Hoi Ina,

Onlangs liep de City Run, een 10-km wedstrijd dwars door Alkmaar en in het donker. Ik ben geen snelle loper en doe vooral voor mijn plezier mee. Ik hoef mijzelf niet meer te bewijzen, die tijd heb ik immers gehad? Maar een hardloper wil een doel hebben. Dus had ik een streeftijd in mijn hoofd.

Tot mijn vreugde en verbazing liep ik zelfs sneller dan mijn streeftijd. Dat gaf een euforisch gevoel. Tot ik de statistieken erbij pakte en zag dat ik op de laatste 5 kilometer een verval van 1,5 minuut had ten opzichte van de eerste 5 km. Een lichte teleurstelling overviel mij. Had ik sneller gekund?

Misschien wel. Maar waar maakte ik mij eigenlijk druk om? Wat is 1,5 minuut op dat dikke uur dat ik door Alkmaar rende? Wat is 90 seconden op een heel mensenleven? Ik moet eerlijk toegeven dat ik de tweede helft van de City Run veel lekkerder heb gelopen dan de eerste helft. Relaxter. Ik kon meer genieten van wat erom mij heen gebeurde en mijn tempo paste beter bij mijn fysiek.

Ik dacht dat ik redelijk had geaccepteerd dat ik geen snelle loper ben. Ik train nu bijna anderhalf jaar bij een hardloopgroep en doe dat met veel plezier. Ik ben in die tijd niet veel sneller geworden, ondanks dat de trainingen vrij pittig zijn. Wel is mijn conditie een stuk verbeterd en kan ik zonder veel problemen een 10 km achter elkaar hardlopen. Mijn uitdaging ligt eerder in een langere duurloop dan in het sneller worden. Je mag best een doel hebben, maar die moet wel realistisch zijn.

Iets anders waar ik mij momenteel behoorlijk dik om maak, is de examens van onze jongens. Ze doen allebei havo-examen en dat legt een behoorlijke druk op ons huishouden. Ik ben ze voortdurend aan het pushen om hun examens te leren – ik word soms doodmoe van mijzelf – maar ze moeten het zelf doen.

In mijn ogen kunnen ze iets harder studeren, maar of dat realistisch is, weet ik niet. De oudste staat er goed voor en kan bijna niet meer zakken, voor de jongste wordt het nog erg spannend. Ik was zelf een strebertje, hoewel de middelbare school mij niet kwam aanwaaien. Ook in mijn werk ben ik niet snel tevreden. Ik moet er dus voor oppassen dat ik niet doordraaf: zowel privé als in mijn job.

Soms vraag ik mij af: waar maak je je zo dik om? Je moest eens weten hoe vaak ik mij dik maak om niets. Of ik maak mij druk om zaken waar ik geen invloed op heb. Het zit in mijn karakter en zolang ik mij daarvan bewust ben, kan ik ermee leven. Vermoeiend is het wel. Er wordt gezegd dat het minder wordt als je ouder wordt. Helaas, ik merk er nog niets van.