Wat we heel graag in Narvik willen doen is in een kabelbaan naar boven in de bergen gaan. Na de spectaculaire geiser zetten we dan ook koers richting kabelbaan. We zijn die op de heenweg al tegengekomen dus dat is nu een fluitje van een Noorse cent. Met z’n tweeën in een gondeltje naar boven. Was het beneden nu prima weer,de top is in dikke mist gehuld. Halverwege de tocht gaat de gondel even stilstaan is ons verteld, heeft met het laden en lossen van mensen boven en beneden van de berg te maken. Halverwege blijkt het punt te zijn dat we letterlijk de mist in gaan. Van het een op andere moment is er niets meer van het mooie uitzicht over. Wij in ons hutje aan een kabel, groter is onze wereld niet meer. Achter ons zit trouwens nog een soortgelijk vervoersmiddel met twee vrouwen en drie kinderen. Hebben we natuurlijk niets aan, maar het voelt toch minder afgesloten. Eenmaal boven wordt het nog bizarder. In een auto hadden de mistlampen voor minder dan 50 meter zicht aan gemoeten. Een paar handen voor ogen, meer zien we niet. Wat we zien is wel heel mooi. Ruig landschap met her en der fraai bemoste rotsen en beplanting die mij vreemd voorkomen. Wat op zich niets zegt, want ik heb de ballen verstand van het planterijk. We dwalen zo wat rond in de omgeving van het restaurant waar we later wat willen gaan drinken. Het geblèr van de kinderen daar is een mooi richtpunt zeggen Sophie en ik tegen elkaar. Maar al pratend, rondkijkend en foto’ s makend beseffen we opeens dat we de kinderen niet meer horen. Schrik! Terug! We lopen even fout en krijgen daar een raar gevoel bij. De ogen van Sophie stuiteren bijna uit hun kassen. Gelukkig zien we op dat moment een herkenningspunt, want echt, meer dan een paar meter is het zicht niet.
Treinrondreis 243
Het plan is om terug te gaan lopen.We vragen ons af of dat wel wijs is, het moet een behoorlijke afstand door de mist zijn. Navraag leert dat er maar een wandelroute terug is. Dat moet lukken. We krijgen er geen spijt van. Zeker drie kwartier lopen we inderdaad door de wolkendampen naar beneden. Een steile weg, dus goed uitkijken en lekker voor de kuiten. Maar wat hebben we een plezier zo met elkaar in ons Noorse wereldje. Aan het eind laat de mist ons gaan en presteren wij het toch nog om een verkeerde afslag te nemen en aan de andere kant van het stadje uit te komen. Daarbij komt dat het weer zich van een nieuwe kant laat zien en een plensbui over ons uitstort. Vrijwel direct zie je overal het water over de weg naar beneden stromen of uitwaaieren.
Het is aardig om te zien hoe snel het weer kan veranderen, kunnen we daar ook over meepraten.
We zijn blij dat we in Narvik een extra nacht geboekt hebben, het geeft meer tijd om rond te struinen in stad en omgeving. Het hotel bevalt ons heel goed. Sfeervol, schoon, prima eten en leuk personeel. Morgenochtend checken we uit, gaan nog een deel van Narvik verkennen en vertrekken aan het eind van de middag naar Bodo, een tocht van 260 km. per bus. Treinen rijden er op dat traject niet. Prima, wij hebben er zin in om een nieuw stukje Noorwegen te ontmoeten.
Treinrondreis 244