Ze zijn al weken vrolijk opgewonden. Iedereen die hen in die tijd gesproken heeft, weet het. Saar komt logeren. Met flesjes, luiers, rompertjes en alles wat nog meer past in de eerste rolkoffer van het zes maanden oude dochtertje van een nicht. De kinderwagen mocht beslist niet vergeten worden.

‘Ze’ gaan vierentwintig uur opa en oma spelen. Met het grootste plezier hebben ze er verlof voor opgenomen.
Op verzoek brengen de ouders een hongerig kind, zodat het eerste flesje na aankomst direct gegeven kan worden. Vader en moeder kunnen niet snel genoeg ophoepelen: ‘Ga nu maar, wij gaan het uitstekend redden.’

Saar moet nog een boertje geven. ‘Maak even een foto,’ zegt nepopa.
Over de strontluier zijn ze vol bewondering: wat een productie! Hij laat het meisje het beertje op de boekenplank zien: ‘ Kijk, die is nog van mij geweest’.

Trots lopen ze later om de beurt achter de kinderwagen door het dorp. Opa en oma met kleinkind, voor wie niet beter weet.
‘s Avonds kijken ze met een vertederde blik en de handen ineen naar het slapende kleine wurm. ‘ Goh, stel je eens voor…’
Direct nadat Saar de volgende dag is opgehaald, bellen ze hun kinderen: die schattige baby was zo leuk!

Een vogelpaar vliegt met takjes in de snavel voorbij het raam. De aspirant-grootouders nestelen zich tegen elkaar.