Omdat ik vannacht de slaap niet goed vat, kijk ik een paar keer door het raam naar buiten waar de maaan goed zichtbaar is. Ik geniet van de bijzondere aanblik, in de wetenschap dat er nauwelijks andere mensen in het gebied zijn.

Eerste Paasdag, wij zijn de enige gasten aan het ontbijt waar behalve gekleurde eieren niets aan Pasen doet denken. De gekleurde eieren komen we de hele week al op de ontbijttafels tegen, en in alle kleuren zijn ze ook kant en klaar te koop in de supermarkt
Als we na het uitchecken naar het station lopen is het wederom uitgestorven, in de wijde omgeving is geen mens te zien. Ik vind het achteraf jammer dat we niet een extra nacht in Preda blijven, gisteren hebben we zo fijn gewandeld door en langs de sneeuw, dat wilde ik nog een keer.
Natuurlijk, het was wel prachtig weer, met regen is er echt niets te doen. Vandaag is dat niet aan de orde, we verlaten de bijzondere plek met prachtig mooi weer.
De treinrit is een speciale, we gaan met de Glacier Expresss, de trein stopt op het station van Preda en als we zijn ingestapt is het perron uitgestorven. De gereserveerde stoelen bij het raam bieden een riante zitplek. De ramen zijn van het panorama type en glashelder. Het personeel heet ons uiterst vriendelijk welkom en wij hopen dat de trein zo rustig blijft als die nu is. Het lijkt ons een aannemelijke gedachte: wie gaat er nu op Eerste Paasdag…., veel mensen dus. Na anderhalf uur stroomt de trein vol en worden de zitplaatsen naast ons bezet door twee jongens, mannen moet ik zeggen.
Ze groeten niet, gaan zitten en laten gedurende de zeven uur durende rit niet eenmaal blijken dat ze ons, of de andere mensen om zich heen, gezien hebben. De taal die ze spreken kan ik niet thuisbrengen en ze hebben duidelijk een niet westerse cultuurachtergrond. Ze kijken veelal verveeld of liggen achterover of met het hoofd op tafel te slapen. En ze hebben geen fototoestel bij zich, heel vreemd! Door het totaalplaatje voel ik me wat ongemakkelijk, ik heb moeite met mensen die niet goed te peilen zijn.
Het weer vandaag is opnieuw schitterend, de lucht is nog net niet strakblauw, kortom het landschap toont zich van zijn zonnigste kant. En dat is mooi, heel mooi. Heel veel bruggen, haastig stromende beken, diepe ravijnen, groene valleien, witte bergen, groene bergen, lente met bloeiende bomen, winter met overal sneeuw, hoge rotswanden en we gaan door heel veel tunnels. In totaal 291 bruggen en 91 tunnels.

Het nadeel van het schitterende weer is wel dat de weerkaatsing in de ramen groot is, foto’s maken lukt niet zo makkelijk, filmen idem dito. Jammer dan, we hangen lekker tegen het raam aan en laten onze ogen het werk doen, waarna de hersenen het in het geheugen beitelen. Het oude ambachtswerk zoals onze voorouders het gewoon waren:-)
Inmiddels is het lunchtijd en wordt ons deel van de tafel gedekt, deze rit met de Glacier Express hadden we inclusief maaltijd besteld. De treinstewardessen vliegen heen en weer met kleedjes, servetten, bestek en borden. Wij krijgen een vegetarisch maal, en dat smaakt uitstekend. Ondertussen genieten we van het uitzicht dat zich buiten het raam steeds van een andere kant laat zien.
De mannen hebben geen maal besteld, maar kijken warempel nu af en toe naar buiten, tonen belangstelling voor het boekje met plattegrond en informatie of luisteren door de koptelefoon met info in zes talen, gericht op de omgeving waar we langskomen. De interesse is steeds kort, daarna dommelen ze weer in. Merkwaardig, veel geld voor een speciale rit neerleggen en dan gaan tukken. Wanneer ze al zeker vier uur in de trein zitten komen ineens mobieltjes tevoorschijn, maken ze een paar foto’s en worden uit de rugtas drinken, appels en chips gepakt. Hèhè, eindelijk gedragen ze zich een beetje als toeristen. Later, als we bijna in Zermatt zijn, beginnen ze echt met elkaar te praten en lachen, ik wist niet dat ze het konden. Zullen ze gewoon een vette kater gehad hebben…ik ben gerustgesteld, hoewel ook blijkt hoe paranoïde ik blijkbaar kan zijn, ben geworden. Tja, het is een gekke wereld.
Het laatste uur voor Zermatt bepalen hoge en diepe rotsmassieven het landschap, ook vallen de armoedige bouwsels erg op waar wel of geen mensen in wonen.


Dan arriveren we in Zermatt. Hoewel we vaag weten dat het een wintersportgebied is, zijn we stomverbaasd. Het is zo druk! Overal wintersporters om ons heen. En ja, sneeuw ligt er ook, hoewel de dooi het tempo van een goed lopende kraan heeft. De skiërs komen van een hoger gelegen gebied met een kabelbaan en keren nu terug voor hotel, eten, borrel of alle drie. Zermatt blijkt een groot toeristenoord te zijn met overal winkeltjes, restaurantjes, kroegjes en hotels.

We weten even niet waar we kijken moeten, overal is wat te zien. Een groter contrast met Preda is nauwelijks denkbaar. We lopen naar het hotel als ik bijna dood gereden word, of minstens zwaargewond. Dat het niet gebeurt komt door groot geluk. Het giert van de kleine taxibusjes, elk hotel heeft er wel één en ze karren overal dwars doorheen.

Bloedlink die lui. Nadat we ons in het eenvoudige hotel hebben geïnstalleerd, met uitzicht vanaf onze kamer op de Matterhorn, maken we een wandeling door de stad. En dat is de moeite. Naast de grote aanwezigheid van het toerisme zijn vooral de huisjes van de bevolking de moeite waard. Tenminste we gaan er vanuit dat de in ellendige staat, maar duidelijk bewoonde huisjes van de eigen bevolking zijn. Prachtig om te fotograferen maar diep triest als je er moet wonen. Zo struinen we een tijdje door het stadje, bekijken nog het kerkje voordat met veel klokkengeluid de Paasviering begint en hebben dan een goed beeld van Zermatt. Absoluut de moeite om er een dag te verblijven, maar voor ons veel te toeristisch en te druk om er onze wintersportvakantie te gaan houden. Want die wintersport komt er misschien nog wel….een keer.