O nee, niet hier tijdens het gezellige avondje theater. Bijna gelijktijdig draaien mijn vriendin en ik onze gezichten naar elkaar toe. De zaal is helemaal gevuld. Hieraan ontsnappen, zonder ook de voorstelling te missen, is onmogelijk.
Vriendin knikt subtiel in de richting van de man voor ons. Ja, ja, ik had het gezien, maar hoopte dat het haar zou ontgaan.

Zonder een enkel vermoeden van de getergde vrouwen achter zich keuvelt de man ontspannen met zijn gezelschap.
‘Hier kan ik dus he-le-maal niet tegen,’ fluistert vriendin getergd in mijn oor. Alsof ik dat niet weet. Vriendin probeert zich dapper te beheersen en zoekt afleiding in haar tas. Het helpt nauwelijks. Haar handen fladderen als vanzelf naar zijn nek, waarna ze die snel terugtrekt. Haar gezicht oogt nerveus en haar ademhaling versnelt hoorbaar.

Ik begin me aan de man te ergeren. Verdomme, is het nu zo moeilijk om je netjes aan te kleden? En, vrouw naast hem, wat ben je voor waardeloos exemplaar? Maakt het je dan helemaal niks uit hoe hij erbij loopt? Ik tik op de schouder van de man, die zich vriendelijk omdraait. ‘Meneer, het labeltje van uw trui hangt eruit.’ In een beweging wordt het opgelost.

Vriendin blaast langzaam uit en lacht me dankbaar toe. Labeltjes uit kleding knippen zou bij wet verplicht moeten worden gesteld.