Sevilla-Córduba – Andújar

Het uit de kluiten gewassen hotel heeft een ontbijt waarbij kwaliteit met kleine letters mag worden. Eerlijk zijn is niet altijd klagen. Dus mag ik zeggen dat de koffie slap is en de jus d’orange niet meer dan water met een kleurtje is. Dat op zich is al treurig, het wordt erger: er staat geen yoghurt. Een hotel zonder yoghurt, onbestaanbaar. Ze zijn het vast vergeten, dus ik vraag er vriendelijk naar. Direct snelt iemand naar achteren, komt terug met een mandje Yoghurtpakjes en vraagt mijn reisgenoten of die ook blieven. Er zijn twee liefhebbers. Het mandje vindt zijn weg naar het buffet. Cruesli en Muesli is matig aanwezig, maar ik ben allang blij. Yoghurt en ik ontbijten al jaren samen.
Hoewel onze kamers sfeervol ogen, ‘rammelt’ er her en der wat. De lounge beneden in het hotel is verouderd. Desondanks hebben we een prima verblijf gehad en liggen de bedden gelukkig uitstekend.

De autorit van vandaag is 225 km, van Sevilla naar Andújar, en gaan we in twee etappes rijden. Halverwege willen we in Córdoba stoppen om daar de Mezquita te gaan bekijken. Over de autoweg gaat het snel en rond de middag komen we bij de stad aan. Alleen nog even parkeergarage zoeken. De tomtom begint een spelletje te spelen. Door de meest waanzinnig smalle straatjes en steegjes worden we geleid. Wel mooi, maar nauwelijks te doen en ongewenst. Gênant wordt het als we door een auto brede straat rijden waar twee schilders hoog op hun ladders aan het werk zijn. Zonder een vloek of zucht, denken wij, dalen de mannen van hun ladders, en duwen zich daarmee plat tegen de zijmuur zodat wij kunnen doorrijden. We steken als bedankje onze hand op, dat is toch wel het minste.

Eindelijk vinden we de prima parkeergarage. Opgelucht zetten we de auto neer, zoeken onze weg naar buiten en het eerste terrasje.
Laat ik de rode draad eens noemen: het is weer heul warm, we zijn de dertig graden ruimschoots gepasseerd. We drinken een echte lekker cafeïnebak en kunnen de wereld weer aan. En natuurlijk wordt een wc bezoek niet vergeten. Wat opvalt bij de Spaanse toiletten die we bezocht hebben, en dat zijn er veel, is dat de toiletrol niet dichtbij de pot hangt. De meest onhandige capriolen moeten uitgehaald worden om een paar blaadjes onmisbaar papier te scoren. Waarschijnlijk gaan de veel kleinere Spanjaarden eerst papier pakken en zich dan op of rond de pot settelen. Wij moeten het gewoon slimmer aanpakken willen we onze arm niet verrekken of het risico lopen dat het in onze ruggen schiet. Wc bezoek kan zomaar een medisch risico vormen.

De gps gaat aan en wij lopen erachter aan. Dat gaat gesmeerd, behalve dat we een ingang niet voor een ingang aan zien en onnodig omlopen.
Voor de Mezquita is een plein met bomen. De bomen zijn onderling verbonden met een soort geultjes. Een vernuftig systeem om het groen van water te voorzien. Als Theo in de rij voor de kaartjes staat, wachten wij in de schaduw, de zon moet vermeden worden.
Mezquita is Spaans en staat voor moskee, wat verwijst naar de functie van het gebouw voordat het een kathedraal werd. De Mezquita, staat op de Unesco werelderfgoedlijst en was toentertijd de twee na grootste moskee na Mekka. In de Mezquita was plaats voor twintigduizend gelovigen.
De bouw startte in de achtste eeuw en omdat iedere Islamitische heerser een stukje liet bijbouwen werd de moskee steeds groter. Na de herovering op de Moren werd in de 16e eeuw in opdracht van Karel V in het midden van de moskee een kathedraal gebouwd die twee keer zo hoog is als de moskee.
Oorspronkelijk stonden er 1200 zuilen in de gebedsruimte, voor het bouwen van de kathedraal werden er 400 verwijderd.
Een leuk weetje: Het gebouw liet een diepe indruk na bij de kunstenaar Escher. De invloed van de Mezquita op zijn werk is goed zichtbaar. Het Eschermuseum in Den Haag stond al op mijn wensenlijstje, nu met een stip erbij.

Direct na binnenkomst worden we al geconfronteerd met talrijke zuilen in een gigantische ruimte. Het is kolossaal, indrukwekkend en prachtig. Met een geweldig oog voor detail is er overal van alles te zien. Imponerend. Misschien is dat wat me een naar onbehaaglijk, zelfs boos gevoel geeft. Zoveel kerken en kathedralen heb ik al bezocht, maar nu overvalt het me. Het is lastig te genieten van het moois door gedachten aan hoewel levens de bouw gekost moet hebben. Misbruik van goedgelovige, goedkope arbeidskrachten zonder Arbo of vakbond achter zich. Het machtsvertoon waarmee ieder leider zijn persoonlijke stempel wilde drukken. Het heeft toch allemaal niets met geloven te maken. Het is een prachtig gebouw, laat dat duidelijk zijn, maar bevestigd zo mijn overtuiging om niet geloof gebonden te willen zijn. De toestand in de wereld speelt me misschien ook parten. Of de dagelijkse hitte, hoewel het hier binnen heerlijk koel is. Ik ben even mijzelf niet of juist wel. ik voel me enigszins verward en wat verdrietig.

Na dit, in meerdere opzichten dus, bijzondere bezoek, gaan we een hapje eten. Binnen, buiten is het niet te harden. Ik heb geen trek, wil alleen een stuk cheesecake en koffie, terwijl de anderen pasta naar binnen werken. Het kleine, intieme restaurant heeft aspecten van de Mezquita in het interieur verwerkt. De kleuren, de zuilen. Het is leuk gedaan. Als er dan ook nog een buiten proporties, zeker twee meter, mooie lange Spanjaard werkt, knap ik gauw weer op.

We wandelen door de prachtige, leuke en sfeervolle smalle straatjes in de Barrio de Juderia, een vroegere Joodse wijk. Om ons heen horen we nu veel onze moederstaal, het giert van de Nederlanders. Daarmee klopt de informatie in ons reisboek: het is er erg toeristisch.
Theo wil heel graag een speciale brug met wachttoren zien, dus dat doen we en daar krijgen we geen spijt van. Vlakbij de Mezquita ligt de brug Puente Romano over de rivier Guadalquivier. Aan het eind van de brug staat de wachttoren Torre de la Calahorre. Deze is gebouwd om de brug en de rivierhaven te beschermen. Het is werkelijk een plaatje. Natuurlijk lopen we eroverheen, onderweg af en toe hangend over de brugleuning, kijkend naar het stromend water en het groen langs de kanten. Her en der zien we, deels verscholen in de beplanting, stenen restanten van wat ooit een functioneel onderdeel van deze omgeving was. Eigenlijk lijken we wel gek dat we de lange brug op en neer lopen. Het is bloedheet op deze dag die de 39 graden gaat halen. In die hitte speelt langs de kant op de brug een accordeonist. In een razend tempo speelt hij zijn repertoire en voortdurend lijkt hij nog meer te versnellen. In combinatie met de temperatuur moordend. En waarvoor? Er loopt nauwelijks publiek over de brug.

Terug bij het beginpunt van de brug lopen we naar de auto. Voordat we de 75 km naar ons hotel in Andújar rijden willen we eerst wat drinken. We stappen op een horecagelegenheid tegenover de parkeergarage af en worden aangenaam verrast. Eenmaal binnen merken we dat we ons in een grote kas bevinden met diverse barretjes en eettentjes. Heel sfeervol ingericht met rekjes, plankjes en wandjes met planten. Door de aanwezigheid van een watervernevelaar is het fris groen en heerlijk verblijven. We sluiten Córduba leuk af.

De resterende afstand leggen we snel af in de auto met onvolprezen airco. Had ik al gezegd dat we die achterin apart kunnen regelen van wat ze voorin wensen? Een prettige luxe.
We vinden het hotel direct en checken in. Het hotel heeft een overwegend houten, gedateerde inrichting, maar wel netjes en schoon. Na ons opgefrist te hebben gaan we weer naar buiten om te kijken in wat voor plaatsje we ons bevinden. Lukraak lopen we een kant op en bemerken dat we ons op een soort van industrieterrein bevinden. Nergens woningbouw. De behoefte om iets te drinken komt weer eens ter sprake. We zien een terras wat echter niet uitnodigend lonkt door de bende tussen de tafeltjes op de grond. Een personeelslid loopt er keurig gekleed tussendoor. Omdat er niets anders is, gaan we aan het tafeltje zitten dat het netst oogt. Theo en Jos zijn al binnen voor de bestelling als Gerda en ik het eens zijn dat wij liever toch nog verder willen kijken voor iets beters. Als wij naar binnen lopen is de bestelling al opgenomen, we zijn te laat, wel kunnen we dan zien dat het binnen op de grond voor de verkoopbalie ook een ongelooflijke bende is. Ik geloof niet dat ik eerder ooit zo’n bende in een horecagelegenheid heb meegemaakt. Daarbij ben ik stomverbaasd over Theo en Jos die zich daardoor niet van een bestelling hebben laten afhouden. Beiden houden van netjes en schoon. Gerda begrijpt het eveneens niet helemaal. Rare mannen…

In de hoop dat we niets hebben opgelopen zetten we koers naar de Carrefour, een supergrote zaak waar werkelijk van alles te koop is. Van flatscreens tot auto onderdelen. Van koek tot babykleertjes. Jos en Gerda kenden het al, Theo en ik kijken onze ogen uit.
Omdat er verder niets te beleven valt en het donker begint te worden keren we terug naar het hotel voor het avondeten wat ervoor mij uitziet als een tosti. Het is het gemakkelijkste en scheelt gedoe met uitleggen wat vegetariërs zijn.
Na de maaltijd nemen we een drankje buiten op het terras en sluiten daarmee de dag af.