Om 6.45 uur gaat het wekkertje zodat we drie kwartier de tijd hebben om gepoetst en in de kleren aan het ontbijt te beginnen. Het wordt een maaltijd van gekookte en gepocheerde eieren, warme tomaten, gebakken champignons, toast en yoghurt. Jos heeft een verhaal: omdat hij ‘s nachts onder zijn benen een vreemde bobbel voelde, keek hij maar eens onder het matras. Hij vond daar twee regencapes in een hoes, gerold in een spijkerbroek. Als de gastvrouw het hoort slaat ze ontdaan de handen voor haar gezicht. Wij vinden het vooral grappig. Ze neemt de spullen in ontvangst en wij vertrekken op tijd om de trein van 8.30 uur te kunnen nemen. Bijzonder is dat wij de enige reizigers op het station zijn. De andere aanwezigen, een handjevol, is personeel: van een winkeltje, van het loket, van de trein. In de trein zelf zijn we de enige passagiers. Hoe speciaal wil je het hebben! De conductrice is een vriendelijke vrouw die ons erg aan professor Anderling doet denken. Of komt dat omdat we nu op het Harrie Potter traject rijden? Vreemd hoe deze treinrit direct al iets magisch krijgt. De jongen met de koffiekar rijdt speciaal voor ons vandaag door de coupe. helaas en sorry, we hebben net ontbeten. Sneu, we hopen dat de rest van het personeel zijn verse koffie afneemt. Ondertussen hebben we goed in de gaten dat het landschap de moeite van het bekijken waard is. Het wordt rotsachtig. En weer de bergen, de wolken, de kleuren, de meren. Het is echt schitterend mooi.

We vergapen ons voor de ramen en Jos en ik proberen de mooiste foto’s te maken terwijl Theo filmt. Dat is best lastig door de bomen die regelmatig verhinderen dat we op tijd een schitterend plaatje kunnen maken. Minder bomen langs het spoor..het zou wat zijn. Of heb ik dat al gezegd? Ook kijken we nu uit naar de beroemde brug die een figurantenrol speelt inde HP films. De brug waarover de Zweinstein Express dendert om de jonge tovenaarsleerlingen naar Zweinstein te brengen. En opeens….ja, daar is ie en het lukt ons er goede foto’s van te maken. We zijn heel gelukkig:) Zo treinen we anderhalf uur door, nog steeds alleen in de trein. Pas na een uur stappen een paar andere mensen in. Door de middelste deur van de trein, de rest blijft dicht. We passeren diverse stationnetje, nu alleen met Schots namen. Nauwelijks uit te speken. Het is echt genieten.

Rond 10.00 uur komen we aan in Maillaig, het eindstation. We hebben hier bijna een uur overstaptijd voor de boot naar het Isle of Skye. De zon schijnt, een terrasje lonkt, we gaan aan de koffie en de minuten vliegen voorbij. Tijd om naar de boot te gaan. Het aandeel ouderen is enorm, we horen bijna, zo schat ik in, tot de jongsten. We gaan aan dek zitten totdat het daar wel erg fris voelt en we binnen opzoeken. De temperatuur is verder nog steeds heel goed.

Deze week hebben we nog geen jas aan gehad, zelfs een vest is vaak te veel. Eenmaal op het eiland vinden we vrijwel direct de bus die ons naar Portree zal brengen, een rit van een uur. En ook deze keer zijn we de enige passagiers. Later komen er nog een paar bij, maar niet meer dan vier. De busrit is beslist de moeite, we zien prachtige landschappen voorbij gaan. Schotse schoonheid, beslist. Het is zo mooi. Het klinkt dan ook gek, maar toch gaan tegen het einde van de rit mijn ogen af en toe dicht, en ik ben niet de enige. De constante indrukken, de warmte in de bus.
Heerlijk en verkwikkend werkt de frisse lucht aan het einde van de bustocht, na het uitstappen. Vanaf dit punt moet het nauwelijks tien minuten lopen naar het guesthouse zijn. De mannen bestuderen grondig het plattegrondje dat we met de reispapieren ontvangen hebben terwijl Gerda en ik kijken gewoon op de borden. Het duurt even voordat ze ons willen horen. Soms is het simpeler dan je denkt;) Ons guesthouse voor twee nachten ligt aan de haven en heet ‘The PinkHouse’. En niet voor niks……veel meer roze kun je het niet krijgen. De kleur knalt je tegenmoet. We gaan het gebouw binnen waar geen mens te vinden is. En geen wc, en ik moet heel, heel erg. Wel een papier waarop staat dat er tussen 16.00 – 19.00 uur ingecheckt kan worden. We zetten onze bagage neer in een ruimte die door moet gaan voor een loungekamer en gaan lopend terug naar het centrum waar ik het dichtstbijzijnde toilet in huppel. Net op tijd. Daarna willen we iets eten en drinken. Broodjes en koffie, we hebben er weer trek in. Verzadigd bezoeken we dan het Schotse VVV om ons voor te bereiden op morgen. We hebben al iets gezien dat ons erg aanspreekt: een zeven uur durende tocht over het eiland waarin we de meest adembenemende dingen zien. Met de folders lopen we naar de balie om iets over de verschillen van de verschillende tochten te horen. Maar en blijkt een grote ellendige overeenkomst. Morgen is het zondag, en rustdag. Er rijden dan geen bussen, veel is gesloten en geen excursies. Kortom, er is morgen geen moer te doen. Huh? Nee! Wat nu? We zijn even overdonderd, daar hebben we die extra nacht niet voor bijgeboekt! Een auto huren dan? Helaas, er blijkt een groep chinezen te zijn die alle beschikbare auto’s gehuurd heeft. We hebben vreselijk de pest in, maar weten ons te gedragen. Dan blijkt de medewerkster een geweldige vrouw te zijn: ze laat het er niet bij zitten. Ze zet zich achter de computer, googelt en belt verschillende mensen. Uiteindelijk heeft ze het voor elkaar dat we morgen toch een tocht kunnen maken, weliswaar de helft korter, maar we zijn allang blij dat we morgen op pad kunnen. Opgelucht verlaten we het pand na eerst de vrouw in ons mooiste Engels en met ons meest blijde gezicht te bedanken.