Zaterdag en zondag zijn uitslaap dagen in het hotel, wat betekent dat de ontbijttijden een uur dichter naar de middag opschuiven: tussen 7.30-11.00 uur worden we verwacht. Met het grootste gemak passen Theo en ik ons aan, en lopen rond 10.00 uur de ruimte binnen waar het buffet wacht.
Dan begint het gedoe. Het is drukker dan het aantal tafeltjes waartussen een meisje haar benen uit haar lijfje holt. We blijven bij de deur staan in de verwachting dat er iemand naar ons toekomt. Er zijn ook een paar mensen die in de lounge ontbijten. Links van ons zit de receptioniste die relaxt achter haar computer zit. Ander personeel dan het bijna over haar voeten struikelende meisje zien we niet. We nemen waar dat de broodmandjes zo goed als leeg zijn, evenals de sapkannen en de schaaltjes waar laatste stukjes fruit/groente op liggen. We besluiten cappuccino te nemen en in de lounge te wachten.
We starten het koffieapparaat dat er een beetje melk uit sputtert en dan is het melkkannetje ook schoon leeg. Met niks zoeken we een lege plek in de lounge. We zien dat het meisje óók dáár gasten, met een krant voor een enkel kopje koffie, vanaf de loungebar moet voorzien.
Ze vliegt naar ons toe: willen we wat drinken? Nee, we wachten tot er een plekje bij het ontbijtbuffet is. Dan zie ik haar naar de receptioniste draven. Ze praten en ik verbeeld me dat die ingehamerd krijgt dat een goed verlopend ontbijt voor nu belangrijker is dan de telefoon.
Terug bij ons zegt het meisje dat we hier mogen eten. Ik ga als eerste. Er is nog niets bijgevuld. Gelukkig is voor mij yoghurt prima. Maar er staan geen schaaltjes. Zucht. Ik vraag erom aan de receptioniste die met reddend werk bezig is. Het duurt even, dan komt ze met twee kommetjes. Eén voor mij en de ander op de lege serviesplank. Ik zie nu pas dat er geen lepels liggen, ik vraag weer…geduld. Een ander, nog niet eerder gezien personeelslid begint brood bij te vullen. De lepel komt en ik loop naar het koffiezetapparaat…geen kopjes en nog geen melk. Ik ben er klaar mee, ik loop terug naar Theo. Die gaat nu en kan beginnen met het vragen naar borden, zie ik al.
Theo komt me als snel halen: er is een tafeltje vrij. Fijn, maar eerlijk gezegd heb ik nauwelijks trek meer. Het ontbijt, wat een moment van vreugde en ontspanning zou moeten zijn, is een stresssituatie geworden. Stress ontneemt mijn eetlust.
Ik besluit toch nog een poging tot koffie te doen, doorzetter als ik ben, haal diep adem en loop naar het apparaat. Nog steeds geen melk. Vragen. Het wordt gebracht. Er staan geen kopjes, ik pak een theeglas. En bij gebrek aan lepeltjes, besluit ik de achterkant van een vork te gebruiken.
Als ik zit, is de receptioniste bezig met het afruimen van het tafeltje naast ons. Ik kan het niet nalaten om, voor haar hoorbaar, te zeggen dat dit het meest slecht georganiseerde ontbijt is dat ik heb meegemaakt. In het Engels uiteraard. Een receptioniste behoort dat te spreken.
Ik zei gisteren hoe keurig, netjes en sfeervol het hotel is. Met vier sterren en de nodige gewonnen awards. Zo zag het er vandaag tijdens het ontbijt niet uit. Slecht, een leek als ik zag dat het team slecht op elkaar ingespeeld was en organisatorisch onlogische keuzes maakte.
Zo, dat was nog maar het ontbijt 🙂

Het ziet er wederom zonnig uit, ik trek een vest aan en Theo heeft de zomerdag van gisteren in zijn hoofd met lichte broek en dito overhemd.
Zodra we buiten zijn merken we dat de zon dan wel schijnt, maar dat de wind aanzienlijk kouder is dan gisteren. We lopen stoer verder, dan keren we om. We moeten echt warmer gekleed.
Dikker aangekleed lopen we richting het station, dat is niet ver, om het Jacabov paleis te zien. Een prachtig neo-gotisch gebouw dat helaas het nodige onderhoud ontbeert en, nog meer helaas, niet open is voor publiek.


Wat we gisteren zagen en ook nu zien is dat er veel prachtige gebouwen staan, met geweldige gevelbijzonderheden. Het Jacabov paleis wordt vast een keer aangepakt. Er is historisch besef in deze stad is mijn indruk. Indrukwekkende panden worden niet door foeilelijke reclame verloederd. Het is allemaal beschaafd en keurig binnen aanvaardbare grenzen. Ik, als toerist, word er blij van. Geen ergernis. Gelukkig, van het ontbijt heb ik mijn buik nog vol.
Dan gaan we naar de Sint Elisabeth kathedraal. Een enorm imposant gebouw midden in het centrum waar je wel diep van onder de indruk moet raken. Zo’n enorm staaltje bouwvakkunst.Het is de grootste van Slowakije en werd gebouwd tussen 1378 en 1508 in gotische stijl ter herinnering aan de heilige Elizabeth van Hongarije. De Sint- Elizabethkathedraal is de hoofdkerk van het bisdom Kosice. Het ziet er fantastisch onderhouden uit en gisteravond zagen we hoe mooi verlicht het in het donker is.

Binnen is het minder spectaculair. Er is veel eigentijds renovatiewerk te zien. van oude plafondschilderingen die er ongetwijfeld geweest zijn, is niets meer te zien.


Het is mogelijk één van de torens, The Sigismund Tower, te beklimmen. Honderdzestig treden, dat gaan we niet doen.

Naast de kerk staat een vreemdsoortig gebouw waar je, half overdekt, omheen kan lopen. De hele binnenwand is bedekt met gevelstenen. Grafstenen, denkt Theo. Ik denk dat hij gelijk heeft. Met moeite kan ik een paar jaartallen uit de 16e en 17e eeuw ontcijferen. Mogelijk waren ze onderdeel van de kerkvloer, die is immers ook niet oorspronkelijk.

Waar in Bratislava Slowaakse teksten soms in het Engels vertaald waren, is dat hier nergens. Dat is aan de ene kant natuurlijk jammer, van de andere kant wordt het gebied daardoor wel authentieker, nog niet geannexeerd door het toerisme.
We wandelen naar een koffiebar en kunnen niet om de zwerver heen die de vuilnisbak doorzoekt. Hij is de enige niet die we dat hebben zien doen. We zijn al meerdere keren benaderd door sloebers die hun hand ophouden. Het is misschien ook de reden dat we met regelmaat twee of drie politiemensen tegenkomen. Patrouille lopen om overlast te voorkomen?
Overigens zien we niet dat hier aan gescheiden afval wordt gedaan. Dat was het eerste dat opviel nadat we de anderhalf uur durende rit van Wenen naar Bratislava hadden afgelegd. Stonden er in wenen overal bakken waar het afval in vier soorten gescheiden kon worden. Hier kan alles in één bak gegooid worden.
Na de eerste koffiestop lopen we langs het magnifieke theatergebouw.

Er staan zoveel mooie gebouwen in Kovice! en wandelen langs het ‘Immaculata’. De oorsprong en de betekenis ervan is me wat onduidelijk. Het zou een barokke zuil zijn die werd gebouwd ter nagedachtenis aan de slachtoffers van een pestepidemie in Kosice in de 18e eeuw. Maar waarom staan er dan dan alleen kindjes op de zuil afgebeeld met Maria op de Top? En verschillende Maria beelden en soldaten erom heen? Ik ga daar thuis nog eens naar kijken. Wat ons vandaag treft is het portret van een jongetje met slangetjes in zijn neusje. Bloemen erbij en een brandend kaarsje. Ik kan me goed voorstellen dat het monument troost biedt en een herdenkingsplek is ter nagedachtenis aan een overleden kind.

Het is rustig op straat en opvallend veel winkels zijn dicht. Vreemd, het is toch een gewone zaterdag.
De wind is nog steeds fris en de temperatuur ligt zeker zes graden lager dan gisteren. Waar toen de terrasjes gezellig gevuld waren, staan de stoelen nu opgestapeld. We kuieren op ons gemak door het centrum en daarbuiten, waar we op de ‘Marathonloper’ stuiten. Een beeld wat Theo als fervent hardloper natuurlijk erg aanspreekt. Sinds 1928 wordt er elk jaar in Kosice een marathon gelopen. Oorspronkelijk met deelnemers uit vier landen, nu van overal uit de wereld. Op de plaquette onder en naast het beeld staan alle namen van winnaars vermeld. Pas sinds een jaar of tien ook die van de eerste vrouwen. Het zal niet verbazen dat het laatste decennium allen Ethiopiërs en Kenianen gewonnen hebben.
Verbazend en een beetje bizar vind ik dat op dit punt de grote, brede doorgaande autowegen vrijwel verlaten zijn. Het lijkt wel een autoloze zondag. Onaangenaam is het zeker niet.

Tijd voor een tweede bakkie. Dat doen we bij MonDieu, een leuke zaak met heerlijke koffie. We besluiten om hier vanavond te gaan eten. Ze hebben een Engelse kaart, uitzonderlijk, wat met eten handig is. Opvallend trouwens is dat we verschillende vegetarische restaurants tegenkomen. Dat zouden we natuurlijk moeten proberen, al wordt de menukaart alleen in het Slowaaks getoond. Toch, de zaken zien er niet top uitnodigend uit,we laten het voorbij gaan. We hebben onze keuze voor vanavond gemaakt.

We wandelen langs de Antonakerk waarvan de deur openstaat. Dan moeten we naar binnen lopen, dat is wel zo aardig. Een bordje met een fototoestel en Slowaakse tekst laat ons begrijpen dat we wel foto’s mogen maken, maar daar € 2,- voor moeten betalen. Prima. Terwijl Theo geld pakt en dat in een bus wil doen, komt er een vrouw op me aflopen terwijl ik de eerste foto maak. Ze lijkt een beetje boos en ze denkt dat ik bij de man hoor die schuin voor mij voortdurend op het knopje van zijn fototoestel drukt. Het is een jongere man, dus ik ben gevleid, maar Theo gaat niet voor hem betalen 😉 Het wordt ons duidelijk dat we een kaartje moeten kopen. Ja, kijk, dat konden we niet lezen. Theo geeft de oudere vrouw twee euro en die geeft twee kaartjes. Voor mij en die andere man, ze wijst in diens richting. Zal ze denken dat ik haar belazer? De man is inmiddels gevlogen.

We lopen door de kerk waarvan vooral de verschillende verfijnde, met veel oog voor detail, tableaus zeer de moeite van het bekijken waard zijn. Her en der zijn verschillende altaartjes. Jonge en oudere mensen, knielen en buigen vroom het hoofd in gebed. Ik kan er met verwondering naar kijken, juist omdat ik niets van soortgelijke religieuze gevoelens of behoeftes ervaar. Een kerk is voor mij, voor ons vooral een historisch gebouw met unieke versieringen, beelden en schilderingen. Gemaakt door de beste kunstenaars van hun tijd. Waardevol om gezien te worden. De verhalen die worden ‘verteld’ zijn boeiend en interessant, geven weer hoe mensen dachten, geloofden en leefden. In vroomheid en angst.
Dat religie, zoals uitgelegd door de diverse kerken voor ons niet de leidraad in het leven is, doet er niet toe.

Na dit bezoekje halen we ergens een broodje en een ijsje en gaan terug naar onze hotelkamer voor een late siësta.
We sluiten de dag af met een etentje in eerder genoemd restaurant en lopen nog een keer langs de mooi verlichte ‘zingende’ fontein.
Morgen vertrekken we om 11.00 uur met de trein naar Stary Smokovec, een plaatsje in het hooggebergte van Slowakije, Hoge Tatra genoemd.
Maar daarvoor hebben we eerst een spannende expeditie op het programma staan: het ontbijtbuffet…

Nog wat sfeerfoto’s