Om 9.00 uur beginnen we de dag met het ontbijt. We hebben goed geslapen en kijken uit naar het programma voor vandaag. Eerst naar Schloss Schönbrunn en later op de dag naar Bratislava. Hoewel vooralsnog het lopend ontbijtbuffet Theo’s aandacht heeft. Er is van alles wat, dus eet Theo van alles wat. Zelf houd ik het bij de yoghurt en alles wat daar in past. Ook dat is de moeite. De cappuccino is niet lekker, helaas.
Hotel Amizut is niet het standaardhotel van de Treinreiswinkel voor deze reis, maar het alternatief als de eerste voorkeur geen plek heeft. Het Amizut is een keurig, netjes en eigentijds hotel. Niet bijzonder, wel prima.
Na het ontbijt pakken we de spullen, checken uit en laten de rugzakken achter. We halen ze later op als we naar Bratislava gaan. Het grote voordeel van hotel Amizut is dat het vlak bij het hotel ligt.
Ik heb nog niet gezegd dat de omgeving van het station vol staat met hoge, betonnen gebouwen, zo ook hotel Amizut. Zoals in vele andere grote steden lijkt er vooral gelet te zijn op effectiviteit en niet op uiterlijk schoon. Logisch om te bedenken dat de omgeving van, met name grote stations, een grote aantrekkingskracht heeft en dus kostbare grond is.

We wandelen het korte stukje naar het station, het Südtiroler Hauptbahnhof zoals het formeel heet. Het is een groot modern station met een bijzondere architectonische bouw. Het doet mij een beetje denken aan het operagebouw in Oslo, wat geïnspireerd is op een ijsschots. Een beetje, niet helemaal.
Het station is ruim opgezet, schoon en bevat een enorme hoeveelheid aan winkel(tje)s. Geen probleem als je trein hier vertraging heeft of als je simpelweg veel te laat of te vroeg bent. Het is gezellig rondlopen hier met bovendien genoeg eet- en drinkgelegenheden.

Nu zijn we op weg naar de metro, de U-Bahn. We nemen de U1, richting Leopoldau. Op Karlplatz stappen we uit en over op de U4 richting Hüttedorf. Bij Schönbrunn stappen we uit. De totale rit duurt nauwelijks een kwartier.
Op Schönbrunn is het een kwestie van de massa volgen, wat een mensen! Dat belooft wat voor straks…
We lopen langs, naar wat later blijkt, de buitenkant van het het paleis. Eenmaal bij de ingang zien we hoe immens groot het is, en dat is alleen het paleis nog maar. Het is werkelijk fenomenaal, zo gigantisch. De tuinen eromheen moeten van soortgelijke afmetingen zijn.
De, jawel, ook imposante binnenplaats krioelt van de mensen. Overal toeristen en overal apparaten waar kaartjes gekocht kunnen worden. En het hoofdseizoen is toch echt voorbij, denk ik.


We gaan voor de Grand Tour, die duurt circa anderhalf uur en bestrijkt veertig kamers van paleis Schönbrunn. Dat lijkt veel, maar in totaal telt het paleis, dat met de tuinen op de Unesco Wereldgoederflijst staat, 1441 kamers in alle soorten en maten.

De oorsprong van Schönbrunn ligt in een klein jachtslot, gebouwd in 1559 door keizer Maximiliaan II, wat meerdere malen afbrandde. later, tussen 1692 en 1713, werd een nieuw paleis gebouwd. Ook daar is weinig van overgebleven.
De dochter van Keizer Karel VI, Maria Theresia, was zeer geïnteresseerd in Schönbrunn en maakte er de zomerresidentie van de Habsburgers van, wat het tot 1918 bleef. In haar regeerperiode werd het ingrijpend verbouwd.
De buitenkant van het paleis is in het zogeheten, beroemde schönbrunn-geel geschilderd.

Het is 10.10 uur en onze kaartjes zijn voor de rondleiding van 11.58. Met deze drukte en wachtrijen hadden we geen rekening gehouden. Naïef eigenlijk, het paleis behoort tot het belangrijkste culturele erfgoed van Oostenrijk en is één van de drukbezochte bezienswaardigheden van de hoofdstad.
We moeten ruim anderhalf uur wachten en brengen die tijd wandelend langs het gebouw door, klimmen het bordes op en maken foto’s. De lucht is strakblauw en de wind is voelbaar minder fris dan gisteren. De jassen zijn uit en in onze kleine rugzakjes opgeborgen.
We zien een fraai gelegen terras en bestellen twee cappuccino. € 5,30 voor een leuk kopje met een kleine en lauwe inhoud en zonder koekje. Het was te verwachten.

Op tijd lopen we daar de plek die op ons kaartje is aangegeven, daar leveren we onze rugzakken in. Het is verboden die en eventuele paraplu’s mee te nemen. Het fototoestel mag mee naar binnen, maar niet gebruikt worden.
We gaan naar binnen en moeten wachten tot het onze tijd is. De stroom bezoekers die naar binnengaat is onafgebroken. We snappen de noodzaak van vaste tijden per bezoeker, het is pure noodzaak om de buitengewone belangstelling hanteerbaar te houden.
Het is tijd, we mogen naar binnen. Verderop worden de kaartjes nog eens gecontroleerd. We krijgen de audiotour aangereikt en starten onze doe-het-zelf rondleiding. Het audioapparaat is onhandig, niet zozeer door het gebruik dat heel eenvoudig is, dan wel doordat je het tegen één oor moet houden. Via het andere oor komt veel ruis binnen. Het is wennen en dat doet het gelukkig.

De rode draad tijdens de tour is Maria Theresia. Met haar man en grote liefde Franz Stephan heeft ze hier geregeerd. Samen kregen ze zestien kinderen: elf meisjes en vijf jongens, waaronder Marie Antoinette die later onder de guillotine eindigt.
Frans Jozef I, die vooral bekend is door zijn huwelijk met ‘Sissi’ is een kleinzoon van het echtpaar.

Helaas, maar begrijpelijk, mogen er binnen geen foto’s gemaakt worden. Op internet ben ik een paar interieurfoto’s tegengekomen die ik vanwege mogelijke auteursrecht niet hier kopieer en plak. Dus als je meer plaatjes wilt zien…

De kamers zijn van een duizelingwekkende rijkdom. En schoonheid, hoewel dat hier niet de alledaagse betekenis betreft. Het alles heeft een vorstelijke uitstraling, ongetwijfeld ook de bedoeling om te imponeren. Niets is gewoon, alles is speciaal gemaakt en zorgvuldig neergezet of aangebracht.
We zien het sterfbed van Franz Stephan, met daarnaast een schilderij waarop zijn dode gezicht. Zijn op een plek waar een intieme gebeurtenis heeft plaatsgevonden is, voor mij, speciaal en voelt bijna ongemakkelijk. Zijn op een plek waar je eigenlijk niets mee te maken hebt. Tegelijkertijd besef ik beslist de historische waarde. De man moest eens weten hoe miljoenen mensen langs zijn bed en persoonlijke bezittingen wandelen.
Na zijn sterven is Maria Theresia de rest van haar leven in rouw. Ze wist met precisie de jaren, de maanden, de weken, de uren en minuten te benoemen dat hij er niet meer was.

Het doodsbed van Stephan Napoleon bevindt zich eveneens in dit paleis. Van hem, de enige zoon van Napoleon Bonaparte ligt er een dodenmasker. De jongen werd slechts 21 jaar en stierf aan tbc.

We lopen kamer in en kamer uit, die zonder uitzondering rijk gedecoreerd zijn. De stijlen variëren van rococo, barok tot chinees. De veertig meter lange balzaal, met fantastische plafondschilderingen, prikkelt de fantasie: wat een geweldige feesten moeten hier gegeven zijn! Verschillende schilderijen geven daar beeld van. De verrukkelijke jurken die de dames dragen. Zeker, ze waren ongetwijfeld onhandig, en toch, ik zou het graag voor lief nemen en er van willen genieten er één te dragen.

De slaapkamer van Franz Stephan en Maria Theresia is meer dan noemenswaardig. Nog niet zo lang geden is die gerestaureerd voor tien miljoen Euro.
Al het behang, het plafond en het enorme bed is met glas afgeschermd om aantasting door zuurstof en vocht geen kans te geven. Tien miljoen…

De rondleiding duurt inderdaad zo’n anderhalf uur. We verlaten het paleisterrein en pakken de U-Bahn terug in omgekeerde volgorde. Terug op het hoofdstation van Wenen halen we wat te eten, pikken onze rugzakken bij het hotel op en nemen de trein van 15.15 uur naar Bratislava, een ritje van ongeveer vijf kwartier.




Het verschil bij aankomst met het grote moderne station in Wenen is groot. Het is hier beduidend ouder en minder onderhouden. Zo ook de wegen en de gebouwen die we tegenkomen naar ons hotel. Diverse afgebladderde panden, kuilen en gaten in de weg.
Ons hotel ziet er goed en mooi uit. Ook van binnen. Knusse en warme uitstraling. Gebouwd boven een wijnkelder.
We installeren ons, gaan een uurtje liggen en eten in het restaurant dat beneden in de gewelven is, naast de wijnkelder. Het ziet er geweldig uit en als we dat zeggen krijgen we spontaan een rondleiding. Zo leuk!
Dan eten; een bijzonder vegetarisch gerecht wat er onsmakelijk uit ziet, maar verrassend lekker is, en zoeken dan onze kamer op. Tot morgen 🙂