Wanneer koffietijd, zijn werkdag en de mijne samenvallen kan ik er de klok op gelijk zetten. Groot, breed en gekleed in een stoere broek en dito trui, verschijnt hij in de deuropening. ‘Ben ik welkom?’ Zijn schouders afhangend, ogen schuin glurend door zijn halflange haar.
Ik klop op de stoel naast mij.

‘Ik heb mijn haar gisteravond gewassen’. Terwijl hij dit zegt ploft hij neer, zet zijn voeten wijd uit elkaar en laat zijn onderarmen op zijn bovenbenen steunen.

Ik had het al gezien. Mijn hand reikt naar zijn hoofd dat hij zo dicht mogelijk naast mij naar beneden laat hangen. Mijn vingers beweeg ik door zijn haar, zacht masseer ik zijn schedel. Door de haarlokken heen zie ik een glimlach op zijn gezicht verschijnen. De ogen gesloten.
De lieve macho cliënt met een lichte beperking vindt het leven vaak niet makkelijk. Waar hij kan scharrelt hij de warmte waar hij naar snakt bij elkaar.

Toen zijn haar eens ongewassen en vet was, weigerde ik. De teleurstelling was groot, de uitleg begreep hij. Zijn persoonlijke hygiëne vaarde er fris bij. Onverschilligheid en braniegedrag slinken zienderogen. Hij wordt weer die kleine jongen die het liefst al duimend tegen z’n moeder aanligt en naar een verhaaltje luistert.
Maar noem het geen kroelen. Kom op hè! Ik ben zijn hoofdmasseur. Hij is niet gek.