Sevilla

Vandaag vroeg aan het ontbijt om tijdig in het oude Sevilla te zijn waar we willen starten met het bezoek aan het Alcázar, gebouwd door de Romeinen in de derde eeuw als fort. Om de hoek van het hotel bevindt zich het metrostation waar een supervriendelijke medewerker ons wijst op de mogelijkheid een vierpersoons retourkaart te kopen. Veel goedkoper dan vier aparte kaartjes. De metro brengt ons in iets meer dan tien minuten naar het centrum.
Vanaf dat moment lopen we alleen maar te genieten. Waar we beginnen zijn de wegen breed en de gebouwen gelijk al prachtig. Op het plein waar de entree is voor het Alcázar hebben we een schitterend uitzicht op de Santa Maria kathedraal, een van de grootste kerken ter wereld. Op het grote plein rijden geen auto’s, een verademing. Hier lijkt wel doorgedrongen te zijn dat een stad aan aantrekkelijkheid en toegankelijkheid wint als je het autoverkeer beperkt. Daar zijn die oude steden niet op gebouwd.

Hoe vroeg we ook zijn, we moeten in de rij staan, het Alcázar is een grote toeristische trekpleister. Het wachten is niet erg. Er is genoeg te zien. De prachtige gebouwen om ons heen, de vele koetsjes met paarden ervoor. Het giert ervan in de stad. Of de mensen in de rij, zoals een jong bruidspaar met hun fotograaf en hulpje, zij moeten gewoon in de wachtrij staan om binnen te kunnen en foto’s op een bijzondere locatie te maken. Om binnen te komen moet de bagage door een scanapparaat en wij door een detectiepoort. Ach ja, we snappen het wel. Een kaartje kost €9,50. Dat vinden we goedkoop, zeker als je bedenkt dat kerken hier niet gratis toegankelijk zijn. Een beetje kerk vraagt als snel €5,- p.p.
Het Alcázar is prachtig. Door branden verwoest en steeds weer herbouwd. Het heeft gediend als fort, paleis, Arabische vesting, was een militair bolwerk van christenen… de muren zouden geweldige verhalen kunnen vertellen als…

Het huidige gebouw is een reconstructie van het kasteel zoals het gebouwd werd door Karel de vijfde.
Veel ruimtes, van vloer tot plafond, zijn voorzien van de mooiste mozaïektegeltjes. Van eerste kamer, die ooit een justitiële functie had, heeft het stenen plafond en delen van de wand de uitstraling van kantwerk. Maar dan van steen dus. Allemaal verschillende bij elkaar passende motiefjes. Fantastisch om te zien. We lopen van de een naar de ander ruimte, overal vergapen we ons en maken talrijke foto’s van wanden, plafonds, deuren, vloeren: alles is geweldig. Goed onderhouden en/of gerenoveerd. Daarnaast passeren we de mooiste doorkijkjes. Omdat het Alcázar ontzettend groot is valt het enorme aantal bezoekers mee. Het verspreidt zich goed en probleemloos kan alles goed gezien worden zonder ‘last’ van elkaar te hebben.
Ondertussen loopt de temperatuur op. We zijn blij als we binnen of buiten in de schaduw kunnen staan.
We onderbreken onze tocht van verwondering en bewondering en zoeken buiten een terrasje in de schaduw op voor een heerlijk bakje cafeïne. We hebben een heerlijk plekje in een verrukkelijk groen hoekje van de tuin. Genieten in alle rust, we kunnen het.
We wandelen door de tuinen met fonteintjes en groene hagen, langs het paviljoen waar Karel de vijfde trouwde.
Ruim drie uur later verlaten we Alcázar, zeer voldaan. Ga je naar Sevilla, dan is dit een gouden tip.

Door de mooie verkeersarme straat lopen we verder naar het Spaanse paleis. Wauw, geweldig! Wat is dat mooi. Alles maakt indruk. De bruggen, het plein, het water. Alles is ‘af’. We kijken onze ogen uit.
Opnieuw wordt het vanmiddag bloedheet, maar het is zo, zo schitterend om te zien dat we de hitte weerstaan, We willen alles zien. Voorlangs het Spaanse paleis zijn stenen nisjes en elk daarvan is gewijd aan een Spaanse provincie. Veel Spanjaarden laten zich fotograferen in de nis van de eigen provincie. Het is vandaag erg rustig. Laten we raden waarom…

Wanneer we alles van binnen en van buiten gezien hebben slepen we ons voor de verandering weer eens naar een terras. Dat valt niet mee, alle fijne plekken in de schaduw zijn bezet, maar als barbecue vlees in de hete zon gebraad te worden is geen optie. We zoeken verder en vinden. Op een smal trottoir waar de tafeltjes in een lange rij achter elkaar zijn opgesteld ploffen we neer op fragiele stoeltjes. Niet de beste plek door het wandelend publiek. Gehandicapten lopen langs en bedelen om geld en ogenschijnlijk gezonde mannen proberen prullaria te verkopen. Het voelt niet fijn om te negeren, toch doen we het. Zelfs een moeder passeert met haar kind op de arm, haar hand ophoudend terwijl ze ons ongegeneerd en stralend aankijkt.
De ijsthee en het bier is zo verfrissend, heerlijk. Met bevrijde voeten uit warme gympen komen we weer helemaal bij.
Uitgerust wandelen we door de wijk Santa Cruz, een heel gezellig wijk met leuke straatjes, winkeltjes, terrasjes en gebouwen. Het is echt een plezier om hier te wandelen. Opvallend is de aparte zonwering die boven veel straten is opgehangen. Het geeft de straten een intiemere sfeer.

We genieten van alles wat we zien tot het moment komt dat het genoeg is geweest. Het is nu bloedheet, we zijn er klaar mee. We duiken een Mc Donald in en gaan aan de Mc Flurry’s en milkshakes. Willen we nog iets zien? Nee. Vooral Jos en ik hebben het gehad. Van Theo is bekend dat hij goed tegen de hitte kan, ook Gerda lijkt er minder last van te hebben. Het is half zes en 36 graden. We besluiten terug te gaan naar het hotel met airco voor een late siësta. We stappen naast de Mc Donald de metro in kunnen vlakbij het hotel uitstappen. Dat is mazzel hebben.
Om half negen durven we het koele hotel te verlaten om een hapje te eten op het terras van gisteravond. De temperatuur is aangenaam en nog altijd ruim boven de 20 graden. Een verademing. We sluiten de avond af met een relaxte wandeling naar het hotel en een drankje bij Jos en Gerda op de kamer.