Zodra ik de kamer binnenloop, zet ze de tv uit. Ze knippert met haar ogen en snuit haar neus. Ze ziet mijn vragende blik.
Een grimas trekt over haar gezicht: ‘Het gaat wel. Net een hele mooie film gezien, dat helpt tegen de scherpe randjes. Het ontspant.’

Even zegt ze niets. ‘Maar het is zo stil in huis hè. Niet gedacht dat ik de rondslingerende rommel zou gaan missen.’ Ze zucht diep, ‘Koffie?’.
Ze is in de kleren en naar de kapper geweest. Vooruitgang dus.
‘Op hoeveel zit je?’
‘Sinds eergisteren van zeven naar vijf films per dag. Moeilijk, maar het lukt. De eerste kijk ik om negen uur, zodat ik op tijd mijn bed uit moet. Tussendoor moet ik van mezelf een lijstje met taken afwerken.’ Ik geef haar een compliment. Zo stoer als ze is. Ze gaat het redden.

Alsof ze mijn gedachten raadt: ‘Werken lukt door deze therapievorm ook. Ik heb geen dag verzuimd.’
Fantastisch! Het lege-nest-syndroom de nek omgedraaid. Ik huiver als ik bedenk hoe ze eraan onderdoor had kunnen gaan.
Een depressie is voorkomen, het huwelijk gered. Zonder dure pillen bouwt ze aan een nieuwe structuur, waarin de dagelijkse zorg voor kinderen geen rol meer speelt.

Voor mij is het duidelijk: Netflix heeft een genezende werking. Dus hup, het basiszorgpakket in!