Hoi Annemarie,

Vorige week heb ik bloed gedoneerd aan de bloedbank. De voorlaatste keer was alweer jaren geleden en dat knaagde aan mijn geweten. Dus tegelijkertijd met het wegvloeiende bloed stroomde tevredenheid mijn lijf binnen. Ik voelde me een goed mens.

Mijn bloedgroep is namelijk een hit onder de bloedsoorten. Ik behoor tot de 6 procent van de bevolking met bloedgroep O-negatief. Dat op zich maakt het niet bijzonder, wel dat ieder mens mijn bloed kan ontvangen, ongeacht de eigen bloedgroep. Dat is uniek. Verdomde handig dus als er acuut bloed gegeven moet worden en het bloedtype van de ontvanger niet bekend is. Het is mijn brave burgerplicht naar de samenleving toe, zeg maar.

Toch is mijn bloed alleen niet genoeg, mijn organen zijn ook zeer gewild. Bij leven mag ik er vrijelijk over beschikken, daarna inleveren. Anderen kunnen dan dankzij mijn warm kloppend hart een nieuw leven starten. Of met mijn lever dat geen drankprobleem kent. Roken heb ik nooit gedaan dus mijn longen zullen ook vast iemand kunnen helpen. De conditie van mijn nieren is goed, alleen mijn huid is blank met sproeten, die past niet iedereen. En mijn bril geef ik als bonus bij mijn ogen. Ik heb dus best wat te bieden.

Vanaf mijn 18de had ik een donorcodicil in mijn portemonnee. Met plakband had ik het geplastificeerd zodat het papiertje met mijn toestemming voor orgaantransplantatie goed zichtbaar en intact bleef. Jaren en jaren heeft het daarin gezeten, totdat ik het op een dag kwijtraakte. Ik verving het niet, terwijl ik wel steeds bedacht dat ik dat eigenlijk nog een keer moest doen. De onbevangenheid waarmee ik het op mijn achttiende deed was weg. Een onzichtbaar drempeltje stelde de aanvraag van een nieuw codicil uit. Steeds als het ter sprake kwam voelde ik me ongemakkelijk, maar tot actie kwam ik niet.

Ik doe niks. Het is goed.  Ik ben nu orgaandonor

Met geloof heeft het niets te maken. Ik heb niets met goden, een hemel of hel. Als er al iets van mij overgaat naar een ander oord dan zal het onstoffelijk zijn. Ik weet natuurlijk niet of het zo is, maar ik vind het een leuke gedachte. Dus waarom niet dat papiertje ingevuld?? Later kreeg iedereen formulieren toegestuurd waarop je alleen maar een ‘Ja’ of een ‘Nee’ hoefde aan te vinken. Om het nog makkelijker te maken, kon het zonder postzegel verstuurd worden. Theo deed het direct en later ook mijn oudste dochter toen ze 18 werd.

Super vond ik dat. En zo hoorde het, vond ik ook nog. Desondanks bleef die van mij liggen op de stapel nog te behandelen post. Ik vond mezelf slap en hypocriet, maar deed niks. Terwijl ik het wel belangrijk vind! Echt, Annemarie! Een patiënt, geregistreerd als donor, mag van mij ook voorrang krijgen bij een eventuele transplantatie. Eigenlijk ben ik dus opgelucht dat de donorwet is aangenomen. Ik hoef niks te doen, behalve als ik het niet wil. Dan kan ik dat simpel melden. Dat doe ik niet. Ik doe niks. Het is goed. Ik ben nu orgaandonor. De wijze waarop verdient echter geen schoonheidsprijs.

Annemarie, geef jij iets van je lijf weg?