eerste watervallen. Door moeras, over water, over wild stromend water, we lopen veel over paden, gemaakt van boomstammetjes op palen. Het is schitterend, de paden, de natuur. Wel blijft het goed uitkijken waar je loopt. Het is nat, door het vele opspattend water, het is ongelijk, maar zo hoort het ook vind ik. Dat maakt de tocht avontuurlijker.
    Het is warm en de zon schijnt heerlijk, we genieten. Van de ontelbare watervallen, het zijn er honderden, het onvoorstelbaar mooi gekleurde water, de vele stromingen, de grillige bomen, de wortels die als een opvallend aderwerk boven de grond verschijnen, het heldere water waarin van alles te zien is, de bijzondere donkerblauwe vlindertjes die om ons heenfladderen. Ik ben in mijn element, dit zijn de tochten waar ik zoveel energie uit haal, die mijn lijf vol pompen met zuurstof en helpen mijn hoofd leeg te maken. he geniet ook, met zijn filmcamera, zoals ik met het fototoestel probeer vast te leggen wat ik zie, wat ik beleef. Ik hoop het later opnieuw te voelen als ik de foto’ s terugzie.
    Het geluidomons heen is die van voortdurend geraas.Overalwaar we komen stort het water zich met indrukwekkend vertoon en bulderend geluid naar beneden. Krachtig en machtig is het water hier, behalve in de meren, daar lijkt het juist onschuldig door het vrijwelspiegelgladde oppervlak. Verraderlijk, want overal staan bordjedat zwemmen verboden is. Slangen, krokodilln, onzichtbare stromingen, het is hier allemaal. Even is het zo warm dat mijn pet tegen de zon op moet. En danhadden ze het overregen! We lachen erom.
    Na ruim twee uur zien we schuilhutje en prcies dan…begint het te regenen. Bestaat toeval? Wij willen er niet ondankbaar voor zijn en gaan schuilen. Het gaat steeds harder tot ht plenst.
    Nu moet ik toegeven dat het niet zo slim was om mijn regenjas in de hotelkamer te laten. Mijn optimistische karakter laat nu een valkuil zien. ‘ Ach, een buitje, denken we nog. Dat ijkt zo,na een kwartier kunnen verder, het is dan nog maar 500 meter naar de boot. We hebben de helft daarvan not niet overbrugd of het begint weer, nog zachtjes, maar bij de boot aangekomen houd ikmijn vestje boven het hoofd om droog aan boord te komen. Gelukkig is die overdekt. Het tochtje duurt ongeveer 20 minuten,maarstelt niet zo veel voor. Ik kan me voortselln dat het in het zonnetje aangenaam toeven op het water is, van atervallen is hier echter geen sprake. Wanneer we aan land gaan is duidelijk hoe massaal bezocht dit park is, hoe populair bij toeristen. Het is een opeenhoping van mensen. Het terrein is er op ingericht, groot met veel picknicktafels en eettenten, ook zijn er voldoende w.c.’ s. Hoera!
    De regen gaat nu langzaam van buiig naar een continue hoosbui. Mijn briljante overtuiging is dat ze bij de souvenierswinkel dieer staat vast wel regencapejes hebben. En zois het. Voor omgerekend zes euro vervolgen wij de tocht in fladderend plastic met gaten. Maar het houdt ons droog, evenals de cameratassen. Onze blote benen kunnen wel een stootje hebben. Dit voelt toch wel heel fijn. We vervolgen onze weg doorde stromende regen, met watervallen die daar doorheen klateren en over paden die zeknat en glad zijn. Opnieuw ben ik in mijn element. ook Theo’s humeur heeft niette lijden van de regen. We zijn wat gewend,dit kan erbij horen. Accepteren en er het beste van maken.
    De route gaat nu naar de bus, hoe verdat is,we hebben geen idee, aarschijnlijk welanderhalf uur,we hebben tenslotte voor een langere route gekozen. Wegenieten nog steeds van de bijzondere natuurverschijnselen di we zien, alleen maken we minderfoto’s en filmt Theo nauwelijks meer. Apparatuur en water liggen elkaar niet zo. Maakt niet uit, wehebben al zoveel vastgelegd. Onderweg komen we nog steeds veel mensen tegen, veel zijn er niet op gekleed en hebbn niet de mazzel van de souvenirswinkel gehad. Omdat mijn blik nu extra veel naar beneden is gericht vanwege de verraderlijke gladheid, neem ik automatisch het schoeisel van depasserende waar. En ik blijf me verbazen: simpele gympjes zonder profiel, slenterflatjes, achter hethuis sandalen, leuke sleehakjes, kantoorschoenen. Allemaal zo niet geschikt voor een tocht als deze, waar geklommen, gedaald en over allerlei sooren terrein gelopenoet worden. Iets anders waar ik me over verbaas is het grote aantal ouderen, zeventigplussers is mijn inschatting. Veel daarvan lopen uiterst voorzichtig, behoudend of worden ondersteund. Wat doen ze zichzelf aan, vraag ik me af. Voor ons, geoefende wandelaars, is het al goed uitkijken, ookzonder regenval.. Hebben ze het onderschat?
    Opeens zien we dat deroute H stopt. Afgesloten.Daar staan wegsteedsinde stromende regen, zonderdat ereen alternatief is aangegven. Hoe komen we nu bij de bus? Wekeren om en lopen een groot stuk terug. Het is niet anders, n we maken grappen over het rantsoeneren van deknabbelnoten die Tho heeft meegenomen. Er komt een man tegemoet, ook gekleed in een plastic floddegeval. Ookhij heeftlol en grijnst me tegemoet. Ik grijns terug. Het is niks, maar ik wordvan dit soort momnetjes vrolijk. Leuk om te zien hoe ook anderen ol en het avontuur van dezeextreme weersverandering zien.
    Niet lang daarna vinden we een bordje met een bus erop.De route K leidt er ook naartoe. Vijf uur nadatwe gestart zijn komen we bij de parkeerplaats waar een bus ons naar het startpunt zal brnegen. In een van van vochtigheid dampende bus nemen we plaats en trekken het plastic over ons hoofd uit. Om half vier zijn we terug inhet hotel. De schoenen en d natte sokken gaan al eerste uit, deregen gutste er van bovenaf in. Andere kleren aan en naar de foyer waarweons trakteren op lekkere koffie en een grote punt taart. De rest van de dag doen we niet zoveel meer, slapen, lzen, eten. Het was een topdag 🙂

    Zagreb – Plitvice

    Vandaag nemen we de tijd en schuiven niet voor9.00uur aan het ontbijt. Gisteravond zagen we op de tv beelden van de demonstratie waarin we verzeildwaren geraakt. We zien een versla=ggeeftser en monstranten aan het woord, maar bgrijpen er geen woord van. We waren erbij, vor wat het waard is.
    Voordat we in de tweedehelft van de middag op de trein stappen naar Plitvice willen we nog de St Marka kerk bezoeken, die heeft een prachtig dak. We moeten richting het ‘ demonstrantenplein’ waar het aanzienlijk rustiger, maar nog steeds druk is. Het is het hart van de Zagrebfeesten die dezeweek zijn. Bierstands, informatiepunten, vlaggen en tribunes staan klaar voor een nieuwe ronde. We zoeken borden, vinden die en lopen om vanwege werkzaamheden. We komnn bij de plek waar de kabelbaan is. Uit de informatie die wegelezen hebben weten we dat die wegens onderhoud gesloten is, dus zijn we niet onaangenaam verrast dat we naar boven moetenlopen. Het is weerwarm en zonnig vandaag, de wolken die er zijn pesten de zon niet weg.
    Als we boven komen zijn we er snel achter dat dit is waar we gisteren zo naar gezocht hebben, wat we hoopten te zien, wat wij aantrekkelijk vinden. Het is hier ruim, rustig en prachtig. De St. Marka kerk met z’n prachtige dag doet het extra goed in de zon. Mozaiekdaken als dit zagen we veel vaker in Budapest. Het geeft een gebouw zoveel extra sfeer en daardoor ook de omgeving. Het staat aan een ruim plein waar maar een handjevol mensen loopt. Wat een verschil met beneden! Op het pleinstaat een auto van de pers en iets verderop staat zeker een dozijn grote zwarte auto’s met chauffeur. Sommigen hebben geen gewoon nummerbrd, staat alleen het woord politice. In de nabijhied een gebouw met open deur en veel bewaking. Overleg op hoog niveau verklaren wij. We hebben al gezien dat in dit gedeelte ook veel buitenlandse ambassades zijn. Wat Theo opvalt zijn de diverse politieposten op hoeken van straten: gesloten hokjes met glas waarvan het onmogelijk is door naar binnen te kijken. Misschien om het verkeer richting ambassades en de belangrijke ontmoeting/bespreking goed te kunnen controleren? Wegen snel af te kunnen zetten?
    De omgeving waardoor we lopen is het verademing. We genieten van de ruimte, de rust,de gebouwen. Als we de Katarine kerkin gaan merken we dat we niet verderdan het voorportaal komen: het hekwerk is gesloten. We lopen weer terug wat een vrouw met een hond opmerkt. ‘ Het is de mooiste kerk van ZAgreb’ zegt ze. En ze neemt ons weer mee naar binnen. Terwijl wij door het traliewerk kijken vertelt zij dat devkunstenaar met het schilderen van deze kerk een hoogstandje heeft verroicht. Alles is op een vlakke ondergrond geschilders met een driedimensionaal resultaat. Ze wijst naar de zuilendie volgens haar geen zuilen zijn, maar een meesterwerk van de kunstenaar die werkte naar het principe van ‘ trompe l’ oeuil’ Hij is daarin meerdan geslaagd! De vrouw legt veder uit dat het gebruik van de overheersende kleur rose te maken heeft met deOosenrijkse (keizerin?) Theresa die altijd naar deze kerk kwam. We bedanken de vrouw voor de leuke ontmoeting en gaan richting het terras schuin tegenover de kerk. Koffietijd. Terijl we praten over de brede politieke de delegatie in de buurt, de auto’s en aanwezige beveiling klinkt opeen een gingantische knal als van een ontploffing. Ik schrik me rot. Een aanslag is snel gedacht in de context van ons ponderwerp. Theo herinnert zich echteriet gelezen te hebben over een kanon dat elke dag om 12.00 uur afgaat. Het is precies 12.00 uur… Heeft een land dat nog niet zo lang een oorlog achter de rug heeft, daar behoefte aan, vraag ik me af.
    Wanneer we later onze weg vervolgen stuiten we onverwachts op een kapelletje waarvan het altaar zich aan de ene kant van de weg bevindt en de kerkbankjes aan de andere kant. Wandelaars en fietsers laveren daar doorheen. Bijzonder, ook als achter een duur in de muur een non zit die kaarsen verkoop die daar aangestoken enneergezet kunnen worden. We zien veel vroomheid in de stad. Ook jonge mannen en vrouwen als broeders en nonnen zijn zichtbaar in het straatbeeld.
    We lopen verder en komen op een pleintje waarvan we een prachtig uitzicht op de oude stadhebben. We zien hier ook, zoals in vele andere steden hekken met heel veel slotjes erop. Liefde vastketenen is overal populair. En mocht het niet lukken: vlakbij bevindt zich het museum van de verbrokne relaties. Wij laten het links liggen, houden het liever gezellig.
    Verderop zien we een park waar kunstenaars an het werk zijn geweest. Bomen in het blauw, creaties aan muren en in bomen. Leuk om daar door en langs te lopen.
    Opeens begint het te regenen, omdatwe niet dan een vestje bij ons hebben schuilen we onder een boom. Pas als we weglopen zien wehet bordje bij de poort achter ons: het internationale vereniging van schrijvers zit hier…. Dat het eengoed teken moge zijn. Eerst maareens hardaan hetwerk 😉 Als d bui voorbij is, schijnt de zon als daarvoor, alsof er geen bui geweest is.Weworden nog meer verrast, wanneerwe in een lange straat belanden met overal terrasjes. Het si zo’n sfeervolle, mooie omgeving dat we besluiten hier te gaan zitten. We zijn er weer aan toe. Wehebben veel gelopen en voelen onze voeten. Met een biertje en een wijntje vermaken we ons met alles wat langsloopt en we verder zien.
    Toch, we moeten weer overeind, terug naar het hotel waar onze rugzakken nog staan. Wanneer we doie opgehaald hebben lopen we rustig naar het sation waarwe broodjes kopen voor de, 5 uur durende treinreis naar Gospice. Daar worden we door het busje van het hotelopgehaald. Die rit duurt een uur.
    De treiinreis verloopt voorspoedig. Wereizen voornamelijk door groenen nog eens groen. Niet gek, we gaan naar een natuurgebied dat op de Unesco werelderfgoedlijst staat. Ik merk op dat de stationnetjes die we passeren er allemaal slecht aan toe zijn.Bouwvallen, Die tot onze verbazing in gebruik zijn. Een keer zie ik een ruine waar ik toch nog een bureau in ontwaar. Ik dut nu ook veel weg, de alcohol op het terras was misschien toch niet zo’n goed idee. Ik ben sloom met zware ogen.
    In Gospice is het uitgestorven. Geen mens te zien, wel nu een prachtig groot station met alles natuursteen op de vloer. Het ziet er als nieuw uit.
    Omdat we een kwartier vertraging hebben, haden we verwachtdat het busje er al zou staan. Niet dus…uitgestorven, geen kip te zien. Gelukkighebben we een telefoonnummer en Theo belt. Ze komne eraan. De enige persoon die we zien, de stationchef, komt naar ons to en vraagt of we erghens op wachten. We leggen het uit en ik vraag naar het station. Of het nieuw is en er nog meubilair moet komen. In de enorme ruimte staan namelijk drie oude stoelen en aan de aanwezige bedrading hangen geen lampen. Hij vertelt dat het station vijf jaar oud is en het klaar is. Als ik vertel over de stations die we hebben gezien, verklaart hij dat door de oorlog die is geweest. Al die sttionnetjes zijntoen verwoest.
    Is er veel drukte op dit station? Omdat het hier niuw is. Nee, zegt hij. Zestreinen overdag, zes ‘s nachts. En naar Plitvice rijden geen bussen en dus geen treinen.
    Ons busje arriveert. Twee mannen die gelijk papieren wiln zien van het hotel. Beetje wazige types, waarvan de chauffeur tijdens de uur durende rit regelmatig tijdens het rijden aan het bellen is en een paar keerrookt. Met het raam op het kier, maar toch…De weg telt duizend en een bochten. Na een half uur voel ik me al misselijk worden en bjij aankomst kan ik alleen maar ‘ kamer’ en ‘ bed’ denken. Het inchecken gaat gelukkig snel en in onze kamer klap ik direct op bed neer. Na driekwartier bn ik glukkig weer zover opgeknapt dat ik met Theo naar het restaurant ga. En ondanks dat ik geen trek heb, lukthet me wat te eten. Alleen even geen wijn meer. En nu naar bed. Morgen een dag in het park met de vele watervallen doorbrengen. Zin in!

    Zagreb

    Na een uitstekend ontbijt wandelen we in het zonnetje naar het station en nemen naar de trein van half negen. Dat beteknt dat we om kwart voor elf in Zagreb zijn.
    Onze gereserveerde plaatsen bevindn zich in de eerste klas, met prettig veel ruimte voor onze benen. Als we wegrijdn wordt de bewolking dichter, het zonnetje weten we nu achter de wolken. Het landschap waar we doorheen treinen is wederomn overwegend groen met bergen en bossen. Opnieuw ijden we langs de oever van een rivier, waarvan ik me afvraag of het dezelfde is als in Oostenrijk en Slovenie. Dat zoek ik nog op.
    We rijden nog steeds door Slovenie en het landschap is prachtig. We kijken naar een langgerekt dal met eenvoudige boerderijen waarbij de speciale hooidroogrekken opvallen. Tenminste, wij denken dat het dat zijn. We zien ze overal. De fotokomt later. Er is veel akkerbouw te zien. De bebouwing van her en der staande huisjes doen gemoedlijk aan. Ze ogen meer als buurtschappen dan als dorpjes..
    Het laatste station voor Kroatie is Dobova. Ineens komt er tien man aan douane en politie binnen die naar paspporten vragen. Wij moeten de onze twee keer laten zien. ‘ Double check’ wordt alsreden voor die tweede keer gegeven. Wij laten het wel uit ons hoofd om daar moeilijk om te gaan doen. We lachen vriendelijk en zij lachen vriendelijk terug.
    Wat een verschillen toch steeds weer. In Oostenrijk en Slovenie hebben we nergens douane gezien. Illegaal de grenzen over lijkt me daardoor niet zo moeilijk als je de juiste route weet. Via Kroatie raden we af.
    Over het uniform van de Sloveense spoorwegen zijn we positief, een mooi frisgroenuniform. De kroaten hebben net als de ‘ onze’ donkerblauw. Prima, maar oogt wat somber. Het straalt wel meer autoriteit uit, we vermoeden at als doorslaggevende reden bijhet maken van een kleurkeuze.
    Als je ureninde trein zit, bespreekje alles… We kijken veel naar buiten, lezen veel en dutten soms weg. De uren vliegen we voorbij, almis het vandaag maar een kort stukje.
    Wanneer we het station van Zagreb binnenrijden valt op dat bijna alles wat we zienonder de grafity zit., krijgen daarvoor geen punten vanons, de hoeveelheid geeft ons de indruk dat ze de controlekwijt zijn en het maar gedogen. Het knapt er niet van op. Het station Zagreb is veel kleiner dan wedachten, heel veel perrons heeft het niet. Door de tunnellopen we naar perron 1 dat helemaal van marmer is, evenalsde vloer van het stationgebouw. Dat is wel mooi, hoewelook hier iets meer onderhoud geen kwaad had gekund. Middeninde hal staat een grote kraam met tweedehands boeken, de meestente koop voor 10 Kuna, omgerekend ongeveer 1,50 euro. Leuk, ik zie dat graag, Omdat ik van deze boeken geen letter begrijp, geef ik geen cent uit. Beter voor mijn rug ook.
    De afstand tot het hotel is verwaarloosbaar, helaas is onze kamer nog niet beschikbaar. We laten de grote rugzakken achter en gaan op zoek naar het centrum. Het is warm en we zijn blij als we een grote fontein zien waar we kunnen zitten en wat kunnen eten en drinken.
    Vlkabij worden twee vrouwen aangehouden door twee jongens met microfoon n camera. ‘leuke job’ zegt Theo ‘een mooie blonde vrouw aanhouden en daar enpraatje mee maken.’
    Nu word ik link en even later weet Theoook weer dat het helemaal zijn type niet is. ‘ Hindert niks, iedereen vergeet wel eens iets.’ Alsde vrouw zich later omdraait valt hij bijna van schrikinde fontein. Alseengeisha bijna wit gepoederd. En ik….ikheb lol.
    We zoeken en vinden de weg naar het oude deel vande stad dat hoger ligt dan het nieuwe deel. De torens van de Kathdraal zijnen handige leidraad. De kathedraal is het bezichtigen waard, maar komt zeker niet in ons lijste van meest indrukwekkenden. De inrichting en kleuren zijn somber en donker. op het altaar staat een glazen kist met een voorstelling van een opgebaarde kardinaal. Eromheen alles bloemen en planten. In de banken ernaast mensen die bidden. Uit het verhaal van een gids maak ik op dat hij al in de tweede W..O. Zou zijn gestorven. Het zal wel. Jammer i dat nergens waar we vanmiddag komen informatie in het Engels of Duits staat. Alleen maar in de Slavische taal, daar valt niets aante proberen.
    Ook informatie betreffende bezienswaardigheden zijn op de openbare borden niet begrijpelijk voor ons. We moeten het van picto’ s hebben.
    Onderweg komen we oudere vrouwen tegen, die zittend ineen portiek of op de stoep bloemetjes proberen te verkopen. Wij kennen het als Oost-Europees.
    In de oude stad is een grote markt waar vooralgroente en fruit te koop is. Het fruit ziet er prima uit, maar d sla lijkt dagen oud en de broccoli zouden wij ook bij het gft gooien. Het is leukomer langs te lopen en tegelijkertijd naar de terrasjes te kijken. Het is 95 % mannen wat om de markt de tafeltjes en stoelem bezet houdt, en vooral oudere mannen.
    We zijn toe aan wat drinken en zoeken en terras buiten het marktplein. Onder eengrote boom is een schauwplek waar we gaan zitten. Een kwartier later blijkt die boom niet alleen de felle zon maar ook de plotselinge fikse regenbui tegen te houden. We hadden die niet zien aankomen. Als we later opstaan om onze verkenning voort te zetten is het weer het mooiste weer van de wereld.
    We wandelen straat in, straat uit, kijken links, rechts en naar boven. En het valt ons niet mee; veel oude, verwaarloosde, krakkemikkige gebouwen. Afbladderend stucwerk, achtersatllig schilderwerk zwarte aanslag. het is een groot verschil met wat we gisteren in Slovenie zagen. Het oogt hier rommeliger, smoezliger. De aandacht en zorg die aan oude gebouwen gegeven moet worden om ze te laten voortbestaan lijkt hier ergeschikt belang. Het is een eerste indruk, maar toch..
    Nu eest naar het hotel om in te checken, luchtiger kleding aante trekken en even uit te rusten voordat we opnieuw de stad ingaan.

    Het is tegen de avond en e besluiten de kant van het station op te lopen. Daar in de buurt moet een park zijn. In de stationsbuurt is het druk. Veel mensen op straat, alle terrasjes vol. We lopen door naar het park. Dan merken we dat er een hele stroom mensen die kant opgaat. Sterker nog: de overwegend jongeren komen vanaf alle kanten en hebben een doelbewuste tred. En wij lopen er tussenin…
    Wat is er aan de hand? Waar gaan ze naartoe. We laten onsmet de stroom meevoeren, maar ontsnappen als we bij het park zijn. Er treden straatartiesten op die goed weten hoe entertaing werkt en we kopen een ijsje. Ondertussen is destroom mensen richting? ? Niet te negeren. We willen het weten enduiken weer onder in het lange lint van mensen.
    We eindigen op een plein en zien dan ook borden die doen denken aan een demonstratie, hoeveelwe onmogelijk de tekst kunnen lezen die erop staan.
    We informeren en het zou gaan omeenstudentenactie tegen of juist voor veranderingen in het onderwijs. Het grote plein en omgeving is tampvol, ook met gezinnn en ouderen. Er zijn sprekers en er is een bonk herrie. De sfeer is goedniks geen grimmigheid of agressie. Na een tijdje lopen we verder, kijken naar straatartiesten en simultaanschaken inhet kader van de Zagreb feestweek, wisten we niet!, en willen dan ergens iets eten.we vinden een plekje maar het eten is geen succes. Vegetariers zijn geen vaste gasten…gedoe. Ik kan er niet mee zitten. Ik ben een beetje gaar, heb de enorme mensenmassa wel gehad. Voetje voor voetje schuifelen we later naar het hotel Morgen weer een frisse dag.

    Ljubljana

    Wanneer we het station rondkijken valt een ding direct op: alle treinen zijn hier rijkelijk gekleurd in een grafity look. Bijzonder en mooi. Foto’ s maken dus. Niets is leuker dan ergens komen en zien dat dingen anders zijn dan we kennen, dat maakt reizen zo leuk.

    Het hotel is niet ver van het station af, we zijn er zo. De kamer is prettig ruim, met een tv dat ons op een groot scherm laat weten dat meneer welkom is. En mevrouw dan……..grrr. Raar toch.

    We blijven niet lang op de kamer, we frissen ons op en gaan het stadje in. Het weer is uitstekend zoals eerder. We lopen naar het oude centrum en staan opeens in een omgeving die we van plaatjes kennen! Mooie gebouwen aan weerskanten van water met diverse verbindende bruggen. Er zijn veel mensen, veel toeristen. Ook is Ljublana een studentenstad waardoor het niet gek is dat we grote groepen jongeren zien. De talrijke terrasjes zijn goed bezet door het aantrekkelijke weer. We wandelen genietend rond. Op een plein zien we twee, op zeecontainers lijkende, gebouwtjes die aan weerskanten volhangen met rijen plantjes in potjes. Ze staan vlakbij het gemeentehuis waar groots op staat vermeldt dat Ljubljana de groenste Europese hoofdstad van 2016 is. Ahh, vandaar! De groen behangen containers zijn infopunten. ook als vvv, geloof ik.

    Wat me eerder opviel en blij verraste zijn de talrijke ondergrondse gescheiden afvalcontainers. Steeds geclusterd. Voor gft, papie, plastc en papier. Top! Het ziet er overal ook netjes uit.
    We willen zoveel mogelijk zien en lopen verder, langs het water waarin veel animo voor de rondvaartboten. We zien een grote bal van hout, ingenieus gemaakt en her en der metalen draken. Het mythologisch dier is onderdeel van het stadswapen.
    We zoeken een terrasje aan het water, vanwaar we een goed uitzicht hebben. Er zitten veel jongeren, dus zal het wel prettig betaalbaar zijn redeneer ik. Dat klopt.
    Een grote opgeblazen poort, typerend voor bij wedstrijden, kan onmogelijk aan onze aandacht ontsnappen. Wat is hier te doen? Een loopevenement vermoeden we en waarschijnlijk vanavond. We kuieren verder en bewonderen prachtige gebouwen, goed onderhouden en schoon. De gezellige en gemoedelijke sfeer is voelbaar.

    Hoog boven de stad staat het kasteel dat ter voet of met een kabelbaan bereikbaar is. Ik heb geen zin om te lopen omdat het volgens de informatie een pittige beklimming is en ik niet mijn wandelschoenen aan heb. Theo geeft heel gemakkelijk toe. De kabelbaan stijgt in flink tempo omhoog. Met dezelfde snelheid wordt de de stad onder ons steeds kleiner totdat we die in één oogopslag kunnen waarnemen.
    Onze ogen worden verwend, onze lijven eisen nu ook aandacht, willen gevoederd worden. Gehoorzaam zoeken we een terras op het verrassend grote plein boven. Nieuwsgierig kijken we om ons heen, zo anders is het hier.
    Als je van beneden naar boven kijkt oogt het kasteel als een oud kasteel. Boven is dat heel anders. Het is gerestaureerd, gerenoveerd op een manier waardoor oud en nieuw prachtig samengaan. Het is fantastisch aangepakt om het voor publiek aantrekkelijk te maken en tegelijkertijd als kasteel te kunnen behouden. Zonder ingrijpen was het ongetwijfeld niet meer dan een ruïne. Overal zie je de oude restanten omgeven door moderne stijlvolle aanpassingen. Het klopt allemaal met elkaar. Vinden wij.

    We bezoeken de bewaarde kapel in het kasteel, de oudste schildering daar stamt uit de 13e eeuw. Daarna bezoeken we een cellencomplex waaruit het ons moeilijk ontsnappen leek.
    Vanaf een vestigingswal maken we foto’s vanLjubljana. Dat overzicht valt eigenlijk wat tegen. Een rommelig beeld met veel nieuwbouw. Het oude gedeelte is vanaf deze hoogte niet te zien, maar verdwijnt in de onaantrekkelijkheid van de eenheidsworst.
    Weer gaan we verder en zijn verbaasd dat hier eveneens een grote opgeblazen boog staat. Ook staan er tafels vol met groene shirtjes in diverse maten en flesjes water. Theo wordt nu opgewonden en gaat informeren. Hij hoort dat over een kwartier de lopers beneden van start gaan om boven te finishen! Wat een bof. Geen denken aan dat wij nu vertrekken. Had Theo het geweten, had hij meegedaan. Ik ben blij dat hij het niet wist.

    Lekker in het zonnetje wachten we op wat komen gaat. We weten nu dat het om een jaarlijkse studentenloop gaat. Om precies 19.00 uur begint de teller boven te lopen en na bijna negen minuten komt de koploper binnen. De afstand is niet veel, maar door het steile parcours zwaar. De laatste lopers komen bijna twintig minuten na de winnaar binnen. Al die tijd staan wij 100 meter voor de finish te klappen en aan te moedigen alsof het onze beste vrienden zijn. Ook topsport want er doen honderden studenten mee, en nee, ik overdrijf echt niet! We signaleren een klein aantal ouderen, docenten vermoeden wij. Veel reageren lachend of steken een duim omhoog als we voor ze klappen. Dat maakt onze lol natuurlijk groter.

    Na afloop staat het boven vol kakelende helden in het groen, ongetwijfeld druk met het uitwisselen van sterke anekdotes. Wij gaan voldaan naar de kabelbaan, terug naar beneden. Het is tegen 20.00 uur, tijd om te eten. Dat willen we doen in het oudste huis van de stad, waar ooit de eerste en oudste schrijver van Slovenie heeft gewoond.
    Het is nog steeds heerlijk weer zodat we buiten kunnen eten. We besluiten de avond met een wandeling naar gedeelte waar we nog nietzijn geweest en ontdekken een park en nieuw plein met wederom prachtige gebouwen. Vooral het universiteitsgebouw is indrukwekkend mooi. We blijven onze ogen uitkijken,zo mooi en schoon als de panden zijn. Nergens vieze zwarte aanslag in het oude gedeelte waar we zijn geweest.

    Tegen 10.00 uur zijn we terug in het hotel en spoelen onze smoezelige laag van de afgelopen 24 uur onder de douche af. Naar bed. Morgenochtend vroeg op voor ons vertrek naar Zagreb.

    Op weg naar Slovenië

    Als slimme backpackers maken we een valse start door ons met de rugzakken naar het station te laten rijden, zoonlief doet het graag. Het vertrek wordt nog aangenamer als lieve vrienden ons komen uitzwaaien. Ontroerend leuk! Blij stappen we in de trein naar Amsterdam en beloven zeker terug te komen.
    In Amsterdam benutten we het uur wachttijd goed. We wandelen door de winkeltunnels op het station, zo mooi als die zijn geworden, en drinken koffie in het Grand cafe op perron 2b. Een uur is dan niks.

    De city Night Line komt mooi op tijd binnen, onze wagon met slaapplaatsen bevindt zich helemaal voorin. Onze suite is, pak ‘m beet, 2×1.50 m. en bevat drie bedden boven elkaar! het hoogste, het kinderbed is opgeklapt, de andere twee zijn klaar voor gebruik. Verder bevat de slaapzaal een kastje met daarachter een wastafel, handdoeken, spiegel en bekertjes spoelwater. De ruimte is heel efficient uitgerust met bekerhouders, stopcontacten, een tafeltje en een zoldertje. Het voelt een beetje als treinkamperen. Je kont niet kunnen keren, maar o wat is het knus 🙂
    De slaapzakken proppen we in een hoek onder de wastafel, nadat we eerst de spullen voor de nacht eruit hebben gehaald.

    De conducteur klopt beleefd, checkt de papieren en zegt koffie te zullen brengen. Fijne service, al moet de koffie wel gewoon betaald worden.
    Wanneer we Amsterdam verlaten regent het. Het is nog ver naar Slovenië, het geeft nog geen betekenis aan onze vakantie.
    We kijken naar buiten en vermaken ons opperbest. Borrelnoten en een biertje maken het extra gezellig. Mijn wijntje en water laat ik in de flesjes, in de hoop mijn nachtelijke wandelingen naar de wc te beperken. Het werkt, slechts één keer hoef ik in mijn katoenen negligé de gang op. De wc’ s in de trein zijn over het algemeen geen frisse ruimtes. Dat is nu niet anders. Van de douche in dezelfde cabine ga ik ook zeker geen gebruik maken. Theo ook niet. We zijn wel ingeënt tegen van alles, maar nemen geen risico’s. We gooien er wel extra deodorant tegenaan.

    Tegen middernacht gaan we slapen of doen een poging. Ik ben wakker en vind dat helemaal niet erg. Het is heerlijk deinen, schommelen en schudden op de cadans van de trein. Ik geniet daarvan, wat je niet bewust doet als je slaapt. Ik dommel de nacht door en ben om half vijf klaarwakker. Theo bungelt met z’n benen buiten bed zodat ik vanaf het onderste bed tegen zijn kuiten en voeten aankijk. Het is warm. Ik draai me om zodat ik met mijn hoofd bij het raam kom te liggen, doe het schuifgordijn een stukje omhoog en kijk naar buiten waar het licht begint te worden. Tevreden lig ik zo. Een station. Stuttgart. Komt hier de Mercedes vandaan? Ik zie allemaal gebouwen met die naam erop. De tjd verstrijkt aangenaam.

    Om zes uur kleden we ons toonbaar aan voordat de conducteur om kwart over zes met een ontbijtje voor de deur staat. Hij dirigeert ons voor een moment naar de gang zodat hij in een handomdraai onze bedden wegmoffelt en er een uitstekende bank voor terug laat komen. Een tafeltje installeert hij gebruiksklaar. Direct haalt hij nog koffie en thee. In het ontbijtdoosje zitten drie broodjes, margarine, jam en leverkaas. Het laatste mieteren wij vegetariërs natuurlijk weg, de rest smaakt uitstekend. Het pakje jus d’orange verdwijnt in de rugzak.

    Precies op tijd stappen we rond 7.00 uur in München, een groot modern station, uit. We zien nauwelijks bewaking, dat verbaast ons toch wel. We lopen een rondje en gaan dan op een bankje zitten: mooi mensen kijken, dat verveelt nooit.
    Rond 8.00 uur stappen we in de trein die ons naar Villach in Oostenrijk moet brengen, daar moeten we overstappen. We hebben gereserveerde plaatsen, die helaas naast een vrijwel blinde wand zitten met nauwelijks een stukje raam om fijn door naar buiten te kijken. Dat vraagt om een grote mate van oplossingsgerichtheid. Als we zien dat de stoelen erachter niet gereserveerd zijn halen we de reserveringskaartjes uit de hoesjes en verplaatsen die naar het houdertje bij de gewenste plaatsen. Derest van de reis zitten we uitstekend en geen haan die ernaar kraait.

    Het is bewolkt, de omgeving wordt heuvelachtig en wanneer we tegen 10.00 uur de grens bij Salzburg passeren verschijnen de eerste bergen in de verte. Sneeuwtoppen zijn deels in nevelen gehuld. Het is een mooi gebied, soms kijken neer op diepe dalen met bescheiden dorpjes, andere momenten rijden we door een dal en kijken we tegen hoog oprijzende bergen op.
    Heel af en toe komt nu een matig zonnetje, dat dan wel weer snel verdwijnt.
    Tegen 13.00 uur stappen we in Villach over en warempel, er laten zich nu steeds grotere stukken blauw tussen de wolken zien, wat een bof! Dan rijdt de trein zeker tien minuten door een lange donkere tunnel. Waneer we daaruit komen is de lucht opnieuw zwaar van de bewolking. Blauw in de lucht? Geen vierkante centimeter…
    Met dat weer rijden we Slovenië binnen.

    De machinist houdt van toeteren, om de paar minuten maakt hij een bonk herrie. Voor wie? Voor wat? We komen er niet achter.
    Het houdt ons ook niet meer bezig, er verandert iets om ons hen.
    De lucht begint opnieuw blauw aan te lopen, de zon knokt de wolken opzij en laat zich zien en voelen.
    Wie had het kunnen denken, na de hele tocht in vooral grauw weer te hebben gereden, is het zomers in Ljubljana.
    We stappen uit, vinden onze vesten te warm en willen onze zonnebril…

    Klaar voor vertrek

    Vanavond vertrekken we voor een nieuwe twaalfdaagse treinreis die alle elementen in zich heeft om prachtig te worden.
    Met de nachtrein reizen we van Amsterdam naar München waar we met de dagtrein verder gaan naar Ljubljana. Daar is onze eerste hotelovernachting.
    Van Ljubljana gaan we naar Zagreb, Plitvice, Split en Dubrovnik. Vandaar met de nachtboot naar Bari. Daar stappen we opnieuw in de trein naar Rome en klimmen dan omhoog om via München en Amsterdam weer thuis in Noord-Holland te komen. We slapen in treinen, hotels en dus op een boot. Heerlijk gevarieerd dus!

    Kroatie 2

    Watervallen Plitvice. Gaan we bezoeken.

    Watervallen Plitvice.
    Gaan we bezoeken.

    In 1985 vierden Theo en ik vakantie in het voormalig Joegoslavië. Prachtig weer en mooie natuur. We verbleven in de buurt van het in 1979 door een aardbeving verwoeste Budva. Vanaf een hoog gelegen punt konden we het stadje zien. Het maakte indrukte door flarden van gordijntjes die nog wapperden en andere tekenen die wezen op vroegere bewoning. Ook ‘deden’ we een dagje Dubrovnik, fantastisch! Budva ligt nu in Montenegro en Dubrovnik in Kroatië. Een land wat ik als dusdanig nog nooit bezocht heb… Mooi om daar doorheen te reizen, zo’n dertig jaar later. Te komen in de omgeving waar wij een portret lieten maken, bedacht ik net.
    Ik snel naar zolder en verdomd…wat waren we nog jong 😉

    20160530_114350

    Gelukkig hebben we geen reden tot klagen! Met de rugzakken op onze stevige ruggen hebben we er ontzetten veel zin. Om te beginnen in onze ‘treinsuite’ vannacht voor twee personen. Niet in de reguliere zespersoons coupé, dat zag Theo niet zitten. Dus vooruit, we hebben ons dit extraatje gegund. Een blije man is een blije vrouw, is een grote kans op een blije vakantie. Zo simpel is het soms.

    Wat ik me ook kan herinneren dat we vrijwel alle dagen uit eten gingen omdat het spotgoedkoop was, zelfs voor mij. Een net afgestudeerde student zonder baan. Twee weken lang konden we kiezen tussen wortels en doperwten en sperziebonen. De beschikbare groente was bedroevend. En als je geen vlees bliefde was er geen alternatief, het was voornamelijk raar… Het woord vegetarisch moest daar nog uitgevonden worden.

    Het is de afwisseling en variatie in plaatsen en vervoer dat ons erg aanspreekt. Steeds nieuwe verwachtingen, nieuwsgierigheid, ontdekkingen avontuurtjes en al weten dat we met een hoop verhalen terugkomen. Dat kan niet anders.
    Leuk om daar opnieuw over te bloggen. Zo mijn hoofd te kunnen legen, waardoor ruimte ontstaat voor nieuwe ervaringen. Geniet lekker mee.

    Nog even de rugzak een laatste keer nalopen, vast weer te veel, ik ben niet zo van ruimte over. De korte en halflange broeken hebben de overhand door de goede temperaturen die we steeds op de weerkaart zien. En er mag slechts één jurk mee, de meest kreukvrije. Beperkte bagage kunnen meenemen leert wel kiezen, moet ik zeggen. Dat zeg ik volgens mij in elke blog. Juist pakken is een dingetje…
    Blij als we straks gaan en het dan gewoon moeten doen met wat we bij ons hebben.
    Mijn buik kriebelt al van de heerlijke opwinding 😉

    Let wel: bloggen onderweg doe ik op een tabletje. Correcties en foto’s invoeren is lastig, verdoe ik (uiteraard) geen tijd aan. Ik heb vakantie hè! Het opkrikken en verfraaien van teksten doe ik achteraf thuis.

    Bijna halverwege

    Als je eenmaal serieus bezig bent met 100-100-100 wordt de uitdaging steeds meer een leefgewoonte. Een regel die aansluit bij mijn wens het goed te doen. Op uiterst bescheiden schaal lever ik daarmee een bijdrage aan een beter milieu en daarmee aan de kwaliteit van leven. Ik voel namelijk wel degelijk verantwoordelijkheid voor een gezonde leefomgeving en dus het terugdringen van zaken die daar negatief op drukken. Het scheiden van afval is de meest simpele manier om een steentje bij te dragen.

    Maar als het scheiden van afval zo belangrijk is, waarom is er dan nog geen wettelijke verplichting om zoiets als een scheidingswijzer op verpakkingen te laten aanbrengen? Zodat duidelijk wordt wat waar moet? Zoals er allang op voedselverpakkingen moet staan welke ingrediënten het bevat en op rookwaren wat de gevaren voor de gezondheid zijn.
    Scheiden van afval wordt daarmee veel gemakkelijker gemaakt. Bovendien kunnen verplichte afvalwijzers een groter bewustzijn bevorderen. Denk ik. Vanuit onwetendheid en gemakzucht wordt nu veel ‘gewoon’ bij het restafval gegooid. En je hoeft geen psycholoog te zijn om te weten dat veel mensen voor het gemak kiezen. Dus maak het ze makkelijker wanneer je successen nastreeft.
    En zet bij die afvalwijzers op verpakkingen fotootjes van producten die van gerecycled afval zijn gemaakt. Dat stimuleert meer dan mensen uitnodigen om op een site te gaan kijken.

    Afvalwijzers moeten dan natuurlijk wel kloppen.
    Zo vind ik het slordig en storend dat bv op de rijstepap (lekker!) van de Melkunie staat dat de beker bij het plastic moet en het aluminium afdeklaagje bij het restval. Fout! Volgens de wat-moet-waar app van de HVC moet het bij het plastic. En wat te denken van de Melkan melkverpakking? Daar staat op dat de dop bij het plastic moet en het pak zelf bij de restverpakking. Dit werkt verwarring in de hand en als je iets niet moet willen.
    Het lijkt mij niet verkeerd als afvalverwerkingsbedrijven, fabrikanten en groene wetgevers eens met elkaar om tafel gaan zitten. Hier valt een hoop te winnen.

    Bij mij staat op het aanrecht een bakje waar verpakkingen in belanden waarvan we niet direct weten waar het moet of waar ik weer eens over twijfel.
    Op de wat-moet-waar app van het HVC zoek ik het later op. Ik heb daarvan een lijstje gemaakt dat ik aan de binnenkant van een keukenkastje heb geplakt. Zo maak ik het mijzelf en mijn huisgenoten gemakkelijker, bovendien wordt het geen bende op het aanrecht als het direct in de juiste bak gegooid kan worden.

    Dit staat er op mijn lijstje:
    – stof: restafval
    – walnoot: gft
    – deodorant spuitbus met vlammetje symbool: klein chemisch afval
    – deodorantroller van glas met plastic roller: glasbak
    – cd: restafval
    – aluminium afdeklaagje van margarine: plastic
    – aluminium afdeklaagje van toetjesbekers etc: plastic
    – foliedeksel van toetjesbekers etc.: plastic
    – papieren verpakking van pakjes boter of margarine: restafval
    – gebruikte papieren zakdoekjes: restafval
    – buitenverpakking beschuitrol: plastic
    – kaaskorstje met plastic eraan: restafval\
    – kaaskorstje zonder plastic: gft
    – soepverpakking: restafval
    – verpakking ontbijtkoek: plastic
    – vervuild papier: restafval

    Dit helpt ons om minder vaak te moeten bedenken: hoe zat het ook alweer?
    Zo wordt het scheiden van afval steeds meer een onderdeel van een normaal leefpatroon.
    Een prettig leven, welteverstaan 🙂

    Navelpluis

    ‘Als ik niks brandbaars kan vinden, gebruik ik navelpluis’.
    De survivaller op tv lacht terwijl hij bezig is met het maken van een kampvuur. Nu ben ik afgeleid. Wat is in godsnaam navelpluis? Manlief zegt het ook niet te weten.

    Gewoon een flauwe grap? Of heeft het te maken met navelstaarders? Zo gericht op eigen denkbeelden dat ze vergeten verder te kijken? Navelpluis zou dan het symbolische stof verbeelden dat weggeveegd moet worden om nieuwe ideeën toe te laten. Of toch nog iets anders? Nu wil ik het weten ook.
    Google toont me een behaarde mannennavel waarin een wollig bolletje zit. Gefascineerd lees ik mijn man voor dat er een soort van lichaamshaar is ontdekt dat stukjes pluis opvangt en in de navel trekt. Pluis uit ondergoed, ontstaan door wrijving met lichaamsbeharing. Het treft voornamelijk oudere mannen.

    Het blijft stil. Als ik opkijk staart mijn man me verbouwereerd aan.
    ‘Dat heb ik sinds kort ook’ stamelt hij.
    Ik kijk hem meelevend aan. Deze week moest hij ook al verwerken dat hij bij sportevenementen een leeftijdscategorie is opgeschoven. Het is teveel ineens.
    ‘Dat kan kloppen, oudere mannen hebben ruwere beharing.’ De laatste woorden spreek ik zo zwoel mogelijk uit. Dat helpt.
    ‘Een sexy probleem dus?’ Zijn handen strelen de plek waar zijn navel zit.
    Ik voel een vuurtje ontbranden.

    Week drie

    Opgetogen feliciteerde ik net mijn huisgenoten met het resultaat van deze week: slechts 470 gram restafval! Ongekend. Werd de afvalemmer uit de keuken in een nog niet zo ver verleden verschillende keren per week bevrijd van een uitpuilende pedaalemmerzak, nu was de zak nauwelijks half vol. Als je daarbij bedenkt dat die er vanaf vorige week zondag in zat… Kicken, en dat stimuleert. Juist het wegen van de diverse afvalstromen maakt bewuster, hoewel ik nu ook al weet dat ik het over tien weken beslist niet ga missen. Tegen die tijd zit het optimaal scheiden waarschijnlijk zo in ons systeem verankerd dat ook helemaal niet meer nodig is om er goed mee door te gaan.

    Deze week vond ik de pollvraag interessant: “wat zou jou motiveren om jouw afval nog beter te scheiden?” Uit de volgende vier antwoorden mocht gekozen worden:
    Als de afvalstofheffing daardoor omlaag gaat.
    Als ik meer zou weten over de positieve gevolgen voor het milieu.
    Als de opbrengst naar ‘n goed doel in mijn gemeente gaat.
    Als meer mensen om me heen dit ook zouden doen.

    Ik koos voor het laatste antwoord en was daarmee ver, ver in de minderheid. Van alle 100-100-100 deelnemers kiezen de meesten voor het eerste antwoord. In mijn gemeente Drechterland gaan de meeste deelnemers voor het tweede antwoord.
    Voor mij geldt dat milieu en samenleving belangrijk zijn. Lagere afvalstofheffing kan mij dus niet nóg meer stimuleren. Het is meegenomen, meer niet.
    Bij antwoord twee denk ik dát we al weten dat scheiden van afval goed is. Dat is al voldoende motivatie op zich.
    Maar hoe fijn zou het zijn als het voor nog meer mensen in mijn omgeving een vanzelfsprekendheid om afval te scheiden. Ik kan er dan wel in geloven, als ik zie hoeveel mensen achteloos van alles in verkeerde bakken gooien, voelt dat niet fijn.

    Is het zo dat iets inderdaad pas werkt als er financieel gewin te behalen valt? Of dat er een reputatie op het spel staat? Mijn man werkt bij een grote bank die duurzaamheid nastreeft: op elke afdeling staan vijf aan elkaar gekoppelde bakken, voor plastic, gft, papier, restafval en voor bekers.
    Milieu en duurzaamheid zijn goed verkopende begrippen.
    Ik werk in de zorg en ken binnen de organisatie waarvoor ik werk geen beleid, elke afdeling moet dat zelf weten/bepalen. Er wordt daardoor veel niet goed/willekeurig gescheiden. ook op de locatie waar ik werk. Gelukkig zijn collega’s het met eens dat we daarin kunnen en moeten verbeteren.
    Toch hoor ik het ook van andere organisaties in de zorg: veel afval belandt op een hoop. Commerciële bedrijven lijken het beter voor elkaar te hebben.

    Dat ik met mijn antwoord in de minderheid ben, zegt trouwens niet zo heel veel. Van de 90 deelnemers in Drechterland hebben er slechts 41 een stem uitgebracht.Van alle 3475 deelnemers hebben ruim 1600 deelnemers aan de poll meegedaan. In beide gevallen ongeveer de helft dus.
    Wat mij opvalt en ik zelfs teleurstellend vind is het grote aantal dat nog niets met hun deelname heeft gedaan, afgaande op de nul punten die ze hebben vergaard. Waarom doe je dan mee, vraag ik me af.
    Drechterland neemt binnen de deelnemende gemeenten een uniek positie in door met minder dan 100 mensen mee te doen, zoals gezegd 90. Van die 90 heeft 24 geen enkele punt. Triest toch, na drieënhalve week?
    Een dochter van mij doet namens de gemeente Stede Broec mee, daar is het fenomeen zichtbaar van 120 enthousiastelingen (?) die zich spontaan aanmeldden, waarvan 49 (nog) op nul staan. De topscoorders hebben 186 punten. Voor een goed vergelijk.

    Zoals aangegeven in de poll, voor mij zou 100-100-100 nog leuker worden als iedereen die zich heeft aangemeld ook echt zou meedoen.

    Week twee

    Hoewel ik vind dat we aardig bezig zijn met het scheiden van afval, zie ik hoe we verbeteren. Het scheiden van het kleine gft afval maakte ik al makkelijker door op het aanrecht een bakje te plaatsen. Dat hielp mij, maar zeker ook mijn zoon om de schillen, eierschalen etc. daar te gooien waar het hoort. De pedaalemmer was altijd dichterbij dan de groene container. Toch was het bakje niet ideaal, te klein, wat vaker legen = vaker wegen betekent. Omdat ik ook graag het gemak zoek heb ik een een grotere afvalemmer, met honderd procent afbreekbare plastic zak, naast de gewone gezet. Niet echt een fraai gezicht, dus dat ga ik nog netter oplossen. Voor nu voldoet het.

    Wat ging deze week fout? Het aluminiumfolie! Zonder enige twijfel dacht ik er goed aan te doen om het bij het restafval te gooien. Tot ik het deze week op de ‘wat moet waar’ opzocht. Bij het plastic dus. En zo leer ik steeds weer bij…

    Meedoen aan 100-100-100 betekent dat het scheiden van afval vaker een onderwerp van gesprek is, en dat levert bijzondere informatie op.

    Zo hoorde ik dat de voetbalclub Spirit geen (voorheen) plastic zakken en (nu) geen oranje container verstrekt wordt.
    ‘Huh?’ Reageerde ik, denkende dat ik het niet goed verstaan had.
    ‘Omdat de vereniging als een bedrijf aangemerkt wordt en dan moeten ze betalen voor de zakken/ container en het ophalen ervan’

    Niet alleen voor Spirit, ook voor andere verenigingen geldt dit.

    Een bedrijf?
    Spirit is toch een vereniging?

    Even naar google:
    Wat is een bedrijf:
    “Een bedrijf is een organisatie van arbeid en kapitaal. Een bedrijf dat gericht is op het maken van winst wordt veelal een onderneming genoemd. Een bedrijf dat tastbare producten maakt wordt ook wel een fabrikant genoemd.”

    Precies, dat dacht ik ook.

    “Een vereniging is een organisatie die leden kent en bepaalde doelen nastreeft. Leden betalen contributie en kiezen zelf een bestuur. Denk maar aan een hardloopvereniging en een plaatselijk fanfarekorps. Een vereniging is een rechtspersoon. Zonder winstoogmerk.”

    Juist!

    Aan mij is niet uit te leggen dat een vereniging, want Spirit is natuurlijk niet de enige, moet betalen om het plastic in te zamelen en op te laten halen.
    Spirit met ruim 500 leden haalt ongeveer vier volle zakken plastic per week op. Ingezameld door milieubewuste leden die niet kunnen aanzien dat het plastic (en blik) bij het restafval terechtkomt. Dus bestelden zij op naam van opa’s en oma’s in verzorgingshuizen plastic zakken bij HVC, vulden die bij Spirit en zetten ze vervolgens bij het eigen plastic aan de weg. Tegenwoordig geleegd in de eigen plastic container, dat laatste wordt lastiger omdat de containers vaak al tot de rand gevuld zijn met het eigen plastic en blikken afval.

    Gek: een beetje vereniging moet alle zeilen met activiteiten bijzetten om voldoende geld in de kas te houden voor het draaiende houden van de club.
    Allemaal komen ze wel een keer langs met de Jantje Beton loten, De loten van de Grote Club actie, halen lege flessen of donaties op.
    Verenigingen, clubs, super belangrijk voor het ontwikkelen van gemeenschapszin. Geen dorp, geen stad kan zonder. Misschien is het al eens bewezen, maar ik ben ervan overtuigd dat in een gemeenschap waarin verenigingen grote betekenis hebben, gemeenten een helpende financiële hand helpen waar nodig is.
    Komt bij dat, zeker bij verenigingen met veel jeugdleden, de voorbeeldfunctie zwaar mag meewegen. Belangrijk om ze (ook, hoop ik) buitenshuis te leren dat het scheiden van afval vanzelfsprekend is.

    Of is het HVC die heeft bepaald dat een vereniging een bedrijf is? Zou het dan niet fantastisch zijn als ze eens met een nieuwe blik naar hun doelstelling en maatschappelijke verantwoordelijkheid kijken. Voor mijn part in overleg met de gemeente.

    Een groot compliment aan alle vrijwilligers die zich een plastic bult lopen omdat ze niet alleen het scheiden van afval van groot belang vinden, maar ook de verenigingskosten laag willen houden. Topclubs!

    Pagina 2 of 10

    Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén