De bel. Uiteraard rond etenstijd, natuurlijk hopende dat je overal heel snel mee instemt om er vanaf te zijn. Stelletje ratten.

Dit keer een jongeman namens een energiebedrijf. Goedemiddag mevrouw K., mag ik u een paar vragen stellen? Ik wijs naar mijzelf ‘Ik ben Hollander.’

Direct verandert de jongen van houding. Hij gaat rechter staan en wijst naar zichzelf: ‘Marokkaan.’ De opgewektheid is uit zijn stem verdwenen. Lachend wijs ik naar het bordje met twee namen naast de deur. ‘Prima, dat maakt mij niet uit,’ zeg ik, ‘maar ik heet Hollander. K. is mijn man.’
De jongen bemerkt zijn vergissing.
Hij spreidt zijn handen: ‘Sorry, sorry mevrouw, neemt u mij niet kwalijk. Dat wist ik niet. U maakt dit vast vaker mee?’

Ik knik. ‘Ze worden wantrouwend of moeten grijnzen. Het zij zo,’ zeg ik.
Ik denk aan de man in het buitenland die mij vanwege mijn achternaam geen fietsen wilde verhuren. Hij vreesde duidelijk oplichting. Op de naam van mijn man kregen we de karretjes wel mee.

De jongen ontpopt zich als een leuke knul, duidelijk opgelucht dat ik ‘m niet weggebonjourd heb. Het blijkt dat ik onlangs hetzelfde energiebedrijf heb gekozen als hij zijn ouders heeft aangeraden. Niet het bedrijf waar hij voor langs de deuren loopt.

We lachen samenzweerderig over ons gezamenlijk mikpunt. Dat heeft écht onze kleur niet.