Ontbijten, spullen in de rugzak, uitchecken en zorgen dat we 10.15 uur op het plein staan waar de bus klaarstaat. We
gaan het Isle of Skye verlaten en rijden naar Kyle op het vasteland waar we weer op de trein zullen stappen. Wachtend in de rij voor de bus valt Jos’ oog op een man met een grote bos blond krullend haar. Hij ziet grote gelijkenis met Robert Plant, de zanger van Led Zeppelin. ‘Een echte rocker’ Het zal toch niet waar zijn dat de echte Robert Plant hier met een ticket in de hand, op zijn beurt voor de bus wacht. Theo twijfelt, hij denkt eerder dat het de zanger Peter Frampton is die een ritje met de bus wil maken. Gerda en ik bemoeien ons er nu ook mee. Hij heeft wel het echt seks, drugs en rock & roll hoofd, dus tja, het is niet uitgesloten dat we een beroemde meneer in ons midden hebben. Jos wil een foto maken en doet dat natuurlijk heel onopvallend door zogenaamd een bus tafereel te fotograferen, allen Robert Peter kijkt onze kant niet op. Verdorie. Pas het laatste moment kijkt hij onze richting op, te laat. Na het instappen wijst Gerda op de stoelen voor de beroemdheid: ‘Hier zitten’? Dan volgt een memorabel moment. De rocker spreekt vloeiend Nederlands: ‘Ik zou het niet doen, ik hoor alles.’ Hoe gênant wil je het hebben. Jos duikt in elkaar op zoek naar losse veters, maar het blijkt een aardige kerel die het wel vermakelijk vindt. Er kan gelukkig om gelachen worden. De man met Haagse tongval reist ook met tickets, geregeld door de Treinreiswinkel, is een groot liefhebber van Groot-Brittannië en vindt alles vet en gaaf. Na een uur komen we aan op het Kyle of Lochalsh station. We hebben daar een korte overstaptijd. Wachtend op de trein komt er ineens met snelle tred Schot in bijzondere kilt voorbij lopen. Hij ziet er prachtig uit. Helaas, het fototoestel is niet paraat. Ik hoor op afstand een vrouw tegen iemand zeggen dat een Schots militair uniform zou zijn. Of dat zo is?
We volgen weer een mooi traject. Het verveelt niet om te kijken naar het steeds wisselende, uitgestrekte ruige Schotse landschap.
De tweeënhalf uur gaan zo weer snel genoeg voorbij. Halverwege de middag komen we aan in Inverness, de eerste indruk is die van een sfeervol centrum. Uitnodigend ook. Het is zo’n tien minuten lopen naar het guesthouse. Het is een leuke wandeling, we kijken met plezier naar prachtige huizen die we onderweg tegenkomen. Het welkom door het echtpaar dat het guesthouse, genaamd ‘Inverglenn’ is allerhartelijkst. En, ongelooflijk, maar de man lijkt sprekend op Elton John. Niet te geloven, zoveel beroemdheden met carrière switches als wij tegenkomen.

We worden ontvangen in een heel gezellige zitkamer met koffie, thee en zelfgebakken heerlijke cakejes. Dat hebben we nog nooit eerder meegemaakt. Ze nemen de tijd om ons aan de hand van een plattegrond wegwijs te maken in de stad. De bezienswaardigheden, de winkels, de restaurants en de pubs. Inverness zelf heeft niet veel te bieden, vertelt de man, het is vooral heel geschikt als uitvalsbasis voor excursies in de omgeving, zoals het meer van Lochness. Wij gaan dat niet doen, we zijn hier maar korte tijd. Morgenochtend reizen we alweer verder. Het echtpaar wijst ons de smetteloze, knusse slaapkamers waar ook alles is gedaan om de gasten zich direct op hun gemak te laten voelen. Tot aantrekkelijk verpakte koekjes aan toe. jammer dat we hier maar kort van kunnen genieten. Wanneer Theo en ik ons geïnstalleerd hebben, lopen we naar de kamer van Jos en Gerda om die te bekijken. Te laat kom ik erachter dat onze sleutel nog in onze kamer ligt. Dat wordt na nog geen vijf minuten de reservesleutel halen. Net geen recordtijd volgens de eigenaar. We verlaten het pand en trekken het stadje in. Bijzonder vind ik de fietsenworkshop op de hoek. Je kan er je fiets laten, leren maken en tegelijkertijd koffie/theedrinken. Het ziet er heel gezellig uit. Stom dat ik geen foto heb gemaakt.

We bezoeken een kasteel dat niet open voor publiek is en stappen een oude kerk is die helemaal is volgestouwd met tweedehands boeken. Zoiets geeft altijd een bijzondere sfeer, het is leuk om gewoon even doorheen te lopen. Onderweg komen we de ‘Whetherspoon’ tegen. Die kennen we andere plaatsen die we bezocht hebben. Smakelijk en goed eten voor een lekker prijsje. Ook hier is het een combi van eten en pub. We besluiten er later te gaan eten, nu gaan we eerst koffiedrinken. Nieuw is dat we nu een koffietent treffen die koffiekopjes formaat soepkom heeft. We doorkruisen daarna nog allerlei straatjes, gaan dan eten in de eerder genoemde zaak en blijven daarna nog gezellig hangen met een biertje en een wijntje. Na een paar uur gaan we terug naar het guesthouse om daar nog even van de gezellige zitkamer te genieten. Wanneer we daar naartoe lopen begint het voor het eerste deze reis te regenen. Gelukkig heeft Theo een paraplu bij zich waar hij met Jos onder duikt en trekken Gerda en ik de capuchons van onze vesten over het hoofd. Goed nat komen we aan, trekken wat droogs aan, zoeken de gezelligheid beneden nog even op en dan zoeken we onze nestjes op. Morgen gaat de wekker om 6.45 uur.