we slapen vandaag uit tot acht uur en dat red ik met moeite. Ook hier zijn ze namelijk dol op de boxsprings waar mijn rug zo’n hekel aan heeft. Opstaan wordt daardoor wel een makkie en dat is ook wel eens anders. Ieder nadeel heeft z’n voordeel zei een Hollander die overigens geen familie is.
We ontbijten in het gezellige hotel waar overal te zien is dat het bijna Pasen is en maken ons plan voor vandaag definitief.
Het is wederom schitterend weer, vanuit onze kamer zagen we de bergtoppen al helder en goed zichtbaar in het zonnetje liggen, dus we gaan het doen: we smijten er vandaag veel geld tegenaan om op de Jungfraujoch te komen, het hoogste treinstation van Europa op 3454 meter hoogte. Het moet schitterend zijn hebben we al gehoord.
De totale rit duurt zeven kwartier, te doen in twee etappes. Eerst vanaf Lauterbrunnen naar Klein Scheidegge en daar stappen we over op het treintje dat ons naar de top brengt. Het zijn van die heerlijke sfeervolle bergtreinen, voorzien van tandradraderen, anders komen ze echt niet omhoog.

Natuurlijk zijn we niet de enigen die instappen, de Aziaten zijn weer sterk vertegenwoordigd, maar ook horen we nu Italiaans. Nederlanders hebben we gedurende onze trip nog niet gezien en gehoord. Grappig om te merken hoe verschillend de kledij is, van bijna zomers tot bar winters. Van gympen tot bergschoenen en dat laatste lijkt ons het verstandigst. Omdat je overal de uitzondering treft zien we nu ook de jonge griet op hoge hakken, leuk vermaak is het in ieder geval.
Lauterbrunnen ligt in een dal waar de lente z’n intrede heeft gedaan, het blijft dan ook wat gek om mensen in skikleding te zien, zij gaan naar boven waar nog volop geskied kan worden. Trouwens, ik heb het nog niet genoemd maar de Zwitsers zijn dol op tulpen. In alle plaatsen waar we tot nu toe geweest zijn, waren de tulpen goed aanwezig: in tuintjes, bloembakken en vazen. Vandaag zag ik in een winkel een bosje staan voor bijna acht Zwitserse franken. Een frank is 80 eurocent. Da’s een hele andere prijs dan €1.50 langs de Streekweg:-)
Direct na vertrek klimt het treintje omhoog en passeren we diverse van de 77 watervallen die Lauterbrunnen rijk is.

Opnieuw is het onderweg genieten door de afwisseling, de huizen die schuin gebouwd lijken, de prachtige natuur, de alpenweiden, de bergen en de dikke plakken sneeuw die toenemen naarmate we hoger komen. Op het tussenstation Wengen stappen heel veel skiërs in. Opeens lijken we een wintersporttrein en is de lente achtergebleven.
In Klein Scheidegge stappen we over op een ander treintje.

Klein Scheidegge is een bijzonder sfeervol station, veel skiërs blijven hier achter en het is duidelijk waarom, er ligt meer dan genoeg sneeuw om serieus te kunnen sporten. Het is een mooi gezicht, de sportbeoefenaars in de oogverblindende witte sneeuw met overal de prachtige bergen. Een zonnebril is echt noodzaak. Maar wij gaan verder. Het tweede gedeelde van de tocht gaat voornamelijk door tunnels, we gaan dwars door de bergen heen. In het treintje verschijnt een filmpje op de diverse flatscreens, over eerste hulp, de vluchtwegen en de geruststelling dat we bij de Jungfraubahnen in goede handen zijn. Zeker, hier wordt een mens rustig van.
We stoppen op de twee tussenstationnetjes, Eiger en Eismeer, waar vijf minuten uitgestapt kan worden om van het uitzicht te genieten.
Het station van de Junfraujoch is ook in de tunnel en even is het druk als de Aziaten zich in groepen gaan formeren en iedereen dezelfde kant op loopt naar het startpunt, waar vandaan een route uitgezet is die gevolgd kan worden. Heel snel lost zich gelukkig alles op. Theo en ik hebben grotendeels ruim baan door de gangen waar verder niemand is. We lopen naar het eerste uitzichtpunt buiten. Geweldig, wauw! Overal sneeuw, de kolossale bergen en een strakblauwe lucht. Het is zo mooi! Ook koud, we missen de handschoenen, gelukkig hebben we jas- en broekzakken waar we de koude handen zo warm als mogelijk in opbergen. Op een bord staat aangegeven dat het min 8 graden is en de ijskoude wind een snelheid van 20km per uur heeft.


We maken foto’s en gaan via een andere uitgang naar buiten. We staan nu in het overweldigende sneeuwlandschap en maken een lange wandeling over de gletsjer. Het is zo mooi, mooi, mooi! De Jungfrautop lijkt bijna aangeraakt te kunnen worden en overal is sneeuw, sneeuw, sneeuw. Theo en ik hebben alle ruimte, het overgrote deel van de mensen blijft om het gebouw hangen waardoor de wandelaars zich in alle vrijheid verspreiden, wel over de aangewezen gebieden. De borden zijn duidelijk over de gevaren wanneer je van het wandelpad afwijkt. Machtig om te zien is hoe de wolken lager dan wij hangen, en van de uitzichten krijgen we nauwelijks genoeg. Ik hoop van harte dat de foto’s iets laten zien van de intens mooie beleving die we hier hebben.

Als we terug gewandeld zijn zoeken we het restaurant op voor warme koffie. Wanneer we daarna op weg gaan naar een ander uitzichtspunt buiten word ik op een trap even helemaal niet lekker. Ik waarschuw Theo en hoor mijn stem trillen, ik moet zitten, hoewel ik niet iets van een flauwte voel opkomen. Ik laat mij op een bankje zakken en dan blijkt dat ook Theo iets soortgelijks heeft, toch de ijle lucht? Na een tijdje gaat het weer en vervolgen we onze weg naar buiten. Het is overal prachtig, we blijven kijken. Moeilijk om te bepalen wanneer je weer naar binnen gaat en afscheid van dit geweldige uitzicht moet nemen, wetende dat je er waarschijnlijk nooit meer terugkomt.

De ijskoude wind helpt. Tenslotte bezoeken we nog de ijssculpturen in de permanente ijsgrot en de tentoonstelling over de bouw van het Jungfraujochstation dat in 2012 honderd jaar bestond.
Aan het eind van de middag stappen we in het treintje voor de terugtocht naar beneden. In Klein Scheidegge onderbreken we de rit voor een drankje op een terrasje, volop in de zon en genieten daar nog van skiërs, sneeuwbalgevechten en sleetjesrijders, van de nostalgisch ogende treintjes en gebouwen. En de lucht zo diepblauw, de zon op haar best. En met elkaar zo fijn. Het leven is verrukkelijk.