De eetzaal is leeg als we binnenkomen, waardoor we twijfelen of we op de goede plek zijn, tot we het ontbijtbuffet zien. ‘Hotel?’ vraagt de vrouw die uit een zijruimte komt. We knikken en ze wijst ons naar een tafeltje. Het wordt duidelijk dat ze geen woord Engels spreekt wanneer ze ons kannen koffie, heet water, hete melk en koude melk brengt. Waarschijnlijk weet ze zo zeker dat de gewenste drank ertussen zit. Ze zet er een kan appelsap bij. Het buffet ziet er geplunderd uit, waarschijnlijk die grote groep die gisteren gelijktijdig met ons aankwam. Sowieso is het aanbod summier. Veel vlees en alleen schimmelkaas. Warme gerechtjes zijn er nauwelijks. Nu is dat ‘s morgens mijn ding niet, wel van Theo.
Het lijkt erop dat het aanbod vooral is afgestemd op de wensen/smaak van de Slowaken. Een andere taal dan Slowaaks horen we hier niet en ik zei eerder al dat vertalingen in het Engels vooral uitzondering dan regel zijn.
Vandaag pakken we het boemeltreintje van 11.00 uur naar Tatranska Lomnica. Dat is slechts zes kilometer verderop, waar een kabelbaan naar de top van de berg gaat die wij vanuit onze hotelkamer zien.
De top, Lomnicky stift, ligt op 2634 meter en is daarmee met slechts 20 m. verschil de op één na hoogste berg van Slowakije. De top ligt in de sneeuw en zie je vanuit de verste omtrek al. Vanmorgen zag ik hoe die in het vroege zonnetje prachtig roze kleurde.

Voor vertrek is het nog even dubben met de kleren. Boven op de berg kan het koud zijn, maar beneden willen we niet lopen puffen. We komen eruit en ik pak mijn sjaal die ik speciaal voor een gelegenheid als deze heb meegenomen. Dat ik thuis naar de weersberichten voor deze streek keek zag ik dat we zelfs sneeuwbuien konden treffen. Dan wil je wel een sjaal in je rugzak stoppen.
Op het stationnetje is het een aardige drukte. Allemaal sportief geklede mensen, ouderen, jongeren, van alles loopt er. We zijn ervan overtuigd dat Stary Smokovec een geliefde vakantiebestemming of dagje uit voor de Slowaken zelf is. We horen namelijk geen andere taal dan het Slowaaks. Ook van de mensen met koffers, het is allemaal Slowaaks. Hoewel ik waarschijnlijk het verschil met Tsjechisch of Russisch niet hoor, laat ik eerlijk zijn.
Na pakweg twintig minuten zijn we in Tatranska Lomnica, het is dan slechts zes kilometer, het treintje stopt op vijf tussenstations, dat haalt de snelheid er er wel uit.
Grappig is dat de route die het treintje rijdt op het tafeltje bij het raam is afgebeeld, inclusief de kosten van een ritje.

Als we in Tatranska Lomnica uitstappen valt gelijk het après skigehalte op. Veel drink- en eettenten bij het station, waar het gezellig toeven is na het nemen van een helling lijken ze allemaal uit te willen stralen. Leuk om te zien. We zoeken naar een bordje dat moeten verwijzen naar de kabelbaan maar zien die niet. Een Slowaak, hoe kan het anders, aanspreken gaat wat moeizaam, maar door de afbeelding die Theo laat zien snapt hij het direct. Rechtdoor lopen, dan komen we er vanzelf. Dat klinkt simpel en dat is het ook. We lopen er in één keer op af. Het dorp is een absoluut skigebied. Overal skischolen, winkels met wintersportartikelen, drankgelegenheden en wintersporthotels. Alles gesloten. Eveneens zien we her en der groene banen die straks skihellingen moeten worden. Liften hangen stil en sneeuwkanonnen staan werkeloos.



Jammer is dat het vandaag bewolkt is en ook kouder. Ook onder aan de berg is een jas vandaag echt nodig. Toen we vanmorgen aan het ontbijt zaten en door het glas in de deuren zicht op de ingang hadden, viel op hoe warm gekleed de mensen binnenkwamen. Met mutsen op en sommige zelfs met wanten.
De top van de berg ligt gelukkig nog te baden in het zonnetje en is daardoor goed zichtbaar.
We bereiken de kabelbaan en gaan naar het ticketkantoor voor de kaartjes. Tweemaal Lomnicky Stift. We hebben er zin in!
Dan komt de enorme domper, Lomnicky Stift is deze week gesloten wegens onderhoudswerkzaamheden. Echt, hier balen we zo van. We reageren niet blij, Wat nu? Dit wat we vandaag wilden, we hebben geen plan B.

Het kassameisje legt dat dat er twee plateaus lager zijn waar we wel kunnen komen. Het tweede gedeelte daarvan is echter in open stoeltjes, dat ziet Theo niet zitten. De teleurstelling speelt nog een rol en we zijn besluiteloos. We gaan ons beraden. We lopen terug naar de grote kaart met de verschillende opties en besluiten dan naar Skalnate Pleso te gaan, op 1751 meter. Theo wil een enkeltje en terug lopen, maar omdat het maar drie euro extra is, wil ik een retour. In het ‘ergste’ geval gooien we dan zes euro over de balk als we besluiten de terugweg te gaan lopen. Kopen we namelijk boven een kaartje terug, dan betalen we daarvoor 19 euro p.p. Ik bedoel maar.

We zetten koers naar de kabelbaan en passeren onderweg het bord waarop staat dat het op de top, die dus afgesloten is, -7 C is en op de plek waar wij op weg zijn, zes graden. Oeps, -9 is wel heel koud in een spijkerbroek, geen wanten en Theo geen muts. We stappen in het rijdende kleine vierpersoons kabelbakje en gaan in gestaag tempo naar boven. Langzaam maar zeker zien we een glimmende koepel verschijnen. We zijn er.
We stappen uit en lopen blijkbaar de verkeerde kant op, want mannen houden ons aan. Skalnate Pleso? Ja, we knikken. Ze wijzen naar een poortje verder, waar we weer ons kaartje moeten scannen en voordat we het weten zitten we in een andere, veel grotere kabelbak.

Dit traject bestaat uit twee verschillende kabelbanen, wisten wij veel. Dat hadden we niet begrepen. Hier worden we blij van, we gaan hoger dan we dachten, we hadden onze blik op een verkeerd punt gericht. Deze kabelbak is veel groter en moderner en heeft alle ruimte om ski’s en snowboards veilig te stallen. Genietend kijken we door het glas alle kanten op. De teleurstelling is verdwenen. We gaan hoger en hoger en de wind begint steeds meer te gieren langs en over het bakje. Als het bakje opeens begint te schommelen krijg ik spontaan een intens gatver!moment. Het schommelen houdt snel op, de gierende wind blijft. Als we boven uitstappen is het aanzienlijk kouder dan beneden, het hindert niet, het is mooi. De rotsen, de besneeuwde top veel dichter bij en, heel ver beneden, ja dat moeten huizen zijn. Wat is dit heerlijk en fijn.
Een wc nu ook, we gaan het aanwezige restaurant binnen voor een toiletbezoek en koffie. Een warm bodempje leggen en dan buiten wandelen. Het restaurant heeft aan twee kanten glas waardoor een fantastisch zicht ontstaat op de sneeuwtop, het dal beneden en het observatorium iets verder en hogerop. De houten inrichting heeft het het aanzien en het karakter van een berghut, waar je kleumend van de kou binnenstapt om je voldaan van de gedane inspanningen te laven aan de warmte. Het moet hier in de winter helemaal geweldig zijn.
De koffie is van de zelfde kwaliteit als in Wenen, mooie kopjes, lauwe bak.
Dan gaan we naar buiten, over de met grote rotsen en keien bedekte ondergrond. We lopen om het restaurant heen, richting het observatorium omdat we daar iets zien wat op een pad naar boven lijkt. We passeren eerst een water, een natuurlijke verschijning dat zijn oorsprong in het pleistoceen heeft, erlangs staan wat groene bosjes waar sneeuw ligt. Het is niet veel, maar verspreidt liggen er hoopjes. We hadden er niet op durven hopen, sneeuw maakt het bezoeken van een bergtop extra leuk. Dat de top van deze berg niet zo spectaculair besneeuwd is als de Jungfraujoch wisten we al, dat we op deze hoogte een beetje sneeuw zien is meegenomen. We beginnen met de klim over rotsen en keien en zijn in ons element. Zo heerlijk om dit te doen. Dit is waarvoor ik de hele week mijn bergschoenen aan mijn rugzak heb bungelen. Op een wandeling als deze kun je absoluut niet zonder. Het is goed uitkijken, verstappen is zo gebeurd, maar juist dat opletten, het zorgvuldig neerzetten van je voeten maakt onderdeel van het plezier en het gevoel van avontuur. De wind is ijzig en giert om ons heen, mijn handen zijn steenkoud en mijn meegenomen sjaal heb ik half voor mijn gezicht gebonden. Hijgend kom ik boven, waar ik bij moet komen. Is mijn conditie zo slecht? Ik bedenk dat de ijlere lucht ook een rol kan spelen. Voor mijn ego is dat in ieder geval een aanvaardbaarder reden 😉


Dan gaan we terug, naar beneden is linker, een val is sneller gemaakt. Dat gebeurt gelukkig niet. Mijn handen stop ik beurtelings in mijn zakken om ze wat warmte te bieden. Halverwege de daling voel ik het omslagpunt, daar waar ze van steenkoud weer warmer worden. We lopen nog een stukje om het meer waar we op een bordje lezen dat er op deze hoogte vossen leven.
Dat doet me denken aan al die afbeeldingen van beren die we op de verschillende plekken in Slowakije gezien hebben, en ook hier. Mogelijk geïnspireerd op het feit dat er in Slowakije nog wilde beren leven, het hoge Tatragebied staat er om bekend dat ze bruine beren huisvesten.
Als we genoeg gewandeld hebben gaan we het restaurant binnen voor een nieuw plaspauze en drinkronde. Theo een biertje en ik een warme chocomel, aan de koffie waag ik me niet meer.
Die chocomel, niks cacaopoeder of opgewarmde chocomel, het zijn pure brokken chocola dat ik in de gesmolten versie drink. En dat is potverdorie lekker! Met slagroom. Maar goed dat ik nooit mijn weegschaal meeneem als ik een berg ga beklimmen. Ik geniet er smullend van.

Het is 15.00 uur en we gaan naar beneden. De laatste mogelijkheid om met de kabelbaan naar beneden te gaan is half vier, dus het wordt zo langzamerhand ook tijd. De rit naar beneden is met een voldaan gevoel. Achteromkijkend zien we dat de top in de nevel hangt, de zon werd ook daar steeds minder. Theo is blij dat ik om het retourticket heb gedramd. Het had vies, vies tegengevallen.
Het is goed geweest zo. Een bezoek aan de hoogste top kost voor twee personen €98,- , als die top dan in de wolken hangt is dat verdomde jammer, en hoe lang zouden we het met -7 uitgehouden hebben in de kleding die we nu aanhebben? De plek die we nu verlaten hebben was 6 C, maar de gevoelstemperatuur lag zeker rond het vriespunt is onze overtuiging.
Terug in het dal wandelen we direct door naar het station waar de trein juist aankomt. Perfect want het treintje rijdt eens in het uur.
We zijn rozig en besluiten terug in Stary Smokovec direct wat boodschapjes voor nu en morgen te gaan doen. In de supermarkt verbazen we ons over het grote aanbod sterke drank, 55% zien we zelfs staan, alles voor een habbekrats, met nergens een bordje waarop een leeftijdsgrens staat.
Dan gaan we terug naar het hotel nagenieten van deze geslaagde dag.
Langzaamaan gaan we richting huis. Morgen hebben we daartoe de langste treinreis van deze trip.
De hele dag zullen we erover doen om in Berlijn te komen. Daar hebben we onze laatste overnachting.

Zojuist komt het bericht binnen dat het morgen in dit gebied sneeuw wordt verwacht, ik hoop morgenochtend 8.00 uur als we vertrekken.