Ina Hollander

Columnist

Categorie: Geen categorie

Dag acht: Macchu Picchu en terug naar Cuzco

Het is opnieuw vroeg dag vandaag, om 7.00 uur ontbijten we op de hoogste verdieping van het hotel. Van hieruit hebben we een prachtig uitzicht over Aquas Calientes. De golfplaten van de overdekte markthal liggen schots en scheef, in allerlei soorten, maten en kleuren op het dak.
Nadat we in alle rust energiebammetjes, yohurtjes en fruitjes hebben genuttigd vertrekken we om 8.00 uur naar de bussen. De grote bagage laten we in het hotel achter, dat is gelukkig nooit een punt. Omdat het hotel vlakbij het station ligt halen we die vanmiddag pas op het allerlaatste moment op.
Vandaag bezoeken we voor de tweede keer Macchu Picchu, alleen nu zonder gids. We weten nu ook hoe het bussysteem werkt. Dus we lopen de nog korte rij voorbij, onze ticket geeft namelijk toegang vanaf 6.00 uur, wat op dit tijdstip recht geeft op een plek in de eerste bussen.
Hotsend en botsend gaan we weer de weg naar boven. Eenmaal de ticketcontrole door, wordt Jos opniewu aangesproken, die heeft zich echter voorbereid. Zo heeft hij jas en vest om zijn middel en propt die pas in zijn rugzak nadat we op veilige afstand zijn…
Het weert is ook vandaag onze grote vriend, geen regenwolk te zien. Het is blauw met een paar gezellige witte wolkjes, zonnig en wonderschoon. Mijn hoedje en de petten bij de mannen gaan op. Want o, ja, die hebben ze gisteravond nog gekocht op de overdekte markt bij het station. De heren hadden zelf ook door dat de aanwezige haardos onvoldoende bescherming bood. En de zonnebrillen, je kan niet zonder. De zon is hier best scherp.
Opnieuw is het genieten wat de klok slaat, alleen in onze eigen tempo. We bezoeken nu het deel van het enorme complex waar we gisteren niet geweest zijn, en we bezoeken een paar plekken waar we gisteren geweest zijn, maar wat we graag nog een keer willen zien. Toch vergeten we niet tijdens het bewonderen, verwonderen van de ingenieuzw incabouwwerken, om af en toe gewoon eens stil te staan en om ons heen te kijken. Want het is prachtig, het gebied. Macchu Picchu ligt op de rand van het Amazonegebied.Uitkijken op het oerwoud, het laat me diep inademen en hopen dat de mens ooit wijzer wordt en het gebied en zijn inwoners werkelijk beschermt.
Als we voldaan zijn, besluiten we Macchu Picchu gedag te zeggen. We lopen naar de uitgang en ik kijk nog een paar keer om, om het indrukwekkende geheel zo goed mogelijk op de harde plaat in mijn hoofd vast te leggen. de foto’s zullen daar bij zeker gaan helpen.
Bij de bussen is het nu nog rustig, we kunnen zo instappen voor de rit naar beneden. Daar gaan we tijdje heerlijk op een muurtje ziiten, fijn mensen kijken. Mijn aandacht is nu vooral gericht op de vele kruiers die er rondlopen. Eerder vertelde ik al dat er geen wegen, alleen een trein naar Aquas Calientes gaat. En dat er geen auto’s in het plaatsje rijden. Maar winkels etc. moeten wel bevoorraad worden. Zwoegend sjouwen de sterke mannen met steekwagentjes , volgestouwd met van alles en nog wat: bakstenen, waterflessen, kratten bier…
Het is zichtbaar zwaar werk, en onder de fikse ‘hellingproeven’ komen ze ook niet uit. We wandelen over de brug naar een bakkertje die ook een koffiezitplaats heeft. Daar bestellen we wat lekkers bij, en terwijl we dat nuttigen zien we door het raam, waarlangs een steile trap, drie mannen een groot natuurstenen aanrechtblad naar beneden tillen. Het is bizar.
Vervolgens lopen we in alle rust naar het hotel en frissen ons daar wat op, allemaal geen probleem, ook al zijn we uitgecheckt.

We hebben de tijd, dus gaan voor nog een rondje door het levendige stadje. Overal is gezelligheid. Of het dus heel anders is als er geen verjaardag van Macchu Picchu te  vieren is, dat weet ik niet. Ik herinner me de vorige avond een groot podium in opbouw te hebben gezien. Het werd met hartjes,  ringen en zoete tekeningen versierd. Een openbare massa huwelijksvoltrekking? De vader van Alonso had er in eerder in Barranco over verteld. Daar gebeurde dat een keer per jaar. Wij vrouwen willen daar nu graag naartoe. De mannen denken opeens tijdnood te krijgen, maar bezwijken.  De afstand is zo afgelegd en inderdaad, op het podium plaatselijke hotemetoten met sjerps om, en steeds een nieuw bruidspaar dat onder applaus van het aanwezige publiek naar boven klimt. Naast het podium staan een paar kraampjed, de één vol met bruidstaarten, de ander met ingepakte,  identieke cadeaus. De vorm doet aan een flatscreen denken. Mooi uitgedoste mensen, vermoedelijk familieleden, drommen om het bruidspaar om te feliciteren, waarna het grote pakket op het hier bekende steekwagentje geladen wordt. Ze vertrekken, waarna het volgende bruidspaar richting flatscreen en steekwagentje vertrekt. Kostelijk. De mannen blijken zich ook best te vermaken.

We zoeken nog even een terras voor een kommetje soep, halen de bagage op en vertrekken naar het station. Daar imiteer ik het 06 stemmetje van de omroepster en hoor dat een knul achter me precies hetzelfde doet. We lachen. Het blijkt een groep vrolijke Belgen die met een georganiseerde reis de Incatrail loopt. Grappige lui met het tussendoor leuk flauwe Belgen en Hollander moppen maken is.. Daardoor mis ik het vertrek van de gewone Peruaanse trein die helemaal volgeduwd wordt met reizigers. Pas als de laatste mensen zich nauwelijks kunnen bewegen, worden deuren gesloten.

De rit met onze comfortabele trein duurt zo’n drieënhalf uur, maar het is een heerlijk ontspannen rit. Met typische Peruaanse muziek met veel panfluit 😊 Ook is er catering aan boord. De trein volgt tot Aquas Calientes weer de rivier, daarna rijdt hij er vandaan. Het laatste stuk in het donker. En het begint te regenen.

Bij aankomst in Cuzco staat de chauffeur met zijn bordje Catharina Hollander al klaar. De regen blijkt hier weing voor te stellen en droog stappen we de taxi in. Het station ligt buiten Cuzco waardoor het best nog wel een rit is naar het hotel, vijftien kilometer. De buurten waar we door rijden, liegen er niet om: armoede, armoede,armoede en ontzettend veel zwerfhonden. Door dit alles en  het donker oogt het heel onveilig.

Bij het hotel aangekomen, halen we onze achtergelaten bagage op en krijgen dezelfde kamers toebedeeld. Omdat Jos en Gerda de vorige keer wat last hadden van de rumoerige voorkant, stellen Theo en ik voor te ruilen. Zo doe je dat als je er voor kiest samen op reis te gaan.

We willen de dag afsluiten met ergens snel wat eten, maar dat valt wat tegen. We kunnen moeilijk iets vinden, lopen verder dan gedacht en strijken dan neer in een ‘tent’ waar het ontiegelijk lang duurt voor het bestelde komt. Hoewel ik nog wel kan proeven dat het lekker is, smaakt het me niet. Ik ben over mijn trek heen en moe. Gelukkig is er altijd wel een heer aan tafel die mijn gevulde bordje wel ziet zitten.  Terug in het hotel ga ik direct naar bed, maar niet voor lang…

Dag vijf: Cuzco- tour Maras, Moray en Salineras

Ik hoorde vannacht geluiden vanuit een kamer in de buurt van de onze die ik liever niet hoor, en dacht het zal toch niet…het zou wel. Wanneer we voor het ontbijt Jos en Gerda ophalen, blijkt Gerda ziek. De hele nacht heeft ze vooral in de badkamer rondgehangen. Waarschijnlijk last van de hoogteziekte. Beroerde ia alleen dat de pillen ertegen dat ze preventief hebben meegenomen er niet inbllijven.
Ze gaat mee naar het ontbijt, maar voelt zich niet in staat iets te eten. In het hotel blijven wil ze niet, ze wil mee. Wie weet gaat het straks beter..
Keurig op tijd worden we door een gids van het reisbureau opgepikt, na ons volegn er nog wat adresjes tot de bus vol zit.
We zetten koers naar Maras, wat omschreven wordt als een pittoresk stadje, Onderweg is werkelijk van alles te zien. Het landschap is prachtig en wisselt voldoende om steeds geboeid naar buiten te blijven kijken. Het prachtige weer werkt goed mee. Behalve het indrukwekkende landschap valt nog iets anders op, de intense armoede die nergens lijkt op te houden. Vertelde ik gisteren over de sloppenwijken aan de buitenkant van lima, hier zijn het de treurig uitziende onderkomens van de ambachtslieden, landbewerkers en veehouders. De muren zijn opgetrokken van ‘stenen’ gemaakt van een soort klei, vermengd met, ik denk, stro. Deuren hangen scheef, daken zijn van allerlei soorten materiaal en ramen ontbreken soms. Als ik al eens denk dat er in het krot dat ik zie, echt geen mensen kunnen wonen, zie ik er toch weer was hangen, een kindje spelen of mensen voor aan een tafeltje zitten. De prachtig gekleurde, traditioneel kleurige kleding van met name de vrouwen, staat ermee in schril contrast. De ouderen tonen verweerd en in zichzelf gekeerd. Het leven is daar hard voor ze, dat kan niet anders. In omstandigheden die een zelfvoorzienend karakter hebben. De aanwezigheid van elektra en stromend water kan veelal rustig betwijfeld worden.
In Maras heerst een textielcultuur, veel families werken hier samen aan de meest prachtige kledingstukken, tafelkleden en meer van alcapa- en lamawol. We krijgen een demonstratie op een prachtige authentieke locatie. Boeiend om te zien hoe allerlei natuurproducten als planten en zout gebruikt worden om de wol in allerlei kleuren de verven. De mogelijkheden lijken eindelijk, zonder enige toevoeging van chemicaliën.
In de hoek van de ruimte staat een hok met cavia’s, die tussen door door een andere vrouw gevoerd worden. We zeggen niks, maar weten dat ze vroeg of laat op een bord belanden, het is een delicatesse in Peru.
Na de demonstratie bestaat de mogelijkheid tot kopen. Helaas, aan ons slijten ze niets, al hangen en liggen er werkelijk prachtige, met soms ingenieus ingeweefde motieven, artikelen.

De bus rijdt verder, op weg naar Moray, met Gerda gaat het weer ietsje minder, het aangeboden glaasje colcathee breekt haar op. Gelukkig is er een wc in de buurt.  Moray is niet ver van Maras. Wat we daar zien is een unieke archeologisch overblijfsel van de inca’s. Grote ronde gaten waar rondom terrassen zijn gebouwd, waarop agricultuur werd toegepast. De watervoorziening kwam tot stand door slim gegraven smalle kanalen. Het is een geweldig gezicht. Ongelooflijk knap hoe een volk zo lang geleden in staat was om dusdanige landbouw toe te passen dat verschillende gewassen tot optimale ontwikkeling konden komen. Door de terrasvorming kon de ge middelde temperatuur tussen het hoogste en laagste terras wel oplopen tot wel vijftien graden. De inca’s waren door hun unieke bouwwerk in staat daar grote voordelen uit te halen. Doordat er geen goud of zilver te halen viel, is het door de Spanjaarden met rust gelaten.

Terwijl Gerda in de schaduw zit, wandelen en klimmen wij langs en boven het bouwwerk. Het is prachtig, ook door de geweldige bergen erom heen. Steeds stoppen we we weer even om in alle stilte van het schouwspel te genieten. Ik maak foto’s, sla het in mijn hoofd op en neem het mee als intense ervaring en herinnering.

We gaan weer verder, passeren opnieuw talloze droefgeestige onderkomens, authentieke, mooi geklede vrouwen, met hun typerende hoofdbedekking en soms met scahttige kindjes in draagzakken. Eenmaal zien we een vrouw haar baby te drinken geven, het kindje ligt in een bedje, gemaakt van een bananendoos. Toch zien we ook gezelligheid, van bewoners die in groepjes buiten rondom een tafel samen eten. En dat tegen de achtergrond van de massieve Andes. De temperatuur is inmiddels flink gestegen, mijn jas en vest heb ik allang in het busje achtergelaten. Aan de lange broek is niks te doen. Ik klaag niet, de zon schijnt, de lucht is blauw, alles ziet er daardoor op zijn mooist uit.

De laatste bezienswaardigheid van deze dag zijn de zoutmijnen in Salineras. Ze worden gevormd door zo’n 2000 kleine waterbronnen, ontstaan in de achter de zoutvlaktes gelegen berg. Al duizend jaar geleden werd door de bevolking ontdekt dat zich in het binnenste van de berg zoutmijnen bevonden. Door de ondergrondse bronnen wordt het zout mee naar buiten vervoerd waar het in de verschillende terrassen opgevangen wordt. Aan de kleur van het water is te zien, hoe lang het zout er al ligt. Het begint met heel donker en eindigt in wit, zodat het geschept kan worden in vijftig kilo zakken. Wezien hoe werknemers daarmee bezig zijn.

Wederom is het genieten van een bijzonder natuurlijk proces in de Andes.  We proeven het water uit de bron dat zouter dan zout is en lopen daar waar we mogen lopen om zoveel mogelijk te zien en natuurlijk mooie plaatjes te schieten.Toen we de zoutmijnen met de bus naderden zagen we de zoutvlakte diep onder ons liggen, over smalle paden naar beneden kregen we er steeds van hun andere hoek zicht op. Er eenmaal aangekomen, rijzen de bergen erom heen reusachtig op.  Vanaf een bijbehorend plateau klinkt de muziek van een panfluit. Als ik daar sta, kijkend over de immense zoutterrassen met die bergen, het fantastische weer en dan ‘El condor Pasa’  hoor,  al sinds mijn jeugd een favoriet nummer, voel ik me intens gelukkig. Genieten.

Dan staat alleen de rit terug naar Cuzco nog op het programma. Langs de smalle wegen met diepe afgronden klimt de bus weer omhoog. Onderweg gaat het met Gerda weer minder, gelukkig is er een plastic zakje in de buurt.

In het hotel gaat ze direct naar bed, het wordt er niet beter op. Jos en Theo gaan naar de drogist om iets te halen Als Gerda dat heeft ingenomen, gaan wij met z’n drieën uit eten. Naar deelde plek als gisteren dat was goed. De wandeltocht er naartoe, dat mag gezegd, is een crime. De smalle straten waar het verkeer onafgebroken doorheen scheurt, met aan weerskanten een stoep van nauwelijks dertig centimeter breed. Het is alsof je langs een ravijn je weg moet afleggen.

Hopelijk is Gerda morgen beter..

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén