‘Stop er maar twee in elk neusgat,’ antwoord ik mijn oudste dochter als ze vraagt of ik een pepermuntje wil.
We trekken een gekke bek. Een uur geleden waren we euforisch over deze plek bij de finish van de Nijmeegse Vierdaagse. Een stoepje om op te zitten, een hek om tegenaan te hangen, media-activiteiten in het zicht, opzwepende muziek achter ons en natuurlijk de duizenden passerende stoere wandelaars. Kortom, toplocatie.

Totdat een moeder en twee dochters een plek naast ons innemen. Tassen en stoelen worden neergezet alsof het privéterrein is, waarna ze enthousiast zwaaien naar de eerste wandelaar die juist binnenkomt. De verdelgende geur van weken niet gewassen lijven en kleding met opgedroogd zweet komt ons tegemoet.

Onwillekeurig schuiven we een stukje opzij.
‘Strategie,’ fluister ik mijn dochter toe ‘daar trappen we niet in,’ en ik verplaats me weer terug. Slim om een gore, maagomdraaiende, zuurstofdodende walm om je heen te creëren.
‘Moed houden,’ spreek ik mijn dochter toe.
In hun comfortzone gaan de drie dames nu uitgebreid picknicken met broodjes Ze krijgen van de omstanders alle ruimte. Inmiddels doet onze deodorant wat de reclame belooft: door de dynamische werking staan wij in no-time klem tussen het opdringende publiek.

‘s Avonds laat ik mijn shirtje zorgvuldig drogen. De eerste zweetlaag zit erin. De komende Vierdaagse ben ik beter voorbereid.