Sevilla-Granada

Prima geslapen, ondanks dat de airco het niet doet. Gelukkig kan het raam open waardoor de verkoelende nachtlucht voor een prettige slaapkamertemperatuur zorgt.
Tijdens het ontbijt vertellen Jos en Gerda over het ruziënde stel in de slaapkamer naast hen. Woordelijk konden ze volgen waar ze onenigheid over hadden. De man en vrouw zitten ook in de ontbijtzaal en aan de gezichten te zien hebben ze het vannacht niet goed gevreeën. We hopen dat de spanning wegtrekt en hun vakantie niet verziekt.
Het paar maakt dezelfde rondreis per auto als wij hebben we opgemerkt. Bij de aankomst op het vliegveld van Malaga wisten we het natuurlijk nog niet, maar een paar hotels verder zagen we mensen die we van vorige hotels herkennen. We beginnen grapjes over de leden van ‘onze’ groep te maken. Die en die zijn er nog niet, moeten we dat niet kenbaar maken. Ja, wij vermaken ons wel.
Voor het verlaten van het hotel glip ik even weg naar het zwembad achter het hotel. De anderen redden het inladen van de koffers ook wel zonder mij. De reviews waren matig. Over het gehele hotel en de omgeving trouwens. Een snelle blik laat zien dat het zwembad klein maar schoon lijkt. De onaantrekkelijkheid van het zwembad zit vooral in het lelijke, gescheurde beton met rommelig, verwaarloosd groen. De paar stoelen die er staan nodigen dus niet uit om er te gaan zitten. Om er te komen moest ik trouwens langs de wasserette van het hotel met stapels schoon en bergen vies linnengoed.

De route naar Granada is prachtig. Granada ligt aan de voet van de Sierra Nevada, een gebergte in Andalusië. Het is het tweede grootste gebergte van West-Europa. We rijden door heuvelachtig gebied en zien vooral olijfgaarden zo ver je kan kijken.
We rijden de rit van ongeveer 150 km in een ruk zodat we alle tijd in Granada hebben. Tegen 12.00 uur bereiken we de bestemming, na eerst het hotel voorbij gereden te zijn. Het stond eerder langs de weg dan verwacht.
Om 14.00 uur kunnen we inchecken, geen punt. De bedoeling is om direct de bus naar het centrum van Granada te pakken om daar het eerste moois te bezichtigen.

We melden ons in het hotel en krijgen het beste welkom tot nu toe. Het meisje aan de balie haalt direct een plattegrond tevoorschijn en vertelt waar we zijn en hoe we waar kunnen komen. De bus is de beste optie vindt zij ook en print de dienstregeling voor ons uit.
Als we het vriendelijke meisje vertellen dat we morgenochtend vroeg naar het Alhambra willen, concludeert ze direct dat we dan niet het ontbijt in het hotel kunnen gebruiken en stelt voor dat ze ontbijtpakketten klaarmaakt. Fantastisch.
Zeer te spreken over deze ontvangst nemen we een kopje koffie en stappen naar buiten, de vandaag opnieuw brandende zon in. De bus komt met tien minuten volgens de dienstregeling…

Dus niet. We wachten, voelen ons vlees dichtschroeien door de hitte en smeren ons uitgebreid in. Het versnelt de aankomst van de bus, denken we. Voor de honderdste keer loopt een van ons naar de rand van de weg in de hoop de inmiddels net zo vervloekte als gewenste bus te zien.
De hoop smelt weg, toch blijven we wachten en wachten op een smal plekje in de schaduw onder een boom. Eerder hadden we besloten dat met de auto gaan geen goed idee was vanwege het beroerde parkeren volgens de reviews en het vriendelijk meisje van zojuist. Diezelfde reviews waren trouwens ook niet de spreken over de busdienstregeling. De rest van de dag bij het hotel rondhangen vinden we echter het slechtste idee. Bovendien, zal je zien, gaan we weg komt de bus, dus, nee… zie je de bus al?

We vermaken ons met flauwekul, dat is het beste wanneer chagrijnigheid op de loer ligt. Hoewel ik vermoed dat ergens een camera hangt die filmt hoe wij met deze situatie omgaan en of wij niet frustraties op elkaar of het bushokje afreageren. Ons vangen ze niet. Na een uur komt een kleine bus, juichend stappen we in om na 25 minuten in het centrum van Granada uit te stappen.
Om te bepalen welke kant we op moeten raadplegen Jos en The de gps, Gerda en ik kijken om ons heen en zien direct de oude poort en oude kasseien van een omhooggaande weg. De route naar het uitzichtpunt in het oude centrum, stellen wij tevreden. De mannen houden zich liever aan de gps en de erbij gehaalde kaart. Conclusie is hetzelfde. Nee, ik zucht niet.

De tocht naar boven is vrij steil, maar niet lang, gelukkig kunnen we door de behuizing aan beide kanten over en schaduwstrook lopen. Het is rustig, andere wandelaars komen we niet tegen. Zonder te praten ploegen we ons naar boven waar we plots op een plein staan met veel bedrijvigheid en een aangename sfeer. Leuk! Wat gaan we doen, hier wat drinken of doorlopen naar het uitzichtpunt? We doen het laatste. Ook dat is maar een klein stukje.
Het punt waar we dan uitkomen bruist van nog meer gezelligheid. Het plein is niet groot, maar er staan barretjes, er is muziek en we zien mannen en vrouwen met kleedjes waarop sieraden en portemonnees voor de verkoop.
En niet te vergeten het fantastische, geweldig mooie uitzicht op het Alhambra waar we morgen naartoe gaan. We hoeven niet te overleggen om te weten dat we hier een tijdje blijven. Zeker als we een podium zien en een groep
vrouwen in flamencokleding die zich duidelijk gereed maakt voor een optreden. De mannen nemen een biertje, Gerda en ik houden het op water. Niet in het minst omdat ik denk dat alcohol en deze temperaturen geen goede combinatie voor mij zij. Beter is om wat te eten, het loopt tegen 14.00 uur en het ontbijt is een hotel geleden. Op de heenweg zag ik een bakker en ik werp me op om de kudde van voedsel te voorzien. Of toch nog even wachten? De dansgroep lijkt nu echt klaar te staan.
Wanneer de danseressen zich vervolgens tussen het publiek gaan mengen en er een aan het bier gaat grijp ik mijn kans en sprint naar de bakker. De broodjeszaak die ik eerder spotte blijkt eerder een gebakszaak. Ik kies twee verschillende, twee met chocola en twee met pudding. De verkoopster legt alles zorgvuldig op een aluminium serveerblaadje in een doos die met rood lint wordt verpakt.
Bij terugkomst zijn de danseressen nog steeds niet begonnen en wordt het voedselpakket verwachtingsvol uitgepakt. Met smaak wordt de gebaklunch opgegeten.

Theo hoort bij de bar zeggen dat het optreden om half drie begint. Dat is bijna. We zitten op de stenen muur vanwaar we het mooiste uitzicht achter ons hebben op het Alhambra. Het staat op een top en daarvoor zien we het groen in de dalen en het rotsachtig gebergte erom heen. Hier en daar kronkelen weggetjes en zien we huizen. Het is zo mooi.
Ondertussen gaan de danseressen op het plein voor en op het muurtje naast ons duizend keer op de foto. Het schiet niet op. Het wordt drie uur, half vier. Ik stap op een van de danseressen af. Hoe laat? Er wordt overlegd. Over tien minuten krijg ik als antwoord. Het wordt vier uur, half vijf. We merken onrust op. De techniek die eindelijk op het podium bezig was, stopt ermee. Er wordt gepraat waarbij de onverstaanbare klanken vertaald worden in lichaamstaal en expressie, er is onenigheid. We gaan.

We verlaten het plein aan de tegenovergestelde kant dan vanwaar we gekomen zijn. Die wandeltocht die dan volgt is prachtig. We passeren diverse punten met machtig uitzicht op het Alhambra en de stil makende natuur. Schitterende huizen met mooie terrassen en fraai betegelde muurtjes of trappen langs weggetjes die ons slecht bereikbaar lijken. We zijn praktisch denkende Hollanders. Hoe warm het ook is, we genieten hier alle vier zo van. Fijn is dat we onderweg bij een kraantje de waterflesjes kunnen vullen, want zonder kan echt niet.
Langzaam maar zeker dalen we af en komen weer in het centrum van Granada waar we op zoek gaan naar een gezellig terras. Dan opeens ontwaren we prachtig geklede mensen op een kerkplein. Een bruiloft? Nieuwsgierig blijven we staan en zien steeds meer vrouwen in verrukkelijke jurken en verrukkelijke mannen in smaakvolle pakken. Heel wat anders dan onze korte broeken, lompe wandelschoenen, zweterige shirtjes en op het hoofd plakkend haar. De mannen en vrouwen in politie uniform laten ons concluderen dat er een politieman of -vrouw gaat trouwen. Dat spreekt vooral Gerda tot de verbeelding, als hun politiezoon misschien ooit… we gaan.

Mazzelaars als we zijn kunnen we een plekje op een schitterend gelegen terras bemachtigen, met uitzicht op oude stadsdelen en een sfeervolle, goed bij de omgeving passende winkel- uitgaansstraat.
Naast het terras pakt een jonge saxofonist zijn spullen uit en begint te spelen. Zo goed en mooi.
Hier kunnen we uren zitten, zeker als er bij de drankjes gratis hapjes geserveerd worden. Als we dan toch eindelijk verder gaan treffen we bij meerdere kerken meerder bruidsparen aan met mooi geklede gasten. Is het de dag van het trouwen of zo? En op zaterdag, dat gebeurt bij ‘ons’ niet, denk ik. Misschien is dat achterhaalde kennis. Geen idee.
Minder smaakvol is de groep vrouwen die we tegenkomen met bh’s over hun hoofd en inlegkruisjes op hun rug geplakt. Ongetwijfeld een vrijgezellenpartij, wel met een apart gevoel voor ludiek.

Door het prachtige Granada gaan we verder, straatje in, straatje uit, overal is wat te zien. Al kriskras lopend komen we terug bij de busplek. Spannend, gaat er echt een bus terug of zullen we verslagen een taxi terug naar het hotel moeten nemen? Omdat we de busdienstregeling niet meer blind geloven vragen we het aan een taxichauffeur. Stellig zegt hij dat de bus over tien minuten komt en wijst naar de plek vanwaar die zal vertrekken. Hij voegt eraan toe dat het geen grote bus is.
‘Als die bus er met tien minuten op, eet ik mijn rugzak op,’ zegt Jos, de alleseter. Het is niet nodig, na een half uur is de bus er nog niet. Weer is het grote wachten begonnen. Waarop?
Als ik aan het eind van de weg een bus zie stoppen ga ik ernaar toe, misschien weet die man meer. De chauffeur spreekt geen Engels, een passagier wel en zij komt helpen. Zo horen we dat de bus niet hier, maar twee straten verder vertrekt. Over tien minuten. IK draaf terug naar de anderen en breng de boel in beweging. Of het zo is? We moeten wat.
De informatie klopt. Precies op tijd komt de bus, gehaald dankzij de hulp van een gewone reizigster. De ene chauffeur zei maar wat, de ander sprak geen Engels.

Opgelucht nemen we plaats in de bus. Bij het instappen hebben we de chauffeur uitgelegd naar welk hotel we moeten. Hij kent het en zal ons een seintje geven als we eruit moeten. Heel vriendelijk. Alleen hij vergeet het, als we door krijgen is het te laat. We moeten nu een stuk omlopen en het is donker geworden. We verbazen ons nergens meer over, hebben vandaag een allergie tegen Spaanse bussen opgelopen en ons ontwikkeld tot voorbeeldige wachters. Niet ten onder gegaan aan irritaties en frustraties. Met ons lontje zit het goed.

Rond half negen zijn we bij het hotel en checken in, halen de bagage uit de kofferbak en nemen een half uur de tijd om ons op te frissen voor we gaan eten. De maaltijd is heerlijk, het smaakt me zo goed. Eenvoudig, maar het lekkerste en meest smaakvolle vegetarische wat ik tot nu toe gegeten heb. Dat het restaurant van het hotel, ook toegankelijk voor niet-gasten, een uitstraling heeft die aan een snackbar laat denken, doet daar niets aan af. De anderen zijn net zo te spreken over hun bestelling als ik.
Verzadigd en tevreden gaan we naar bed. Morgenochtend vertrekken we om half acht naar het Alhambra.