Ina Hollander

Columnist

  • Categorie: Treinen door Slowakije (Pagina 1 van 2)

    Dag 10 Van Berlijn naar huis

    We zijn thuis, na tien dagen weggeweest te zijn en op zes verschillende plekken te hebben geslapen. Opnieuw kijken we terug op een prachtige reis, met veel moois en bijzondere indrukken. De nachttrein waarmee we vertrokken lijkt ver terug, maar de herinnering is makkelijk terug te halen. Van het reizen per trein hebben we wederom genoten, zelfs van de laatste lange ritten. Ze gingen verbazend snel voorbij. Het grote voordeel van deze manier van reizen vinden wij het relaxte ervan. Óók al hebben we een paar keer, voor niks achteraf, gerend omdat we een aansluiting dachten te missen.
    Steeds kwamen we ontspannen op de plek van bestemming aan, geen TomTom of file stress. Niet urenlang op de weg voor je moeten letten, maar je gezellig met elkaar kunnen onderhouden of met filmpje, boek of wat dan ook. En je ziet beslist meer van het landschap. Echt, wij kijken alweer uit naar een andere treinreis!

    Aan de bestaande reis, zoals aangeboden door de Treinreiswinkel, hadden we een nacht in Wenen toegevoegd.
    De nachten in Bratislava (1), Kosice (1) en Stary Smokovec (3) hebben we laten omzetten in elk twee nachten. Achteraf gezien was dat een goede keuze. Nu was er steeds een hele volle dag die benut kon worden om in een plezierig tempo veel te zien en daarvan optimaal te genieten. Stary Smokovec is wel een plek waar ze zeker langer hadden willen blijven, het is een heerlijk wandelgebied. Gelukkig gaf de derde nacht die we eraf hadden gehaald, geen ‘pijn’. De dag van vertrek was namelijk koud, grauw, zwaarbewolkt en bovendien goot het van de lucht. Totaal ongeschikt om te wandelen, laat staan om te klimmen.

    Dan volgt nu het verslag van de laatste dag 🙂
    De dag begint vroeg voor mij. Veel en veel te vroeg. Ik ben ziek en niet een beetje ook. Theo slaapt heerlijk op het prettige bed in de prachtige hotelkamer. Ik dus niet. De badkamer hier zie ik meer dan die van de vorige hotels bij elkaar. Af en toe schiet de paniekgedachte door me heen hoe ik in deze toestand vandaag thuis moet komen. Gelukkig, altijd kijken naar het positieve, mogen we vandaag uiterlijk 12.00 uur uitchecken. Het is namelijk een bijzondere feestdag in Duitsland: De dag van de eenheid. Ik dacht dat die op 9 november is, de dag dat negenentwintig jaar geleden de val van de muur tussen Oost- en West Duitsland was. Dus niet. Allerlei historische gebeurtenissen hebben tot de keuze voor 3 oktober geleid.

    Ongelooflijk stom is dat ik geen pijnstillers bij me heb, het standaard artikel voor de toilettas. Hoe ik ook zoek, het zit er niet in. Theo laat ik slapen tot hij wakker wordt, dan vraag/smeek/eis ik dat hij naar de receptie gaat voor paracetamol. ‘Hebben ze niet’, vult Theo al in. Ik weet zeker van wel. Een receptie heeft toch wel een doosje paracetamol achter de balie liggen. En dit prachtige hotel zeker. Gisteravond bij aankomst vonden we zelfs, heel attent, leuk verpakte geluk koekjes op onze hoofdkussens. Oké, het heeft niets met pijnstillers te maken, wel met een heel attent klantgerichte houding. Helaas, Theo heeft gelijk: de receptie kan me niet helpen. Weer een geluk is dat we gisteravond in het enorme station, vlakbij de uitgang, een drogist zagen. Het is nauwelijks vijf minuten lopen. Theo gaat er naartoe en is in een ommezien weer terug met pillen voor mij. Meer kan hij me niet helpen.
    ‘Ga lekker ontbijten en nog even de stad in’, geef ik aan. Niet gezellig samen, helaas dat is dan maar zo.

    Twee uur later is hij terug. Hij vertelt over de zware beveiliging die overal aanwezig is. Bij het Rijksdaggebouw kon hij niet komen, het was afgezet.



    Met pijn en moeite kleed ik me aan, ik voel me iets beter, daar is alles mee gezegd. We checken uit en ga half op een bank in de prachtige lounge liggen. Zo moe. Jammer dat ik niet maximaal van het hotel heb kunnen genieten. Theo zegt dat het ontbijtbuffet luxe was. Daaraan, en aan de inrichting van het hotel zie je de echte verschillen tussen een land als Slowakije en het meer westers gelegen Duitsland. Natuurlijk, zijn er naar beide kanten de uitzonderingen. En gelukkig zijn die verschillen er, dat maakt een reis interessanter.


    Het hotel staat op de hoek van de weg die naar het station gaat, vanuit de loungehoek kunnen we al zien dat er over de hele breedte een versperring staat van politiebusjes en hekken. Daarbij een groep politiemensen, mannen en vrouwen, met kogelwerende vesten, scheenbeschermers en zichtbare wapens.
    Op weg naar de drogist eerder, hoorde Theo dat er allerlei festiviteiten zullen zijn vanaf 14.00 uur, en demonstraties. Onze trein naar Amsterdam vertrekt om 14.07. Het lijkt ons raadzaam om op tijd op het station te zijn, mogelijk is er straks geen doorkomen aan. We lopen het hotel uit, richting de versperring mat nauwe doorgang. Evenals een paar mensen voor ons worden we aangehouden en krijgen we de vraag waar we naar op toe zijn. Probleemloos worden we doorgelaten en vervolgen onze weg. Het is druk op straat en overal staan politiemensen en rijden/staan er politiewagens. Naarmate we het station naderen en we het binnengaan wordt het steeds surrealistischer. Op allerlei strategische punten staan groepjes vijf bewapende politiemensen in een cirkel met de rug naar elkaar toe, zodat ze 360 graden zicht hebben. Overal mensen in het gigantische station, overal politie. Ook zien we ze her en der in burger staan, met oortjes in. We zien fanatici met demonstratieborden rondgaan. We stappen een boekwinkel in en worden getroffen door een krantenkop in dikke vette letters die aangeeft dat een grote aanslag door Neo-nazi’s op de Dag van de Eenheid, vandaag dus, tijdig verijdeld is. Ik voel me onbehaaglijk door dit bericht en spreek uit dat ik blij ben als we straks Berlijn verlaten. We struinen door de boekwinkel en laten ons door het aanbod heerlijk afleiden. Prachtige glossy’s over historische gebeurtenissen, personen en families. Zoals de Habsburgers die eeuwen geregeerd hebben. Juist door verhalen die we deze reis gehoord hebben, spreekt het meer aan. Kopen is geen optie, mijn Duits is niet toereikend genoeg om het goed te lezen. Ik weet eigenlijk niet hoe het tegenwoordig met de geschiedenislessen op scholen gesteld is. Mij staat het leren van jaargetallen me vooral bij, zo saai. Daar was ik gauw klaar mee, en stootte het vak uit het pakket. Jammer, heb ik later weleens gedacht. Een geschiedenisleerkracht moet een verhalenverteller zijn, en op historie gebaseerd filmmateriaal gebruiken of als huiswerk opgeven. Dan prikkel je de honger naar meer informatie.

    Ik voel me moe en wil Theo’s arm pakken om even lekker tegen hem aan te leunen. Net op tijd zie ik dat ik op het punt sta tegen een wildvreemde man aan te kruipen. Ik vlucht snel naar mijn echtgenoot en vertel van de bijna vergissing, hij schudt meewarig het hoofd: het moet niet erger worden. Hij kijkt om zich heen en ik wijs heimelijk naar de man. Theo knikt goedkeurend ‘Goede smaak, schat!’

    Het wordt tijd om naar het juiste perron te gaan. opgelucht zie ik hoe rustig het daar is. Het voelt bevrijdend.
    Op tijd vertrekken we uit Berlijn, op weg naar Amsterdam. In de coupé horen we, voor het eerst sinds een week, Nederlands praten.
    Het past bij de rit naar huis.
    Tijdens de reis was het Slowaaks wat de klok sloeg. Dat maakt reizen leuk, de authentieke taal. Elkaar niet verstaan, gevolgd door inspanningen van beide kanten om elkaar goed te verstaan. Het Engels was vaker gebrekkig dan voldoende. Ook in het bekendere Bratislava.
    De treinrit verloopt voorspoedig. Buiten is het druilerig en grauw, later komt af en toe het zonnetje door.
    Ik ben redelijk hersteld, maar moe door de barre nacht en doezel regelmatig weg. De trein dendert door en de tijd vliegt voorbij. Op het station van Bad Bentheim wisselt het Nederlandse treinpersoneel het Duitse af. het begint te schemeren nu, het einde van deze mooie reis in zicht.

    Om 21.00 uur zijn we in Amsterdam waar we de trein naar Enkhuizen nemen. Zwijgend leggen we dit o, zo bekende traject naar Hoogkarspel af en wandelen naar ons fijne thuis. We zijn voldaan, tevreden, blij, gelukkig. We hebben het zo heerlijk gehad.

    Dag 9 Op weg naar Berlijn

    In sommige hotels loont het om op tijd aan het ontbijt te verschijnen, zoals deze in Stary Smokovec, het buffet staat goed gevuld voor ons klaar, de keuze is aanzienlijk groter dan gistermorgen. De koffie is nog wel net zo slap.
    Het is kwart over zeven en we eten in alle rust. Het station is prettig dichtbij aan de overkant.
    Uitchecken is een kwestie van de sleutels afgeven, weer valt me op hoe vreemd en indringend de vrouw me aankijkt. Het voelt ongemakkelijk. Dat deed ze vlak na aankomst ook.
    We lopen bij de receptie vandaan, ik wens haar een fijne dag en zij antwoordt met een ‘I will miss you.’ Dat vind ik eigenaardig, dat zegt een receptioniste toch niet.
    A Ze ziet in mij een onbeantwoorde liefde.
    B Mijn naam ‘Hollander’ wekt argwaan, waardoor ze mijn gezicht goed wil onthouden. Vanwege een oproep voor de Slowaakse versie van Opsporing Verzocht.
    C Haar Engels is zeer matig. Ze is in de war.
    Voor mijn gemoedsrust houd ik het op C
    In de stromende regen lopen we het stukje naar de station. Het is grijs, met zeer lage bewolking en dus heel nat. Niks sneeuw die gisteren was voorspeld. De prachtige bergen kunnen niet uitgezwaaid worden, ze zijn weg. Op het station staat een koffieapparaat met losse dekseltjes voor meeneem bakkie. Heb ik nog niet eerder gezien.


    De trein van 8.00 uur vertrekt keurig op tijd naar Poprad-Tatry waar we moeten overstappen op de trein naar Zilina. Voor we instappen in Stary Smokovec verlaten een paar reizigers de trein. Een man valt op, zijn hoofd is helemaal bedekt met grote puisten of wratten, in die ene seconde zie ik dat er geen onbedekt plekje is. De man heeft zijn blik op de grond gericht. In gedachten of een aangeleerde houding om niet met de geschokte of medelijdende blikken geconfronteerd te worden. Of afkeer.
    Afschuwelijk om een dergelijke aandoening te hebben.
    We gaan zitten in de trein die vooral uit forenzen lijkt te bestaan. Een trein met plek voor ski’s en fietsen.

    Schuin tegenover me zie ik een vrouw die me fascineert door haar mond. Die mond heeft precies de halve cirkel naar beneden zoals die van een ontevreden kijkende smiley. Zo gelijkend heb ik ‘m nog niet eerder gezien.
    Als de conducteur komt zie ik dat de vrouw zeker een bizar dikke stapel pasjes, minstens 10 cm, uit haar tas haalt, op zoek naar haar treinkaart.

    Het is de eerste keer dat we in een elektrische trein een conducteur te zien krijgen. De man is in spijkerbroek en een gewoon rood jack gekleed. De badge daarop moet voldoende zijn. Zijn diensttas lijkt vooral op de handtas van een vrouw.
    Na 20 minuten zijn we in Tatry-Poprad waar we negentien minuten overstaptijd hebben. Ruim voldoende om het perron naar Zilina te vinden. Want, zoals ik al eerder schreef, de perrons worden pas op het laatste moment bekendgemaakt. We lopen op ons gemak naar het grote informatiebord in de hal en zien dan rode letters en ‘delayed’ staan. Vertraging van vijftien minuten. Ai, ai, ai!
    Toen we het reisschema voor vandaag bekeken vreesden we het overstappunt in Zilina, slechts zeven minuten. Met nu al een vertraging van vijftien minuten gaan we de aansluiting daar naar Praag nooit halen. Wat nu? Spoedberaad. We sjezen naar de informatiebalie een perron lager, een beetje gestrest.
    De twee balies zijn bezet zien we door de glazen ruit, wij zijn de eerstvolgende, maar juist voordat we er zijn loopt er een vrouw naar binnen. De eerstvolgende mag en we zijn geneigd ons probleem priorteit te geven. Ik houd me in en geef de vrouw aan dat zij eerst was. Laten we vooral fatsoenlijk blijven, ik zou het onszelf kwalijk hebben genomen als we waren gaan voordringen. Gelukkig, we zijn toch snel aan de beurt.
    We geven met behulp van ons reisschema het probleem aan. De Slowaaks sprekende lokettiste haalt er een jonge Engels sprekende collega bij. Die stelt ons gerust: de collega’s in Zilina weten van de vertraging en wachten op de trein uit Popgrad. We zullen die aansluiting beslist niet missen. Ze is overtuigend en we besluiten haar te geloven.
    De rit gaat voorspoedig, de koffiekar komt langs: twee grote dampende bakken voor €2,20 totaal.
    Maar tegen de tijd dat we in Zilina zijn worden we gehaast. De trein wacht, maar hoelang? En op welk perron? Zodra de treindeur opengaat sprinten we naar buiten, op zoek naar een hal, op zoek naar een infobord waar het juiste perron op staat. Op goed geluk pakken we de trap naar beneden. Een knul rent met ons mee. Ook naar Praag? Ja, dus. We komen in een gang en slaan af naar links, het is een gok omdat we daar meer mensen zien. Inderdaad is daar het infobord. Drie! We rennen weer terug, richting juiste perron. Theo loopt nu sneller, zodat hij eventueel de trein kan tegenhouden in afwachting op mij. Ik ren de trap op en zie de trein staan waar Theo al bezig is het juiste rijtuig met de gereserveerde plaatsen te vinden. Twee spoorvrouwen staan buiten en zien ons. Dat stelt me gerust. Buiten adem stappen we het juiste rijtuig in. Opgelucht! We hebben het gehaald! En we kunnen nog verdomde snel lopen met die rugzakken om. We kunnen erom lachen. Het kritische punt Zilina hebben we gehad, in Praag hebben we een uur overstaptijd, dat gaan we sowieso redden. Leuk om daar het station te bekijken waar we een paar jaar geleden nog zijn geweest.
    We installeren ons in de uitstekende trein met alle comfort. De trein rijdt nog steeds niet. We hebben ons voor niks de benen uit het lijf gehold, kruipend hadden we het nog gered. We kijken naar de digitale klok in de coupé die zijn minuten aftikt. Eindelijk gaan we, met een half uur vertraging. We maken ons geen zorgen, misschien loopt de trein het straks in, bovendien we hebben nog steeds een halfuur over voor de overstap
    We lezen, zitten wat op de telefoon en kijken naar buiten. Daar is het nog steeds grauw en nat. Troosteloos weer.

    De trein stopt op veel tussenstations en neemt daar de tijd voor. Hoort dat zo? Is dat ingepland? We vrezen dat de vertraging oploopt. Inderdaad, in het display boven de deur naar het balkon verschijnt de tekst dat de trein drie kwartier vertraging heeft door technische oorzaak. Potverdorie, beetje kuieren en de benen strekken op station Praag kunnen we nu wel schudden. Maarrr, we hebben nog steeds een kwartier en de trein naar Berlijn halen is uiteraard het belangrijkste.
    De tijd vliegt voorbij in heerlijke rust van niks moeten. Fijn met een boek, het kijken naar buiten, luisteren naar muziek of kijken naar een filmpje. Persoonlijk vind ik treinen een heerlijke legitieme reden om te mogen luieren. Ik geniet dus.
    Ook in deze trein komt de koffiekar langs: € 0,80 totaal.


    We moeten nu bijna in Praag zijn. Van de mogelijkheid om in Praag te overnachten zagen we af. Nog maar een paar jaar geleden hebben we drie nachten doorgebracht in die prachtige stad. Zie daarvoor: Treinen door Oost-Europa.

    De drie kwartier vertraging is al voorbij en we zijn er nog niet. Het wordt opnieuw nijpend. Zes minuten voordat de trein naar Berlijn vertrekt stoppen we op station Praag.
    We treden in herhaling; springen de trein uit en beginnen te rennen naar wij vermoeden waar de hal is.
    Theo voorop en ik erachteraan. Terwijl ik dat doe, moet ik opeens zo lachen! Ik zie als het ware mezelf van bovenaf, rennend met de twee rugzakken, de grote op mijn rug en de kleine op mijn borst. Het lijkt me een kostelijk beeld en omdat ik me fit en sterk voel, word ik daar erg blij van. Het moet niet te vaak gebeuren natuurlijk, maar dit soort dingen moet je incalculeren met een treinreis, zoals je met een autorit rekening met files houdt.
    ik zei al dat we hier eerder waren, maar directe herkenning is er niet. Zoeken, zoeken naar het bord met het juiste perron. We rennen de gang is met links en rechts borden die verwijzen naar de perrons. Niks te zien. Terug. rennen naar de hal. Daar zien we wat we net niet zagen. Het bord met daarop Berlijn. Vertraging…twintig minuten. Niet te geloven, wat een dag. Opnieuw moeten we hier wachten tot eindelijk het perron wordt bekendgemaakt. En ja, hoor, vijf! En de hele horde haast zich de gang in. Wij ook. We hebben in ieder geval de trein weer gehaald. We boffen vandaag 🙂
    De trein komt en met een uiteindelijke vertraging van dertig minuten beginnen we aan ons laatste traject.

    Vanaf Praag rijden we nog een rit die ondanks het sombere weer heel mooi is. Mooie gebouwen, landschap en waters. Het begint schemerig te worden, buiten kijken wordt minder.
    Eindelijk zijn we in Berlijn, waar we op het geweldig grote en mooie station uitstappen. Van hier is het nauwelijks tien minuten lopen naar het hotel.
    Een prachtig hotel.
    Het was een lange dag, absoluut. Mooi, beetje hectisch door de vertragingen, maar desondanks een dag van ontspannen en genieten. Gewoon van het treinen op zich.

    Morgenochtend Berlijn in en morgenmiddag naar Nederland, naar huis.

    Dag 8 Stary Smokovec

    De eetzaal is leeg als we binnenkomen, waardoor we twijfelen of we op de goede plek zijn, tot we het ontbijtbuffet zien. ‘Hotel?’ vraagt de vrouw die uit een zijruimte komt. We knikken en ze wijst ons naar een tafeltje. Het wordt duidelijk dat ze geen woord Engels spreekt wanneer ze ons kannen koffie, heet water, hete melk en koude melk brengt. Waarschijnlijk weet ze zo zeker dat de gewenste drank ertussen zit. Ze zet er een kan appelsap bij. Het buffet ziet er geplunderd uit, waarschijnlijk die grote groep die gisteren gelijktijdig met ons aankwam. Sowieso is het aanbod summier. Veel vlees en alleen schimmelkaas. Warme gerechtjes zijn er nauwelijks. Nu is dat ‘s morgens mijn ding niet, wel van Theo.
    Het lijkt erop dat het aanbod vooral is afgestemd op de wensen/smaak van de Slowaken. Een andere taal dan Slowaaks horen we hier niet en ik zei eerder al dat vertalingen in het Engels vooral uitzondering dan regel zijn.
    Vandaag pakken we het boemeltreintje van 11.00 uur naar Tatranska Lomnica. Dat is slechts zes kilometer verderop, waar een kabelbaan naar de top van de berg gaat die wij vanuit onze hotelkamer zien.
    De top, Lomnicky stift, ligt op 2634 meter en is daarmee met slechts 20 m. verschil de op één na hoogste berg van Slowakije. De top ligt in de sneeuw en zie je vanuit de verste omtrek al. Vanmorgen zag ik hoe die in het vroege zonnetje prachtig roze kleurde.

    Voor vertrek is het nog even dubben met de kleren. Boven op de berg kan het koud zijn, maar beneden willen we niet lopen puffen. We komen eruit en ik pak mijn sjaal die ik speciaal voor een gelegenheid als deze heb meegenomen. Dat ik thuis naar de weersberichten voor deze streek keek zag ik dat we zelfs sneeuwbuien konden treffen. Dan wil je wel een sjaal in je rugzak stoppen.
    Op het stationnetje is het een aardige drukte. Allemaal sportief geklede mensen, ouderen, jongeren, van alles loopt er. We zijn ervan overtuigd dat Stary Smokovec een geliefde vakantiebestemming of dagje uit voor de Slowaken zelf is. We horen namelijk geen andere taal dan het Slowaaks. Ook van de mensen met koffers, het is allemaal Slowaaks. Hoewel ik waarschijnlijk het verschil met Tsjechisch of Russisch niet hoor, laat ik eerlijk zijn.
    Na pakweg twintig minuten zijn we in Tatranska Lomnica, het is dan slechts zes kilometer, het treintje stopt op vijf tussenstations, dat haalt de snelheid er er wel uit.
    Grappig is dat de route die het treintje rijdt op het tafeltje bij het raam is afgebeeld, inclusief de kosten van een ritje.

    Als we in Tatranska Lomnica uitstappen valt gelijk het après skigehalte op. Veel drink- en eettenten bij het station, waar het gezellig toeven is na het nemen van een helling lijken ze allemaal uit te willen stralen. Leuk om te zien. We zoeken naar een bordje dat moeten verwijzen naar de kabelbaan maar zien die niet. Een Slowaak, hoe kan het anders, aanspreken gaat wat moeizaam, maar door de afbeelding die Theo laat zien snapt hij het direct. Rechtdoor lopen, dan komen we er vanzelf. Dat klinkt simpel en dat is het ook. We lopen er in één keer op af. Het dorp is een absoluut skigebied. Overal skischolen, winkels met wintersportartikelen, drankgelegenheden en wintersporthotels. Alles gesloten. Eveneens zien we her en der groene banen die straks skihellingen moeten worden. Liften hangen stil en sneeuwkanonnen staan werkeloos.



    Jammer is dat het vandaag bewolkt is en ook kouder. Ook onder aan de berg is een jas vandaag echt nodig. Toen we vanmorgen aan het ontbijt zaten en door het glas in de deuren zicht op de ingang hadden, viel op hoe warm gekleed de mensen binnenkwamen. Met mutsen op en sommige zelfs met wanten.
    De top van de berg ligt gelukkig nog te baden in het zonnetje en is daardoor goed zichtbaar.
    We bereiken de kabelbaan en gaan naar het ticketkantoor voor de kaartjes. Tweemaal Lomnicky Stift. We hebben er zin in!
    Dan komt de enorme domper, Lomnicky Stift is deze week gesloten wegens onderhoudswerkzaamheden. Echt, hier balen we zo van. We reageren niet blij, Wat nu? Dit wat we vandaag wilden, we hebben geen plan B.

    Het kassameisje legt dat dat er twee plateaus lager zijn waar we wel kunnen komen. Het tweede gedeelte daarvan is echter in open stoeltjes, dat ziet Theo niet zitten. De teleurstelling speelt nog een rol en we zijn besluiteloos. We gaan ons beraden. We lopen terug naar de grote kaart met de verschillende opties en besluiten dan naar Skalnate Pleso te gaan, op 1751 meter. Theo wil een enkeltje en terug lopen, maar omdat het maar drie euro extra is, wil ik een retour. In het ‘ergste’ geval gooien we dan zes euro over de balk als we besluiten de terugweg te gaan lopen. Kopen we namelijk boven een kaartje terug, dan betalen we daarvoor 19 euro p.p. Ik bedoel maar.

    We zetten koers naar de kabelbaan en passeren onderweg het bord waarop staat dat het op de top, die dus afgesloten is, -7 C is en op de plek waar wij op weg zijn, zes graden. Oeps, -9 is wel heel koud in een spijkerbroek, geen wanten en Theo geen muts. We stappen in het rijdende kleine vierpersoons kabelbakje en gaan in gestaag tempo naar boven. Langzaam maar zeker zien we een glimmende koepel verschijnen. We zijn er.
    We stappen uit en lopen blijkbaar de verkeerde kant op, want mannen houden ons aan. Skalnate Pleso? Ja, we knikken. Ze wijzen naar een poortje verder, waar we weer ons kaartje moeten scannen en voordat we het weten zitten we in een andere, veel grotere kabelbak.

    Dit traject bestaat uit twee verschillende kabelbanen, wisten wij veel. Dat hadden we niet begrepen. Hier worden we blij van, we gaan hoger dan we dachten, we hadden onze blik op een verkeerd punt gericht. Deze kabelbak is veel groter en moderner en heeft alle ruimte om ski’s en snowboards veilig te stallen. Genietend kijken we door het glas alle kanten op. De teleurstelling is verdwenen. We gaan hoger en hoger en de wind begint steeds meer te gieren langs en over het bakje. Als het bakje opeens begint te schommelen krijg ik spontaan een intens gatver!moment. Het schommelen houdt snel op, de gierende wind blijft. Als we boven uitstappen is het aanzienlijk kouder dan beneden, het hindert niet, het is mooi. De rotsen, de besneeuwde top veel dichter bij en, heel ver beneden, ja dat moeten huizen zijn. Wat is dit heerlijk en fijn.
    Een wc nu ook, we gaan het aanwezige restaurant binnen voor een toiletbezoek en koffie. Een warm bodempje leggen en dan buiten wandelen. Het restaurant heeft aan twee kanten glas waardoor een fantastisch zicht ontstaat op de sneeuwtop, het dal beneden en het observatorium iets verder en hogerop. De houten inrichting heeft het het aanzien en het karakter van een berghut, waar je kleumend van de kou binnenstapt om je voldaan van de gedane inspanningen te laven aan de warmte. Het moet hier in de winter helemaal geweldig zijn.
    De koffie is van de zelfde kwaliteit als in Wenen, mooie kopjes, lauwe bak.
    Dan gaan we naar buiten, over de met grote rotsen en keien bedekte ondergrond. We lopen om het restaurant heen, richting het observatorium omdat we daar iets zien wat op een pad naar boven lijkt. We passeren eerst een water, een natuurlijke verschijning dat zijn oorsprong in het pleistoceen heeft, erlangs staan wat groene bosjes waar sneeuw ligt. Het is niet veel, maar verspreidt liggen er hoopjes. We hadden er niet op durven hopen, sneeuw maakt het bezoeken van een bergtop extra leuk. Dat de top van deze berg niet zo spectaculair besneeuwd is als de Jungfraujoch wisten we al, dat we op deze hoogte een beetje sneeuw zien is meegenomen. We beginnen met de klim over rotsen en keien en zijn in ons element. Zo heerlijk om dit te doen. Dit is waarvoor ik de hele week mijn bergschoenen aan mijn rugzak heb bungelen. Op een wandeling als deze kun je absoluut niet zonder. Het is goed uitkijken, verstappen is zo gebeurd, maar juist dat opletten, het zorgvuldig neerzetten van je voeten maakt onderdeel van het plezier en het gevoel van avontuur. De wind is ijzig en giert om ons heen, mijn handen zijn steenkoud en mijn meegenomen sjaal heb ik half voor mijn gezicht gebonden. Hijgend kom ik boven, waar ik bij moet komen. Is mijn conditie zo slecht? Ik bedenk dat de ijlere lucht ook een rol kan spelen. Voor mijn ego is dat in ieder geval een aanvaardbaarder reden 😉


    Dan gaan we terug, naar beneden is linker, een val is sneller gemaakt. Dat gebeurt gelukkig niet. Mijn handen stop ik beurtelings in mijn zakken om ze wat warmte te bieden. Halverwege de daling voel ik het omslagpunt, daar waar ze van steenkoud weer warmer worden. We lopen nog een stukje om het meer waar we op een bordje lezen dat er op deze hoogte vossen leven.
    Dat doet me denken aan al die afbeeldingen van beren die we op de verschillende plekken in Slowakije gezien hebben, en ook hier. Mogelijk geïnspireerd op het feit dat er in Slowakije nog wilde beren leven, het hoge Tatragebied staat er om bekend dat ze bruine beren huisvesten.
    Als we genoeg gewandeld hebben gaan we het restaurant binnen voor een nieuw plaspauze en drinkronde. Theo een biertje en ik een warme chocomel, aan de koffie waag ik me niet meer.
    Die chocomel, niks cacaopoeder of opgewarmde chocomel, het zijn pure brokken chocola dat ik in de gesmolten versie drink. En dat is potverdorie lekker! Met slagroom. Maar goed dat ik nooit mijn weegschaal meeneem als ik een berg ga beklimmen. Ik geniet er smullend van.

    Het is 15.00 uur en we gaan naar beneden. De laatste mogelijkheid om met de kabelbaan naar beneden te gaan is half vier, dus het wordt zo langzamerhand ook tijd. De rit naar beneden is met een voldaan gevoel. Achteromkijkend zien we dat de top in de nevel hangt, de zon werd ook daar steeds minder. Theo is blij dat ik om het retourticket heb gedramd. Het had vies, vies tegengevallen.
    Het is goed geweest zo. Een bezoek aan de hoogste top kost voor twee personen €98,- , als die top dan in de wolken hangt is dat verdomde jammer, en hoe lang zouden we het met -7 uitgehouden hebben in de kleding die we nu aanhebben? De plek die we nu verlaten hebben was 6 C, maar de gevoelstemperatuur lag zeker rond het vriespunt is onze overtuiging.
    Terug in het dal wandelen we direct door naar het station waar de trein juist aankomt. Perfect want het treintje rijdt eens in het uur.
    We zijn rozig en besluiten terug in Stary Smokovec direct wat boodschapjes voor nu en morgen te gaan doen. In de supermarkt verbazen we ons over het grote aanbod sterke drank, 55% zien we zelfs staan, alles voor een habbekrats, met nergens een bordje waarop een leeftijdsgrens staat.
    Dan gaan we terug naar het hotel nagenieten van deze geslaagde dag.
    Langzaamaan gaan we richting huis. Morgen hebben we daartoe de langste treinreis van deze trip.
    De hele dag zullen we erover doen om in Berlijn te komen. Daar hebben we onze laatste overnachting.

    Zojuist komt het bericht binnen dat het morgen in dit gebied sneeuw wordt verwacht, ik hoop morgenochtend 8.00 uur als we vertrekken.

    Dag 7 Van kosice naar Stary Smokovec

    Het ontbijt was heerlijk! Echt waar. Alles verzorgd en van het gevarieerde aanbod een ruim aanbod.
    De zitplaatsen hadden we voor het uitzoeken. Pff, wat een opluchting.
    Na het relaxte begin van de dag gaan we terug naar de kamer om de laatste spullen in te pakken, het is tijd voor een nieuw reisje met de trein.
    Maar eerst uitchecken.
    Tegen de receptioniste, dezelfde als gisteren, geef ik aan dat het ontbijt toen een desillusie was, slecht georganiseerd en stressgevend. Direct biedt ze excuses aan, dat het inderdaad niet was gegaan zoals het moest, dat het intern al besproken was, want hotel onwaardig. MAAR ( en dat woord mag je niet gebruiken in een situatie als deze heb ik geleerd, omdat je dan het eerdere excuus afzwakt), er kwam een een grote groep tegelijk binnen en ze hadden een zieke. Hiermee vraagt ze eigenlijk begrip en moet ik me enigszins bezwaard voelen dat ik klaag; ze deden hun best tenslotte…
    Ik zeg niks, maar denk er het mijne van. Bij alles wat mis ging en intern werd besproken is een belangrijke groep vergeten; de gedupeerde gasten. Daar had een actie op uit gezet moeten worden. Dan had ik alle begrip getoond. Excuus als de klant begint, is het paard achter de wagen spannen.
    Ze wil afsluiten als Theo het blaadje met het gebruik van de minibar laat zien. €7,50. Het wordt keurig afgerekend. Hier had ze nog een gebaar kunnen maken door het blaadje te verscheuren.
    Hotelmanagement ligt me denk ik wel 😉
    We lopen naar het station en Theo zegt dat ik het uitstekend bracht. ‘Ik zou bijna medelijden met je krijgen.’ Hij overdrijft, maar als ik tegen Theo of hier mopper over het ontbijt, dan moet de bron ervan toch zeker ingelicht worden. Wel zo netjes.

    Het is opnieuw prachtig weer, de koude wind van gisteren is vertrokken, dus alleen een vest volstaat.
    Op het station halen we wat flesjes water bij de Lidl, jawel! en zien in een hoekje naast de winkel de eerste bakken voor gescheiden afval staan. Joechei.
    Wat ik eerder niet had verteld, maar nu wel is dat de perrons voor vertrek pas op het laatste moment worden doorgegeven via het digitale informatiebord in de hal. Zo weten we nu alleen we om 11.01 uur vertrekken, maar niet van welk perron.
    Steeds meer mensen verzamelen zich voor het bord, allemaal omhoog kijkend, waardoor de toe- en uitgang van het station verstopt raakt. Daar is goed over nagedacht 😉 Vandaag staan we er zelf tussen.
    Het traject van vandaag duurt twee uur, inclusief één overstap. We stappen de EC in die als eindbestemming Praag heeft, wij treinen slechts vijf kwartier mee en zullen in Poprad-Tatry overstappen op een boemeltrein voor het laatste stuk.
    De EC is een prachtige moderne trein met goede, nette gestoffeerde stoelen, stopcontacten voor het opladen van de mobiele apparatuur en Wifi!
    Alsof het niet op kan komt er ook nog een koffiekar langs met starbucks koffie. Heerlijke, goed hete koffie. Als we het bonnetje krijgen, weten we zeker dat het een Tsjechische trein is. Het bedrag staat namelijk eerst in Tsjechische kronen en is daarna in euro’s omgerekend.

    We rijden het station van Kosice uit en vrijwel direct wordt het bergachtig gebied. We verwonderen ons over die plotselinge verandering van landschap. De zon schijnt volop, de lucht is op een sliertje wit na, strakblauw en het uitzicht is prachtig. Het is Genieten. Ik maak foto’s en kan niet nalaten gebruik van wifi te maken door foto’s naar de kinderen thuis te sturen. Mogelijk is er één online…en inderdaad, oudste dochter reist een stukje met ons mee. Gezellig.


    We zijn nog geen kwartier onderweg of ik zie besneeuwde bergen in de verte verschijnen. Opgewonden wijs ik naar Theo, die achteruit reist. Bergen en sneeuw, meer is er nu niet nodig om kinderlijke blijdschap te ervaren. Die bergen, daar gaan we naar toe. De trein neemt bochten waardoor we de bergen vanuit verschillend perspectief waarnemen. Voor ons, rechts of links van de trein. Het landschap is fantastisch, dit is echt een heerlijk traject, zo mooi. De bergen, het groen, de herfstkleuren her en der, de valleien, we zitten aan het raam gekluisterd. Het voorbij glijdende landschap met vooral natuur en weinig bebouwing toont in de stralende zon zo vredig zo rustgevend. Hier houd ik van, en ik kijk ernaar uit om een paar mooie wandelingen te maken. Ik vraag af of we toch niet nog een nacht extra in Stary Smokovec hadden moeten boeken. Ik laat het snel los en kan me weer helemaal op buiten concentreren, het opslaan in mijn hoofd zodat ik later de beelden weer terug kan halen.


    We komen met tien minuten vertraging in Poprad-Tatry aan, wat geen probleem is. We hebben genoeg overstaptijd. Door de steeds kloppende papieren van De Treinreiswinkel en de verdere voorbereiding door Theo hebben we direct het juiste perron te pakken en stappen in het prachtige treintje. Het is een lekkere boemel, met zitplaatsen die niet al teveel ruimte geven maar wel gezellig is met druk kletsende Slowaakse jongetjes. We verstaan er natuurlijk geen klap van, het leuke zit ‘m in het universele beeld dat ze afgeven. Plezier makende jongetjes met mobieltjes, het ziet er overal hetzelfde uit.
    Na een half uur zijn we er al. We stappen uit op, weer, een knus, gezellig stationnetje, zoals we die bij ons niet veel meer hebben. Denk ik.

    We hoeven slechts de weg over te steken of we zijn al bij het hotel, waar pech, net een bus vol senioren uitgeladen wordt die in hetzelfde hotel verblijven. Dat geeft heel even oponthoud bij het inchecken, het mag geen naam hebben. Het is kwart over één en we installeren ons op de kamer, bekijken het prachtige uitzicht op een fraai hotel met de besneeuwde bergen op de achtergrond, en besluiten buiten op een bankje in de zon ons brood op te eten.
    Het zonnetje is heerlijk en we maken ons plannetje. Na het brood halen we wat benodigdheden van de kamer en maken een wandeling in de omgeving. Zo gezegd, zo gedaan. We zien een bordje dat verwijst naar het Slowaakse vvv en lopen die richting op. Onderweg zien we de weg aangegeven naar een kabeltreintje. We halen een boekje bij het infocentrum en wandelen richting treintje. Dat is best zoeken. De bordjes met teksten zijn alleen in het Slowaaks en de pijlen zijn verwarrend.
    Onderweg ontdekken we een supermarkt, zien we een bijzondere bibliotheek, en merken we op dat het plaatsje een hoog skihuttengehalte heeft. Dat komt overeen met het gegeven dat het vooral een wintersportgebied is.
    We komen bij het treintje uit en zien dat de route goed te wandelen is, een klein drie kwartier zegt de info. Dat gaan we doen. Dat het met name klimmen wordt is duidelijk, we kunnen dat.
    Al snel kan het vest uit door de geleverde inspanningen. Het is flink klimmen, wat zich uitbetaald in steeds mooiere uitzichten op het dorp beneden ons. Het is zo de moeite waard. Tegenliggers die afdalen laten zich regelmatig zien. Na veertig minuten zijn we boven waar een zeer gezellige ‘hut’ staat waar we wat willen drinken. Theo gaat wat halen terwijl ik een goede plek met mooi uitzicht zoek. Veel gezinnen en stelletjes, het is natuurlijk zondag. een prachtige dag om een uitje als dit te doen.


    Theo komt licht briesend terug, twee vrouwen vielen hem lastig. De één wilde persé dat hij iets voor haar ging bestellen, een andere achter hem drukte zich wel heeel dicht tegen hem aan. Pas toen Theo een woeste blik haar kant op wierp nam ze iets afstand.
    Ik laat hem voorlopig niet meer alleen op pad, beloof ik.
    Na een half uur beginnen we aan de afdaling die uiteraard een stuk sneller gaat, zeker als we een deel over een onverharde, met stenen bezaaide, weg lopen. Is linker, maar ook avontuurlijker.
    Als we in het dorp aankomen merken we dat het kouder begint te worden, het is tegen half vijf, dus logisch. Volgens Theo is er voor vanavond nachtvorst voorspeld.


    Terug in het hotel rusten we een paar uurtjes uit en gaan dan op zoek naar een eetplek. Vanmiddag waren er zoveel mensen op de been en zagen we zoveel eetplekken. Het moet geen probleem zijn. Ja, dus.
    Het is kwart voor zeven en er loopt vrijwel niemand meer op straat, alles ziet er donker uit. Een soort van restaurant met een lopend buffet is open. We gaan naar binnen. Alles in het Slowaaks. Of ze vegetarisch hebben, vraag ik in het Engels. Ze kijkt me vragend aan, snapt het niet, daarna een beetje. Wijst naar de bak aardappels en schudt dan haar hoofd. We zien verder niks waar we onze magen aan willen wagen en verlaten het pand. We herinneren ons de supermarkt van vanmiddag, lopen daarheen en blijven ons verbazen, alsof iemand de stekker eruit gehaald heeft. Niets te zien en te doen. De supermarkt is dicht, de pizzeria ernaast niet. Er zit anderhalve kip, en er komen erna ons nog een paar bij. Het eten is gelukkig uitstekend. Vanavond geen vergrijp nodig aan Engelse drop, wat chips en mueslirepen.
    In het donkere gat dat Stary Smokovec nu is, met hier en daar de kerstverlichting brandend, lopen we terug naar het hotel. Daar is de deur op slot… Op een bordje in het Slowaaks en in het Engels, staat dat er zo iemand aankomt. Portier op de wc? We kloppen voor de zekerheid. De man met de sleutel komt. We hebben geluk, we mogen erin.

    Dag 6 Kosice

    Zaterdag en zondag zijn uitslaap dagen in het hotel, wat betekent dat de ontbijttijden een uur dichter naar de middag opschuiven: tussen 7.30-11.00 uur worden we verwacht. Met het grootste gemak passen Theo en ik ons aan, en lopen rond 10.00 uur de ruimte binnen waar het buffet wacht.
    Dan begint het gedoe. Het is drukker dan het aantal tafeltjes waartussen een meisje haar benen uit haar lijfje holt. We blijven bij de deur staan in de verwachting dat er iemand naar ons toekomt. Er zijn ook een paar mensen die in de lounge ontbijten. Links van ons zit de receptioniste die relaxt achter haar computer zit. Ander personeel dan het bijna over haar voeten struikelende meisje zien we niet. We nemen waar dat de broodmandjes zo goed als leeg zijn, evenals de sapkannen en de schaaltjes waar laatste stukjes fruit/groente op liggen. We besluiten cappuccino te nemen en in de lounge te wachten.
    We starten het koffieapparaat dat er een beetje melk uit sputtert en dan is het melkkannetje ook schoon leeg. Met niks zoeken we een lege plek in de lounge. We zien dat het meisje óók dáár gasten, met een krant voor een enkel kopje koffie, vanaf de loungebar moet voorzien.
    Ze vliegt naar ons toe: willen we wat drinken? Nee, we wachten tot er een plekje bij het ontbijtbuffet is. Dan zie ik haar naar de receptioniste draven. Ze praten en ik verbeeld me dat die ingehamerd krijgt dat een goed verlopend ontbijt voor nu belangrijker is dan de telefoon.
    Terug bij ons zegt het meisje dat we hier mogen eten. Ik ga als eerste. Er is nog niets bijgevuld. Gelukkig is voor mij yoghurt prima. Maar er staan geen schaaltjes. Zucht. Ik vraag erom aan de receptioniste die met reddend werk bezig is. Het duurt even, dan komt ze met twee kommetjes. Eén voor mij en de ander op de lege serviesplank. Ik zie nu pas dat er geen lepels liggen, ik vraag weer…geduld. Een ander, nog niet eerder gezien personeelslid begint brood bij te vullen. De lepel komt en ik loop naar het koffiezetapparaat…geen kopjes en nog geen melk. Ik ben er klaar mee, ik loop terug naar Theo. Die gaat nu en kan beginnen met het vragen naar borden, zie ik al.
    Theo komt me als snel halen: er is een tafeltje vrij. Fijn, maar eerlijk gezegd heb ik nauwelijks trek meer. Het ontbijt, wat een moment van vreugde en ontspanning zou moeten zijn, is een stresssituatie geworden. Stress ontneemt mijn eetlust.
    Ik besluit toch nog een poging tot koffie te doen, doorzetter als ik ben, haal diep adem en loop naar het apparaat. Nog steeds geen melk. Vragen. Het wordt gebracht. Er staan geen kopjes, ik pak een theeglas. En bij gebrek aan lepeltjes, besluit ik de achterkant van een vork te gebruiken.
    Als ik zit, is de receptioniste bezig met het afruimen van het tafeltje naast ons. Ik kan het niet nalaten om, voor haar hoorbaar, te zeggen dat dit het meest slecht georganiseerde ontbijt is dat ik heb meegemaakt. In het Engels uiteraard. Een receptioniste behoort dat te spreken.
    Ik zei gisteren hoe keurig, netjes en sfeervol het hotel is. Met vier sterren en de nodige gewonnen awards. Zo zag het er vandaag tijdens het ontbijt niet uit. Slecht, een leek als ik zag dat het team slecht op elkaar ingespeeld was en organisatorisch onlogische keuzes maakte.
    Zo, dat was nog maar het ontbijt 🙂

    Het ziet er wederom zonnig uit, ik trek een vest aan en Theo heeft de zomerdag van gisteren in zijn hoofd met lichte broek en dito overhemd.
    Zodra we buiten zijn merken we dat de zon dan wel schijnt, maar dat de wind aanzienlijk kouder is dan gisteren. We lopen stoer verder, dan keren we om. We moeten echt warmer gekleed.
    Dikker aangekleed lopen we richting het station, dat is niet ver, om het Jacabov paleis te zien. Een prachtig neo-gotisch gebouw dat helaas het nodige onderhoud ontbeert en, nog meer helaas, niet open is voor publiek.


    Wat we gisteren zagen en ook nu zien is dat er veel prachtige gebouwen staan, met geweldige gevelbijzonderheden. Het Jacabov paleis wordt vast een keer aangepakt. Er is historisch besef in deze stad is mijn indruk. Indrukwekkende panden worden niet door foeilelijke reclame verloederd. Het is allemaal beschaafd en keurig binnen aanvaardbare grenzen. Ik, als toerist, word er blij van. Geen ergernis. Gelukkig, van het ontbijt heb ik mijn buik nog vol.
    Dan gaan we naar de Sint Elisabeth kathedraal. Een enorm imposant gebouw midden in het centrum waar je wel diep van onder de indruk moet raken. Zo’n enorm staaltje bouwvakkunst.Het is de grootste van Slowakije en werd gebouwd tussen 1378 en 1508 in gotische stijl ter herinnering aan de heilige Elizabeth van Hongarije. De Sint- Elizabethkathedraal is de hoofdkerk van het bisdom Kosice. Het ziet er fantastisch onderhouden uit en gisteravond zagen we hoe mooi verlicht het in het donker is.

    Binnen is het minder spectaculair. Er is veel eigentijds renovatiewerk te zien. van oude plafondschilderingen die er ongetwijfeld geweest zijn, is niets meer te zien.


    Het is mogelijk één van de torens, The Sigismund Tower, te beklimmen. Honderdzestig treden, dat gaan we niet doen.

    Naast de kerk staat een vreemdsoortig gebouw waar je, half overdekt, omheen kan lopen. De hele binnenwand is bedekt met gevelstenen. Grafstenen, denkt Theo. Ik denk dat hij gelijk heeft. Met moeite kan ik een paar jaartallen uit de 16e en 17e eeuw ontcijferen. Mogelijk waren ze onderdeel van de kerkvloer, die is immers ook niet oorspronkelijk.

    Waar in Bratislava Slowaakse teksten soms in het Engels vertaald waren, is dat hier nergens. Dat is aan de ene kant natuurlijk jammer, van de andere kant wordt het gebied daardoor wel authentieker, nog niet geannexeerd door het toerisme.
    We wandelen naar een koffiebar en kunnen niet om de zwerver heen die de vuilnisbak doorzoekt. Hij is de enige niet die we dat hebben zien doen. We zijn al meerdere keren benaderd door sloebers die hun hand ophouden. Het is misschien ook de reden dat we met regelmaat twee of drie politiemensen tegenkomen. Patrouille lopen om overlast te voorkomen?
    Overigens zien we niet dat hier aan gescheiden afval wordt gedaan. Dat was het eerste dat opviel nadat we de anderhalf uur durende rit van Wenen naar Bratislava hadden afgelegd. Stonden er in wenen overal bakken waar het afval in vier soorten gescheiden kon worden. Hier kan alles in één bak gegooid worden.
    Na de eerste koffiestop lopen we langs het magnifieke theatergebouw.

    Er staan zoveel mooie gebouwen in Kovice! en wandelen langs het ‘Immaculata’. De oorsprong en de betekenis ervan is me wat onduidelijk. Het zou een barokke zuil zijn die werd gebouwd ter nagedachtenis aan de slachtoffers van een pestepidemie in Kosice in de 18e eeuw. Maar waarom staan er dan dan alleen kindjes op de zuil afgebeeld met Maria op de Top? En verschillende Maria beelden en soldaten erom heen? Ik ga daar thuis nog eens naar kijken. Wat ons vandaag treft is het portret van een jongetje met slangetjes in zijn neusje. Bloemen erbij en een brandend kaarsje. Ik kan me goed voorstellen dat het monument troost biedt en een herdenkingsplek is ter nagedachtenis aan een overleden kind.

    Het is rustig op straat en opvallend veel winkels zijn dicht. Vreemd, het is toch een gewone zaterdag.
    De wind is nog steeds fris en de temperatuur ligt zeker zes graden lager dan gisteren. Waar toen de terrasjes gezellig gevuld waren, staan de stoelen nu opgestapeld. We kuieren op ons gemak door het centrum en daarbuiten, waar we op de ‘Marathonloper’ stuiten. Een beeld wat Theo als fervent hardloper natuurlijk erg aanspreekt. Sinds 1928 wordt er elk jaar in Kosice een marathon gelopen. Oorspronkelijk met deelnemers uit vier landen, nu van overal uit de wereld. Op de plaquette onder en naast het beeld staan alle namen van winnaars vermeld. Pas sinds een jaar of tien ook die van de eerste vrouwen. Het zal niet verbazen dat het laatste decennium allen Ethiopiërs en Kenianen gewonnen hebben.
    Verbazend en een beetje bizar vind ik dat op dit punt de grote, brede doorgaande autowegen vrijwel verlaten zijn. Het lijkt wel een autoloze zondag. Onaangenaam is het zeker niet.

    Tijd voor een tweede bakkie. Dat doen we bij MonDieu, een leuke zaak met heerlijke koffie. We besluiten om hier vanavond te gaan eten. Ze hebben een Engelse kaart, uitzonderlijk, wat met eten handig is. Opvallend trouwens is dat we verschillende vegetarische restaurants tegenkomen. Dat zouden we natuurlijk moeten proberen, al wordt de menukaart alleen in het Slowaaks getoond. Toch, de zaken zien er niet top uitnodigend uit,we laten het voorbij gaan. We hebben onze keuze voor vanavond gemaakt.

    We wandelen langs de Antonakerk waarvan de deur openstaat. Dan moeten we naar binnen lopen, dat is wel zo aardig. Een bordje met een fototoestel en Slowaakse tekst laat ons begrijpen dat we wel foto’s mogen maken, maar daar € 2,- voor moeten betalen. Prima. Terwijl Theo geld pakt en dat in een bus wil doen, komt er een vrouw op me aflopen terwijl ik de eerste foto maak. Ze lijkt een beetje boos en ze denkt dat ik bij de man hoor die schuin voor mij voortdurend op het knopje van zijn fototoestel drukt. Het is een jongere man, dus ik ben gevleid, maar Theo gaat niet voor hem betalen 😉 Het wordt ons duidelijk dat we een kaartje moeten kopen. Ja, kijk, dat konden we niet lezen. Theo geeft de oudere vrouw twee euro en die geeft twee kaartjes. Voor mij en die andere man, ze wijst in diens richting. Zal ze denken dat ik haar belazer? De man is inmiddels gevlogen.

    We lopen door de kerk waarvan vooral de verschillende verfijnde, met veel oog voor detail, tableaus zeer de moeite van het bekijken waard zijn. Her en der zijn verschillende altaartjes. Jonge en oudere mensen, knielen en buigen vroom het hoofd in gebed. Ik kan er met verwondering naar kijken, juist omdat ik niets van soortgelijke religieuze gevoelens of behoeftes ervaar. Een kerk is voor mij, voor ons vooral een historisch gebouw met unieke versieringen, beelden en schilderingen. Gemaakt door de beste kunstenaars van hun tijd. Waardevol om gezien te worden. De verhalen die worden ‘verteld’ zijn boeiend en interessant, geven weer hoe mensen dachten, geloofden en leefden. In vroomheid en angst.
    Dat religie, zoals uitgelegd door de diverse kerken voor ons niet de leidraad in het leven is, doet er niet toe.

    Na dit bezoekje halen we ergens een broodje en een ijsje en gaan terug naar onze hotelkamer voor een late siësta.
    We sluiten de dag af met een etentje in eerder genoemd restaurant en lopen nog een keer langs de mooi verlichte ‘zingende’ fontein.
    Morgen vertrekken we om 11.00 uur met de trein naar Stary Smokovec, een plaatsje in het hooggebergte van Slowakije, Hoge Tatra genoemd.
    Maar daarvoor hebben we eerst een spannende expeditie op het programma staan: het ontbijtbuffet…

    Nog wat sfeerfoto’s

    Dag 5 Van Bratislava naar Kosice

    7.00 uur zitten we aan het ontbijt. Boven in de hotelkamer staan de rugzakken vertrekklaar, zodat we straks in alle rust naar het station kunnen lopen. We hebben een treinreis van 6,5 uur voor de boeg, wat ons de rechtvaardiging geeft om een paar plakjes cake voor onderweg mee te nemen.
    Buiten is het fris, maar aangenaam, het belooft weer een zonnige dag te worden. Onderweg komen we veel forenzen en scholieren tegen die dezelfde route als wij wandelen, ook het gemotoriseerde verkeer is op de drukke weg flink aanwezig.
    We zijn op tijd en willen nog wat broodjes voor later scoren, dat valt helaas tegen. Alle belegde broodjes zijn niet vegetarisch. Het winkelaanbod op het oude station is klein en tamelijk eenzijdig. Pech, jammer dan. Nu hadden we natuurlijk gisteren wat kunnen inslaan, alleen waren we vergeten dat we ‘s morgens vroeg zouden vertrekken…Dit is ons nog niet eerder overkomen. Gelukkig hebben we nog de ontvreemde plakjes cake, een pak rijstwafels en wat mueslirepen.
    Het wordt vol op het perron, gelukkig hebben we gereserveerde plaatsen, we kunnen straks rustig instappen. Ik kijk om me heen en zie dat het niet anders dan ‘thuis’is. Dezelfde beelden van mensen die alleen of samen wachten op de komende trein. Gapen, op hun telefoon kijken of nog een broodje naar binnen werken. Cultuurverschillen zijn boeiend, tegelijkertijd is het mooi om te zien dat mensen zo hetzelfde zijn.
    Een vrouw schuin voor me heeft een grote ingelijste poster bij zich, met daarop een strand, zee en duintafereel. Ik houd van die combinatie en realiseer me dat Slowakije helemaal geen strand heeft, het zit ingepakt tussen diverse landen. Is het strand voor mij gesneden koek omdat ik er op nauwelijks een uur afstand vandaan woon, voor de Slowaken is dat beslist niet zo. Ik prijs me gelukkig.
    De trein komt en we vinden snel onze plek in een coupé voor acht personen, tegenover elkaar bij het raam. Ik wijs Theo opgewonden op een paar bijzonderheden: dit is een oude trein zoals wij die begin jaren tachtig ook hadden. Het is het precies. Theo herkent het. Ik maak wat foto’s voor leden van het thuisfront met eenzelfde treinverleden als ik. Zullen ze leuk vinden. Natuurlijk plaats ik ze later hier ook.


    Er stappen twee jongeren de coupé binnen die aan weerszijden van de deur gaan zitten. De compact gebouwde man die volgt kiest zijn plaatst naast mij en is niet bang om ruimte in te nemen. Wanneer de trein vertrekt gaat de man in slaapstand, met zijn armen op zijn buik, ellebogen naar buiten. Ik voel hoe hij me op mijn heup raakt en ga wat verzitten. Dat helpt even. Moet ik er wat van zeggen? Nu snurkt hij hoorbaar. Ik vind het net zo vervelend als dat ik het een beetje vermakelijk vind. Was het nou mijn type, dan had ik kunnen genieten van het avontuurtje in de trein. Theo maakt zich in ieder geval geen zorgen, zie ik. Die leest gewoon de krant van vorige week.
    De conducteur komt voor de kaartjes, ons wordt snel duidelijk dat hij geen benul heeft wat hij met ons internationale tickets moet. Wij weten dat hij een stempel moet zetten. Hij vraagt naar de paspoorten. Vergelijkt waarschijnlijk de namen en geeft alles terug. Het is goed zo.
    Na een uur is mijn buurman op zijn plaats van bestemming en vertrekt. Op de vrijgekomen plek zet ik mijn rugzak, die relatie voelt een stuk fijner.
    De jonge knullen zitten vooral op hun telefoon en eten. Gewone jongens dus 😉


    Het is buiten stralend weer, we krijgen het landschap op z’n mooist te zien. Voorbij Bratislava is het heel vlak, waarna het heuvelachtig wordt en weer overgaat in vlak. We rijden door akkerbouwgebieden heen met (lege) tarwevelden en maïsvelden. Ook veel groen, het valt ons op hoe droog dat er uitziet. De gevolgen van de bloedhete zomer die ook Slowakije geteisterd heeft.
    In de buurt van de stations zijn regelmatig grote silo’s te vinden, evenals stapels boomstammen. Dat verklaart wellicht het grote aantal sporen bij de vaak kleine stationnetjes waar een handvol mensen in- en uitstapt: veel transportvervoer gebeurt hier per trein.

    Er komt een andere conducteur. Deze snapt het en zet stempels op onze kaartjes.
    Theo wijst me op paaltjes met draden ertussen, bedoeld voor het gebruik van de wissels zoals dat ooit bij ons gebeurde. Als ik oplet zie ik hoe inderdaad de draden in beweging komen als we van spoor wisselen.

    Seinhuisjes zijn nog in gebruik, waar dat bij ons allang niet meer het geval is.
    Het mooiste vind ik echter de stationnetjes die we passeren. Vrijwel zonder uitzondering haveloos en toch pittoresk. Hanging baskets en bloempotten die het geheel flair geven. Passagiers die over de sporen naar/van het station lopen, in- en uitstappend op nauwelijks mensbrede perrons. Het is zo heerlijk ongedwongen, alledaags gewoon en toch weer niet. ‘Thuis’ bestaat een soortgelijke situatie allang niet meer.
    Dat geldt eveneens voor de stationschef met zijn rode pet die bij elk station buiten staat om de trein te zien vertrekken of voorbij te zien gaan. Het zijn beelden uit het spoormuseum die hier nog bestaan. Tijdens een eerdere reis zagen we het in Kroatië, dat was genieten. Nu weer.
    Dat is waarschijnlijk ook waarom ik het vanaf Wenen aantrekkelijker ben gaan vinden. Echt, we hebben daar prachtige dingen gezien die de extra stop in Wenen waard waren! Toch, De romantiek in Wenen is vooral commercie. Hier is het meer authentiek.

    Berggebied, heuvels, vlak, we passeren van alles wat. De jongens stappen een halfuur voor het eindpunt uit waardoor wij wat makkelijker de raampjes van de coupé en het gangpad openen. Een beetje frisse lucht kan geen kwaad.

    Met nog steeds prachtig weer komen we aan in Kosice, de tweede hoofdstad van Slowakije. Een vest of jas is niet nodig, het is 22 graden volgens een buitenthermometer. We verwachten een soortgelijk station als Bratislava, en zijn dus hoogst verbaasd als Kosice een groot, zeer modern station is met vele soorten winkels en eet/drinkgelegenheden.

    Als ik een uitstekend ogende zaak zie met cappuccino en pizzapunten verzet ik geen voet meer, die nostalgische oude trein voorzag niet in natjes en droogjes. Ik hoef Theo niet over te halen. We binden de spullen af, waarna ik eerst de wc opzoek die vast ergens in de hal is. Ik spreek een meisje aan, die verstaat geen Engels, wel gebarentaal: Links, rechts, rechts. Wanneer ik bij het toilet vijftig cent moet betalen, maar geen passende munt kan vinden, zoekt een vrouw die het ziet, direct in haar portemonnee. Blij van zoveel vriendelijkheid zoek ik het toilet op en hoor daar Enrique Iglesias door de speaker zingen. Ik straal in meerdere opzichten van genoegen.
    Theo staat me bijna huppelend op te wachten en schiet weg, ook naar de wc.
    Daarna kunnen we eindelijk aan de cappuccino, die hier €1,50 kost, lekker heet is en goed smaakt.
    We zien trouwens dat alles hier aanzienlijk goedkoper is dan de plaatsen waar we eerder waren. Veel goedkoper ook dan thuis. Dat vinden we leuk.
    Als we gelaafd zijn, lopen we het station uit en vergapen ons aan de buitenkant: het heeft iets van de ufo die we in Bratislava bezochten. Het stationsplein is groot, netjes en gezellig. De aankomst voelt al helemaal goed.
    De route naar het hotel is kort en sfeervol, het ligt in een rustig zijstraatje van het centrum.
    Als we inchecken zien we aan de receptioniste dat er iets niet klopt. Het blijkt dat ze ons verkeerd ingeboekt hebben, namelijk twee nachten vanaf morgen. Op onze kaartjes staat het wel goed. Voortvarend heeft ze binnen een paar minuten iets geregeld.
    De kamer ziet er uitstekend uit. Het heeft een warm, klassieke uitstraling. Het sanitair is top. De keuzes van de Treinreiswinkel zijn altijd goed en verrassend zegt Theo als hij tevreden languit op bed ligt. Daar heeft hij gelijk in, het is mijn ervaring ook.
    Na een uurtje gaan we de stad in op een eerste verkenningstocht, en die is aangenaam. Wat een leuk stadje! We zien van alles wat we morgen willen bekijken, nu blijft het bij een uitgebreide wandeling, het eten van een ijsje en gezellige zitten, kijken en luisteren bij de sfeervolle muziekfontein.


    Tenslotte komen we aan bij een plein waar een optreden gaat plaatsvinden, tenminste dat denken we. Het staat er strak vol en er is een podium waarop microfoons staan. Niet dus, er komt een spreker en opeens staan we te midden van mensen die een minuut stilte in acht nemen. Daarna komen er sprekers, wordt er geklapt, maar evenzo vaak boe geroepen. Aan de zijkant verschijnt een groepje demonstranten. Waarvoor en waartegen, we komen er niet achter. Van het Slowaaks is geen woord te begrijpen. We knijpen ertussenuit en gaan terug naar het hotel waar we in de lounge nog even genieten van het aangeboden drankje.
    En dan…tot morgen 🙂

    Dag 4 Bratislava

    Zoals ik gisteren vertelde: onder het hotel is een wijnkelder. Eén van de restaurantmedewerkers liet die zien en vertelde dat deze plek oorspronkelijk gekozen was vanwege de toplocatie, tegenover het station. Het transport per spoor bood enorm veel voordeel, dat verdween toen er een een grote weg werd aangelegd met daarnaast een hoge betonnen muur. Het station zo vlakbij, was opeens ver weg.
    Dat weten wij. We moesten een behoorlijke omweg maken om verderop over een loopbrug aan de kant van het hotel te komen.

    Kun je van de straatkant zo het restaurant inlopen, in het hotel moet je vanaf de begane grond een verdieping naar beneden. Rond 9.00 uur doen we dat voor het ontbijt. Het loopbuffet is niet groot, maar ruim voldoende en gevarieerd. Het restaurant en de naastgelegen wijnkelder zijn vijftien jaar geleden volledig verbouwd tot wat het nu is. En dat is mooi, het geeft een aparte sfeer aan het verblijf hier.
    De gewelfde plafonds. Hier zijn vakmensen bezig geweest.
    In alle rust nuttigen we het ontbijt om daarna op onze hotelkamer luid en uitbundig onze jarige zoon thuis toe te zingen. Ouders blijven we, waar we ook zijn.

    We kunnen met bus 1 naar het oude centrum, maar besluiten te gaan lopen. Het is hooguit een kwartiertje, daar draaien wij onze voeten niet voor om. Het is heerlijk weer, de lucht blauw met een lichte sluierbewolking. De zonnebrillen gaan op.
    De route wijst voor zich en nieuwsgierig kijken we goed om ons heen. En naar het trottoir, want een verstuikte enkel ligt op de loer met de vele oneffenheden.
    We zien gebouwen die nodig gerenoveerd moeten worden, maar ook panden die de schoonheidsspecialist al op bezoek hebben gehad. De diverse vlaggen met die van de Europese Unie maken duidelijk dat hier veel ambassades staan. De woning van de president staat zelfs langs de route die we lopen.
    Wat voelt het hier veel beter dan in Wenen. Een verademing, spreek ik uit naar Theo. Dat de omgeving mij beter past wordt alleen maar sterker wanneer we de oude stad inwandelen. Theo deelt mijn mening.


    De oude stad is hier veel meer de oude stad dan in Wenen. Niet dat die niet mooi was, maar daar was veel schoonheid deels bedolven door duur, duurder, duurste winkels en schreeuwend reclame materiaal. We voelden ons teleurgesteld.
    Hier hebben we dat niet. Hier zien en ervaren we vrijwel direct de sfeer van een ouder stadje, met toeristen, jazeker. Maar gelukkig niet storend door over-aanwezig en, heel fijn, met de gemoedelijkheid die vertoeven in den vreemde zo aangenaam maakt.


    We kuieren op ons gemak door de vele straatjes, met her en der grappige beelden, zoals de man die uit een rioolput kruipt, de terrasjes, gezellige winkeltjes en straatartiesten. We genieten van de gevels en de bijzondere torens die zich her en der laten zien. We lopen richting de Donau en vatten het plan om de ‘Ufo’ in te gaan, een toren waar vanaf je een geweldig uitzicht op de stad moet hebben.
    Eerst pakken we nog een terrasje. Zonder dat, geen vakantie. Voor één kop koffie in wenen krijg je er hier twee en houd je nog geld over. De prijzen zijn hier sowieso een stuk aangenamer. Dat mag gezegd.
    Als ik naar de wc ga, ben ik verbaasd. De wc-pot is her zeker twintig cm lager dan normaal, het is absoluut een kleuterpotje. Dat is vreemd, want zoveel kleiner zijn de mensen hier echt niet. Uiteraard maak ik er geen probleem van, als er geplast moet worden is niets belangrijker dan dat.



    We lopen over het bruggedeelte voor wandelaars de Donau over terwijl boven ons het snelverkeer raast.
    De Ufo staat hoog en enorm schuin op een lange ijzeren paal. We zoeken de ingang en kopen een kaartje. De cassière wijst ons een deur en we lopen een donkere, met zwart bekleedde wanden, gang in. Daar is de lift. Rammelend horen we het ding naar beneden komen. Ik knijp ‘m een beetje. De schuine paal is tevens de liftschacht, gaan we diagonaal de lucht in? Ik bedenk dat het ding er niet voor de eerste dag staat, en vertrouw er maar op dat mijn laatste uur niet juist vandaag slaat.
    We stappen de lift in, drukken op de knop en ik zet me schrap…voor niks, nauwelijks voelbaar stijgt de lift in flitsende vaart naar boven.
    Boven worden we opgewacht door een meisje die de tickets vraagt en kunnen we richting het platform buiten. Daarvoor moeten nog wel een paar korte trappen omhoog genomen worden.
    Dan voel ik mijn evenwichtsorgaan even schakelen. Alles in dit trappenhuis is namelijk scheef, behalve de trappen die kunnen gewoon recht genomen worden. We stappen buiten het platform op. Direct valt het gigantisch mooie uitzicht op, fantastisch! We boffen zo, het weer is geweldig. Er staat hier zelfs geen wind, wat we wel hadden verwacht, het vest kan hier rustig uit. We nemen alle tijd om het 360 graden uitzicht te bewonderen. Zien waar we geweest zijn en kijken waar we nog naar toe willen. We zien de snelwegen met de aanduidingen die laten zien hoe dicht we bij Oostenrijk en Hongarije zitten.




    Als ons zicht voor nu verzadigd is gaan we naar binnen en kijken het restaurant in waar je met prachtig uitzicht kunt eten. Wij gaan naar beneden, pakken een bankje langs de Donau en genieten van de fietsers, de wandelaars en de boten die hier langskomen.

    We lopen terug over de brug, langs de vele sigarettenpeuken die hier liggen, en zetten koers naar het grote witte kasteel dat vanaf de stad in de hoogte te zien is en waar we vanuit de Ufo ook mooi zicht op hadden.
    Voordat we echter de klim naar het kasteel starten, pakken we een terrasje op een gezellig pleintje in het oude gedeelte. Hier proeven we van een Café latte en cappuccino op chocoladebasis. Erg lekker 🙂

    De heuvel die we moeten beklimmen en waarop het kasteel met zijn vier hoektorens staat, behoort tot de uitlopers van de Karpaten. Het gebouw staat afgebeeld op de Slowaakse euromunten van 10,20 en 30 cent. de Basis van het huidige kasteel stamt uit de 15e eeuw, maar door diverse verwoestingen was het tot halverwege de vorige eeuw een ruïne. Pas daarna werd het hersteld. De laatste grootste restauratie is van kort geleden. Vele foto’s laten de werkzaamheden zien die in de jaren 2008- 2012 zijn uitgevoerd.

    Het kasteel ziet er aan de buitenkant prachtig uit en heeft een grote binnenplaats. We kopen kaartjes en beginnen onze eigen rondleiding. Het verschil met Schönbrunn is enorm. Kon je daar over de hoofden lopen, hier kun je een kanon afschieten. Zo rustig. Naarmate we vorderen snappen we het eigenlijk wel. Het historisch museum zoals het kasteel zichzelf neerzet is nog volop in ontwikkeling. We lopen vele kamers door waarvan de wanden en de plafonds prachtig gerestaureerd zijn met vele (blad)gouden versieringen, maar verder niets staat of te zien is. De suppoosten die we tegenkomen moeten zich stierlijk vervelen, dat kan niet anders. Een groot aantal daarvan is trouwens van zeer gevorderde leeftijd.
    De expositie van oude reclames is leuk, we herkennen er een aantal van Philips en Bata, en vinden vooral de nostalgische posters en blikken borden mooi. Het ziet er beslist verzorgd uit.
    Dat geldt ook voor de zalen met archeologische vondsten. Dat heeft vooral de interesse van Theo.

    We klimmen de gigantisch steile trappen op naar de torenkamer waar een kroon staat tentoongesteld. Van wie is ons niet duidelijk. Aardig om te zien, maar van zo dichtbij ziet het er toch ook potsierlijk uit. Dat mag ik natuurlijk niet zeggen, het zou van weinig historische waardering getuigen, dus denk ik het alleen. Mooi is wel dat we vanaf deze hoogte opnieuw een prachtig uitzicht hebben op de stad en de Ufo in de verte zien.
    Voorzichtig dalen we de trappen weer af en bezoeken nog de zalen met zilverwerk uit verschillende tijdperken, dit heeft niet echt mijn interesse, het is aardig om te zien.

    Het blijft prachtig weer met zomerse temperaturen. Het is half vijf en ik heb het vele geloop en geklim gehad voor vandaag. We besluiten terug naar beneden te gaan en daar wederom een terrasje te pakken.
    Al lopende komen we leuke winkeltjes tegen waar we nieuwsgierig binnenkijken. Het voordeel van reizen met een rugzak is trouwens dat je nauwelijks iets extra’s kan meenemen. Theo vindt het vermakelijk dat ík dat zeg. Overigens heb ik in het kasteel een mooi aantekenboekje gekocht. Het huidige is bijna vol, een beter excuus is er niet dacht ik zo.

    En zo is het opeens tegen zes uur. We zien een gezellig plekje en besluiten daar te gaan eten, zodat we vanavond in het hotel kunnen blijven. Het restaurant heeft hele grappige tafeltjes; de onderstellen zijn zonder uitzondering van oude naaimachines die een groot ‘pedaal’ hebben die met de voeten bediend moeten worden. Verschillende klanten spelen er met hun voeten mee. Ik uiteraard ook.

    Terug naar het hotel blikken we onderweg nog in een kerk, omdat er een dienst wordt gehouden zijn we snel weer foetsie. Iets verder staat een bord waarop staat dat de presidentiële tuinen overdag open zijn voor publiek, wat we natuurlijk dan willen zien. We lopen er een rondje, zien de verschillende fonteinen en het hek die ervoor zorgt dat het presidentiële verblijf zelf een miezerig achtertuintje heeft, en zetten dan echt koers naar het hotel.
    Het was een mooie dag, maar nu gaan de benen de rest van de avond languit.

    Dag 3 Van Wenen naar Bratislava

    Om 9.00 uur beginnen we de dag met het ontbijt. We hebben goed geslapen en kijken uit naar het programma voor vandaag. Eerst naar Schloss Schönbrunn en later op de dag naar Bratislava. Hoewel vooralsnog het lopend ontbijtbuffet Theo’s aandacht heeft. Er is van alles wat, dus eet Theo van alles wat. Zelf houd ik het bij de yoghurt en alles wat daar in past. Ook dat is de moeite. De cappuccino is niet lekker, helaas.
    Hotel Amizut is niet het standaardhotel van de Treinreiswinkel voor deze reis, maar het alternatief als de eerste voorkeur geen plek heeft. Het Amizut is een keurig, netjes en eigentijds hotel. Niet bijzonder, wel prima.
    Na het ontbijt pakken we de spullen, checken uit en laten de rugzakken achter. We halen ze later op als we naar Bratislava gaan. Het grote voordeel van hotel Amizut is dat het vlak bij het hotel ligt.
    Ik heb nog niet gezegd dat de omgeving van het station vol staat met hoge, betonnen gebouwen, zo ook hotel Amizut. Zoals in vele andere grote steden lijkt er vooral gelet te zijn op effectiviteit en niet op uiterlijk schoon. Logisch om te bedenken dat de omgeving van, met name grote stations, een grote aantrekkingskracht heeft en dus kostbare grond is.

    We wandelen het korte stukje naar het station, het Südtiroler Hauptbahnhof zoals het formeel heet. Het is een groot modern station met een bijzondere architectonische bouw. Het doet mij een beetje denken aan het operagebouw in Oslo, wat geïnspireerd is op een ijsschots. Een beetje, niet helemaal.
    Het station is ruim opgezet, schoon en bevat een enorme hoeveelheid aan winkel(tje)s. Geen probleem als je trein hier vertraging heeft of als je simpelweg veel te laat of te vroeg bent. Het is gezellig rondlopen hier met bovendien genoeg eet- en drinkgelegenheden.

    Nu zijn we op weg naar de metro, de U-Bahn. We nemen de U1, richting Leopoldau. Op Karlplatz stappen we uit en over op de U4 richting Hüttedorf. Bij Schönbrunn stappen we uit. De totale rit duurt nauwelijks een kwartier.
    Op Schönbrunn is het een kwestie van de massa volgen, wat een mensen! Dat belooft wat voor straks…
    We lopen langs, naar wat later blijkt, de buitenkant van het het paleis. Eenmaal bij de ingang zien we hoe immens groot het is, en dat is alleen het paleis nog maar. Het is werkelijk fenomenaal, zo gigantisch. De tuinen eromheen moeten van soortgelijke afmetingen zijn.
    De, jawel, ook imposante binnenplaats krioelt van de mensen. Overal toeristen en overal apparaten waar kaartjes gekocht kunnen worden. En het hoofdseizoen is toch echt voorbij, denk ik.


    We gaan voor de Grand Tour, die duurt circa anderhalf uur en bestrijkt veertig kamers van paleis Schönbrunn. Dat lijkt veel, maar in totaal telt het paleis, dat met de tuinen op de Unesco Wereldgoederflijst staat, 1441 kamers in alle soorten en maten.

    De oorsprong van Schönbrunn ligt in een klein jachtslot, gebouwd in 1559 door keizer Maximiliaan II, wat meerdere malen afbrandde. later, tussen 1692 en 1713, werd een nieuw paleis gebouwd. Ook daar is weinig van overgebleven.
    De dochter van Keizer Karel VI, Maria Theresia, was zeer geïnteresseerd in Schönbrunn en maakte er de zomerresidentie van de Habsburgers van, wat het tot 1918 bleef. In haar regeerperiode werd het ingrijpend verbouwd.
    De buitenkant van het paleis is in het zogeheten, beroemde schönbrunn-geel geschilderd.

    Het is 10.10 uur en onze kaartjes zijn voor de rondleiding van 11.58. Met deze drukte en wachtrijen hadden we geen rekening gehouden. Naïef eigenlijk, het paleis behoort tot het belangrijkste culturele erfgoed van Oostenrijk en is één van de drukbezochte bezienswaardigheden van de hoofdstad.
    We moeten ruim anderhalf uur wachten en brengen die tijd wandelend langs het gebouw door, klimmen het bordes op en maken foto’s. De lucht is strakblauw en de wind is voelbaar minder fris dan gisteren. De jassen zijn uit en in onze kleine rugzakjes opgeborgen.
    We zien een fraai gelegen terras en bestellen twee cappuccino. € 5,30 voor een leuk kopje met een kleine en lauwe inhoud en zonder koekje. Het was te verwachten.

    Op tijd lopen we daar de plek die op ons kaartje is aangegeven, daar leveren we onze rugzakken in. Het is verboden die en eventuele paraplu’s mee te nemen. Het fototoestel mag mee naar binnen, maar niet gebruikt worden.
    We gaan naar binnen en moeten wachten tot het onze tijd is. De stroom bezoekers die naar binnengaat is onafgebroken. We snappen de noodzaak van vaste tijden per bezoeker, het is pure noodzaak om de buitengewone belangstelling hanteerbaar te houden.
    Het is tijd, we mogen naar binnen. Verderop worden de kaartjes nog eens gecontroleerd. We krijgen de audiotour aangereikt en starten onze doe-het-zelf rondleiding. Het audioapparaat is onhandig, niet zozeer door het gebruik dat heel eenvoudig is, dan wel doordat je het tegen één oor moet houden. Via het andere oor komt veel ruis binnen. Het is wennen en dat doet het gelukkig.

    De rode draad tijdens de tour is Maria Theresia. Met haar man en grote liefde Franz Stephan heeft ze hier geregeerd. Samen kregen ze zestien kinderen: elf meisjes en vijf jongens, waaronder Marie Antoinette die later onder de guillotine eindigt.
    Frans Jozef I, die vooral bekend is door zijn huwelijk met ‘Sissi’ is een kleinzoon van het echtpaar.

    Helaas, maar begrijpelijk, mogen er binnen geen foto’s gemaakt worden. Op internet ben ik een paar interieurfoto’s tegengekomen die ik vanwege mogelijke auteursrecht niet hier kopieer en plak. Dus als je meer plaatjes wilt zien…

    De kamers zijn van een duizelingwekkende rijkdom. En schoonheid, hoewel dat hier niet de alledaagse betekenis betreft. Het alles heeft een vorstelijke uitstraling, ongetwijfeld ook de bedoeling om te imponeren. Niets is gewoon, alles is speciaal gemaakt en zorgvuldig neergezet of aangebracht.
    We zien het sterfbed van Franz Stephan, met daarnaast een schilderij waarop zijn dode gezicht. Zijn op een plek waar een intieme gebeurtenis heeft plaatsgevonden is, voor mij, speciaal en voelt bijna ongemakkelijk. Zijn op een plek waar je eigenlijk niets mee te maken hebt. Tegelijkertijd besef ik beslist de historische waarde. De man moest eens weten hoe miljoenen mensen langs zijn bed en persoonlijke bezittingen wandelen.
    Na zijn sterven is Maria Theresia de rest van haar leven in rouw. Ze wist met precisie de jaren, de maanden, de weken, de uren en minuten te benoemen dat hij er niet meer was.

    Het doodsbed van Stephan Napoleon bevindt zich eveneens in dit paleis. Van hem, de enige zoon van Napoleon Bonaparte ligt er een dodenmasker. De jongen werd slechts 21 jaar en stierf aan tbc.

    We lopen kamer in en kamer uit, die zonder uitzondering rijk gedecoreerd zijn. De stijlen variëren van rococo, barok tot chinees. De veertig meter lange balzaal, met fantastische plafondschilderingen, prikkelt de fantasie: wat een geweldige feesten moeten hier gegeven zijn! Verschillende schilderijen geven daar beeld van. De verrukkelijke jurken die de dames dragen. Zeker, ze waren ongetwijfeld onhandig, en toch, ik zou het graag voor lief nemen en er van willen genieten er één te dragen.

    De slaapkamer van Franz Stephan en Maria Theresia is meer dan noemenswaardig. Nog niet zo lang geden is die gerestaureerd voor tien miljoen Euro.
    Al het behang, het plafond en het enorme bed is met glas afgeschermd om aantasting door zuurstof en vocht geen kans te geven. Tien miljoen…

    De rondleiding duurt inderdaad zo’n anderhalf uur. We verlaten het paleisterrein en pakken de U-Bahn terug in omgekeerde volgorde. Terug op het hoofdstation van Wenen halen we wat te eten, pikken onze rugzakken bij het hotel op en nemen de trein van 15.15 uur naar Bratislava, een ritje van ongeveer vijf kwartier.




    Het verschil bij aankomst met het grote moderne station in Wenen is groot. Het is hier beduidend ouder en minder onderhouden. Zo ook de wegen en de gebouwen die we tegenkomen naar ons hotel. Diverse afgebladderde panden, kuilen en gaten in de weg.
    Ons hotel ziet er goed en mooi uit. Ook van binnen. Knusse en warme uitstraling. Gebouwd boven een wijnkelder.
    We installeren ons, gaan een uurtje liggen en eten in het restaurant dat beneden in de gewelven is, naast de wijnkelder. Het ziet er geweldig uit en als we dat zeggen krijgen we spontaan een rondleiding. Zo leuk!
    Dan eten; een bijzonder vegetarisch gerecht wat er onsmakelijk uit ziet, maar verrassend lekker is, en zoeken dan onze kamer op. Tot morgen 🙂

    Dag 2 Wenen

    Om 6.30 uur arriveren we op station Linz in Oostenrijk. Vanuit mijn bed zie ik een kleine groep forenzen op één van de perrons, verder is het vrijwel uitgestorven op het grote station. Echt geslapen heb ik niet. Ik vind het leuk om ‘s nachts iets van de treinreis mee te krijgen, dus loerde ik op stations af en en toe onder het verduisteringsscherm door om het weinige treinpersoneel hun werk te zien doen.
    Bovendien geniet ik van het, ik zei het al eerder, liggen op een bed waarin je de ene keer de zwaartekracht bij het hoofdeinde voelt en de andere keer bij het voeteneinde.
    Theo heeft redelijk geslapen, met zijn 1.93 m. past hij net aan op het bed, maar net aan scoort gelukkig een voldoende.

    De aankomst in Wenen staat om 8.15 uur gepland, we hebben dus nog even. Om de beurt maken we ons toilet bij het wastafeltje. De douche op de gang zien we niet zo zitten in een schommelende trein. Het kan te gek.
    Theo begint met het inklappen van de bedden, wat best ingewikkeld is. De conducteur/gastheer heeft het als taak weet ik. Het maakt niet uit, Theo moet en zal het zelf doen, me er niet mee bemoeien is dan de verstandigste optie. Hoewel ik vrees dat hij de boel sloopt. Als ik de baas van de beddenopklapdienst zou zijn, zag ik liever dat niet bevoegden er met hun tengels vanaf bleven. Ik houd echter mijn mond, en warempel, het lukt hem. Dat is heel knap en dat vindt de conducteur ook als die een kwartier later komt en ons gewoon op de bank ziet zitten. Zijn verbaasde blik zegt genoeg, dit is een uitzondering. Opgetogen is hij natuurlijk ook, het scheelt werk.
    Hij installeert nog wel het tafeltje op de juiste manier, gaat Theo de volgende keer vast zelf doen, en haalt ons ontbijt op. De avond ervoor hebben we op een kaartje aangevinkt wat we graag ‘s morgens wilden eten. het ziet er allemaal goed uit.

    Zo komen we met volle maag op tijd in Wenen aan. De zon schijnt volop, de wind is echter behoorlijk fris. De jassen gaan aan. Hotel Azimut is vanaf de stationsuitgang zichtbaar zodat we er in een ommezien zijn. Uiteraard weten we dat we om 8.30 uur nog niet kunnen inchecken, de rugzakken afgeven kan wel.
    De jonge receptioniste straalt geen werkzin uit, is stug, kort aangebonden en kijkt ons nauwelijks aan.
    Geen fraai visitekaartje. We vragen een jonge man die rondloopt of we koffie kunnen bestellen. Het plan is daarvan de stad in te gaan. De man reageert heel vriendelijk, haalt koffie, zegt dat het gratis is en helpt ons met de wificode. Hij zou het goed doen achter de receptie.

    We verlaten het hotel en zetten koers naar Belvedere, een barok paleizencomplex dat door Johann Lukas von Hildebrandt werd onttworpen voor Eugenius van Savoye (1663-1745) en bestaat uit het Untere Belvedere, wat oorspronkelijk als zomerpaleis fungeerde, en het Obere Belvedere. Dit laatste was bestemd als bibliotheek en als onderkomen voor de kunstcollectie van Eugenius. Ook werd het gebruikt voor vorstelijke ontvangsten en hofceremonies.


    We kiezen voor een bezoek aan het Obere Belvedere. Dat wordt een feestje. Het gebouw: prachtig!De schilderijen: veelal geweldig!
    Zo mooi. Het ontroert me enigszins. Het is Genieten. Met een grote G dus. Ik kan het niet laten om het tegen een suppoost te zeggen. Hij reageert met een grote glimlach en een ‘Danke’.
    De foto’s volgen, maar als je in Wenen bent, je houdt van kunst en schoonheid dan is het Belvedere absoluut een must.
    We zijn amper een halve dag Wenen en hebben al een voldaan gevoel.

    <a


    Door de enorme tuin, waar nodig gesnoeid moet worden, met diverse fonteinen lopen we neerwaarts naar het Untere Belvedere. Het gebouw is groot, maar aanzienlijk kleiner dan het Obere Belvedere. We gaan niet naar binnen, maar verlaten het terrein.
    We lopen richting de oude stad. Dit gebied staat op de Unesco Wereldgoederflijst, een must om te doen zegt de Treinreiswinkel. Evenals een bezoek aan de Stephansdom. Onderweg drinken we nog een kop koffie. Die kost hier gauw € 4,50 een kop als je niet oplet, dan doen we wel en dat scheelt euro’s.

    Wenen is ruim opgezet, met brede wegen en veel stoplichten. Een toeristen trekpleister van formaat, goed voor de stadseconomie. Er is veel moois te zien, zeker als we de oude stad binnengaan. Prachtige gebouwen met rijke gevels en unieke versieringen. De staatsopera bijvoorbeeld is indrukwekkend om te zien. We geven onze ogen goed de kost en natuurlijk maken we foto’s, maar wat mij stoort, meer dan dat het Theo doet, is de veelvoud aan reclamemateriaal en winkeluithangborden. Een straat vol historische panden boet daardoor aan schoonheid in. Vind ik. Er lijkt geen enkele afspraak te zijn over het aanbrengen van winkelborden/reclamemateriaal. Mij stelt het teleur. Het doet zo’n afbreuk. Nogmaals; vind ik.
    Ook zie ik op die eeuwenoude architectonische terrasjes met plastic stoelen. Mag ik zeggen dat het mooier kan? Dat die fantastische oude omgeving beter, mooier verdient?


    Geld zal wel een rol spelen. Dat is volgens Theo ook de reden dat er vanaf de Stephansdom foeilelijke banners hangen om de aandacht op een concert te vestigen. Voor hetzelfde geld kan het veel en veel stijlvoller, daar ben ik van overtuigd.
    Negeren maar, en onze blik vestigen op de bijzondere bouw, de meerdere torens en het prachtige, gekleurde mozaïekdak.

    De Stephanskerk is overweldigend, wat een rijkdom, wat een overvloed aan beelden. Honderden zijn het.
    Wat een duizelingwekkend aantal schilderingen, versieringen en altaartjes in de enorme Kathedraal.
    We lopen met ogen op steeltjes om niets te missen.
    Theo is hier eerder geweest, als jongen tijdens een schoolreisje. Hij herinnert zich dat hij toen een rondleiding kreeg door de catacomben. Het maakte indruk, alleen weet hij niet goed meer waarom. We zoeken, vinden het en sluiten ons aan bij het groepje wachtenden.



    Met een gids lopen we een trap af en komen onder de kathedraal uit. Hij vertelt dat er hier twintig ruimtes zijn en een niveau lager nog tien. De eerste catacombe waar we halt houden is de grafkamer van aartsbisschoppen en kardinalen die verbonden waren met Wenen. Links en rechts staan driehoog grafkisten, elk in hun eigen nis. Sommigen liggen er al eeuwen. De laatste begrafenis was viertien jaar geleden. Bij die kist staat een foto in een lijstje met een kaarsje ervoor. Onwillekeurig moet ik denken aan de grafkelder van het koninklijk huis in Delft, het zal er soortgelijk uitzien.
    We lopen verder en komen op de plek waar de Habsburgers, een belangrijk Europees vorstenhuis dat eeuwenlang regeerde over o.a. Oostenrijk, hun laatste rustplaats hebben gevonden. Of deels: de gewoonte was om ze over drie kerken te verdelen. In de ene kerk het gebalsemde lichaam, in de ander het hart en in de derde de overige organen. Waar we nu zijn, staan verdeeld over talrijke nissen, grote en kleine blikken. Ondergedompeld in alcohol zitten daarin de organen van hoogstaande leden van de koninklijke Habsburgers. Helemaal voorin de crypte staan in een halve cirkel grafkisten. Wie daar precies in liggen weet ik niet, de totale aanblik met de opgedane kennis maakt indruk.
    We lopen verder en zien door een raam stapels botten en schedels liggen. Vervolgens zien we een compleet gebouwde muur van botten met schedels her en der. Het lijkt volgens patroon gemaakt. De gids legt uit dat in de tijd dat de pest heerste er zoveel doden waren dat ze niet wisten wat er mee aan te moeten. In de gewelven van de Stephanskerk werd toen een massagraf gemaakt. Het ziet er wat luguber uit, al die botten, al die mensen.
    Theo en ik moeten denken aan Auschwitz, hoewel wat we daar zagen had geen natuurramp als oorzaak had. Het maakt de beleving verschillend.
    In een paar andere cryptes bevinden zich wanden met marmeren stenen waarachter belangrijke mensen binnen de kerk, maar geen kardinalen of bisschoppen hun laatste rustplaats vinden. Er staan diverse foto’s en kaarsjes. We zien dat er voldoende plek is voor zij die nog komen gaan.
    De rondleiding is meer dan de moeite waard.

    Verder lopend door de oude stad komen we bij de St. Peter’s kerk. Ook deze barokke Rooms-Katholieke kerk is van een imposante rijkdom en schoonheid. De immense plafondschilderingen laten me wederom het hoofd ver in de nek leggen om het te aanschouwen. Weer is het een plek waar zoveel te zien is, dat het onmogelijk is om alles te bevatten. We lopen een rondje, zien de vele altaartjes en proberen alles zo goed mogelijk in ons op te nemen. We weten nu al dat het niet lukt. Foto’s maken mag vrijwel overal, wel zonder flits. Daar houden we ons uiteraard aan. Ik kijk er naar uit de foto’s terug te zien en me weer te verwonderen over zoveel talent wat van alles afspat. Grote kunstenaars hebben hun stempel gedrukt en schoonheid aan kerken en paleizen gegeven. Wij genieten er met graagte van.


    We verlaten de kerk en besluiten het hotel op te zoeken. Het is mooi geweest voor vandaag, de hoofden zitten vol, de ogen hebben genoeg gesmuld.
    Terug in het hotel, checken we in en komen in een keurige moderne hotelkamer terecht. We rusten wat uit, gaan in het stationsgebied wat eten en dan is het klaar.
    Morgen weer een dag. ‘s Morgens willen we naar Schloss Schönbrunn, ergens in de middag verlaten we Wenen en treinen dan verder naar Bratislava in Slowakije.
    Een overnachting in Wenen zit niet standaard in de rondreis Slowakije. Wij zijn blij het gedaan te hebben. We hadden het moois van vandaag niet graag willen missen.

    Dag 1 Met de nachttrein naar Wenen

    Eindelijk, we gaan! Hoewel het eerste traject van Hoogkarspel naar Amsterdam niet bepaald spannend te noemen is. Voor Theo is die rit veelal gewoon woon-werkverkeer, daarnaast gaan we graag een gezellig dagje naar die stad. Altijd leuk en altijd met de trein. Relaxt en geen gedoe met, duur, parkeren.

    Afwijkend met die gewone ritten zijn vandaag de rugzakken. (Nog) geen rolkoffers voor ons. Backpacker zijn voelt zoveel lekkerder avontuurlijk dan rolkoffer toerist.
    In vergelijking met de vorige keren lijkt de mijne trouwens veel lichter, is waarschijnlijk ook zo. Ik ben kritisch met kledingkeuzes geweest.

    We zijn ruim op tijd in Amsterdam, vanwege de je-weet-maar- nooit factor. Daardoor is er voldoende ruimte voor een eerste vakantiedrankje in het Grand Café ‘1e Klas’ op perron 2, en handig, daar komt ook de trein naar Frankfurt die wij moeten hebben. Theo drinkt zijn ‘slow tea’ en ik mijn cappuccino, vervolgens kuieren we rustig de drinkgelegenheid uit, het perron op. De trein zal bijna wel komen. We kijken op het bord, en dan…schrik! De ICE richting Frankfurt is gecanceld! Rijdt niet!

    Er zal vast iets omgeroepen zijn, maar die berichten hebben ons niet bereikt. Theo spiedt als een razende op borden voor meer informatie, ik stort me op de conductrice die aan komt lopen. Doodgemoedereerd vertelt ze dat de ICE zoveel vertraging had opgelopen dat besloten was het keerpunt Utrecht te laten zijn, in plaats van Amsterdam. Dat scheelt een hoop tijd. Klinkt goochem, maar toch…
    Ze wijst ons naar een trein een paar perrons verder, die gaat naar Utrecht. Daar kunnen we op de ICE stappen.
    We sjezen de paar trappen af en op, wat met rugzakken om echt sneller gaat dan met rolkoffers, en ploffen neer in de trein. Zo, het eerste avontuurtje hebben we al gehad 🙂

    In Utrecht staat inderdaad de ICE die we moeten hebben, maar wat is dat toch met die trein?
    Met ons stappen nog drommen mensen in, allemaal voorzien van koffers op wieltjes in allerlei maten, en in de minderheid, passagiers met rugzakken. Dat in combinatie met het o, zo smalle gangpad en mensen die geen idee hebben waar hun (gereserveerde) plaatsen zijn. Het is chaos, en niet een beetje ook. Heerlijke chaos, en dat zeg ik ook tegen een paar tegenliggers. Ik moet grijnzen, zij niet. Een jongen die het hoort, kan er om lachen.
    Ondertussen volg ik Theo in zijn kielzog die gestaag onze besproken plaatsen nadert. Helaas, die zijn bezet. Niet voor lang. Onder het uiten van excuses verlaten ze de stoelen als ze er door Theo, heel vriendelijk, zeker, op gewezen worden. De verontschuldigingen waren niet nodig want op het bordje waar ‘gereserviert’ had moeten staan, staat niks. Zoals op geen enkel bordje in de coupé. Als de trein vertrekt staat het gangpad dan ook nog bomvol.
    Blijkbaar wordt nu voor iedereen duidelijk waar de ‘echte’ lege stoelen zijn, want in een mum van tijd zit iedereen en kan er weer normaal door de wagon gelopen worden.

    Ik vermaak me met puzzels in meegenomen kranten en volg een gratis hoorcollege door twee mannen over het succesvol organiseren van een presentatie: Weet wat je wilt en bedenk dan wie er absoluut bij moeten zijn om een waardevolle bijdrage te leveren. Ga vervolgens met die mensen in gesprek over hoe dat eruit moet zien. In overleg prik je dan een datum.
    Het blijkt verbazend veel andersom te gebeuren; wordt eerst de datum geprikt en kenbaar gemaakt en blijken vervolgens ‘succes-gegarandeerde’ sprekers niet te kunnen. Ik geef het gratis door.

    Voor we het weten zijn we in Düsseldorf, waar onze nachttrein naar Wenen vertrekt. De anderhalf uur die we moeten wachten, zijn zo om. Ergens wat drinken, een bezoek aan een supergrote boekhandel op het station en de tijd is op. We lopen naar het juiste perron en kopen onderweg nog twee pretzels, dat hoort in Duitsland.

    ‘The Nightjet’ staat al klaar. Eerder vertrokken de nachttreinen vanuit Amsterdam. Helaas, rijden die niet meer. Gelukkig is het vanuit Düsseldorf wel mogelijk.
    De couchette, maatje ‘small’ is vertrouwd. Klein, maar alles is er voorhanden. Behalve de wc en douche dan, die bevinden zich op de gang. Prachtig weer om te zien hoe efficiënt het is ingericht: de wastafel met spiegel, de trap naar het bovenbed, het bagagerek, de hangertjes aan de kapstok. En het tafeltje om aan te eten niet te vergeten. Ook is het mogelijk een tussendeur te openen naar de couchette ernaast. Handig als je met meerderen bent. De kontjes moeten met beleid gekeerd worden, maar het weegt niet op tegen de leukigheid van ons verblijf.
    De bedden zijn uitgeklapt en opgemaakt, waardoor het weinig tijd kost ons te installeren. De schoenen gaan uit
    en de knusheidsfactor vliegt omhoog.

    De trein vertrekt en ik lig languit op bed, genietend van het voorbij trekkend landschap. Het is weliswaar donker, maar de volle maan, de verlichte steden, de stations en de huizen laten voldoende zien.
    Hobbelend, botsend en schuddend rijdt de trein verder. Dat wordt heerlijk slapen. Echt, ik houd ervan.

    Pagina 1 of 2

    Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén