Ik zie in de agenda staan dat ik over twee dagen een controle afspraak bij de orthopeed heb. Dat kost me gauw een halve middag. Het scenario heb ik al voor me liggen:

‘Goedemiddag, mevrouw, gaat u zitten.’
Terwijl ik dat doe kijkt de orthopeed op zijn computerscherm. ‘Pijn en beperkingen door letsel in het gebied van de hamstrings.’
Hij stopt met voorlezen: ‘Bent u naar een fysiotherapeut geweest?’
Ik knik braaf en zeg dat ik daar vijf keer ben geweest. ‘Die merkte op dat de kruisbanden het herstel vertraagden.’
De arts negeert het en vraagt me hoe het nu gaat.

‘Prima, drie weken geleden werd een tochtje door het bos een strompelervaring, maar vorige week ging een duin- en strandwandeling uitstekend. Fietsen gaat als de gesmeerde pedalen en de trap neem ik weer met twee, drie treden tegelijk.’
De arts leunt licht achterover.
‘Dan lijkt het me niet nodig om het nader te bekijken.’
‘Neuh, mij ook niet.’ Al had ik voor de zekerheid wel een nietszeggende degelijke slip aangetrokken.
We staan op. Hij geeft me een hand en ik bedank hem vriendelijk. Ongetwijfeld gaat hij nu de helse administratie doen die dit consult met zich meebrengt.

Precies zo verwacht ik dat het overmorgen zal gaan, dus bel ik af. Efficiënte zorg is mij op het lijf geschreven.