‘Mevrouw Holleeder, deze is voor u.’
Zonder blikken of blozen overhandigt het winkelmeisje mij het pakje.
‘Je mag Hollander zeggen, hoor’ en ik wijs naar mijn goed gespelde naam op het etiket. Verschrikt slaat het meisje een hand voor haar mond: ‘Sorry, sorry! Ik had beter moeten kijken.’

‘Hindert niet,’ zeg ik,’ als er maar geen mensen zijn die vermoeden dat ik familie ben van…’ Omzichtig kijk ik de winkel rond die tegen sluitingstijd vrijwel leeg is. ‘Ik ben niet zijn zus!’ roep ik.
‘Je weet het nooit’ fluister ik vervolgens tegen het inmiddels rood aangelopen meisje achter de kassa. ‘Er kan zomaar een gek zijn die denkt met het neermaaien van mij de hoofdprijs binnen te halen.’

‘Het ging echt per ongeluk’ stamelt het meisje met bibberende stem, zich waarschijnlijk realiserend welke gevaarlijke situatie mogelijk is ontstaan.
‘Natuurlijk, maar in de onderwereld is een fout zo gemaakt. Het zijn trouwens niet eens fouten, ze hebben het altijd over vergissingen. En, kijk zelf, mijn neus helpt ook niet echt.’ Het meisje bestrijdt dat meteen:’Nee, echt niet.’
‘Maak je niet druk, we hebben ontstellend veel geluk gehad.’ Een aarzelend lachje breekt door. Terwijl ik naar de uitgang loop knipoog ik: ‘Mijn broer zal dit een prachtverhaal vinden!’ Het arme kind verstijft en vergeet mij een prettige dag toe te wensen.