Gisteravond begon het, opeens hoorden we de wind om het hotel gieren. we deden het gordijn opzij en zagen de boomkruinen alle kanten op gaan: weersverandering. Wat een geluk hadden wij met ons dagje Lugano! En een hotelkamer wordt alleen maar knusser met bar weer, dus niks aan de hand.

Vandaag worden we met regen wakker, krijgen een zonnig humeur van het opnieuw tot in de puntjes verzorgde ontbijt en trekken voor het eerst deze vakantie onze regenjassen aan, op weg naar de bus die ons naar Tirano brengt, waar we in de Bernina Express overstappen.
De bus staat bij het station en we stappen stevig door, geen probleem met de rugzakken.Ook de regen draagt ook bij aan een goed tempo. Ik zie te laat dat de bus op een vreemde plek staat, namelijk op een niet meer door treinen gebruikt stuk beton met rails. Ik maak een bocht naar de deur, stap scheef in een rails, kan mij zelf niet meer overeind houden en maak een aardige smak op het wegdek. Waarschijnlijk vangt de rugzak de eerste klap op want ik kom redelijk terecht, wel schrik ik me natuurlijk te pletter, tijdens de flitsende val zag en voorvoelde ik de pijnlijke gevolgen. Gelukkig, het valt alles mee, mijn linkerkant is goed nat en de pols gevoelig maar na een paar uur is ook dat leed geleden.
De bus is nauwelijks voor de helft gevuld als we vertrekken en meer komt er ook niet bij in de drie uur die we nodig hebben om in Tirano te komen. Het regent, de lucht is grauw en wolkenslierten hangen voor de bergen. Dat is best een mooi gezicht, met al het mooie weer van de afgelopen week geeft dit een nieuw zicht op de bergen.

Bovendien, er is vannacht sneeuw gevallen in de bergen. De bergtoppen zien er wit bepoeierd uit. Als je het wilt zien is het een fascinerend gezicht hoe bergen verdwijnen in de wolken, hoe slierten wolk er in een kring omheen liggen en verstoppertje spelen met de omgeving. Een noemenswaardig moment is wanneer er opeens een soort van gordijn opzij getrokken wordt en er een prachtige besneeuwde top tevoorschijn komt, terwijl de rest van de berg nog in dikke dampen gehuld blijft. Helaas, een knappe foto daarvan maken lukt niet.
Een kwartier na vertrek passeren we de Italiaanse grens waarna het verdere traject tot Tirano over Italiaans grondgebied gaat. De regen is inmiddels gestopt, beter nog, het zonnetje wordt al sterker. Net zoals in Lugano is de Lente hier allang aangekomen, de bomen zijn groen en de druivenranken hebben hun eerste decimeters groei er al op zitten. We rijden langs een meer, klimmen omhoog en hebben weer mooie vergezichten, toch, het meeste is wat eentonig, het is goed om in Tirano aan te komen. We kijken uit naar de rit met de Berina Express. Tirano heeft een sfeervol pleintje achter het station.

Dat komt goed uit, want we hebben hier een uur overstaptijd en trek in koffie. We bestellen cappuccino en vallen bijna van onze stoel van geluk als we de prijzen zien, 1.30 euro ( we zitten in Italiaans eurogebied). In Zwitserland heb je daar niet eens een lepeltje voor, betaal je rond vier euro per gevuld kopje. Euforisch bestellen we nog een pot en stuiteren iets later energiek van de extra cafeïnestoot de Bernina Express in. De panorama trein heeft extra grote ramen voor het beste zicht. De lucht is nu zo opgeklaard dat het duidelijk is wie er gewonnen heeft, de wolken ruimen steeds meer het veld of nemen een bijrolletje aan.

De trein is goed gevuld, maar onze gereserveerde plaatsen zorgen ervoor dat we uitstekende plekken hebben. Naast ons in het zitje aan de overgang van het gangpad neemt een gezin plaats. Ze zijn duidelijk aanwezig, hebben allevier een fototoestel, maken contant foto’s van elkaar en zichzelf en hebben ook nog een cameraatje op een stok dat ze af en toe een rondje boven zichzelf laten ronddraaien. Gezellig, de familie Narcist is ook mee. Ze hebben de brochure over de treintrip bij zich, dus ze zullen later nog wel lezen en aan de plaatjes zien dat we door een prachtig winterwondergebied sporen. Het is weer zo geweldig wat we zien!

Natuurlijk maken we foto’s, maar je moet het eigenlijk gewoon zelf zien en beleven. We rijden nu op ruim 2000 meter hoogte en overal waar we kijken liggen pakken dikke sneeuw. Hartje winter maken wij thuis er nog geen vlokje van mee, helaas. Dus, ja we genieten opnieuw volop. In het plaatsje Alp Grüm stopt de trein en kunnen we er een kwartiertje uit. Het sneeuwt en het uitzicht is schitterend wit, terwijl het zonnetje heerlijk schijnt. Hoe zal het nu in Lugano zijn? Nog steeds stromende regen, grijs en grauw? En in Tirano, zitten ze daar nog in lente omstandigheden op het terras? We vervolgen de tocht naar Pontresina waar we moeten overstappen en een wachttijd van drie kwartier hebben. We smeren een paar broodjes in de wachtkamer en luisteren ondertussen naar de steeds wanhopig wordende loketbeambte die aan drie Aziatische jongens probeert uit te leggen wat ze nodig hebben om een kaartje te kunnen kopen. Er is veel ruis, maar beide partijen blijven heel beleefd tegen elkaar. Daarna maken Theo en ik nog een ommetje rond het station en krijg ik de zenuwen als ik drie knullen met een geweer op hun rug zie rondlopen. Van Theo weet ik al dat Zwitserse militairen hun wapens mee naar huis mogen nemen, we zijn er deze week al meerdere tegengekomen, vond ik ook al niet prettig. Deze jongens hebben echter geen enkele militair herkenningsteken, hoe moet ik dan zeker weten dat ze geen snode plannen hebben? Ik trek Theo een andere kant op en vertel hem ondertussen welke strategieën ze mogelijk uitgedacht hebben en ik weiger slachtoffer te worden. Ik ben nog jong, heb thuis bloedjes die me niet kunnen missen. Bovendien heb ik nog een tientje schuld bij vrienden. Volgens Theo sla ik op hol en stel ik me aan, maar als we later in de trein stappen en de jongens achterblijven heb ik het opgeluchte gevoel aan een ramp te zijn ontsnapt.

Een kwartier later zijn we in Preda, na het grootste deel van die tijd door een tunnel te hebben gereden.
En Preda is een plaatje, geweldig! Mooi! WAUW!WAUW!WAUW! Een stationnetje, bergen en heel sneeuw. In het hotel aan de overkant horen we dat er vanmorgen 20 cm. neeuw is gevallen. We gooien onze spullen op de kamer met geweldig uitzicht. We voelen ons weer helemaal in Zwitserland en gaan een stuk wandelen. Alles natuur, af en toe een huis, terwijl er van menselijke aanwezigheid geen sprake lijkt. We lopen een uur, genieten volop en vinden het speciaal om met zn tweeën hier te lopen, in dit ogenschijnlijk onbevolkt gebied. We hopen dat de foto’s kunnen weergeven van wat wij hier ervaren. Het is een prachtig wandelgebied dat ook in de zomer geweldig moet zijn. Maar nu staan de sleetjes en de snweeuwschuiver nog op het terras. Pas terug in het hotel zien we weer mensen, de drie personeelsleden en de zes andere gasten. We eten in het aanwezige restaurant een meer dan uitstekende en goed uitziende vegetarische maaltijd en laten het tot ons doordringen: we zitten in een vallei, hoog in de bergen op 1750 meter hoogte, met slechts een handjevol andere mensen, ver weg van de dikker bevolkte steden en dat bevalt nu goed. Heel goed.