Zoals ik gisteren vertelde: onder het hotel is een wijnkelder. Eén van de restaurantmedewerkers liet die zien en vertelde dat deze plek oorspronkelijk gekozen was vanwege de toplocatie, tegenover het station. Het transport per spoor bood enorm veel voordeel, dat verdween toen er een een grote weg werd aangelegd met daarnaast een hoge betonnen muur. Het station zo vlakbij, was opeens ver weg.
Dat weten wij. We moesten een behoorlijke omweg maken om verderop over een loopbrug aan de kant van het hotel te komen.

Kun je van de straatkant zo het restaurant inlopen, in het hotel moet je vanaf de begane grond een verdieping naar beneden. Rond 9.00 uur doen we dat voor het ontbijt. Het loopbuffet is niet groot, maar ruim voldoende en gevarieerd. Het restaurant en de naastgelegen wijnkelder zijn vijftien jaar geleden volledig verbouwd tot wat het nu is. En dat is mooi, het geeft een aparte sfeer aan het verblijf hier.
De gewelfde plafonds. Hier zijn vakmensen bezig geweest.
In alle rust nuttigen we het ontbijt om daarna op onze hotelkamer luid en uitbundig onze jarige zoon thuis toe te zingen. Ouders blijven we, waar we ook zijn.

We kunnen met bus 1 naar het oude centrum, maar besluiten te gaan lopen. Het is hooguit een kwartiertje, daar draaien wij onze voeten niet voor om. Het is heerlijk weer, de lucht blauw met een lichte sluierbewolking. De zonnebrillen gaan op.
De route wijst voor zich en nieuwsgierig kijken we goed om ons heen. En naar het trottoir, want een verstuikte enkel ligt op de loer met de vele oneffenheden.
We zien gebouwen die nodig gerenoveerd moeten worden, maar ook panden die de schoonheidsspecialist al op bezoek hebben gehad. De diverse vlaggen met die van de Europese Unie maken duidelijk dat hier veel ambassades staan. De woning van de president staat zelfs langs de route die we lopen.
Wat voelt het hier veel beter dan in Wenen. Een verademing, spreek ik uit naar Theo. Dat de omgeving mij beter past wordt alleen maar sterker wanneer we de oude stad inwandelen. Theo deelt mijn mening.


De oude stad is hier veel meer de oude stad dan in Wenen. Niet dat die niet mooi was, maar daar was veel schoonheid deels bedolven door duur, duurder, duurste winkels en schreeuwend reclame materiaal. We voelden ons teleurgesteld.
Hier hebben we dat niet. Hier zien en ervaren we vrijwel direct de sfeer van een ouder stadje, met toeristen, jazeker. Maar gelukkig niet storend door over-aanwezig en, heel fijn, met de gemoedelijkheid die vertoeven in den vreemde zo aangenaam maakt.


We kuieren op ons gemak door de vele straatjes, met her en der grappige beelden, zoals de man die uit een rioolput kruipt, de terrasjes, gezellige winkeltjes en straatartiesten. We genieten van de gevels en de bijzondere torens die zich her en der laten zien. We lopen richting de Donau en vatten het plan om de ‘Ufo’ in te gaan, een toren waar vanaf je een geweldig uitzicht op de stad moet hebben.
Eerst pakken we nog een terrasje. Zonder dat, geen vakantie. Voor één kop koffie in wenen krijg je er hier twee en houd je nog geld over. De prijzen zijn hier sowieso een stuk aangenamer. Dat mag gezegd.
Als ik naar de wc ga, ben ik verbaasd. De wc-pot is her zeker twintig cm lager dan normaal, het is absoluut een kleuterpotje. Dat is vreemd, want zoveel kleiner zijn de mensen hier echt niet. Uiteraard maak ik er geen probleem van, als er geplast moet worden is niets belangrijker dan dat.



We lopen over het bruggedeelte voor wandelaars de Donau over terwijl boven ons het snelverkeer raast.
De Ufo staat hoog en enorm schuin op een lange ijzeren paal. We zoeken de ingang en kopen een kaartje. De cassière wijst ons een deur en we lopen een donkere, met zwart bekleedde wanden, gang in. Daar is de lift. Rammelend horen we het ding naar beneden komen. Ik knijp ‘m een beetje. De schuine paal is tevens de liftschacht, gaan we diagonaal de lucht in? Ik bedenk dat het ding er niet voor de eerste dag staat, en vertrouw er maar op dat mijn laatste uur niet juist vandaag slaat.
We stappen de lift in, drukken op de knop en ik zet me schrap…voor niks, nauwelijks voelbaar stijgt de lift in flitsende vaart naar boven.
Boven worden we opgewacht door een meisje die de tickets vraagt en kunnen we richting het platform buiten. Daarvoor moeten nog wel een paar korte trappen omhoog genomen worden.
Dan voel ik mijn evenwichtsorgaan even schakelen. Alles in dit trappenhuis is namelijk scheef, behalve de trappen die kunnen gewoon recht genomen worden. We stappen buiten het platform op. Direct valt het gigantisch mooie uitzicht op, fantastisch! We boffen zo, het weer is geweldig. Er staat hier zelfs geen wind, wat we wel hadden verwacht, het vest kan hier rustig uit. We nemen alle tijd om het 360 graden uitzicht te bewonderen. Zien waar we geweest zijn en kijken waar we nog naar toe willen. We zien de snelwegen met de aanduidingen die laten zien hoe dicht we bij Oostenrijk en Hongarije zitten.




Als ons zicht voor nu verzadigd is gaan we naar binnen en kijken het restaurant in waar je met prachtig uitzicht kunt eten. Wij gaan naar beneden, pakken een bankje langs de Donau en genieten van de fietsers, de wandelaars en de boten die hier langskomen.

We lopen terug over de brug, langs de vele sigarettenpeuken die hier liggen, en zetten koers naar het grote witte kasteel dat vanaf de stad in de hoogte te zien is en waar we vanuit de Ufo ook mooi zicht op hadden.
Voordat we echter de klim naar het kasteel starten, pakken we een terrasje op een gezellig pleintje in het oude gedeelte. Hier proeven we van een Café latte en cappuccino op chocoladebasis. Erg lekker 🙂

De heuvel die we moeten beklimmen en waarop het kasteel met zijn vier hoektorens staat, behoort tot de uitlopers van de Karpaten. Het gebouw staat afgebeeld op de Slowaakse euromunten van 10,20 en 30 cent. de Basis van het huidige kasteel stamt uit de 15e eeuw, maar door diverse verwoestingen was het tot halverwege de vorige eeuw een ruïne. Pas daarna werd het hersteld. De laatste grootste restauratie is van kort geleden. Vele foto’s laten de werkzaamheden zien die in de jaren 2008- 2012 zijn uitgevoerd.

Het kasteel ziet er aan de buitenkant prachtig uit en heeft een grote binnenplaats. We kopen kaartjes en beginnen onze eigen rondleiding. Het verschil met Schönbrunn is enorm. Kon je daar over de hoofden lopen, hier kun je een kanon afschieten. Zo rustig. Naarmate we vorderen snappen we het eigenlijk wel. Het historisch museum zoals het kasteel zichzelf neerzet is nog volop in ontwikkeling. We lopen vele kamers door waarvan de wanden en de plafonds prachtig gerestaureerd zijn met vele (blad)gouden versieringen, maar verder niets staat of te zien is. De suppoosten die we tegenkomen moeten zich stierlijk vervelen, dat kan niet anders. Een groot aantal daarvan is trouwens van zeer gevorderde leeftijd.
De expositie van oude reclames is leuk, we herkennen er een aantal van Philips en Bata, en vinden vooral de nostalgische posters en blikken borden mooi. Het ziet er beslist verzorgd uit.
Dat geldt ook voor de zalen met archeologische vondsten. Dat heeft vooral de interesse van Theo.

We klimmen de gigantisch steile trappen op naar de torenkamer waar een kroon staat tentoongesteld. Van wie is ons niet duidelijk. Aardig om te zien, maar van zo dichtbij ziet het er toch ook potsierlijk uit. Dat mag ik natuurlijk niet zeggen, het zou van weinig historische waardering getuigen, dus denk ik het alleen. Mooi is wel dat we vanaf deze hoogte opnieuw een prachtig uitzicht hebben op de stad en de Ufo in de verte zien.
Voorzichtig dalen we de trappen weer af en bezoeken nog de zalen met zilverwerk uit verschillende tijdperken, dit heeft niet echt mijn interesse, het is aardig om te zien.

Het blijft prachtig weer met zomerse temperaturen. Het is half vijf en ik heb het vele geloop en geklim gehad voor vandaag. We besluiten terug naar beneden te gaan en daar wederom een terrasje te pakken.
Al lopende komen we leuke winkeltjes tegen waar we nieuwsgierig binnenkijken. Het voordeel van reizen met een rugzak is trouwens dat je nauwelijks iets extra’s kan meenemen. Theo vindt het vermakelijk dat ík dat zeg. Overigens heb ik in het kasteel een mooi aantekenboekje gekocht. Het huidige is bijna vol, een beter excuus is er niet dacht ik zo.

En zo is het opeens tegen zes uur. We zien een gezellig plekje en besluiten daar te gaan eten, zodat we vanavond in het hotel kunnen blijven. Het restaurant heeft hele grappige tafeltjes; de onderstellen zijn zonder uitzondering van oude naaimachines die een groot ‘pedaal’ hebben die met de voeten bediend moeten worden. Verschillende klanten spelen er met hun voeten mee. Ik uiteraard ook.

Terug naar het hotel blikken we onderweg nog in een kerk, omdat er een dienst wordt gehouden zijn we snel weer foetsie. Iets verder staat een bord waarop staat dat de presidentiële tuinen overdag open zijn voor publiek, wat we natuurlijk dan willen zien. We lopen er een rondje, zien de verschillende fonteinen en het hek die ervoor zorgt dat het presidentiële verblijf zelf een miezerig achtertuintje heeft, en zetten dan echt koers naar het hotel.
Het was een mooie dag, maar nu gaan de benen de rest van de avond languit.