De steeds groener wordende bomen en struiken met openspringende knoppen zie ik nauwelijks. Mijn blik heeft zich haast obsessief vernauwd.
Het begon in onze tuin die vorig jaar onze tuin nog niet was. Terwijl alle aandacht naar het huis ging, vertoonde het groen buiten gedrag dat alle perken te buiten ging. In alle vrijheid vonden en omhelsden jonge scheuten elkaar dat het een lieve lust was.

Het was één grote vruchtbare orgie van voortplantingsdriften. En wij, sukkels, lieten het toe. Hadden het te druk met slopen en weer opbouwen.
Opeens zag ik niet een beetje, maar kilometers klimop. Ik trok aan een stengel en rukte er meters verder de wortel van uit. De oorlog werd verklaard.

Sindsdien loop ik trekkend en knippend met de snoeischaar rond. Ondertussen is mijn lief wreed een opkomende generatie groentjes, richting groene container aan het schoffelen. Partners in crime.

Ter ontspanning gaan we een rondje wandelen. Nauwelijks zijn we op weg als ik een met klimop begroeid huis zie.
Als iets slecht is voor de voegen! Ik voel een nauwelijks te bedwingen reddingsdrang. Mijn vingers maken onwillekeurig de bewegingen van een hardwerkend snoeimes. Snel loop ik door, maar zie de ene na de andere door klimop geannexeerde tuin, muur, boom of hek. De aandrang om te snoeien wordt ondraaglijk. Naar huis! Voor mijn green killer shot.