Dubrovnik – nachtboot Italie

door | 9 jun 2016 | Treinen door Kroatië

Vannacht slecht geslapen. Op het dak, ter hoogte van onze slaapkamer was een voortdurend botsend geluid te horen van metaal op metaal, veroorzaakt door de stevige wind die we gisteravond al hoorde toenemen. Theo sliep er met een matig gesnurk rustig doorheen. Ik niet, k werd er lichtelijk gestoord van, rukte kussen en dekbedhoes van het bed en verhuisde naar de bank in de kamer, waar ik eerst alle kussens vanaf smeet. Ik ben dol op slapen, dus neem het me niet af… Grrr. Op de bank lukte het om wat uren prettig onder zeil te raken.

Als we wakker worden is het opnieuw weer om te zoenen. We ontbijten in alle rust en pakken de rugzakken in die we hier om 18.00 uur komen ophalen. Ik verwacht dat Kate ons zal vragen hoe we het in haar appartement hebben gehad, ik zou dan zeker van de slechte nacht verteld hebben, maar ze vraagt nergens naar. Ik houd mijn mond, maar besef wel dat we de eerste nacht mazzel hebben gehad met vrijwel windstil weer.

Om 10.00 uur verlaten we het appartement en lopen voor de laatste keer naar de stad. Daar starten we met cappuccino en plezierig om ons heen kijken.
Op het pleintje voor ons zijn gidsen bezig om mensen tot een rondleiding te verleiden. Eén valt op: een jonge knul in een knalgeel maillot, wit overhemd en een borst/rug bekleding als van een ridderharnas. Met zijn goede kop zou hij zo een rol in een hedendaagse Florisfilm kunnen binnenhalen, denk ik. De outfit werkt: met zijn opvallende verschijning heeft hij in no-time een grote groep mensen om zich heen. Jezelf onderscheiden van de rest: het bewijst zichzelf hier weer.

De koffie is op en we gaan naar de kabelbaan achter de oude stad. In de korte rit naar boven zien we de stad razendsnel onder ons verdwijnen. Boven zijn verschillende plateaus vanwaar we een werkelijk magnifiek overzicht op Dubrovnik en de havens hebben. Dat we op een steenworp afstand van Montenegro afzitten wordt duidelijk als Theo’s telefoon daarvan een signaal afgeeft. De mijne heb ik niet bij me, ligt bewust in de rugzak in het appartement, ik gebruik het ding hier overdag toch niet. Wat we van hieraf van Montenegro zien is groen, ruig en rotsachtig. Bewoning zien we niet.

Het is werkelijk een geweldige plek. En mede door de zomerblauwe lucht met daarin een stralende zon is het alsof we naar een levend geworden ansichtkaart kijken. Ik herinner me er zo een die ik ooit in Dubrovnik kocht en in een fotoalbum plakte. Dat deed ik vaak: kaarten kopen van mooie gebieden, want zeker in die tijd met analoge fotostellen lukte het in de verste verte niet om een prachtige foto te maken. Bovendien kostte elk rolletje en elke afgedrukte foto geld. Over toen en nu gesproken…

We klimmen nog een stukje hoger naar het Fort wat daar staat, gebouwd in de tijd van Napoleon 1. Door de Joegoslavische oorlog van 1991 – 1995 kreeg het ‘t Fort er een nieuw historisch hoofdstuk bij. In oktober en december 1991 werden er door de Montenegrijns en de Serviërs een aanval gedaan op Dubrovnik, maar stuitten op geduchte tegenstand. Met het Fort als basiskamp van de soldaten werd Dubrovnik met hand en tand verdedigd. Nu is er in die gewelven van het Fort een uitgebreide expositie ingericht met foto’s, films en attributen uit die tijd. Het is zeer de moeite, zeker omdat we de oude stad deze dagen een paar keer hebben bezocht.

Nog duidelijker wordt hoe geweldig alles is opgebouwd en hoe groot de verwoestingen waren. De beelden laten genadeloos verwoeste kerken, pleinen, muren, daken en andere eeuwenoude onderdelen van de oude stad zien. Foto’s van mensen die worden geëvacueerd. Beelden van mensen die regenwater opvangen omdat er geen drinkwater meer is.
Het lukte de Montenegrijns en Serviërs niet om Dubrovnik te veroveren, ze gaven het op en de oorlog verplaatste zich naar Bosnië- Herzegovina
Natuurlijk weet ik van de oorlog, heb ik de verschrikkingen op het journaal gevolgd, kranten gelezen. En toch, ik werd vooral in beslag genomen door mijn wereldje met hoogte- en dieptepunten. Gênant eigenlijk. Dat maakt het reizen naar andere landen, het kennis maken met andere gewoonten, culturen ook zo waardevol. Door meer indrukken, meer kennis helpt het om mijn wereld groter te maken en daardoor ‘breder’ te denken.
Wat ik me afvraag is hoe tegenwoordig de verhouding van de Kroaten met de Montenegrijns is. Ze wonen haast bij elkaar op de stoep.

We nemen de tijd voor de expositie waar het ook heerlijk koel is. Buiten wacht ons later de plakkerige warmte die direct onbehaaglijk aan de huid gaat kleven. We genieten nog een laatste keer van de diverse uitzichtpunten en gaan dan met de kabelbaan naar beneden. Daar lopen we in een rechte lijn naar de ijskoffietent van gisteren, want die smaakte naar meer. Het meisje dat het drankje brengt herkent ons ‘Ah, alle dagen ijskoffie,’ lacht ze. Ze krijgt punten van ons. De meesten doen hun werk beleefd en keurig, maar onpersoonlijk.

Bij een bakker kopen we een paar luxe broodjes en zoeken een plekje in de schaduw om die op te eten.
Uitgerust stappen we op het klooster af dat Theo graag wil zien. Het is vlakbij de hoofdingang en we zijn er al een paar keer voorbijgelopen.
Het klooster was vroeger een apotheek, gerund door monniken, behorende tot de Franciskanen orde. Het is een mooi gebouw van bescheiden afmeting waar we zo doorheen zijn. Op de muren veel gerestaureerde afbeeldingen die met Franciscus te maken hebben. Helaas staan er geen teksten in het Engels bij, waardoor het hoe en wat van Franciscus ons ontgaan. Moeten de beelden voor zichzelf spreken en zijn wij doof?
Of wordt verondersteld dat het tot de basiskennis van de bezoekers behoort. Helaas.

Naast het klooster staat een kerk die vanaf de hoofdstraat nauwelijks zichtbaar is. Een groep mensen komt naar buiten, waarna wij naar binnen gaan. Het is een aparte kerk, de Franciscuskerk. Een grote rechthoekige ruimte met veel tegenover elkaar staande altaartjes van donker marmer. Her en der zitten mensen in banken om te bidden.
Wij gaan voor een moment op de stoeltjes achterin zitten om alles rustig te bekijken. Dan zie ik een stevige vrouw een bank uit schommelen, grote tas hangend aan de rechter elleboog, grote portemonnee in de rechterhand. Ze loopt naar een altaartje waar kaarsjes branden en kaarsjes opgestoken kunnen worden. Aandachtig leest ze het bordje dat erbij hangt. De kosten van een kaars, vermoed ik. De houding en de blik doen me denken aan iemand die bedenkt of de aanbieding aantrekkelijk genoeg is om er op in te gaan. Ik kan die gedachte niet tegenhouden. In ieder geval wordt hier geen kaars gekocht. Ze keert zich om en sjokt met zware tred naar een verder gelegen altaar voorin de kerk. Vast duurder is een gedachte die er ook tussendoor glipt.

We verlaten de kerk en gaan naar de haven voor, jawel, een terras. Vanaf deze plek hebben we een grandioze uitkijk op panorama- en glasboten met mensen ervoor die elkaar af proberen te troeven om gasten aan boord te lokken. De toeristenindustrie is echt hard werken. Op deze manier dag in, dag uit, gasten binnen zien te halen, het is me wat.
Later slenteren we naar een pier en gaan zitten kijken naar bootjes en jongeren die in een afgeschermd gedeelte zwemmen en zonnen. De heerlijke sfeer van niks moeten, alles mag is hier sterk aanwezig. Weldadig.

Voordat we de rugzakken ophalen, gaan we een hapje eten in het vegetarische restaurant van een paar dagen geleden. Vegetarisch is hier trouwens vooral pasta, risotto en gebakken groente met rijst. Wij hebben er geen problemen mee.
Terwijl we eten zien we een bruidspaar dat met een fotoreportage bezig is. Opvallend is de onverschillige houding van het stel. De man sjouwt met een plastic tas achter zijn kersverse vrouw aan die gezellig kletsend met een bruidsmeisje oploopt. Ze stralen niet en er worden geen blikken uitgewisseld. Als de foto’s gemaakt worden kijken ze elkaar in de ogen, waarvan ik denk: dat kan veel beter. Daarna gaan ze hun eigen gang weer. Ik denk dat het een huwelijk van niks wordt, Theo denkt dat ze niets met elkaar hebben en dat het om de gefotografeerde bruidskleding gaat. Ik hoop van harte dat hij gelijk heeft. We zullen het nooit weten.

We halen de spullen op en Kate en Mario bellen een taxi die ons naar de haven brengt waar we onze vouchers inwisselen voor instapkaarten op de boot. We moeten twee uur wachten voordat we aan boord kunnen. Dat wisten we. We kopen en ijsje en kuieren nog even de haven rond. Die is omgeven door heuvels waartegen huizen waarin de lampen aangaan. Een zon die rood ondergaat en bootjes die dobberend langs de kade liggen, het is aan alle kanten idyllisch.
Als het tijd is lopen we naar de bootterminal, langs de paspoortcontrole naar de boot. Met ‘Bonne sera’ worden we welkom geheten. Kroatië lijkt met één stap aan boord ineens ver weg. We worden goed de weg gewezen naar de receptie waar een Mariabeeld met rozenkrans staat. Natuurlijk, het zeer katholieke Italië. We ontvangen de kamersleutel en twee ontbijtbonnen.
De hut is de meest simpele die we ooit gehad hebben. Bedden, wastafel, stoel. De douche en toilet bevinden zich op de gang. Als ik deze sanitaire voorzieningen bezoek wil ik er zo snel mogelijk vandaan vluchten. Het is oud, vies en ik zie overal gebreken. Met blote voeten op de douchevloer is vragen om voetschimmel of erger, geen teen aan mijn voet die zich daar waagt. De stortbak achter het toilet hangt er half aan. Loslatende panelen, voegen die ontbreken, scheuren, het is bar en boos. Over de lucht die er hangt zal ik het maar niet hebben, het heeft in ieder geval niets met bloemetjesfris te maken.

Aan de binnenkant van onze hutdeur hangt en vluchtplan en ik stel Theo voor dat we het dit keer wel grondig bestuderen en leg mijn zwembrilletje naast het bed.

Naast het klooster staat een kerk die vanaf de hoofdstraat nauwelijks zichtbaar is. Een groep mensen komt naar buiten, waarna wij naar binnen gaan. Het is een aparte kerk, de Franciscuskerk. Een grote rechthoekige ruimte met veel tegenover elkaar staande altaartjes van donker marmer. Her en der zitten mensen in banken om te bidden.
Wij gaan voor een moment op de stoeltjes achterin zitten om alles rustig te bekijken. Dan zie ik een stevige vrouw een bank uit schommelen, grote tas hangend aan de rechter elleboog, grote portemonnee in de rechterhand. Ze loopt naar een altaartje waar kaarsjes branden en kaarsjes opgestoken kunnen worden. Aandachtig leest ze het bordje dat erbij hangt. De kosten van een kaars, vermoed ik. De houding en de blik doen me denken aan iemand die bedenkt of de aanbieding aantrekkelijk genoeg is om er op in te gaan. Ik kan die gedachte niet tegenhouden. In ieder geval wordt hier geen kaars gekocht. Ze keert zich om en sjokt met zware tred naar een verder gelegen altaar voorin de kerk. Vast duurder is een gedachte die er ook tussendoor glipt.

We verlaten de kerk en gaan naar de haven voor, jawel, een terras. Vanaf deze plek hebben we een grandioze uitkijk op panorama- en glasboten met mensen ervoor die elkaar af proberen te troeven om gasten aan boord te lokken. De toeristenindustrie is echt hard werken. Op deze manier dag in, dag uit, gasten binnen zien te halen, het is me wat.
Later slenteren we naar een pier en gaan zitten kijken naar bootjes en jongeren die in een afgeschermd gedeelte zwemmen en zonnen. De heerlijke sfeer van niks moeten, alles mag is hier sterk aanwezig. Weldadig.

Voordat we de rugzakken ophalen, gaan we een hapje eten in het vegetarische restaurant van een paar dagen geleden. Vegetarisch is hier trouwens vooral pasta, risotto en gebakken groente met rijst. Wij hebben er geen problemen mee.
Terwijl we eten zien we een bruidspaar dat met een fotoreportage bezig is. Opvallend is de onverschillige houding van het stel. De man sjouwt met een plastic tas achter zijn kersverse vrouw aan die gezellig kletsend met een bruidsmeisje oploopt. Ze stralen niet en er worden geen blikken uitgewisseld. Als de foto’s gemaakt worden kijken ze elkaar in de ogen, waarvan ik denk: dat kan veel beter. Daarna gaan ze hun eigen gang weer. Ik denk dat het een huwelijk van niks wordt, Theo denkt dat ze niets met elkaar hebben en dat het om de gefotografeerde bruidskleding gaat. Ik hoop van harte dat hij gelijk heeft. We zullen het nooit weten.

We halen de spullen op en Kate en Mario bellen een taxi die ons naar de haven brengt waar we onze vouchers inwisselen voor instapkaarten op de boot. We moeten twee uur wachten voordat we aan boord kunnen. Dat wisten we. We kopen en ijsje en kuieren nog even de haven rond. Die is omgeven door heuvels waartegen huizen waarin de lampen aangaan. Een zon die rood ondergaat en bootjes die dobberend langs de kade liggen, het is aan alle kanten idyllisch.
Als het tijd is lopen we naar de bootterminal, langs de paspoortcontrole naar de boot. Met ‘Bonne sera’ worden we welkom geheten. Kroatië lijkt met één stap aan boord ineens ver weg. We worden goed de weg gewezen naar de receptie waar een Mariabeeld met rozenkrans staat. Natuurlijk, het zeer katholieke Italië. We ontvangen de kamersleutel en twee ontbijtbonnen.
De hut is de meest simpele die we ooit gehad hebben. Bedden, wastafel, stoel. De douche en toilet bevinden zich op de gang. Als ik deze sanitaire voorzieningen bezoek wil ik er zo snel mogelijk vandaan vluchten. Het is oud, vies en ik zie overal gebreken. Met blote voeten op de douchevloer is vragen om voetschimmel of erger, geen teen aan mijn voet die zich daar waagt. De stortbak achter het toilet hangt er half aan. Loslatende panelen, voegen die ontbreken, scheuren, het is bar en boos. Over de lucht die er hangt zal ik het maar niet hebben, het heeft in ieder geval niets met bloemetjesfris te maken.

Aan de binnenkant van onze hutdeur hangt en vluchtplan en ik stel Theo voor dat we het dit keer wel grondig bestuderen en leg mijn zwembrilletje naast het bed.