Wakker worden in Italiaans Zwitserland waar niets meer doet denken aan de plaatsen waar we eerder waren. De hotelkamer heeft evenals de rest van het hotel heel veel marmer en straalt door alle versieringen Italiaanse allure uit. Het ontbijtbuffet is in paassfeer en groots. Er ligt en staat echt heel veel, wat het kiezen erg lastig maakt. Theo komt lekker los en heeft al snel een ingesleten paadje rond de tafels gemaakt;) Tegen tienen sleep ik hem de ontbijtzaal uit met de belofte dat we er morgenochtend terugkomen.
We lopen naar het station waar we Sophie ontmoeten. Zij is gisteravond van St. Gallen naar een plaatsje op een half uur afstand van Lugano gereisd. De ouders van een studiegenootje hebben daar een huisje waar de meisjes de paasdagen kunnen verblijven. De meesten komen pas morgen waardoor Sophie de gelegenheid pakte om ons nog een dag op te zoeken.
Vanaf het station lopen we naar het meer van Lugano en laten Sophie onderweg al wat leuke plekjes zien. We bezoeken een kerkje

dat binnen grotendeels wordt gerenoveerd en zien dat de lege marktkramen van gisteren nu in gebruik zijn. Er heerst gezelligheid en gemoedelijke drukte waar we met plezier doorheen wandelen. Het is zo niet Zwitserland door de mensen, het Italiaans en de palmbomen die we overal zien staan. We hebben meer het gevoel in Zuid-Europa te zijn.
Toch is het Zwitserland, de vlaggen die we zien hangen zijn duidelijk genoeg.

Bij het meer staat een typisch toeristentreintje waarmee we tegen betaling een snelle blik op Lugano krijgen, leuk om te zien. Een paar stations voor het einde stappen we uit. Met twee kabeltreintjes gaan we de Monte Bré op en dat is een hele goede keus. Vanaf de berg hebben we vanaf verschillende punten een machtig mooi uitzicht over Lugano. Ook al is het iets heiig, doet het zonnetje z’n best maar komt het niet door; Lugano vanaf grote hoogte met z’n bergen en water is meer dan de moeite. Bovenop de berg is genoeg gelegenheid om te wandelen en iets te drinken, beide doen we.

Na een paar uur gaan we weer met de kabelbaantjes naar beneden en kopen bij de supermarkt broodjes en drinken om in het park te gaan nuttigen. We slenteren langs de volop bloeiende planten en bomen en gaan op de houten vlonder bij het water zitten. We kijken uit over het water met zwanen en veel zeilers en zien om ons heen meer mensen die het ervan nemen. Later lopen we terug naar de binnenstad waar we zwerven door de knoertgezellige straatjes en over pleinen.

Er zijn straatartiesten, speciale paasactiviteiten voor kinderen en de terrasjes zitten overvol. Dit is een stadsbeeld zoals je het wilt tegenkomen. Bruisend van gezelligheid in een verrassend decor van pittoreske straatjes. De mensen zijn vriendelijk, maar lijken behalve het Italiaans geen enkel woord in een andere taal te kennen. En wij komen niet verder dan Bon Giorno ( waarom denk ik dan steeds aan ondergoed), gracias, ciao, en arriverderci. Maakt niet uit, het heeft z’n charme. Dat heeft ook de man op leeftijd die bij een straatbandje helemaal loskomt. Sierlijk dansend krijgt hij het publiek en de muzikanten op zijn hand. Ik kan het laten hem mijn waardering te laten blijken en geef hem een complimento en krijg een hartelijk gracias van hem en zijn vrouw terug. Aan het eind van de middag zoeken we een goedkope eettent, wat in Zwitserland al duur genoeg is en gaan dan naar ons hotel terug. Daar neem ik na een uurtje afscheid van Sophie die door Theo naar haar hotel gebracht wordt, het onze zat vol. Morgen gaat ze terug naar haar studiegenootjes in het vakantiehuisje. Afscheid nemen, wat ben ik daar toch verrekte slecht in…
Lugano, een mooie stad met een eigen flair was de moeite waard, maar twee nachten is genoeg, morgen verder. Op avontuur naar een nieuw stukje Zwitserland. We gaan deels door Italië met de Bernina Express, op weg naar Preda, een eenzaam hotel tussen de Zwitserse bergen