Granada

Half zeven gaat de wekker, buiten is het nog donker, maar wij gaan op stap. Vakantie, joechei ?
Vandaag gaan we naar het Alhambra, bestaande uit middeleeuwse Moorse paleizen waar we maanden geleden in Nederland kaarten voor gereserveerd hebben. Noodzakelijk vanwege de grote belangstelling en er een maximaal aan het aantal bezoekers is gesteld. Op verschillende tijden, verdeeld over de dag mogen er niet meer dan 2800 bezoekers tegelijk het paleis bezichtigen. Dat lijkt heel veel, maar het komt vaak voor dat bezoekers teleurgesteld moeten worden: geen toegangskaarten meer beschikbaar.
Bij de receptie halen we de toegezegde ontbijtpakketten op en krijgen een zak mee waarmee we de auto instappen. De 10 km naar het Alhambra loopt deels over een steile weg omhoog daardoor hebben we een mooi zicht op verlichte dorpjes die langzaam ontwaken in het schijnsel van de opkomende zon. Tegen de tijd dat we op de parkeerplaats van het Alhambra arriveren is het licht. Zo snel kan het gaan. Het is acht uur ‘s morgens en veertien graden.
Om half negen kunnen we naar binnen zodat we eerst gaan ontbijten in de auto. We openen de plastic zak en bemerken dat het een ontbijt is voor twee personen. Voor de niet- vegetariërs. Gerda en Jos hebben ieder een flesje water, een sinaasappel en een broodje met vlees. Het is droevig, maar meer dan niks.De buit wordt verdeeld. Ik neem de oranje vrucht.
Na dit karig ontbijt verlaten we de auto en zetten koers naar het Alhambra. De tickets moeten met een creditkaart gecheckt worden op geldigheid, we sluiten aan in een rij voor het apparaat die aantoont dat de kaartjes inderdaad betaald en dus geldig zijn.
Op het pleintje staat een shop waar we koffie en broodjes kopen want met alleen kruimels in de maag is het matig starten.

Dan bewegen we ons in een rustig tempo naar het het grote paleis. Een stukje verderop is het zomerverblijf. Onze kaartjes geven recht op toegang van half tien tot half twee. Voor de omgeving is geen tijdslimiet. De toegangsweg heeft aan weerskanten hoge coniferen die aangegroeid en gesnoeid het aanzicht van twee groene wanden geven. In die groene wanden zijn op gelijke afstand identieke raampjes in de vorm van een halfrond geknipt. Het zorgt voor prachtige doorkijkjes.
Onderweg passeren we restanten van eeuwenoude funderingen, kijken uit over begroeide heuvels, perkjes met geraniums, rozen, afrikaantjes en ander bekende plantjes waarvan ik de naam niet zo 1,2,3, weet.
Om half tien passeren we de controleurs van het grote paleis en vergapen ons aan de magnifiek, ongekend bijzondere versieringen van plafonds en wand. Monnikenwerk moet het geweest zijn om dit te maken. Het oogt als kant, als fijn ivoorwerk. Steeds weer andere motiefjes, kamer voor kamer. Er is divers subtiel kleurgebruik waarbij blauw en groen overheersen. De plafonds ogen als een koepel waarbij vooral de hoeken de aandacht trekken door de laag op laag aangebrachte verfraaiingen. Ook de prachtig mooie tegeltjes verdienen de aandacht.
Buiten is temperatuur allang weer de 25 gepasseerd. Mijn vestje ligt weggestopt in de fototas die ik steeds als handtas gebruik en bril en pet zijn eruit gehaald. Het is wederom nodig.

We lopen verder naar de militaire uitkijktoren. Lopen over trapjes, andere restanten, waterfonteintjes en stoppen op een pleintje voor de tweede kop koffie van de dag en een broodje. En plaspauze.
Op een heerlijk plekje in de schaduw is het goed zitten en hebben we een goed overzicht op oudheid, groen en de vele mensen die rondlopen of net als wij een break hebben.
We vervolgen onze weg over het terrein, het liefst in de schaduw waar genoeg te zien is, op weg naar het zomerpaleis. Dat is aanzienlijk kleiner, en wat bijzonderheden aangaat minder, maar toch de moeite waard.
Het staat midden in het groen, de lange rechthoekige vijver met de fonteintjes erin trekt de aandacht.
Bij het zomerpaleis bevindt zich de ‘Stairways Water’. Het water stroomt hier langs de leuningen naar beneden. Stromend water, kabbelend water te midden van oude gebouwen, groen en kleurige bloemen met daarboven een blauwe lucht. Ik word hier zo vredig en zen van. We pauzeren bij een bankje en ik ga op een muurtje zitten. Gewoon kijken en luisteren, heerlijk.

We dalen af en begeven ons richting uitgang waar we een eekhoorn spotten. Altijd grappig om zo’n diertje te zien.
Wat gaan we nu doen? We treden in overleg. Duidelijk wordt dat we best nog wat willen zien, maar geen uren in de ruim dertig graden gepasseerde buitenlucht willen lopen. Met de auto rijden we de steile berg af, naar een parkeergarage in het centrum. Vandaar lopen we de stad in op zoek naar een terras. Dat is nog niet zo gemakkelijk. De zitjes die we tegenkomen zijn allemaal bezet. Tja, zondag en geweldig weer. Wat doe je dan…
Na een tijdje rondstruinen, vinden we een mooi plekje in de schaduw. De mannen bestellen hun biertje en Gerda en ik gaan aan de sangria. Een smakelijke gewoonte lijkt hier te zijn om hapjes bij de drankjes te serveren. Zonder bijbetaling. Twee bakjes met in totaal vier hapjes wordt op tafel gezet. Als wij aangeven dat er twee vegetariërs zijn, nemen ze een bakje terug en vervangen dat door nachos en een sausje.
We brengen hier pratend en geanimeerd een genoegelijk tijdje door en stappen dan op. Naar de auto, naar het hotel. Trekken een paar blikje bier en twee flesjes koud water uit een apparaat en bezetten een plekje buiten op het terras. Uiteraard in de schaduw. Beetje lezen, schrijven, mobielen…

Theo geeft aan dat hij even lekker op bed gaat liggen en opeens wil iedereen even lekker op bed liggen. Ooit zoveel saamhorigheid in een groep gezien? We spreken voor half negen af zodat we rond negen uur bij de pizzeria kunnen zijn die we eerder gezien hebben. De kamers van ons bevinden zich in de kelder waarvan die van Theo en mij duidelijk de kleinste is. Een bed, een stoel en een tafeltje waar we de koffer op gezet hebben, meer kan er niet in. De badkamer is wel ruim. Het enige raam in de kamer bevindt zich hoog in de muur met opzicht op de onderkant van een betonnen rand.
We verblijven hier twee nachten, dus ach, alles is wel schoon en netjes. De algemene ruimtes zoals de receptie en het restaurant gedeelte hebben Oosterse details. Daar is aandacht aan besteed. Het zeuren over de ontbijtpakketten hebben we gelaten voor wat het is.
Na een paar uur zijn we uitgerust en opgefrist, we kunnen er weer tegenaan. De gps geeft aan dat het ongeveer een kwartiertje lopen is naar de pizzeria, dat is een mooie wandeling in de nu aangename buitenlucht.

Zoals gepland komen we rond 21.00 uur bij de pizzeria aan waar een grote groep jongeren buiten zit met een drankje. Binnen is het rustig, alleen een vader en zijn zoon zitten aan een tafeltje, de ogen gericht op een voetbalwedstrijd die op drie tv beelden in het restaurantje te zien is.
We worden hartelijk begroet door een vrouwelijk personeelslid die aangeeft zo bij ons te zullen komen. Een man staat achter de bar, rommelt daar wat en volgt ondertussen de wedstrijd.
De vrouw komt naar ons toe en vraagt of we wat willen drinken en of we even geduld hebben omdat ze eerst een andere bestelling moet afwerken. Natuurlijk. De vrouw brengt onze drankjes en wij keuvelen verder. We krijgen nu erge trek. De vrouw komt opnieuw en begint in Spaans met Engels waar ze zelf niets van lijkt te begrijpen. Ze brengt ons een schaal met hapjes om het wachten te vergemakkelijken. Tenminste, wij denken dat ze dat zegt. Jammer voor mij, bevatten alle hapjes vlees. Weer komt de vrouw en wij maken duidelijk dat we nu echt willen bestellen. De vrouw blijft vriendelijk en vraagt naar onze wensen. Het verschil is een pizza small en large en wie wat wil lijkt haar niet duidelijk, eerlijk gezegd begin ik wat te twijfelen aan de verstandelijke vermogens van de vrouw. Hoe moeilijk kan het zijn? Zeker als we ‘small’ en ‘large’ nog expressief ondersteunen. Bovendien gebruikt de vrouw de termen ‘small’ en ‘large’ zelf ook. Het wordt steeds verwarrender. De vrouw loopt weg en komt met een groot bord terug. Vindt zij ons sukkels? Na nog meer gedoe heeft ze de bestelling opgenomen en wij hopen dat ze het nu echt begrepen heeft, overtuigd zijn we lang niet. Een nieuwe schaal hapjes wordt op tafel gezet door haar, weer met vlees. Ik word nu echt flauw van de honger, het is al ruim over tienen. Wat we wel zien is dat de vrouw haar benen onder haar kont vandaan loopt en de man achter de bar het relaxed heeft. Een paar klanten die een afhaalpizza halen en een biertje aan de bar drinken, meer niet. De wedstrijd tussen twee grote Spaanse clubs kan ontspannen gevolgd worden. ‘Ga snotverdorie je vrouw helpen,’ mopperen wij, niet te beroerd om te oordelen. Sorry, maar we willen nu echt eten. Weggaan is geen optie omdat er in de hele nabijheid niets anders is. Bovendien, het is nu half elf…
Dan zien we een pizza aankomen, het is de large one die Theo heeft besteld. Blijmoedig zet de vrouw die op tafel en gaat veder met andere werkzaamheden. We geloven niet meer dat de rest komt en eigenen ons stukjes van Theo’s exemplaar toe. Ik moet nu echt eten, maar voel tegelijkertijd dat ik al een stukje voorbij de honger ben. Pas als die van Theo bijna weggewerkt is komen de ander drie pizza’s. Theo krijgt zijn gedeelde stukken terug en beginnen aan de onze, die we niet meer op kunnen. De trek voorbij.
Tegen half twaalf verlaten we nooit meer te vergeten eettent en wandelen via een andere route naar het hotel. We passeren mooie huizen met prachtige betegeltjes plaatsjes en trappetjes voor het huis. Bij aankomst zoeken we direct onze kelderkamers op. Slaap lekker en tot morgen.

Deel dit bericht..