7.00 uur zitten we aan het ontbijt. Boven in de hotelkamer staan de rugzakken vertrekklaar, zodat we straks in alle rust naar het station kunnen lopen. We hebben een treinreis van 6,5 uur voor de boeg, wat ons de rechtvaardiging geeft om een paar plakjes cake voor onderweg mee te nemen.
Buiten is het fris, maar aangenaam, het belooft weer een zonnige dag te worden. Onderweg komen we veel forenzen en scholieren tegen die dezelfde route als wij wandelen, ook het gemotoriseerde verkeer is op de drukke weg flink aanwezig.
We zijn op tijd en willen nog wat broodjes voor later scoren, dat valt helaas tegen. Alle belegde broodjes zijn niet vegetarisch. Het winkelaanbod op het oude station is klein en tamelijk eenzijdig. Pech, jammer dan. Nu hadden we natuurlijk gisteren wat kunnen inslaan, alleen waren we vergeten dat we ‘s morgens vroeg zouden vertrekken…Dit is ons nog niet eerder overkomen. Gelukkig hebben we nog de ontvreemde plakjes cake, een pak rijstwafels en wat mueslirepen.
Het wordt vol op het perron, gelukkig hebben we gereserveerde plaatsen, we kunnen straks rustig instappen. Ik kijk om me heen en zie dat het niet anders dan ‘thuis’is. Dezelfde beelden van mensen die alleen of samen wachten op de komende trein. Gapen, op hun telefoon kijken of nog een broodje naar binnen werken. Cultuurverschillen zijn boeiend, tegelijkertijd is het mooi om te zien dat mensen zo hetzelfde zijn.
Een vrouw schuin voor me heeft een grote ingelijste poster bij zich, met daarop een strand, zee en duintafereel. Ik houd van die combinatie en realiseer me dat Slowakije helemaal geen strand heeft, het zit ingepakt tussen diverse landen. Is het strand voor mij gesneden koek omdat ik er op nauwelijks een uur afstand vandaan woon, voor de Slowaken is dat beslist niet zo. Ik prijs me gelukkig.
De trein komt en we vinden snel onze plek in een coupé voor acht personen, tegenover elkaar bij het raam. Ik wijs Theo opgewonden op een paar bijzonderheden: dit is een oude trein zoals wij die begin jaren tachtig ook hadden. Het is het precies. Theo herkent het. Ik maak wat foto’s voor leden van het thuisfront met eenzelfde treinverleden als ik. Zullen ze leuk vinden. Natuurlijk plaats ik ze later hier ook.


Er stappen twee jongeren de coupé binnen die aan weerszijden van de deur gaan zitten. De compact gebouwde man die volgt kiest zijn plaatst naast mij en is niet bang om ruimte in te nemen. Wanneer de trein vertrekt gaat de man in slaapstand, met zijn armen op zijn buik, ellebogen naar buiten. Ik voel hoe hij me op mijn heup raakt en ga wat verzitten. Dat helpt even. Moet ik er wat van zeggen? Nu snurkt hij hoorbaar. Ik vind het net zo vervelend als dat ik het een beetje vermakelijk vind. Was het nou mijn type, dan had ik kunnen genieten van het avontuurtje in de trein. Theo maakt zich in ieder geval geen zorgen, zie ik. Die leest gewoon de krant van vorige week.
De conducteur komt voor de kaartjes, ons wordt snel duidelijk dat hij geen benul heeft wat hij met ons internationale tickets moet. Wij weten dat hij een stempel moet zetten. Hij vraagt naar de paspoorten. Vergelijkt waarschijnlijk de namen en geeft alles terug. Het is goed zo.
Na een uur is mijn buurman op zijn plaats van bestemming en vertrekt. Op de vrijgekomen plek zet ik mijn rugzak, die relatie voelt een stuk fijner.
De jonge knullen zitten vooral op hun telefoon en eten. Gewone jongens dus 😉


Het is buiten stralend weer, we krijgen het landschap op z’n mooist te zien. Voorbij Bratislava is het heel vlak, waarna het heuvelachtig wordt en weer overgaat in vlak. We rijden door akkerbouwgebieden heen met (lege) tarwevelden en maïsvelden. Ook veel groen, het valt ons op hoe droog dat er uitziet. De gevolgen van de bloedhete zomer die ook Slowakije geteisterd heeft.
In de buurt van de stations zijn regelmatig grote silo’s te vinden, evenals stapels boomstammen. Dat verklaart wellicht het grote aantal sporen bij de vaak kleine stationnetjes waar een handvol mensen in- en uitstapt: veel transportvervoer gebeurt hier per trein.

Er komt een andere conducteur. Deze snapt het en zet stempels op onze kaartjes.
Theo wijst me op paaltjes met draden ertussen, bedoeld voor het gebruik van de wissels zoals dat ooit bij ons gebeurde. Als ik oplet zie ik hoe inderdaad de draden in beweging komen als we van spoor wisselen.

Seinhuisjes zijn nog in gebruik, waar dat bij ons allang niet meer het geval is.
Het mooiste vind ik echter de stationnetjes die we passeren. Vrijwel zonder uitzondering haveloos en toch pittoresk. Hanging baskets en bloempotten die het geheel flair geven. Passagiers die over de sporen naar/van het station lopen, in- en uitstappend op nauwelijks mensbrede perrons. Het is zo heerlijk ongedwongen, alledaags gewoon en toch weer niet. ‘Thuis’ bestaat een soortgelijke situatie allang niet meer.
Dat geldt eveneens voor de stationschef met zijn rode pet die bij elk station buiten staat om de trein te zien vertrekken of voorbij te zien gaan. Het zijn beelden uit het spoormuseum die hier nog bestaan. Tijdens een eerdere reis zagen we het in Kroatië, dat was genieten. Nu weer.
Dat is waarschijnlijk ook waarom ik het vanaf Wenen aantrekkelijker ben gaan vinden. Echt, we hebben daar prachtige dingen gezien die de extra stop in Wenen waard waren! Toch, De romantiek in Wenen is vooral commercie. Hier is het meer authentiek.

Berggebied, heuvels, vlak, we passeren van alles wat. De jongens stappen een halfuur voor het eindpunt uit waardoor wij wat makkelijker de raampjes van de coupé en het gangpad openen. Een beetje frisse lucht kan geen kwaad.

Met nog steeds prachtig weer komen we aan in Kosice, de tweede hoofdstad van Slowakije. Een vest of jas is niet nodig, het is 22 graden volgens een buitenthermometer. We verwachten een soortgelijk station als Bratislava, en zijn dus hoogst verbaasd als Kosice een groot, zeer modern station is met vele soorten winkels en eet/drinkgelegenheden.

Als ik een uitstekend ogende zaak zie met cappuccino en pizzapunten verzet ik geen voet meer, die nostalgische oude trein voorzag niet in natjes en droogjes. Ik hoef Theo niet over te halen. We binden de spullen af, waarna ik eerst de wc opzoek die vast ergens in de hal is. Ik spreek een meisje aan, die verstaat geen Engels, wel gebarentaal: Links, rechts, rechts. Wanneer ik bij het toilet vijftig cent moet betalen, maar geen passende munt kan vinden, zoekt een vrouw die het ziet, direct in haar portemonnee. Blij van zoveel vriendelijkheid zoek ik het toilet op en hoor daar Enrique Iglesias door de speaker zingen. Ik straal in meerdere opzichten van genoegen.
Theo staat me bijna huppelend op te wachten en schiet weg, ook naar de wc.
Daarna kunnen we eindelijk aan de cappuccino, die hier €1,50 kost, lekker heet is en goed smaakt.
We zien trouwens dat alles hier aanzienlijk goedkoper is dan de plaatsen waar we eerder waren. Veel goedkoper ook dan thuis. Dat vinden we leuk.
Als we gelaafd zijn, lopen we het station uit en vergapen ons aan de buitenkant: het heeft iets van de ufo die we in Bratislava bezochten. Het stationsplein is groot, netjes en gezellig. De aankomst voelt al helemaal goed.
De route naar het hotel is kort en sfeervol, het ligt in een rustig zijstraatje van het centrum.
Als we inchecken zien we aan de receptioniste dat er iets niet klopt. Het blijkt dat ze ons verkeerd ingeboekt hebben, namelijk twee nachten vanaf morgen. Op onze kaartjes staat het wel goed. Voortvarend heeft ze binnen een paar minuten iets geregeld.
De kamer ziet er uitstekend uit. Het heeft een warm, klassieke uitstraling. Het sanitair is top. De keuzes van de Treinreiswinkel zijn altijd goed en verrassend zegt Theo als hij tevreden languit op bed ligt. Daar heeft hij gelijk in, het is mijn ervaring ook.
Na een uurtje gaan we de stad in op een eerste verkenningstocht, en die is aangenaam. Wat een leuk stadje! We zien van alles wat we morgen willen bekijken, nu blijft het bij een uitgebreide wandeling, het eten van een ijsje en gezellige zitten, kijken en luisteren bij de sfeervolle muziekfontein.


Tenslotte komen we aan bij een plein waar een optreden gaat plaatsvinden, tenminste dat denken we. Het staat er strak vol en er is een podium waarop microfoons staan. Niet dus, er komt een spreker en opeens staan we te midden van mensen die een minuut stilte in acht nemen. Daarna komen er sprekers, wordt er geklapt, maar evenzo vaak boe geroepen. Aan de zijkant verschijnt een groepje demonstranten. Waarvoor en waartegen, we komen er niet achter. Van het Slowaaks is geen woord te begrijpen. We knijpen ertussenuit en gaan terug naar het hotel waar we in de lounge nog even genieten van het aangeboden drankje.
En dan…tot morgen 🙂