We staan in alle vroegte op omdat we de trein van 7.30 uur naar Interlaken Ost moeten nemen.
Voor het verlaten van de hotelkamer kijken we nog even door het raam naar de Jungfrau, hebben wij daar echt gisteren hoog op die top een paar uur gewandeld?

Het lijkt onvoorstelbaar, een grapje of flauwekul van de bovenste plank, maar wij waren er! Ook zien we al een treintje de berg opklimmen, misschien om personeel naar boven te brengen, misschien bevoorrading, misschien beide. Het is een mooie gezicht, dat kleine miniatuurtreintje tegen de wand van een imposante berg waarop verder her en der wat houten huizen.
Beneden bij de receptie is een ontbijttafel voor Theo en mij gedekt, zodat er rustig voor vertrek gegeten kan worden. Voor het ontbijtbuffet is het nog te vroeg.
We verlaten het uitstekende hotel Zimmerhorn en lopen de paar minuten naar het station, onderweg begeleid door koeiebellen. In Lauterbrunnen hadden we nog wel een dag willen blijven, er is genoeg wat de moeite van het bekijken waard is.

Met de BOB ( Berner Ober Bahn) verlaten we het stationnetje waar je nog gewoon over de rails mag lopen als dat je beter uitkomt. Het is een ritje van een half uur, maar wel de spannendste vandaag door de vertraging onderweg. Gelukkig is de aansluitende trein naar Luzern op onze trein blijven wachten. Opluchting. We rijden inmiddels, vanaf Zweilütschinen, weer op de gewone, bredere treinrails zonder tandrad.
Het is opnieuw een prachtige, heldere, vrijwel wolkeloze dag. Vanaf Interlaken liggen de rails langs de Breinzelsee, de Lungenersee en Sannensee. We klimmen met de trein hoog boven het water, rijden er dan vlak langs om er vervolgens een stukje afstand van te nemen. De afwisseling is er ook daardoor ook deze dag volop. Het water is prachtig blauwgroen van kleur en glinstert in het zonnetje. De bergen, met sneeuw, met groene weiden, bomen, her en der een huisje, dorpen, grazende koeien, we zien het allemaal.
Brunig-Hastiberg heeft een heel bijzonder station, het lijkt wel een uitdragerij. Het staat er stampvol houten, meubels, boeken en weet ik veel wat nog meer. Opvallend, en het maakt me nieuwsgierig. Jammer dat uitstappen niet zo’n goed idee is.
Natuurlijk wisten wij wel dat Zwitserland een prachtig land is, maar plaatjes in een brochure kijken is toch andere kaas hè.
Er is vrijwel altijd wel iets te zien dat nieuw, anders of opvallend is. In de trein en buiten de trein, want mensen kijken is een nooit te vervelen bezigheid. Het blijft een mirakel dat je met twee ogen, een neus en een mond zoveel verschillende gezichten kan knutselen, om maar iets te noemen. En al die mensen zijn onderweg naar iets, naar iemand, naar ergens. Alle dagen weer. Met koffers, tassen, zakken, en natuurlijk de mobiel. Zoveel mensen die het ding in hun handen hebben, er in praten, er foto’s mee maken, of op typen. Het blijft een intrigerend gezicht.
Maar goed, we zitten dus in de trein en komen na een aantal uur in Luzern aan, daar stappen we over op de Wilhelm Tell, een boot die ons over het Vierwoudstedenmeer naar Flüelen brengt. De boottocht duurt ruim 2,5 uur, doet verschillende plaatsjes aan en laat de afwisseling voortduren. Hoewel de wind op het water fris is, is het in het zonnetje prima te doen. Binnen zitten is een tweede optie, we doen beide. Vanachter de grote ramen is het plezier niet minder, de wind om de oren wel.

Hoewel de besneeuwde bergen nog steeds regelmatig zijn te zien, zien we nu ook vaker dichtbegroeide, groene bergen. Opvallend is het heldere water van het meer. De groene bodembeplanting is goed zichtbaar, het wiersoort waaiert in het water met de beweging daarvan mee. Een ontspannen gezicht, ik vind het leuk om naar te kijken.
In Flüelen moeten we een kwartier op de trein wachten en dat is beslist geen straf, in het zonnetje op het seervolle stationnetje.

Met de trein die komt reizen we naar Bellinzona, inderdaad, een Italiaanse naam. Want ergens onderweg, valt het Duits weer weg en is het alles Italiaans wat de klok slaat. Opeens hebben we alleen maar Italianen om ons heen en nergens is meer een Duits woord te zien of te horen. We rijden nu in het Zwitserse kanton Ticino dat Italiaans sprekend is. In Bellinzona stappen we voor het laatste stukje over naar Lugano. De huizen zijn nu allemaal van steen, geen Zwitserse houten chalets meer, de sfeer is anders, zuidelijker.

Het hotel, Continental Park, is heel groot en heeft verschillende gebouwen en staat op nog geen vijf minuten van het station. We installeren ons en vertrekken naar het centrum voor een eerste indruk. Al heel snel komen we in het typische centrum van Lugano met smalle op- en aflopende straatjes. Heel sfeervol en precies wat wij wilden tegenkomen in een Italiaans deel. Op ons gemak wandelen we door de steegjes en over pleintjes en komen uit op het Piazza Riforma, het belangrijkste plein van Lugano. We lopen verder naar het water, het meer van Lugano en door een park waar de vele tulpen (!) bijna zijn uitgebloeid. We gaan een tijdje bij het meer zitten om keren dan terug naar het Piazza Riforma om daar wat te gaan eten. Daarna houden we het voor gezien en kuieren naar het hotel. Morgen weer een dag. Sophie komt dan een dagje en gaat met ons Lugano verkennen. Ze logeert hier in de buurt in een vakantiehuis van een Zwitsers studiegenootje. De meeste meisjes komen pas zaterdag, vandaar. En ze heeft een lang paasweekend wat ze lekker wil uitbuiten met het verder verkennen van Zwitserland.