Eenmaal wakker zetten we direct de televisie aan, benieuwd als we zijn naar de uitslag van het referendum. Die is overduidelijk: de Schotten zeggen ‘Nee’ tegen een onafhankelijk Schotland. Wij denken dat het een verstandige keuze is.
Na het ontbijt verlaten we om 8.30 uur het hotel en lopen met de rugzakken om naar het station. Bijzonder, er staat een hek voor. Pas als het bijna vertrektijd voor de trein is, gaat het hek open en mogen wij en de rest van de reizigers het perron op. Wij reizen zo’ n vijf kwartier en moeten dan overstappen in een plaats met een onmogelijke naam: ?? Het is zo langzamerhand gewoon geworden dat de namen in het Schots worden weergegeven. Soms met de Engelse naam eronder. Er zit meestal een wereld van verschil tussen. We proberen het uit te spreken, maar de tongen struikelen over vreemde letter combinaties. Vermakelijk is het wel.

Het landschap verandert. Steeds meer rotsen worden zichtbaar, met meertjes en poeltjes ertussen. ook de heuvels worden hoger en zijn soms bergen te noemen. Het is echt heerlijk om naar buiten te kijken. Boeken en tijdschriften die we bij ons hebben worden niet meer ingekeken. Dit is Schotland met soms lichte mist, soms een zonnetje en her en der de eerste herfstkleuren. Het is gewoon lekker genieten. Hoewel we ons zorgen maken om de hele dikke meneer die in het zitje naast ons zat, maar nu al een hele tjd verdwenen is, terwijl zijn spullen er nog liggen. Zit ie steeds op de wc, waar een rij voor staat? Na ruim een uur komt hij de coupé binnenschommelen, en gelijk daar achteraan de kar met koffie waar wij steeds meer naar snakken. Gelukkig, alles is weer goed gekomen.
In Fort William zijn we niet onder de indruk van het stadje. Het heeft niet een aansprekende sfeer. En dat komt ook niet echt, hoewel dat niets zegt over ons vermaak. Lopend naar het guesthouse ‘Guisachan’komen we op een druk verkeerspunt een bijzonder verkeersbord tegen. Er staan twee wat kromme ouderen op, een man met een stok en een vrouw. Het is een speciale oversteekplaats voor oudere mensen.

Hoewel, Jos denkt aan een euthanasieplek voor ouderen.. In het guesthouse worden we vriendelijk ontvangen door de Nederlandse (!) eigenaresse. Zij kan ons goed helpen met onze keuze voor de middag: we gaan de Ben Nevis op, de hoogste berg van Groot Brittannië. Terwijl zij de vertrektijden van de bus richting de berg opzoekt, zetten wij onze spullen in de kamers. Vervolgens lopen we naar de supermarkt voor broodjes en drinken en dan door naar het busstation. Het wordt een dubbeldekker waar we bovenin voor het raam kunnen zitten. leuk, leuk 🙂

Bij de berg aangekomen kopen we kaartjes voor de cable car en zijn daarmee in 20 minuten boven. Daar hebben we een mooi en een ietsje beetje heiig uitzicht, maar het zonnetje breekt weer door. Echt, wat treffen wij het met het weer! We besluiten een route naar een prachtig uitzicht(volgens het bordje) te lopen. Een goede keuze. Zo heerlijk te kunnen wandelen, banjeren en klimmen omhoog. Helemaal mijn ding. En gelukkig, ook de anderen genieten volop. Dat maakt het natuurlijk nog mooier! Op de top gaan we rusten, zitten, wat eten en drinken. Maken foto’s en nog meer foto’s.


Het is er heerlijk rustig, wat ook eigenlijk niet anders kan in zo’n natuurlijke omgeving waar weinig ingegrepen is. Als het niet anders kan, gaan we weer terug en krijgen onderweg nog een verrassend leuke demonstratie te zien van een parasailer. Het ziet er zo gemakkelijk uit, maar is het vast niet.
We gaan met de cablecar naar beneden, bekijken, zoals we ook boven deden, een gedeelte van het parcours voor moutainbikers waar komend weekend belangrijke kampioenschappen gehouden worden, en nemen de bus naar het centrum. Natuurlijk moeten we daar het centrum bekijken. We lopen door de rustige winkelstraat, bezoeken de eenvoudige, maar toch hele mooie kerk met de bijbehorende oude graven en lopen nog even naar het water. Het wordt weer wat heiig, niet vreemd, de avond valt en het is uiteindelijk toch september.

We zoeken een eettent op die volgens het ons inmiddels bekende concept werkt, goed eten en zeer prettig geprijsd en bestellen per ongeluk ( echt, zegt Theo) wel een hele grote portie nachos met allerlei sausjes, waardoor we daarna bijna al verzadigd zijn. Meer dan nog een salade hoeven we niet meer. Naast de paar wijntjes en de biertjes. Dan is het klaar en gaan we terug naar het guesthouse. We frissen ons wat op en gaan dan in de loungeruimte zitten, waar de bar een ingebouwde kast lijkt te zijn. We besluiten een spelletje te doen. Het is nog even dubben welke. Ik heb een mij onbekend kaartspel meegenomen. Het gaat erom dat je als FBI agent schurken vangt. Het klinkt machtig, maar eigenlijk snappen we er niks van, dus smijten we het aan de kant. Iets anders wordt klaverjassen. Een hoogtepunt: Ina, 53 jaar, leert klaverjassen…er wordt nu nog over gespoken;)