De zoutmijn in Wieliczka heeft de naam van grootste en mooiste in de wereld te zijn, om die reden staat het op de Unesco Werelderfgoedlijst. Een uitstekend argument dus om er naar toe te gaan. We worden, zoals afgesproken, bij het hotel opgehaald en komen in een groep Duitsers terecht, zo’n 12 man/vrouw. Wij typeren ze als omroep Max types: met de campers hebben ze er al een reis van veertig(!) dagen op zitten. Ze herhalen het een paar keer omdat ik denk het verkeerd verstaan te hebben. Niet dus, ze hebben al een hele reis naar, door en vanuit Rusland en Oekraine achter de rug. Of ze niet gesloopt zijn vraag ik in kartoffelduits. Dat blijkt bij een aantal wel te spelen, hoewel ze er direct praten door te zeggen dat ze al wel heel veel gezien hebben. De reis duurt nog een week, dan zijn ze weer thuis. Van wat ik hoor zal niet iedereen zich snel weer met een groep op reis begeven. Onderdeel van een groep zijn kan de nodige stress geven wordt gezegd. Bij de zoutmijn kunnen Theo en ik de keuze maken tussen een Engelse of Duitse gids. Het maakt ons niet uit, de oudere Duitsers maken gezellig contact en morgen gaan we naar Berlijn, so est ist besser fur uns die Deutsche sprache zu wahlen. Terwijl onze Maxxen kaartjes kopen praat ik met onze Poolse chauffeur, die vertelt dat in Auschwitz veel buitenlanders, ook Nederlanders dan niet voor een Duitse gids kiezen. De Duitsers uit onze groep hadden trouwens de keuze gemaakt niet naar Auschwitz te gaan, ze vonden dat ze onderweg al genoeg oorlogsverleden tegengekomen waren.
Nadat ik het met de Pool nog over de onmogelijke combinaties van letters in zijn taal had, krijg ik een taallesje klankvorming. En verdomd het lukt me, de woorden moeten voor in de mond gemaakt worden. Weer wat geleerd:)20130916_121834

20130916_122039

20130916_121636

Theo en ik blijven gedurende vier uur beu unsere Deutsche freunde.
De zoutmijnen zijn inderdaad een bezoek meer dan waard. Ruim 3,5 uur blijven we onder de grond, dalen in totaal zo’n 800 treden af, en komen in en door de meest schitterende ruimtes. Het diepste punt is 130 meter diep, vandaar uit brengt de lift ons weer naar boven. We zien kappellen, exposities, een overzicht van de werkwijze in de mijnbouw vanaf de middeleeuwen, restaurants, wc’s en nog veel meer. De Poolse paus Johannes heeft ook een speciale plek onder de grond gekregen. De katholieke kerk kent nog een stevige aanhang in het land merken wij wel. De dagen dat we in Krakau zijn hebben we al diverse nonnen en broeders gezien, ook hele jonge! Dat is bij ons ongekend.
Terug uit de mijn, in de bus op weg naar Krakau begint het te regenen. Nog iets later spoelt het erover. Onder die omstandigheden nemen we afscheid van de Duitsers. Wij worden voor de deur van het hotel afgezet. We blijven niet lang binnen, alleen regenjas en paraplu halen. We hebben meer te doen 🙂