Een nacht in de trein is bijzonder, ik schreef het op de heenweg al. Slapen op een deinend bed door een voortrazende trein. Een lange trein waarop een, hopelijk, goed wakkere machinist en een aantal treinstewards. En honderden slapende passagiers. Nou ja, op in ieder geval één na.
Op deze manier slapen is heerlijk, maar het nadeel is dat er dan bijzondere uren opeens ‘weg’ zijn, en dat vind ik jammer. Het is genoeg om mij half wakend, half slapend de nacht door te laten brengen. Genoeglijk mijmer ik half soezend op de cadans van de trein. Als ik merk dat de trein stilstaat draai ik me met mijn hoofd naar het voeteneind waar het raam is. Voorzichtig doe ik het schuifgordijn een stukje ophoog, en kijk waar we zijn. Theo heeft er geen last van. Zachtjes snurkend ligt hij op het bed boven mij, een voet buitenboord.
Bologna, 1.00 uur. We staan hier lang stil. Liggend op bed kijk ik door het onderste gedeelte van het raam naar buiten. Ik zie het station waar enkele passagiers lopen. Met rugzak of niet meer dan handbagage. Schoonmakers die prullenbakken legen. Het zwart van de nacht is vermengd met een oranjeachtig licht, het geeft een ietwat intieme sfeer waar de stilstaande trein op een spoor voor mij, in het halfdonker als een grijsoranjezwart monster weer aan afdoet. Bologna, was dat niet de stad van het favoriete jeugdboek dat vroeger werd voorgelezen in de klas? Over een meisjestweeling, dochters van een arts, waarvan één ontvoerd werd. “Ontvoerd’ heette het boek, de auteur weet ik niet. Wat terugvinden moeilijk, dan wel onmogelijk maakt.
Opeens komen er drie politieagenten aan, die zichtbaar wapens bij zich dragen. Op nog geen anderhalve meter van mijn raam blijven ze stilstaan en gaan met elkaar in gesprek. Nu voel ik me ongemakkelijk, een voyeur. Hebben ze me niet gezien? Zien ze niet dat mijn gordijn deels open is?
Ik heb de neiging me iets naar achteren te laten zakken, maar vindt dat belachelijk. Ik doe niks verkeerd en heb een degelijk nachtshirt aan, waardoor ik niet van illegale treinraampraktijken kan worden verdacht. En toch, mannen in uniformen en zeker met wapens intimideren daarmee. Uitoefenaars van het gezag. Ik snap het wel.
Dan begint een van de drie uitgebreid in zijn kruis te graaien. Er zit iets niet goed of er jeukt wat. Ik moet in stilte grinniken, voel me niet opeens makkelijker, maar wel minder geïntimideerd door de uniformen. Al trek je ze een pakkie aan, het blijven uiteindelijk gewoon mannen.
We rijden verder. Naar Verona, Zillertal, met de mooie Oostenrijkse bergen op de achtergrond en Rosenheim. Wij zijn op en in de kleren als de douane langskomt en vluchtig onze paspoorten bekijkt. Ik moet nog vermelden dat het toilet en de douche aanzienlijk beter tonen en ruiken dan de heenweg. Aan het gebruiken van de douche waag ik me echter nog steeds niet. Ook nu krijgen we een prima ontbijt in doos geserveerd met daarbij een beker goed hete koffie. Theo vindt het niet kunnen dat ik de helft van de inhoud in de wastafel giet, maar 33cl koffie vind ik echt en echt teveel van het goede.
Precies op tijd stappen we in München uit. Het station is redelijk bekend door de overstap op de heenweg en door een overstapmoment op eerdere reis.
Het is 7.00 uur en forenzen tijd. Wij kuieren relaxed met onze rugzakken tussen de hordes gehaaste mensen, op werk naar werk of school. Als je er geen onderdeel van bent zie je beter hoe jachtig het dagelijks leven kan zijn. We slaan broodjes en drinken in voor onderweg, kijken door het raam van een nog niet open zijnde EK voetbalfan artikelen winkelen, waar het oranje ontbreekt en settelen ons op het perron waar de trein naar Frankfurt komt. We kunnen hier een half uur gratis gebruik maken van een Wi-Fi netwerk en buiten dat lekker uit met het lezen en versturen van berichtjes. De tijd vliegt, voordat we het weten staat de trein voor onze neus. Instappen weer.


De rest van de reis verloopt rustig. Op weg naar Frankfurt, naar Amsterdam, naar huis. Eind van de middag zullen we daar zijn. Langzaamaan schakelen ook onze gedachten daarnaar toe. ‘Zijn we al toe aan de evaluatie?’ vraagt Theo. Ja, we zijn eraan toe.
Opnieuw was een prachtige reis waar we volop van genoten hebben. De afwisseling, de verrassingen, het plezier: elke dag was er iets om over te verbazen, iets van te vinden of om domweg van te genieten.
We zijn het erover eens dat de reis, zoals verkocht door de Treinreiswinkel wel kort is. Wij hadden die met drie nachten verlengd, waarvan één in Ljubljana die niet in de reis als overnachtingsplaats is opgenomen, maar vonden dat al kort. De extra tijd in Split en Dubrovnik hadden we niet graag willen missen. Het geeft de gelegenheid om meer te zien en daartussen rustmomenten te creëren. Je gaat niet een halve dag op een balkon over de Adriatische uitkijken, genieten van het uitzicht als je er kort bent. Wij niet.
In Plitovice had ik graag een dag extra willen blijven, maar realiseer me daarbij dat als je slecht weer treft, je op het hotel bent aangewezen: verder is er niets.
Bedenken hoe de behoefte aan persoonlijke balans aan rust en inspanning eruit moet zien, is belangrijk.
Het was verrukkelijk.
Heerlijk is het ook als we door twee van onze kinderen in Hoogkarspel worden opgehaald die bovendien vandaag gaan koken.
Fantastische reis. Home sweet home. Wij boffen.
