Honderden vierkante meters bouwmarkt strekken zich voor ons uit. Ergens in die ruimte moet een nieuwe deurbel liggen. Ik kijk naar de hoog hangende grote borden “alles voor uw tuin”, “alles voor uw badkamer”, “alles voor…”

Dit wordt niks. ‘Ik ga het even vragen,’ zeg ik tegen manlief die licht wrevelig reageert en gewoon doorloopt, het hoofdpad op.
Mijn schouders ophalen en achter hem aansjokken doe ik dit keer niet. Ik sla rechtsaf naar de infobalie en vraag naar de bekende weg. ‘Ik loop wel met u mee,’ antwoordt de vriendelijke medewerker. Terwijl ik achter de jongeman aanloop speur ik om me heen, mijn eigen handyman is in geen kluspad te bekennen.

Het rek met deurbellen is verrassend dichtbij. Geroutineerd begint de medewerker de waar aan te prijzen.
‘Een ogenblik, ik moet mijn man zoeken, die is van het “ik-doe-het-zelf-vinden”.’ De mondhoeken van de man krullen subtiel omhoog.
‘ Aha, volgens mij bent u zelf ook zo’n man die liever drie keer de winkel rondloopt dan hulp te vragen.’
Hij lacht en geeft toe.
‘Een omroepbericht doen?’ grijnst hij.

Ik vind mijn klusser achterin, zoekend bij de deuren, dat leek hem logisch.
Terug op de juiste plek is de bel gauw gekocht. Lief knipoogt: ‘Ergens koffiedrinken? We hebben nu tijd over.’
Volgende keer gaat het precies zo. Het is mijn lot.