Als we allang en breed aangekleed zijn, klinkt er een zachte korte klop op de deur: ‘Awake for your breakfast.’ Blijkbaar zijn de Italianen ‘s morgens van het laatste moment, wij houden van rustig opstaan. Het ontbijtbuffet bestaat uit geroosterd brood, sinaasappelsap, een eitje en diepzwarte, zoete thee uit een apparaat en koffie die niet als smakelijk in de boeken gaat.
Om 8.00 uur arriveren we in de haven van Bari waar een gratis shuttle bus ons naar het station zal brengen. We moeten een kwartier op dat vervoer wachten, gelukkig is er een abri waar we in de schaduw kunnen schuilen, want het is al 26 graden buiten. De rit naar het station is benauwd en warm in de overvolle bus zonder airco.
Op het station laten we de bagage achter bij een bewaakt depot om de komende uren onbelast te kunnen slenteren, dolen en snuffelen door Bari.
Naast het depot is ook hier een speciale ruimte te vinden met daarin een kapelletje. Evenals op de boot zijn daar nu geen mensen. In hoeverre wordt het gebruikt? Geen idee.
Het is nog vroeg en rustig op straat. We begeven ons door de brede winkelstraat en zien daar tot onze verrassing, midden op straat, een pianist aan het spelen op een vleugel. Natuurlijk blijven we even staan en luisteren, zoals ook anderen de pas inhouden en zich concentreren op de mooie klanken die goed passen bij een ontwakende stad.

We lopen door en schuiven aan op een terras voor echte koffie. En voor de wc. Na de treurige hygiënische omstandigheden op de boot is mijn hoop gevestigd op een blinkende en frisse ruimte die mijn blaas en darmen juichend doen ontspannen. Helaas, doordat het licht het niet doet moet de slecht afsluitbare deur op een kier om zeker te weten dat ik boven de gammele pot zonder bril hang. Niks ontspannen toiletteren.
Zoals je voor bepaalde landen opzetstopcontacten hebt zou er iets van simpele wc opzetsloten voor op reis uitgevonden moeten worden, zoveel wc’s die niet of nauwelijks op slot kunnen.
We zetten onze tocht door Bari voort en komen in een oud gedeelte met smalle straatjes. Mensen die voor de deur zitten, gezellig babbelend voor de deur met op het eerste oog alle tijd van de wereld. En overal balkonnetjes met lijntjes en rekjes waaraan de was te drogen hangt.
Een volwassen gespierde man loopt voor ons lang een steeg in, blijft onder een balkon staan en roept om zijn ‘Má-má, má-má!’ zoals alleen een Italiaan het kan. Ik smul, vertraag mijn pas en draal rommelend aan mijn fototoestel, om niets te missen. Het deurtje grenzend aan het balkon gaat open en Di mama verschijnt in haar schortjurk en grijzend haar. Een korte dialoog tussen de twee volgt met de onmiskenbare Italiaanse expressie, waarna de man weer gaat en mama terug naar binnen. Een heerlijk kloppend plaatje die uit een film had kunnen komen.

Als we verder gaan komen we uit bij de kathedraal Nicola. We kunnen naar binnen waar we bijzondere plafondschilderingen zien met glazen nissen waarin beelden van kostbaar uitziende heiligenbeelden. Ook is er een soort cel, afgesloten met hekwerk waarachter we allerlei voorwerpen zien: verzamelde relikwieën verzameld vanaf de Middeleeuwen. Een trap leidt naar beneden. Mensen, waaronder Italiaanse vrouwen en meisjes met omslagdoeken/ hoofddoeken zien we die afdalen. Toeristen volgen. Al zijn sommigen van die laatste groep ook in korte broek, wij twijfelen. Nieuwsgierigheid wint en we volgen. Beneden is een indrukwekkend gewelf dat vol staat met mensen, allemaal gericht op de gehouden mis achter traliewerk, waarachter wij een priester, een koortje en een non zien. De aanwezige mensen bidden, ook diverse toeristen. Wij blijven achterin staan. Uiteraard gebruik ik mijn fototoestel niet. In een hoek vlakbij ons staat, eveneens achter traliewerk, een marmeren zuil. Mensen stoppen briefjes door de openingen waardoor er een hele stapel op de grond ligt.
We nemen de intieme sfeer in ons op en trekken ons dan stilletjes terug, de trap op naar boven. Het geheel voelt toch als een feestje waarvoor we niet uitgenodigd zijn en waar we niet passen, hoewel we door niemand op onze aanwezigheid aangekeken werden.

De wandeling gaat verder door een doolhof van weggetjes, naar de haven waar we vanmorgen aankwamen. Via een andere weg, langs de kade, gaan we terug tot we opnieuw op het plein in het centrum uitkomen. Een sterk staaltje Italiaans parkeren pakken we onderweg nog mee. Een auto perst zich langs de stoeprand letterlijk tussen twee auto’s. Raakt de bumper voor en achter hem stevig, maar staat dan. Helaas we niet afwachten hoe de auto’s zich er straks tussenuit moeten wringen: het laat zich raden.
Wat me trouwens in Bari opvalt hier zijn de vele tv antennes zoals wij die vroeger in Nederland hadden. In Dubrovnik zagen we dat ook.

We pikken nu een ander terras voor een verfrissing, hard nodig want we zijn warm en dorstig door de zomerse temperatuur. Wel zien we in de lucht wolken die wijzen op mogelijk dreigend onweer. Ik maak gebruik van de niet gebrilde wc die dit keer in het opslaghok gevestigd is. Trappen en ladders hangen aan de muren, een stofzuiger binnen handbereik.
Dan is het tijd om zo zoetjes aan terug te gaan naar het station waar we onze bagage ophalen en zoeken naar het juiste perron voor onze trein naar Rome.

De zon is nu definitief weg, het is zwaarbewolkt en de zonnebrillen kunnen opgeruimd. We hangen tegen het raampje aan en kijken naar buiten waar we vooral hoog betonnen bebouwing zien, olijfbomen en rommelig ingerichte velden.
Pas voorbij Focca komen de heuvels in beeld en het uitzicht mooier door de sterke glooiingen van het landschap. De heuvels worden bergen begroeid met bomen waartussen water slingert in een bedding van grind en rotsen. Door de openscheurende lucht kieren nu hemelsblauwe lapjes en straaltjes zonnelicht. Even krijgt het uitzicht een veel vriendelijker karakter, dan sluiten de wolken onverbiddelijk de gelederen en lijkt de zon definitief buiten spel gezet.
Regendruppels glijden aan de buitenkant van het raam voorbij in een steeds sneller tempo in een niet te stoppen enthousiasme. De lucht is donker, het landschap grauw en nat. Onze korte broeken passen niet meer.
We staan stil zonder dat er van een station sprake is. Omdat ik weg dut heb ik het niet eens in de gaten. Theo meldt dat er is omgeroepen dat we wegens een technisch mankement al ca. 20 minuten vertraging hebben. Hij rekent me voor hoeveel ervan onze overstaptijd van anderhalf in Rome overblijft. De vertraging loopt op naar 38 minuten. Wat als we de overstap in Rome missen vraagt Theo zich af. Ik zie dat tegen die tijd wel weer. Toch ben ik natuurlijk ook opgelucht dat er omgeroepen wordt dat het euvel verholpen. De trein scheurt nu verder, op een digitaal scherm ziet we de snelheid tot 242 km/u oplopen.
Tijdens een station stop stappen een vrouw en een man in, die naast Theo en mij gaat zitten. Collega’s vermoed ik al snel door de papieren die op het tafeltje tussen ons belanden. Vanaf dat moment leutert de man aan één stuk door. De vrouw reageert zo nu en dan kort waarna hij weer doorgaat op luide toon. Een man die zichzelf graag hoort praten. Het telefoongesprek tussendoor moet ook op fors niveau. Toch jammer dat ik geen idee heb waar hij het over heeft. Hopelijk hebben de andere Italianen in de coupé straks thuis iets interessants te vertellen.
Tegen de tijd dat we Rome naderen is het toverballenweer opnieuw veranderd. Een beetje blauw, een groeiend zonnetje en plukjes bewolking. Hadden we een half uur geleden niet gedacht toen het goot van de lucht en bliksemschichten daar doorheen doken. Hier in Rome is het droog, de bestrating heeft geen druppel te verduren gehad.
We verlaten het perron, pas als dat helemaal leeg is mogen nieuwe passagiers het perron op. We passeren de poortjes met beveiligingsbeambten en gaan op zoek naar wc’s en broodjes. We blijken slechts één euro bij ons te hebben voor het toilet, dat is een euro tekort. Ik krijg voorrang, gelukkig, want als ik moet ben ik nauwelijks meer te houden. De wc’s zijn redelijk, uiteraard weer zonder bril. Het slot is voldoende, maar lijkt een farce door de enorme kier tussen deur en wand. Rare jongens die Romeinen.

Het station in Rome is een gekkenhuis, dat het spitstijd draagt daar misschien aan bij. Het geeft een hectisch beeld, en nergens iets bijzonders te zien wat wij wel hadden verwacht. Waar wij komen zien we alleen maar winkels en eettenten. Ach, veel tijd hebben we toch niet. We kopen broodjes en drinken en zoeken de trein naar München. Verwarrend is dat die hier als bestemming Wenen vermeldt staat, de tijd klopt echter wel. Voor de zekerheid vragen we het na. Ja hoor, het klopt. De achterste wagons gaan naar München.
We lopen naar achteren en zien dan tot onze verbazing dezelfde conducteur die we op de heenweg van Amsterdam naar München hadden. Een vriendelijke, wat verstrooide man die zijn werk goed wil doen, hulpvaardig is en liever Duits dan Engels spreekt. Hij herkent ons, maar blijft heel correct en formeel.
Het is nu half zeven, over een half uur vertrekken we. Onze tweepersoonscabine is vrijwel hetzelfde als de heenweg, alleen de wastafel zit op een andere plek. Handiger, nu kunnen we de bagage iets praktischer kwijt. We installeren ons op het onderste bed, krijgen van de conducteur ieder een flesje water en koffie en kijken uit naar onze rit door de nacht.

